Wat is een diadeem?

Alexander met een diadeem met ramshoorns (Numismatisch museum, Athene)

Het nadeel van een blog die al bijna veertien jaar loopt, is dat je weleens in herhaling moet vervallen. Ik heb weleens eerder geblogd over diademen, die voornaamste tekens van koninklijke waardigheid in de Oudheid. Zo lepelde ik een keer de mooie anekdote op dat op een dag, toen Alexander de Grote een boottochtje maakte op de Eufraat, zijn diadeem afwaaide en in het moeras belandde, en dat Seleukos die zwemmend ophaalde, waarbij hij de haarband droog hield door die op zijn eigen kruin te plaatsen. Zijn koning beloonde hem én liet hem slaan omdat hij het koninklijk attribuut had gedragen – en achteraf bleek het een voorteken van Seleukos’ koninklijke macht.

Eerst even twee voorlopers. De beroemde wagenmenner van Delfi, een van de indrukwekkendste beelden uit de Oudheid, heeft een inderdaad een haarband; een praktisch ding als je in een vierspan moet racen. Het beroemde, rond 420 v.Chr. door de beeldhouwer Polykleitos vervaardigde beeld van de Diadoumenos toont een jonge atleet die zijn haar aan het binden is – de door Winckelmann gegeven naam is een beetje een misvatting. De diadeem werd pas meer dan een gewone haarband toen de Griekse alleenheersers van Syracuse gouden kransen rond hun hoofd begonnen te binden.

Lees verder “Wat is een diadeem?”

Herakleios (2): de Perzische Campagne

Herakleios verslaat de Perzische koning Khusrau II (Louvre, Parijs)

[Dit is het tweede van vier blogjes over keizer Herakleios, geschreven door Hein van Dolen, classicus, byzantinoloog en tevens de vertaler van Goden en halfgoden. Het eerste was hier.]

In Perzië regeerde Khusrau II de Overwinnaar. Toen hij het gevaar onderkende van Herakleios’ landing in het oosten van de Zwarte Zee, stuurde hij een bode naar zijn generaal Shahrbaraz, die zich aan de overzijde van Constantinopel bevond, met het bericht dat deze zo snel mogelijk met zijn leger moest terugkeren. De bode werd echter onderschept en met een door Herakleios vervalste brief verder gestuurd. Daarin stond dat de generaal moest blijven waar hij was.

De list had succes en in 62 behaalde Herakleios bij de ruïnes van Nineveh de overwinning op de Perzen. De slag had zonder onderbreking elf uur geduurd. Het afgehakte hoofd van de Perzische legeraanvoerder werd op een staak ten toon gesteld midden in het Byzantijnse kamp en er werden achtentwintig Perzische vaandels buitgemaakt. Na al die jaren was de aartsvijand eindelijk verslagen.

Lees verder “Herakleios (2): de Perzische Campagne”

Herakleios (1): de staatsgreep

Herakleios en zijn zoon Konstantinos (Staatliche Münzsammlung, München)

De inwoners van Constantinopel moeten in oktober van het jaar 610 na Chr. een zucht van verlichting hebben geslaakt toen ze een vloot zagen naderen met een blonde held op de voorplecht, die de icoon van de Moeder Gods aan het boegbeeld had bevestigd. Zij gingen al ruim zeven jaar gebukt onder de knoet van een van de wreedste en onbekwaamste tirannen die op de Byzantijnse troon had gezeten: Fokas, een voormalige officier, die door het leger tot keizer was benoemd en het rijk bijna tot de ondergang had gebracht. De nieuwkomer heette Herakleios , hij arriveerde vanuit Africa, waar zijn vader exarch (gouverneur) van Karthago was en de drijvende kracht achter de revolte.

Coup

Het kostte weinig moeite om de stad binnen te dringen, want er waren nauwelijks maatregelen genomen om de muren te verdedigen. Bovendien liep de elite van de hoofdstad maar al te graag over en twee soldaten van de paleisgarde leverden de geweldenaar ontkleed aan Herakleios  over. Er werden korte metten met Fokas gemaakt. Zijn ledematen werden afgehakt, en vervolgens zijn hoofd, dat op een stok door de stad werd gedragen.

Lees verder “Herakleios (1): de staatsgreep”

Faits divers (32): wetenschapsnieuws, slecht en goed

Het slagveld bij Qadisiyya (©Antiquity Publications)

Een nieuwe aflevering van de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer twee stukjes waarmee je de Oudheid wel in het nieuws wil hebben en twee stukjes hoe het niet moet. Eerst het slechte en dan het goede nieuws.

***

Nikolaas van Myra

Op 6 december was het een kleine 1700 jaar geleden dat Nikolaas, bisschop van Myra ontsliep. En omdat over de hele wereld mensen de heilige vereren, is dat voor archeologen in Demre, zoals Myra nu heet, een buitenkans om naar publiciteit en fondsen te hengelen. Zo komt het dat er elk jaar wel een vondst wordt gemeld die zou bewijzen dat Nikolaas’ gebeente nog in Myra rust (en niet in 1087 is overgebracht naar Bari). Zo toont het museum in Antalya botfragmenten, hadden we een paar jaar geleden deze holle claim, die daarna werd herhaald, en was er nu deze flauwekul.

Lees verder “Faits divers (32): wetenschapsnieuws, slecht en goed”

VIII Augusta aan de Rijn

Maquette van de basis van VIII Augusta in Straatsburg (Palais Rohan)

Ik eindigde mijn vorige blogje met de constatering dat VIII Augusta in 70 na Chr. van de Balkan naar het westen werd overgeplaatst. Daar was het eerst gestationeerd in Mirebeau-sur-Bèze, vijfentwintig kilometer van Dyon. Een tweede basis was Argentoratum, het huidige Straatsburg aan de Midden-Rijn. Hier beschermde het legioen een belangrijke rivierovergang in Germania Superior. Het legioen zou daar nog ruim drie eeuwen blijven.

Het Zwarte Woud

In 74 legden de legionairs een weg aan van Straatsburg naar Rottweil en Hufingen: dwars door het Zwarte Woud. Dit was niet alleen een aanzienlijke bekorting van de reistijd tussen de Rijn en de Boven-Donau; het was ook het begin van de bezetting van het huidige Baden-Württemberg of, zoals het destijds heette, de Agri Decumates. Een Romeinse verovering, maar in de zin dat het een grensbekorting was ook een defensieve maatregel: de consolidatie van het imperium was begonnen.

Lees verder “VIII Augusta aan de Rijn”

Justinianus

Justinianus (Louvre, Parijs)

Aan het einde van hun handboek Een kennismaking met de oude wereld bieden De Blois en Van der Spek een korte typering van de regering van keizer Justinianus:

Het Oost-Romeinse (= Byzantijnse) Rijk bleef gedurende de hele Middeleeuwen bestaan. In de zesde eeuw wist de Oost-Romeinse keizer Justinianus (r.527-565) Italië, Noord-Afrika en Zuid-Spanje te heroveren, maar al kort na zijn dood gingen Zuid-Spanje en Noord-Italië weer verloren.

Dit is onhandig geformuleerd. De argeloze lezer kan denken dat Justinianus, net als Trajanus, Marcus Aurelius of Septimius Severus zelf naar het front is gegaan. Hij bleef echter, met zijn keizerin Theodora, in Constantinopel en liet de oorlogvoering over aan zijn vertrouwde generaal Belisarius.

Lees verder “Justinianus”

XII Fulminata aan de Eufraat

Het regenwonder, waarbij XII Fulminata werd gered, op de Zuil van Marcus Aurelius in Rome

Ik vertelde in het vorige stukje hoe XII Fulminata was onteerd in de Armeense oorlog. Het werd, zoals ik zei, nog erger.

Joodse Oorlog

In oktober 66 na Chr. had de gouverneur van Judea, Gessius Florus, militaire steun nodig om de controle over het in opstand gekomen Jeruzalem terug te winnen. Het Twaalfde (ondersteund door onderafdelingen van IIII Scythica en VI Ferrata) kwam, zag en keerde terug: de commandant had vastgesteld dat zijn strijdmacht niet sterk genoeg was. Dat was tot daar aan toe. Op de terugweg werd het legioen echter door de Joodse leider Eleazar, de zoon van Simon, verslagen. Aan de vernedering werd nog de schande toegevoegd: het legioen verloor zijn adelaarsstandaard.

Lees verder “XII Fulminata aan de Eufraat”

Palmyra in de Late Oudheid

Het vaandelheiligdom in het laatantieke kamp in Palmyra

Keizer Aurelianus liet in Palmyra een garnizoen achter: het Eerste Legioen van de Illyriërs, dat hij pas onlangs had gerekruteerd in het gebied langs de Donau. Als niet-oosters, Latijnsprekend element zonder lokale banden kon de keizer vertrouwen op deze eenheid. Een kamp ten westen van de stad zou als basis dienen en we weten dat dit legioen aan het begin van de vijfde eeuw nog altijd het garnizoen van de oase vormde.

In het laatste decennium van de derde eeuw reorganiseerden de Romeinen hun oostgrens. Er kwamen nieuwe wegen en nieuwe forten. In wezen bestond het oude verdedigingssysteem uit een aaneengesloten linie van versterkingen langs de grens, maar deze vorm van defensie had een risico: als een vijand eenmaal door deze linie wist te breken, zoals de Sassanidische koning Shapur had gedaan, kon hij gemakkelijk honderden kilometers ver het binnenland in trekken. De nieuwe verdedigingsstructuur was een netwerk van forten, wat we diepteverdediging noemen. De Arabische sector wordt wel Strata Diocletiana genoemd, naar de keizer die verantwoordelijk was voor de reorganisatie, Diocletianus (r.284-305). Er was laatst het een en ander om te doen.

Lees verder “Palmyra in de Late Oudheid”

Het rijk van Palmyra

Mogelijk portret van Odaenathus (Museum van Palmyra)

Ten oosten van Palmyra, voorbij de Eufraat, lag het Parthische Rijk. Anders dan het Romeinse Rijk was het geen centrale staat, maar een confederatie van stadstaten, koninkrijken en stammen. Onder de stadstaten was Charax, aan de kop van de Perzische Golf, een van Palmyra’s handelscontacten. Onder de oude koninkrijken bevond zich Persis, geregeerd door de Sassaniden, die beweerden afstammelingen te zijn van de Achaimeniden.

In 224-226 na Chr. kwam de Sassanidische vorst Ardašir I in opstand tegen de Parthische koning Artabanos IV. Met succes: de Perzen namen de macht over in het oosterse wereldrijk. De nieuwe “koning der koningen” ging verder met het aanvallen van de Romeinse steden Nisibis en Edessa, en al snel was de Eufraatvallei veranderd in een oorlogsgebied. De Romeinse keizer Severus Alexander leidde een tegenaanval – de aanleiding tot het zojuist genoemde bezoek aan Palmyra in 232 – en wist de status quo te herstellen. Althans gedeeltelijk. De handel tussen Palmyra en de Perzische Golf was nu moeilijker, dus contacten met India en China waren voortaan afhankelijk van de welwillendheid van de Sassanidische heersers.

Lees verder “Het rijk van Palmyra”

De economische crisis van de Derde Eeuw

Afname van het zilvergehalte in de Romeinse munten van Augustus tot de crisis van de derde eeuw; elke staaf geeft een keizer aan (klik=groot)

Ik blogde eind vorig jaar al over de Crisis van de Derde Eeuw. Het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, beschrijft die iets anders, maar behandelt dezelfde factoren. De nadruk ligt daarbij op het militaire aspect. De Sassanidische Perzen waren vervaarlijk, net als nieuwe Germaanse federaties, zoals de Franken. De Romeinse suprematie was niet meer vanzelfsprekend. (Zelf zou ik het cliché dat de Romeinen weleens een “verpletterende nederlaag” leden, niet hebben gebruikt.)

Omdat er na de dood van keizer Severus Alexander in 235 geen algemeen aanvaarde dynastie meer was, was de macht onzeker. Het keizerschap degenereerde tot militaire despotie en we duiden de jaren tot 284 wel aan als de tijd van de Soldatenkeizers. De grens tussen keizer, tegenkeizer en usurpator was vloeiend. Keizer Gallienus zou het leger hebben hervormd door grote mobiele eenheden te formeren, bestaand uit betrekkelijk veel cavalerie en infanterie uit de aloude legioenen. Postumus’ aanpassing van de grensverdediging, die zo mooi is gedocumenteerd in de Lage Landen, blijft opmerkelijk genoeg onvermeld. Ik kom hierop in een volgend blogje terug. De militarisering van de samenleving had gevolgen:

Lees verder “De economische crisis van de Derde Eeuw”