Bulla Regia

Huis van de Jacht (Bulla Regia)

Een van de interessantste plekken om in Tunesië te bezoeken is de antieke stad Bulla Regia. Ze is makkelijk te bereiken, want ze ligt aan de grote weg van Tunis naar Algerije. En die weg ligt niet zonder reden waar ze ligt, aangezien ze de vallei volgt van de rivier de Medjerda. Dit gebied is opvallend vruchtbaar en wie de rivier stroomopwaarts volgt, komt aan op de al even vruchtbare Hautes Plaines van Algerije. Zeg maar Numidië. Langs de Medjerda ontstonden al vroeg grote nederzettingen, die het geheel in de Romeinse tijd een stedelijk aanzicht gaven. De bewoners voerden hun oogsten over de rivier af naar de stad aan de monding: Utica.

Huis van Baäl

Dolmens, misschien wel drieduizend jaar oud, documenteren de eerste menselijke aanwezigheid in Bulla Regia, maar het werd pas echt wat toen de handelsroute opbloeide. Dat is zo rond 300 v.Chr. onder Karthaagse auspiciën gebeurd; er zijn aanwijzingen voor Karthaagse begrafenissen en een tempel voor de godin die de Karthagers Tanit noemden. De Numidiërs noemden haar Tinnit en onderzoekers weten niet of de Karthagers een Numidische godin overnamen of dat de Numidiërs een Karthaags-Fenicische godin begonnen te vereren. Dat ook Baäl vereerd is geweest, blijkt uit de naam: BBʿL staat voor “huis van Baäl”.

Lees verder “Bulla Regia”

Het antieke Jemen

Een dromedaris uit Jemen (Institut du monde arabe, Parijs)

Ik ben nog nooit in Jemen geweest. En ik denk dat het ook niet meer zal gebeuren. Dus dit blogje gaat over een gebied dat ik niet ken uit eigen waarneming. Het is echter ook een gebied dat hoort bij de oude wereld, zelfs al lag het aan de uiterste grens, waar het Mediterrane handelsnetwerk aanknoopte bij het netwerk rond de Indische Oceaan. Dat maakte het antieke Jemen belangrijk.

Het was een vanouds welvarend gebied. Zó welvarend dat de Grieken en Romeinen het aanduidden als het Gelukkige Arabië. Het is te hopen dat de bewoners dat nooit hebben gehoord, want het is bekend dat zij zich niet beschouwden als Arabieren. Om te beginnen woonden de Jemenieten in steden en waren ze landbouwers; ze waren, anders dan althans een deel van de Arabieren, geen nomaden. En ze spraken geen Arabisch. Die taal, die rond 1000 v.Chr. werd gesproken in zuidelijk Syrië en Jordanië, verspreidde zich in de IJzertijd naar het zuiden, maar vooralsnog niet naar Jemen.

Lees verder “Het antieke Jemen”

Valentinus ofwel Sint-Valentijn

De heilige Valentinus zegent de bouw van zijn kerk in Terni

De verering van de heilige Valentinus (Valentijn in het Nederlands) is sinds 1969 in de rooms-katholieke kerk niet langer voorgeschreven, omdat we volgens deskundigen eigenlijk te weinig van hem weten om een serieuze biografie over hem te kunnen schrijven. Maar (en dat vind ik nou typisch rooms-katholiek) hij wordt nog wel erkend als zijnde een “Heilige van de Kerk”. Hoe het ook zij: voor velen is zijn naamdag (14 februari) nog steeds een belangrijk ijkpunt in het liefdesleven.

Van tweeën één?

Wat denken we te weten van Valentinus? Allereerst dat er twee christelijke martelaren zijn geweest die naar deze destijds gangbare naam luisterden. De ene Valentinus was als priester en als arts actief in Rome, de andere zou bisschop zijn geweest van Terni (zo’n 100 km noordelijk van Rome).

Lees verder “Valentinus ofwel Sint-Valentijn”

IIII Flavia Felix

De samenvloeiing van Donau en Sava, gezien vanaf de basis van IIII Flavia Felix (Belgrado)

Zoals ik vertelde in het vorige blogje, was IIII Macedonica uit Mainz in ongenade gevallen doordat het Rijnleger tijdens de Bataafse Opstand (69-70 na Chr.) opzichtig had gefaald. Keizer Vespasianus herformeerde het echter onder de naam IIII Flavia en stationeerde het in Burnum, het huidige Kistanje in Kroatië.

Hoewel veel soldaten vanuit het oude legioen naar het nieuwe zullen zijn overgeplaatst, waren er ook rekruten uit Noord-Italië en wellicht Zuid-Gallië. Gnaeus Julius Agricola (de toekomstige schoonvader van de Romeinse geschiedschrijver Tacitus) hield toezicht op de feitelijke formering van het legioen. Omdat het insigne van de vernieuwde eenheid bestond uit het sterrenbeeld Leeuw, is het mogelijk dat het eind juli of begin augustus 70 officieel werd opgericht.

Lees verder “IIII Flavia Felix”

Cerro da Vila: rotte vis naast een rijke villa

Reconstructie van Cerro da vila (klik=groot)

Bij Portugal denken we allereerst aan mooie kusten, enkele prachtige steden, vinho verde en niet zozeer aan Romeinse opgravingen. Toch zijn die laatste er wel degelijk, en ook nog behoorlijk over het hele land verspreid.

Cerro da Vila

Bij een bezoek aan de Algarve en op de terugweg van de stad Lagos naar het vliegveld van Faro hadden we nog wat tijd over, en mijn reisgenote stelde voor om in Vilamoura een Romeinse villa te gaan bekijken. Vilamoura zelf is een alleraardigst hypermodern havenplaatsje te midden van een zestal golflinks, met goede restaurants langs de kades waar je onder andere voortreffelijk vis kunt eten. Op enkele meters van die haven staat een klein museum, dat ook de toegang vormt tot een opgravingsterrein, Cerro da Vila geheten.

Lees verder “Cerro da Vila: rotte vis naast een rijke villa”

Barbara van Baalbek

De heilige Barbara (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Iets wat me altijd heeft verbaasd, is dat in de Late Oudheid de persoonsnamen Barbarus en Barbara populair worden. Meneer Wildeman en mevrouw Woesteling. Een snelle zoektocht naar antieke Barbara’s levert me tientallen voorbeelden op uit Tunesië, Dalmatië, Italië, Raetia, Andalusië, Catalonië en de Gallische provincies. De Latijnse inscripties uit de stad Rome documenteren al bijna twee dozijn Barbara’s

De verklaring voor de populariteit van deze op zich toch negatieve naam is natuurlijk dat de Romeinen van binnen het Romeinse Rijk al sinds jaar en dag vertrouwd waren met de mensen van buiten het Romeinse Rijk. Ze waren aanwezig als koopleden en deden dienst in de legers. Sterker nog, in een tijd waarin het civiele bestuur en het militaire apparaat uit elkaar groeiden, presenteerden soldaten zich graag een tikje “barbaars”, want dat illustreerde hun positie. De gevoelswaarde was niet meer negatief. Het woord was iets gaan betekenen als “stoer” of “nobele wilde”.

Lees verder “Barbara van Baalbek”

Romeins Lycië

Het theater van Patara

[Dit is het laatste van vijf blogjes over Lycië; het eerste was hier.]

Na 168 v.Chr. was Lycië (landkaart) weliswaar onafhankelijk, maar het behoorde wel tot de Romeinse invloedssfeer. Echt onafhankelijk was het niet. Het kreeg te lijden tijdens de Eerste Mithridische Oorlog (89-85), toen koning Mithridates VI van Pontos alle Romeinse bezittingen in Klein-Azië aanviel. Toen de oorlog voorbij was, reorganiseerde Rome de politieke landkaart.  Diverse steden in het binnenland, zoals Oinoanda, hoorden voortaan bij Lycië. Faselis werd weliswaar nog een tijdje bezet door de Cilicische Piraten, maar die vormden geen partij voor de Romeinse generaal Pompeius de Grote, die in 67 v.Chr. het Nabije Oosten opnieuw reorganiseerde.

Een paar jaar later bezocht de Romeinse politicus Cicero Lycië en beschreef het gebied als een “Griekenland”. Dit suggereert dat de bovengenoemde fantastische verhalen inmiddels algemeen werden beschouwd als nauwkeurige beschrijvingen van de begindagen. De Romeinse politicus merkte ook op dat de Lyciërs, als ze aan het einde van hun toespraken zijn, dichtbij het zingen komen.noot Cicero, Orator 18.57.

Lees verder “Romeins Lycië”

Kindergraf

Egyptisch kindergraf (Staatliches Museum Ägyptischer Kunst, München)

De leukste voorwerpen uit de Oudheid zijn standaardobjecten die nét even anders zijn dan je verwacht. Zoals het bovenstaande reliëfje uit het Staatliches Museum Ägyptischer Kunst in München. Al beken ik dat ik me wat beschroomd voel om dit vierde-eeuwse kindergraf uit Antinoupolis “leuk” te noemen. Er zit zoveel verdriet achter.

Maar toch. Van dit soort Romeinse reliëfs gaan er dertien in een dozijn. Ze staan dan ook in een eeuwenoude traditie. De Egyptenaren maakten al sinds mensenheugenis standbeelden voor degenen die ze begroeven. In de Romeinse tijd gingen ze daar gewoon mee verder. De enige aanpassing was dat die afbeeldingen niet langer vrijstaand waren, maar dat de beelden waren geplaatst in een kader of nis. Zo’n nis kon duiden op vergoddelijking – ik blogde er al eens over – of op opname onder de hemelingen.

Lees verder “Kindergraf”

De Sinterklaas van Marcus Vankan

Er is, zo leren we uit de Catechismus van Sint-Nikolaas, slechts één Sinterklaas, maar in meerdere personen. Zelf ontdekte ik deze geloofswaarheid toen ik de hoogwaardige bisschop van Myra, die zojuist nog een bezoek had gebracht aan onze lagere school, op een schimmel door de straat zag rijden, op weg naar de even verderop gelegen kleuterschool. En deze Sinterklaas zag er heel anders uit. Omdat de verderfelijke ketterij der hulpsinterklazen rond 1972 nog niet was geformuleerd, kon dit slechts leiden tot mijn geloofsafval.

Tot zover het contemporaine aspect der meervuldigheid. Dat deze ene heilige in meerdere personen verschijnt, is ook het thema van een leuk boek dat ik onlangs las: Heilige Nicolaas, bruggenbouwer tussen Oost en West, van Marcus Vankan. Hij is priester, en dat is bij dit onderwerp een pre. Een heilige representeert immers een waarde en Sint-Nikolaas draagt uit dat het goed is te geven aan mensen die niets terug kunnen geven. Daarom geeft Sinterklaas cadeautjes aan kinderen maar is het een feest voor volwassenen. Zoals ik al eerder schreef, weiger ik te geloven dat die waarde in onze neoliberale wereld achterhaald zou zijn.

Lees verder “De Sinterklaas van Marcus Vankan”

Romeins Nîmes

Maison Carrée, Nîmes

Omdat ik een reis aan het voorbereiden ben naar de Provence, fris ik vandaag mijn kennis eens op van een stad die ik hoop aan te doen: Nîmes, het antieke Nemausus. De stad lag in het zuiden van de vallei van de Rhône, aan de rand van de Cevennen, en was de hoofdstad van de Gallische stam van de Volcae. De stad was vernoemd naar een oude godheid die dus ook Nemausus heette en werd vereerd bij een heilige bron in de stad. De tempel functioneerde ook nog in de Romeinse tijd.

De Romeinen verwierven dit deel van Gallië tijdens de Tweede Punische Oorlog, maar ontwikkelden het gebied pas een kleine eeuw later, rond 118 v.Chr. Toen verhardden en verbeterden ze de aloude weg naar Spanje: wat ooit de Weg van Herakles had geheten, was voortaan de Via Domitia. Volgens de Grieks-Romeinse geograaf Strabon was de weg “makkelijk te bereizen in de zomer, maar in de winter en lente erg modderig door rivierwater”. Dit kan betrekking hebben op allerlei delen van de weg, en ook op de weg bij Nîmes, waar de wateroverlast van de Rhône een geducht probleem vormde.

Lees verder “Romeins Nîmes”