Cairns en brochs en Skara Brae (1)

Ierse mantelspeld, ca 800 (National Museum of Scotland, Edinburgh)

Mijn rondreis door Schotland had als verste doel het blootgekomen neolithische dorp Skara Brae op Orkney’s Mainland, het grootste van de eilandengroep Orkney-eilanden. De nog noordelijker gelegen Shetland-eilanden en de Outer Hebrides vielen buiten het reisplan. In grote lijnen was het plan langs de oostkust naar het noorden via Edinburgh, en terug langs de westkust met het eiland Skye en Glasgow, en dan weer terug naar de veerboot in Newcastle-upon-Tyne.

Historische resten uit de Middeleeuwen en later bestaan veelal uit de ruïnes van burchten, vervallen na  politieke verwikkelingen en verandering van de eindeloze oorlogvoering, en van abdijen en kerken, die na de reformatie geheel of gedeeltelijk zijn gesloopt. Geholpen door het lidmaatschap van de Scottish Historical Society heb ik er in mijn zevenweekse rondreis talloze van bezocht. De reis ging natuurlijk ook door een overweldigend landschap.

Lees verder “Cairns en brochs en Skara Brae (1)”

Een Gallische inscriptie uit Alesia

Gallische inscriptie uit Alesia (Bezoekerscentrum)

Gallische inscripties, die lees je niet dagelijks, en dat is ook logisch, want er zijn er niet veel. Het Gallische boek dat wij onderhand zo goed kennen,noot Xavier Delamarre, Dictionaire de la langue gauloise (2018); zie de stukjes over plaatsnamen, meer plaatsnamen, militaire termen, boerderijwoorden, kleding, andere Gallische woorden en nog meer Gallische woorden. biedt in een appendix een selectie van een stuk of zeventig korte en acht lange teksten. Een compleet overzicht verschijnt op de Recueil informatisé des inscriptions gauloises: een mooi gemaakte site waar je met plezier wat rondkijkt.

Alesia

De bovenstaande Gallische inscriptie is in 1839 gevonden in Alise-Sainte-Reine, en hielp om vast te stellen dat dat heuveldorp het antieke Alesia moest zijn geweest, waar Julius Caesar een belangrijke overwinning boekte op de Galliërs. De vorm is echter heel Romeins: een stuk kalksteen met daarin uitgehouwen een vierkant vlak, netjes omlijst met links en rechts twee driehoekige vleugeltjes. Zou het een Latijnse inscriptie zijn, dan zouden we het een tabula ansata noemen. De tekst is trouwens geschreven in Romeinse letters en een ligatuur, met leuke fleurons tussendoor, wat ook al bijdraagt aan het Romeinse aanzicht.

Lees verder “Een Gallische inscriptie uit Alesia”

Hercules Magusanus

Hercules Magusanus (Rheinisches Landesmuseum, Bonn)

Hercules Magusanus geldt als een van de belangrijkste goden van de Bataven. Dat zegt althans iedereen, maar er zijn haken en ogen. Dat iets goed is gedocumenteerd, wil vanzelfsprekend niet zeggen dat het belangrijk was. Maar na deze en nog wat andere kentheoretische slagen om de arm, moeten we maar denken dat Hercules Magusanus een belangrijke Bataafse godheid is geweest.

Hercules Magusanus

Toen ik u in december uitnodigde voor de oudejaarsvragen, kreeg ik voor het eerst de vraag voorgelegd waar Magusa lag. De normale lezing van “Hercules Magusanus” is immers dat het de halfgod Hercules was, zoals die werd vereerd met de rituelen van Magusa. De vraag verbaasde me omdat ik niet beter wist dan dat Hercules Magusanus een zogeheten syncretisme was: twee goden die aan elkaar werden gelijkgesteld, zoals Apollo Grannus en Mars Lenus. Dat ik niet beter wist, betekent natuurlijk niet dat Hercules Magusanus ook werkelijk een syncretisme was. Er zijn volop goden die een plaatsnaam hebben als bijnaam. Zo is Hercules Deusoniensis de Hercules van Deuso. Kortom, het was een goede vraag.

Lees verder “Hercules Magusanus”

Segovia

Het Romeinse aquaduct van Segovia

De vaste lezers van deze blog kennen mijn belangstelling voor het voor-Romeinse verleden van West-Europa. Ik heb vaak genoeg geschreven over de Gallische taal en over voorwerpen als de Krater van Vix. Iberië is echter altijd wat onderbelicht gebleven, hoewel ik in mijn scriptie de processen van romanisering en arabisering heb vergeleken, en hoewel ik een zwak heb voor Spanje.

“Keltisch” is altijd een beetje een lastig begrip. Eigenlijk komen in dat woord drie dingen samen: om te beginnen de volken die in de Oudheid Keltisch zijn genoemd (wél degenen die wij Germanen noemen, níet de Britten), verder degenen die een taal spraken die wij Keltisch noemen (wel de Britten, niet de Germanen), en tot slot de La Tène-cultuur, die weer andere grenzen heeft. De Iberische ijzertijdculturen zijn niet echt goed te typeren als La Tène, hoewel sommige groepen wel Keltische talen hebben gesproken.

Lees verder “Segovia”

Onthoofde vijanden uit Le Cailar

Weergave van onthoofde vijanden uit Le Cailar (Musée de la romanité, Nîmes)

Het is al bijna een week juni, en u vraagt zich af of er deze maand wel ergens een oudheidkundig instituut wordt bedreigd. En jawel. Er zal nog wel een machteloze petitie komen. Ik ga binnenkort maar eens een pagina maar maken waar al die sluitingen bij elkaar staan.

***

Ter zake nu. Zoals iedereen weet verzamelde de Gallische krijger Obelix, tevens de bekendste menhirhouwer van zijn eeuw, na afloop van een gevecht de helmen van zijn verslagen Romeinse tegenstanders. En zoals iedereen eveneens weet, zijn de avonturen van Asterix de Galliër bedoeld om mensen aan het lachen te krijgen – en dus geen accurate weergave van het Keltische leven in de eerste eeuw v.Chr. Was het stripverhaal dat wel, dan zouden Uderzo en Goscinny hebben getoond dat zegevierende Galliërs niet de helmen van de verslagenen verzamelden, maar de hoofden.

Lees verder “Onthoofde vijanden uit Le Cailar”

De krater van Vix

De krater van Vix (Musée du Pays Châtillonnais)

Vorige week zondag bezocht ik het Musée du Pays Châtillonnais in Châtillon-sur-Seine. Het is een museum zoals er in Frankrijk vele zijn, met een collectie die varieert van opgezette vogels via laatmiddeleeuwse sculptuur en zeventiende-eeuwse prenten tot herinneringen aan een buiten Châtillon allang vergeten generaal. Maar er is één pronkstuk: het enorme bronzen mengvat (“krater” in jargon) dat bij het dorpje Vix is gevonden in het graf van een dame die ietwat voorbarig “Prinses van Vix” is genoemd. Mogelijk gaat het niet om een vrouw, zoals aanvankelijk aangenomen, maar om een man.

De Prinses van Vix – zo zal ik haar toch maar noemen – moet tegen het einde van de zesde eeuw v.Chr. hebben gewoond in het met een Murus Gallicus omgeven heuvelfort dat bekendstaat als Mont Lassois. Een jaar of twintig geleden is daar een opvallend grote woning opgegraven die, met wat fantasie, mag worden aangeduid als haar paleis. Dat weten we natuurlijk niet zeker, maar het is wel zeker dat Mont Lassois lag in de regio van Lotharingen tot en met Beieren waar schitterende elite-graven zijn gevonden uit de Late Hallstatt-periode. De mensen die hier werden bijgezet, beheersten de handel tussen de noordelijke regio’s, waar allerlei grondstoffen vandaan kwamen (textiel, barnsteen…), en de steden in het Mediterrane zuiden.

Lees verder “De krater van Vix”

De opgraving van Alesia

De melding van de eerste vondsten uit Alesia (klik=groot)

De opgraving van Alesia is terecht beroemd, en om de juiste reden: de plek staat symbool voor de Romeinse onderwerping van Gallië. In zijn Aantekeningen bij de Gallische Oorlog presenteert Julius Caesar de belegering en de gevechten als beslissend, en hoewel daar kanttekeningen bij zijn te plaatsen, is begrijpelijk dat voor de Fransen Alesia een echte lieu de mémoire is geworden. Maar er is nog een andere reden waarom Alesia zo’n belangrijke site is: hier is de militaire experimentele archeologie ontstaan, de hedendaagse nabootsing van antieke technieken om de opgegraven militaire objecten beter te begrijpen.

De ontdekking van Alesia

De opgravingen begonnen in 1860 toen bij drainagewerkzaamheden een Keltisch wapendepot werd aangetroffen. Zie de afbeelding hierboven. Het depot dateerde uit de vroege Hallstatt-periode, acht eeuwen te vroeg, maar het was duidelijk dat Alise-Sainte-Reine, zoals de plaats heet, waarschijnlijk de plek was waar Caesar legionairs de Gallische soldaten van Vercingetorix hadden verslagen.

Lees verder “De opgraving van Alesia”

Vienne

De “triomf van Vienne” (Lugdunum, Lyon)

In mei 1992, deze maand drieëndertig jaar geleden, maakte ik een lange fietstocht naar Griekenland. Ik ging dwars door Frankrijk – Reims, Troyes, Alesia, Beaune – en op een dag bereikte ik Lyon. Op de Place Bellecour, zoals het mooie centrale plein heet, trok mijn met tent en tassen beladen fiets wat bekijks en ik raakte aan de praat met een jonge vrouw die, als ik het me goed herinner, Adrianne heette. Het was een hartelijk gesprek, en eigenlijk was ik niet eens heel erg verbaasd toen ze m even later in Vienne opwachtte met dingen die ik op de camping lekker zou vinden. Een reiziger heeft altijd leuke ontmoetingen, maar deze zal me altijd bijblijven. En dus heb ik ook warme herinneringen aan Lyon en Vienne.

Gallisch oppidum

Die laatste stad ligt aan de samenvloeiing van de rivieren Rhône en Gère. Ze is ontstaan toen de Gallische stam der Allobrogen een oppidum (heuvelfort) inrichtte op de heuvels die tegenwoordig Pipet en Sainte-Blandine heten. De stam werd in 120 v.Chr. door de Romeinen onderworpen – de zegevierende generaal Quintus Fabius Maximus kreeg de bijnaam Allobrogicus – en kregen te verstaan dat ze aan de voet van hun heuvel moesten gaan wonen. Een stad in een rivierdal was voor de Romeinen immers makkelijker in te nemen dan een nederzetting op een heuvel.

Lees verder “Vienne”

Romeins Lyon

Het altaar van de drie Gallische provincies in Lyon (Thermenmuseum, Heerlen)

Ik ben gisteravond aangekomen in Lyon. Een oude stad, met een voor-Romeins verleden. Er zijn hier twee Keltische nederzettingen geïdentificeerd, waarschijnlijk bewoond door de stam van de Segusiavi; ze gaan terug op de vroege La Tène-tijd, zeg maar 450 v.Chr. De ene nederzetting was een oppidum, een heuvelfort, op de westelijke oever van de Saône; deze locatie staat bekend als Fourvière. De andere nederzetting lag op de landtong tussen de Saône en de Rhône. Deze vroege stad heette mogelijk Lugudunon (“heuvel van Lugus”). Die naam is in elk geval aangetroffen op een munt uit 42 v.Chr. Het moge duidelijk zijn dat de Latijnse naam Lugdunum daarvan is afgeleid.

Het vroege Lyon lag dus aan de samenvloeiing van twee belangrijke rivieren. De Saône verbond de regio met de Moezel en de Rijn, en de Rhône leidde in de richting van de Boven-Donau. We kunnen ons het vroege Lyon voorstellen als een handelscentrum. Dat wordt bevestigd door de aanwezigheid van Italische amforen en Grieks aardewerk.

Lees verder “Romeins Lyon”

Caesar bij Atuatuca: Berg?

Berg

Archeologie en teksten, dat is een ongemakkelijk huwelijk. Ik heb hier weleens uitgelegd waarom archeologen volgens mij wat al te makkelijk veronderstellen dat de Drususgrachten in Nederland hebben gelegen. Soms missen archeologen een kans om hun vakbroeders, de classici, te helpen: de vondsten in Velsen kunnen niet én bij een castra behoren én bij een castellum genaamd Flevum. Tenzij we het Latijn niet goed begrijpen, en het zou leuk zijn als archeologen eens over woordbetekenissen discussieerden met hun collega’s. Eerstgenoemden hebben laatstgenoemden iets te bieden. Ook de opgravingen van Herwen en Heerlen bieden meer mogelijkheden tot samenwerking dan momenteel worden waargemaakt.

Sommige dingen waren vroeger beter dan nu. De opleidingen waren bijvoorbeeld langer. De studieduurbekorting van de jaren tachtig beroofde archeologiestudenten van een eerlijke kans vertrouwd te raken met teksten – zelfs in vertaling. Andere dingen zijn tegenwoordig dan weer beter dan vroeger: archeologiestudenten leren veel meer over technieken en raken met meer data vertrouwd. Ook dat leidt echter weg van vertrouwdheid met de antieke bronnen. En dan ontstaat het gevaar dat je eerdere inzichten als vanzelfsprekend overneemt, zonder te weten dat classici en oudhistorici die inmiddels hebben weerlegd. Er is geen bewijs dat Hadrianus ooit in Voorburg is geweest, wat de plaatselijke VVV ook beweert, en het is hoogst discutabel Nijmegen als stad te typeren, wat de plaatselijke VVV ook beweert.

Lees verder “Caesar bij Atuatuca: Berg?”