Valt te weten waar de Drususgracht lag?

Drusus (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

In mijn komende boek Hannibal in de Alpen behandel ik een topografisch probleem: hoe bepaal je de locatie van een in de antieke bronnen genoemde plek? Deze problematiek is gangbaar en elke oudheidkundige weet dat atlassen (zoals) veel schijnzekerheid bieden. Waar lag Waššukanni? Waar op de Atheense Akropolis stond het Parthenon? Welke ruïnes zijn die van Ubar? Zulk onderzoek is te reduceren tot vier deelproblemen.

  1. Tekstkritiek: wat staat er precies in de geschreven bronnen?
  2. Bronkritiek: vergelijking van de bronnen om informatie te distilleren
  3. Reconstructie van het antieke landschap
  4. Plaatsing van de informatie (2) in het landschap (3)

In het geval van Hannibals Alpentocht zijn er voldoende tekst- en bronkritische problemen om te weten dat er onvoldoende informatie is om in het landschap te passen. Einde speurtocht. Dat het Alpenlandschap niet noemenswaardig is veranderd zou stap #3 makkelijk hebben kunnen maken, maar zover komen we dus niet eens. Iets dergelijks, bedacht ik onlangs, speelt op onschuldiger niveau bij de zogeheten Drususgracht, een waterbouwkundig werk dat is vernoemd naar de Romeinse veldheer Drusus.

Lees verder “Valt te weten waar de Drususgracht lag?”

De Bergrede (8): het zout der aarde

Haliet (Museum van Kleef)

Een nieuwe zondag, een nieuw stukje over de Bergrede, en wel over de regels die volgen op het stukje van vorige week. Daarin ging het over de vervolging die voor de toehoorders van dit evangelie maar al te herkenbaar moet zijn geweest. Nu staat daar iets tegenover: de zoutmetafoor. In de Nieuwe Bijbelvertaling van Matteüs 5.13:

Jullie zijn het zout van de aarde.

Dit is op het eerste gezicht duidelijk. Jezus zegt dat zijn volgelingen het leven, ook voor anderen, smaak geven. Daaraan verbindt hij een inspanningsverplichting: zijn volgelingen moesten zich onderscheiden door goede daden. Dit is geen bijzondere gedachte. Joden waren Gods uitverkoren volk en dat schiep verantwoordelijkheden. Daarna wordt de passage echter ronduit vreemd.

Lees verder “De Bergrede (8): het zout der aarde”

Het belang van Buijtendorp (2)

Tom Buijtendorp heeft de laatste jaren naam gemaakt met enkele publicaties waarin hij de twee in het vorige stukje beschreven methoden toepast. Zo combineerde hij de informatie die we de afgelopen eeuw over Romeins Voorburg hebben verworven met wat we vernemen uit de opgravingsrapporten die twee eeuwen geleden door Caspar Reuvens zijn geschreven. Het leverde een lijvig proefschrift op, waarin Buijtendorp de inzichten van de archeologie en de vaardigheden van de geschiedvorser combineerde.  U zegt wellicht dat dat vanzelf spreekt, maar neem van mij aan: de gemiddelde Nederlandse archeoloog is geen archiefrat. Archivistiek komt in de archeologische opleidingen niet aan de orde.

Oude data en nieuwe speculaties

Ook in andere boeken heeft Buijtendorp alle bekende data – archeologische vondsten, kronieken en archivalia – gecombineerd. In Caesar in de Lage Landen herhaalt hij bijvoorbeeld de reconstructie van de grenzen van de gebieden van de Belgische stammen, gebaseerd op de middeleeuwse bisdomsgrenzen. Dat is heel negentiende-eeuws onderzoek, waarvan de resultaten volledig zijn ingeburgerd. Ze worden daarom als vanzelfsprekend aangenomen, en het is goed dit type onderzoek eens te herhalen om te zien wat het met de inzichten van nu oplevert. Minimaal leert de lezer dat die grenzen helemaal niet zo zeker zijn als de historische atlas suggereert.

Lees verder “Het belang van Buijtendorp (2)”

Het belang van Buijtendorp (1)

De Waal als vlechtende rivier

Wie zich bezighoudt met Nederland in de Romeinse tijd, kampt met een gierend gebrek aan data. Zeker, de archeologische depots liggen behoorlijk vol, maar om van vondsten te komen tot een reconstructie van een oude samenleving is interpretatie nodig. Die vindt plaats aan de hand van andere vondsten, vergelijking met andere voorindustriële culturen en enkele honderden Latijnse en Griekse teksten, waarvan de meeste vrij kort. Die vergen eveneens uitleg. Je krijgt weleens de indruk dat oudheidkundigen geschreven bronnen naar believen letterlijk nemen, afdoen als literair motief, interpreteren als atypisch of presenteren als onverwachte bevestiging van wat ze al vermoedden. Die indruk is onterecht, want tekstuitleg is gebonden aan hermeneutische regels. Er is echter wel speelruimte, dus de indruk is begrijpelijk.

Samenvattend: de data zijn onvoldoende en ambigu. Dat maakt het lastig ze om te zetten in informatie – data die zijn beoordeeld en gecombineerd. Zeg maar puzzelstukjes die aan elkaar zijn gelegd.

Lees verder “Het belang van Buijtendorp (1)”

Misverstand: Cananefaten

Grafsteen van Adiutor de Cananefaat (Museum Tipasa)

Zuid-Holland was het woongebied van de Cananefaten, een groep mensen die het huidige Voorburg als hoofdstad had. Vaak wordt beweerd dat de naam van de bewoners van het oude Zuid-Holland zoiets zou betekenen als “konijneneters” of “konijnenvatters”, maar jammer genoeg is er geen archeologisch bewijs dat de diertjes al in de Oudheid door het duingebied huppelden: wilde konijnen leefden toen nog alleen in Spanje en zijn pas in de Middeleeuwen voor het eerst gesignaleerd in de Lage Landen.

In de tweede eeuw na Chr. lijken er overigens wel wat konijnen te zijn geweest, in hokken op de landgoederen van rijke mensen, maar die hebben geen noemenswaardige nakomelingen gehad. Bovendien arriveerden ze te laat om nog als naamgevers te kunnen dienen. De Cananefaten waren hier immers al in de eerste eeuw van de jaartelling.

Lees verder “Misverstand: Cananefaten”

Domitianus in Nijmegen

De splitsing van Waal en Rijn (of eigenlijk: het Pannerdens Kanaal)

Dat keizer Domitianus (r.81-96) het Rijnland heeft bezocht, staat vast. Maar hoe ver is hij gekomen? Een halfvergeten inscriptie werpt daarop enig licht.

De inscriptie in kwestie schijnt gigantische afmetingen te hebben gehad. Ze stond ooit bij de Sint-Jan van Lateranen in Rome en is daar gezien door de veertiende-eeuwse geleerde Francesco Petrarca. Ook andere humanisten hebben de inscriptie beschreven, maar ze is verloren gegaan. De tekst is niet heel speciaal: in een gedichtje claimt een ik-figuur zich in te spannen voor de Romeinse zaak. Meestal wordt aangenomen dat die ik-figuur Domitianus is, die, zoals het gedichtje claimt, oorlog heeft gevoerd aan de Rijn en het Rijnland herorganiseerde en later streed aan de Donau.

Lees verder “Domitianus in Nijmegen”

Adiutor de Cananefaat

Grafsteen van Adiutor (Museum Tipasa)

Tipasa, dat ik gisteren al vermeldde, ligt een eindje ten westen van Algiers. Het is de plek waar Adiutor is begraven, een Cananefatische ruiter uit het Romeinse leger. Op de afbeelding hierboven lijkt hij krulhaar en een baardje te hebben. We zien hem met gevelde lans op een vijand af galopperen. Daaronder lezen we

DM
ADIVTORIS EQ
AL PRI CANINA
FATIVM VI XXXXI M
AN XXIII PRO LB IPSI
BENE ME CABANVS HE
PO

wat we kunnen aanvullen tot

Lees verder “Adiutor de Cananefaat”

Latijn, Germaans en Keltisch

wadenoijen

Een tijdje geleden kwam op deze plaats aan de orde welke talen er in de Lage Landen werden gesproken in de Romeinse tijd. Dat is een goede vraag: het antwoord is namelijk zo 1-2-3 niet te geven. Een eerste probleem is dat we betrekkelijk weinig gegevens hebben. De Romeinen en Grieken hebben weliswaar wat woorden overgeleverd in de plaatselijke talen, maar we weten niet goed hoe accuraat die zijn weergegeven. Als de Griekse of Latijnse weergave van de Perzische en Egyptische namen echter representatief is, is er weinig reden tot optimisme.

Daarnaast hebben we inscripties. Die hebben het voordeel dat ze in elk geval zijn gezien door de sprekers van de inheemse talen. Ze vermelden de namen van goden, zoals Nehalennia, Magusanus en de moedergodinnen die in het Latijn Matres, “moeders”, werden genoemd. Er waren Alaferhuïsche, Aufanische, Cartovallensische en Rumaneheïsche en Vatviaïsch-Nersihenische moeders. De Hamavehische en de Hiannanefatische moeders werden vereerd door de Chamaven en Cananefaten – en daarmee zien we al dat de zachte keelklank aan het begin een woord niet steeds hetzelfde werd gespeld.

Lees verder “Latijn, Germaans en Keltisch”

Zuigelingensterfte

Een loden waterleidingsbuis (met bronzen kranen) uit het antieke Himera (Archeologisch Museum, Palermo)

We hebben in Nederland een stuk of wat Valkenburgen en één daarvan ligt halverwege Leiden en Katwijk. Een Romein zou hebben gezegd: halverwege Matilo en Lugdunum ligt Praetorium Agrippina, het keizerlijke hoofdkwartier (praetorium) dat is vernoemd naar de moeder van Caligula, Agrippina. Het fort in kwestie is opgegraven bij de huidige kerk en een van de best-bewaarde militaire nederzettingen uit de Oudheid. Even stroomopwaarts is de opgraving van het Marktveld, waar onder meer 145 graven zijn gevonden.

Die mensen waren niet gecremeerd maar onverbrand begraven. Dat is geen standaardpraktijk maar is ook niet heel uitzonderlijk. Wat wél uitzonderlijk is, is dat er 114 kindergraven bij waren, waarvan negentig zuigelingen. En dat klopt niet. Als je 145 graven hebt, zou je volgens de antieke mortaliteitsstatistieken ruwweg evenveel baby’s als kinderen als volwassenen moeten vinden. Van alle mensen werd ruwweg een derde maximaal één, werd een derde maximaal twaalf en werd een derde volwassen. In plaats daarvan stierf drie vijfde in het eerste levensjaar.

Lees verder “Zuigelingensterfte”

Romeinse sporen

clerinx_romeinse_sporen

Vandaag begint de Romeinenweek. Er staan de komende uren eenenveertig activiteiten op het programma en voor de gehele week 369, waaronder eenenveertig kinderactiviteiten, zevenentwintig tentoonstellingen, achttien wandelingen, achttien workshops, eenendertig rondleidingen, zeven lezingen en twee filmvertoningen. Ik hoorde dat de organisatoren een fles whisky naar het KNMI hebben gestuurd, dus deze week schijnt er alleen maar een fijn lentezonnetje.

Op deze blog kunt u deze week een feuilleton verwachten over de Bataafse Opstand, morgen de twee laatste afleveringen van mijn reeks over het christendom in de Romeinse tijd en verder enkele boeksignalementen. Het vanzelfsprekende eerste boek om mee te beginnen is uw gids om zelf op pad te gaan naar Rome in de Lage Landen: Romeinse sporen van de Belgische wetenschapsjournalist Herman Clerinx. Ondertitel: Het relaas van de Romeinen in de Benelux met 309 vindplaatsen om te bezoeken. Voor het eerst verschenen in 2014 en vorig jaar herdrukt. En ik ben heel enthousiast.

Lees verder “Romeinse sporen”