Latijn, Germaans en Keltisch

Grafsteen van Imerix (Archeologisch museum Zadar)

Een tijdje geleden kwam op deze plaats aan de orde welke talen er in de Lage Landen werden gesproken in de Romeinse tijd. Dat is een goede vraag: het antwoord is namelijk zo 1-2-3 niet te geven. Een eerste probleem is dat we betrekkelijk weinig gegevens hebben. De Romeinen en Grieken hebben weliswaar wat woorden overgeleverd in de plaatselijke talen, maar we weten niet goed hoe accuraat die zijn weergegeven. Als de Griekse of Latijnse weergave van de Perzische en Egyptische namen echter representatief is, is er weinig reden tot optimisme.

Daarnaast hebben we inscripties. Die hebben het voordeel dat ze in elk geval zijn gezien door de sprekers van de inheemse talen. Ze vermelden de namen van goden, zoals Nehalennia, Magusanus en de moedergodinnen die in het Latijn Matres, “moeders”, werden genoemd. Er waren Alaferhuïsche, Aufanische, Cartovallensische en Rumaneheïsche en Vatviaïsch-Nersihenische moeders. De Hamavehische en de Hiannanefatische moeders werden vereerd door de Chamaven en Cananefaten – en daarmee zien we al dat de zachte keelklank aan het begin een woord niet steeds hetzelfde werd gespeld.

Lees verder “Latijn, Germaans en Keltisch”

Zuigelingensterfte

Een loden waterleidingsbuis (met bronzen kranen) uit het antieke Himera (Archeologisch Museum, Palermo)

We hebben in Nederland een stuk of wat Valkenburgen en één daarvan ligt halverwege Leiden en Katwijk. Een Romein zou hebben gezegd: halverwege Matilo en Lugdunum ligt Praetorium Agrippina, het keizerlijke hoofdkwartier (praetorium) dat is vernoemd naar de moeder van Caligula, Agrippina. Het fort in kwestie is opgegraven bij de huidige kerk en een van de best-bewaarde militaire nederzettingen uit de Oudheid. Even stroomopwaarts is de opgraving van het Marktveld, waar onder meer 145 graven zijn gevonden.

Die mensen waren niet gecremeerd maar onverbrand begraven. Dat is geen standaardpraktijk maar is ook niet heel uitzonderlijk. Wat wél uitzonderlijk is, is dat er 114 kindergraven bij waren, waarvan negentig zuigelingen. En dat klopt niet. Als je 145 graven hebt, zou je volgens de antieke mortaliteitsstatistieken ruwweg evenveel baby’s als kinderen als volwassenen moeten vinden. Van alle mensen werd ruwweg een derde maximaal één, werd een derde maximaal twaalf en werd een derde volwassen. In plaats daarvan stierf drie vijfde in het eerste levensjaar.

Lees verder “Zuigelingensterfte”

Romeinenweek: Romeinse sporen

clerinx_romeinse_sporen

Vandaag begint de Romeinenweek. Er staan de komende uren eenenveertig activiteiten op het programma en voor de gehele week 369, waaronder eenenveertig kinderactiviteiten, zevenentwintig tentoonstellingen, achttien wandelingen, achttien workshops, eenendertig rondleidingen, zeven lezingen en twee filmvertoningen. Ik hoorde dat de organisatoren een fles whisky naar het KNMI hebben gestuurd, dus deze week schijnt er alleen maar een fijn lentezonnetje.

Op deze blog kunt u deze week een feuilleton verwachten over de Bataafse Opstand, morgen de twee laatste afleveringen van mijn reeks over het christendom in de Romeinse tijd en verder enkele boeksignalementen. Het vanzelfsprekende eerste boek om mee te beginnen is uw gids om zelf op pad te gaan naar Rome in de Lage Landen: Romeinse sporen van de Belgische wetenschapsjournalist Herman Clerinx. Ondertitel: Het relaas van de Romeinen in de Benelux met 309 vindplaatsen om te bezoeken. Voor het eerst verschenen in 2014 en vorig jaar herdrukt. En ik ben heel enthousiast.

Lees verder “Romeinenweek: Romeinse sporen”