Alexander de Grote in Egypte

Alexander als farao (Liebieghaus, Frankfurt)

In onze reeks over Alexander de Grote waren we gekomen bij de opmars naar Egypte. Het laatste militaire obstakel was Gaza geweest en een korte operatie richting Jeruzalem had de flank beveiligd. In november 332 v.Chr. marcheerden de Macedoniërs de Sinaï in. Ze hadden in de voorgaande weken kunnen wennen aan het woestijnlandschap, maar de tweehonderd kilometer lange mars over het strand langs de schaars begroeide zandduinen zal hen toch hebben verrast.

Het was echter geen overdreven moeilijke tocht. Langs de moderne weg kan op acht plaatsen water worden gevonden en hoewel dat een beetje brak is, moet er ook destijds groenvoer voor de paarden en muildieren hebben gegroeid. Voor het eerst ondervonden de Macedoniërs hoe nuttig dromedarissen waren. Ze aten alleen woestijngras, kruiden en twijgjes, die ze overal in de woestijn konden vinden. Fenicische transportschepen voeren langs de kust en zorgden ervoor dat het de Macedoniërs niet ontbrak aan zoet water en voedsel.

Lees verder “Alexander de Grote in Egypte”

De Indus

De Indus en de Aornos (links achter)

Iedereen heeft van die momenten die hij of zij nooit meer vergeet. Net als u heb ik er honderden, maar elke keer als ik stuit op het woord “Indus”, dan zie ik de grijze rivier weer voor me. Ik ben er één keer geweest, in mei 2004, en in mijn herinnering zagen we een rivierdolfijn. Maar nu ik dit schrijf, vraag ik me af of het geen valse herinnering is. Na ruim twintig jaar weet je die dingen niet meer zeker. Mijn reisgenoot appt me dat hij zich niets voor de geest kan halen.

De Indus heette eigenlijk Sindhu, wat in het Sanskriet gewoon het woord is voor “rivier” of “stroom”. Een bekende klankwet houdt in dat een /s/ aan het begin van een Oud-Indisch woord overeenkomt met een /h/ in het Oud-Perzisch, zoals in de woorden sapt en haft, “zeven”. De Perzen noemden de stroom dus Hindu, en daar maakten de Grieken dan weer Indos van en de Romeinen Indus. Voor deze twee volken was de stroom min of meer het einde van de wereld – hier begon het Indusland, een sprookjesland met daar achter alleen nog de Ganges en de Oceaan.

Lees verder “De Indus”

De Maghreb in de Middeleeuwen

Maquette van Qal’at Bani Hammad (Museum van Sétif)

Ik heb weleens de indruk dat oudheidkundigen die zich bezighouden met de Lage Landen in de Romeinse tijd, de seizoensmigratie onderschatten. Voor de Maghreb geldt het omgekeerde: er bestaat een neiging om de mobiliteit van de bevolking te overschatten. Heel veel Berbers waren sedentair – en dat al eeuwenlang. De Griekse onderzoeker Herodotos vermeldt het in de vijfde eeuw v.Chr.noot Herodotos, Historiën 4.187.

Het beeld van een grotendeels nomadische bevolking zal in de hand zijn gewerkt doordat een andere Griekse geschiedschrijver, Polybios, de Numidische koning Massinissa presenteert als De Grote Civilisator. Dat “Numidiërs” bedrieglijk veel lijkt op νομάδες zal ook een rol hebben gespeeld. En tot slot: toen de Fransen zich eenmaal van Algerije meester hadden gemaakt, kan het hun wel goed zijn uitgekomen de nadruk te leggen op nomadisme. Dat gold in Europa als minder beschaafd en dus konden de Fransen denken dat ze de bewoners van de Maghreb voor hun eigen bestwil hadden onderworpen. Ik heb eerlijk gezegd geen idee of het echt zo is gegaan, maar zou het me kunnen voorstellen.

Lees verder “De Maghreb in de Middeleeuwen”

Storm op zee

Papyrus 𝔓45

Een van de allerbekendste verhalen uit het Nieuwe Testament, het onderwerp waarover ik op zondag graag blog, is dat over de storm op zee. Of beter: het Meer van Galilea, een plas zoet water van 166 vierkante kilometer, zo groot als de gemeente Amsterdam. Hier is de versie van de evangelist Marcus.

Toen het avond was geworden, zei hij tegen hen: “Laten we het meer oversteken.” Ze lieten de menigte achter en namen hem mee in de boot waarin hij al zat, en voeren samen met de andere boten het meer op.noot Marcus 4.35-36; NBV21.

Dit is meteen interessant. In de eerste vier hoofdstukken van het Marcusevangelie hebben we alleen gelezen over Johannes de Doper en over Jezus’ prediking in Galilea. Jezus verlaat Galilea nu en zal aankomen bij Gadara, en daarmee is hij weg uit het land van Israël. Hij verlaat als het ware zijn vaderland. Het zal geen enkele antieke luisteraar hebben verbaasd dat er een storm opstak: een gangbaar literair motief. Neem Herodotos: als de Perzische koning Kambyses een leger stuurt naar de vreemde wereld der Libiërs, verdwijnt het in een storm; als zijn opvolger Darius een vloot stuurt naar de wereld van de Grieken, zinkt die in een storm; en als Xerxes een brug bouwt van Azië naar Europa, wordt ook die verwoest.

Lees verder “Storm op zee”

Sjamanisme

Detail van een kruikje uit de schat van Sânnicolau Mare; mogelijk een sjamaan in extase (Nationaal Museum, Boedapest)

Je begroef graankorrels in de aarde en in het voorjaar ontstonden daaruit grote halmen. De overstromende rivier bracht de dood over de uiterwaarden, maar in het voorjaar was de vallei vruchtbaar. Je gooide dode bladeren, maaisel, schillen en ander afval op de composthoop, en na verloop van tijd werden daaruit maden en wormen geboren. Moderne biologen denken er anders over, maar het was niet onlogisch dat men in de Oudheid dacht dat nieuw leven alleen kon ontstaan uit de dood en dat de twee onlosmakelijk met elkaar samenhingen.

Er waren feitelijk twee werelden: die van de levenden en die van de doden. Soms maakten ze contact: het is vooral mooi gedocumenteerd in de Keltische verhalen, maar alle volken hadden gedenkdagen waarin de doden even wat dichterbij waren. De Romeinen kenden bijvoorbeeld de Lemuria, waarbij ze rituelen uitvoerden om niet tot rust gekomen doden te verdrijven uit de woonhuizen. Daarnaast waren er religieus specialisten die de oversteek van de ene naar de andere wereld konden maken; onderzoekers noemen hen sjamanen.

Lees verder “Sjamanisme”

De krater van Vix

De krater van Vix (Musée du Pays Châtillonnais)

Vorige week zondag bezocht ik het Musée du Pays Châtillonnais in Châtillon-sur-Seine. Het is een museum zoals er in Frankrijk vele zijn, met een collectie die varieert van opgezette vogels via laatmiddeleeuwse sculptuur en zeventiende-eeuwse prenten tot herinneringen aan een buiten Châtillon allang vergeten generaal. Maar er is één pronkstuk: het enorme bronzen mengvat (“krater” in jargon) dat bij het dorpje Vix is gevonden in het graf van een dame die ietwat voorbarig “Prinses van Vix” is genoemd. Mogelijk gaat het niet om een vrouw, zoals aanvankelijk aangenomen, maar om een man.

De Prinses van Vix – zo zal ik haar toch maar noemen – moet tegen het einde van de zesde eeuw v.Chr. hebben gewoond in het met een Murus Gallicus omgeven heuvelfort dat bekendstaat als Mont Lassois. Een jaar of twintig geleden is daar een opvallend grote woning opgegraven die, met wat fantasie, mag worden aangeduid als haar paleis. Dat weten we natuurlijk niet zeker, maar het is wel zeker dat Mont Lassois lag in de regio van Lotharingen tot en met Beieren waar schitterende elite-graven zijn gevonden uit de Late Hallstatt-periode. De mensen die hier werden bijgezet, beheersten de handel tussen de noordelijke regio’s, waar allerlei grondstoffen vandaan kwamen (textiel, barnsteen…), en de steden in het Mediterrane zuiden.

Lees verder “De krater van Vix”

Diodoros van Sicilië

Kleio, de beschermgodin van de historische wetenschappen (Altes Museum, Berlijn).

Hé, dat is leuk: er is een Nederlandse vertaling verschenen van de Grieks-Romeinse geschiedschrijver Diodoros van Sicilië. Dit is om twee redenen fijn. Eén, Diodoros is geen auteur die al vaker vertaald is, zoals Homeros of de Griekse tragici. Classicus Gerard Janssen ontsluit een stukje Oudheid dat voor het publiek nog onontsloten was. Twee, het gaat niet om een tekst die alleen specialisten interesseert. Diodoros, die leefde toen Rome rond het midden van de eerste eeuw v.Chr. de Mediterrane wereld verenigde, biedt zijn lezers een alleszins boeiend verhaal over de geschiedenis van de gehele wereld.

De kwaliteit van Diodoros  boek is zo goed als zijn bronnen. Diodoros heeft veel oudere teksten gelezen en naverteld. Hij claimt geen originaliteit en noemde zijn werk dan ook De bibliotheek of, in de weergave van Janssen, Archief van de geschiedenis. Diodoros vat dus oudere bronnen samen en zijn selectie bewijst dat hij niet onverdeeld positief was over de Romeinse heerschappij. Hij zal nooit nalaten te wijzen op de wreedheid, roofzucht en verdorvenheid van de Romeinen. Als Siciliaan kon hij ervan meepraten.

Lees verder “Diodoros van Sicilië”

Akousilaos en Ferekydes

Kleio, muze van de geschiedschrijving (Landesmuseum, Trier)

Omdat het oude Sparta werd geregeerd door twee koningen, waren er ook twee koninklijke families, waarvan iedereen wist dat ze teruggingen op de halfgod Herakles. De Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos vermeldt hun stambomen als hij de twee Spartaanse koningen introduceert die streden tegen de Perzen, Leonidas en Leotychidas.noot Herodotos, Historiën 7.204 en 8.131.

Het grappige is dat beide lijsten achttien generaties lang zijn. Dat is iets te mooi om waar te zijn. Weliswaar moet de afstand tussen twee historische koningen en hun gedeelde voorouder, legendarisch of niet, in jaren gelijk zijn, laten we zeggen 18×30=540 jaar, maar menselijkerwijs loopt het aantal generaties na zoveel tijd niet meer synchroon. Dit is een verdraaid sterke aanwijzing dat er iets niet klopt. Een andere aanwijzing is dat volgens Herodotos de Trojaanse Oorlog acht eeuwen voor zijn tijd had plaatsgevondennoot Herodotos, Historiën 2.53.  en dat Herakles dáár voor had geleefd, wat betekent dat die achttien generaties zo’n halve eeuw lang moesten zijn geweest.

Lees verder “Akousilaos en Ferekydes”

De waarde van mythen

Afdruk van een zegel met een scène uit een van de mythen van Mesopotamië (Louvre, Parijs)

Ergens in de zesde eeuw v.Chr. begonnen de mensen te twijfelen aan de goden. Misschien deden ze dat eerder ook, maar daarover hebben we geen geschreven bronnen. Een joodse auteur haalde uit naar “goden van zilver en goud, gemaakt door mensenhanden”, die weliswaar een mond en ogen hadden maar niet konden spreken of zien.noot Psalm 115.4-5. Een van zijn tijdgenoten, de Griek Xenofanes, constateerde dat de Ethiopische goden platte neuzen hadden en een zwarte huid, terwijl de Thraciërs zeiden dat hun goden blauwe ogen en rood haar hadden. Als dieren zouden kunnen tekenen, insinueerde Xenofanes, zagen hun goden eruit als runderen, paarden of leeuwen.noot Xenofanes, fragment 16. Een derde tijdgenoot, Pythagoras, beweerde dat de dichters Homeros en Hesiodos in de Onderwereld werden bestraft omdat ze feitenvrije verhaaltjes over het goddelijke hadden opgehangen.noot Vgl. Diogenes Laertios, Levens van de filosofen 8.21.

Rationalisering

Tja, die verhaaltjes. De mensen hielden van hun mythen, maar het was waar: die aloude vertellingen waren wel erg vreemd. De Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos toonde een manier om er desondanks mee verder te gaan: sommige mythen vielen te lezen als beschrijvingen van de natuur. Ik heb op deze blog al eens verteld dat hij een mythe over Poseidon als schepper van het Tempe-ravijn combineerde met het feit dat deze godheid “aardschokker” werd genoemd, en dat Herodotos redeneerde dat de mythe ging over een aardbeving.noot Herodotos, Historiën 7.129. Deze manier om mythen te lezen is in de achttiende eeuw in West-Europa weer opgepakt, en je hoort nog weleens beweren dat mythen dienden om de natuur te verklaren.

Lees verder “De waarde van mythen”

Vragen rond de jaarwisseling (1)

De schijf van Faistos

Ik beantwoord de hele week door vragen, en ik nodigde u onlangs uit om nog meer vragen te stellen. En zo komen we vandaag bij het lijstje oudejaarsvragen van 2024. Voilà, daar gaan we.

1. Weten we iets over verhalenvertellers in de antieke culturen?

Dat vind ik moeilijk te zeggen. Veel theorieën lijken te zijn gebaseerd op enerzijds goed gedocumenteerde middeleeuwse barden en troubadours, die zichzelf muzikaal begeleidden en informatie deelden, deels gesproken en deels gezongen. Homeros past ook in die profielschets. Aanvullende informatie komt uit de Indo-Europeanistiek – ik schreef er hier al iets over.

Lees verder “Vragen rond de jaarwisseling (1)”