Filmpjes uit Irak

Zoals de trouwe lezers van deze blog weten, hebben mijn vriendin en ik afgelopen oktober een reis gemaakt door Irak. We bezochten de Sumerische steden in het zuiden, dronken thee bij de Moeras-Arabieren, waren verbaasd over de ontwikkeling van toeristische faciliteiten in Babylon, bezochten de Assyrische hoofdsteden Aššur, Nimrud, Khorsabad en Nineveh, zagen de stadswal van de door Alexander de Grote gestichte stad Charax, waren de eerste toeristen in tijden in Hatra en bezochten de voornaamste sji’itische heiligdommen. Mijn geliefde had het goede idee dat we filmpjes zouden maken. Zo kunt ook u het een en ander zien. Niet iedereen kan immers even twee, drie weken naar Irak.

U vindt de filmpjes hieronder. Verwacht geen Hollywood. We probeerden licht te reizen en hadden alleen een telefoon en een klein microfoontje bij ons, geen statief. De wind, het felle zonlicht en de hitte speelden ons regelmatig parten. Meer dan eens zagen we zelf niet wat we aan het filmen waren. Ook improviseerde ik de tekst te plekke, zonder aantekeningen. Kortom, het was amateurisme – maar in de beste zin van het woord: gemaakt uit liefde. Kees Huyser heeft van het ruwe materiaal nog wat toonbaars gemaakt. Waarvoor veel dank (en een fles met drank).

Lees verder “Filmpjes uit Irak”

Israël en Juda

Jeruzalem, “Large Stone Structure”: dit is vrijwel zeker niet het paleis van koning Salomo, maar dat roeptoeteren archeologen wel de wereld in.

In de reeks over het handboek van De Blois en Van der Spek,  Een kennismaking met de oude wereld, heb ik al aangegeven dat er na de crisis van de twaalfde eeuw v.Chr. grote veranderingen optraden in het Nabije Oosten. De Bronstijd was voorbij, de IJzertijd begon, en omdat ijzer overal te vinden is, werden kleine politieke eenheden levensvatbaar. Je hoefde niet langer aangesloten te zijn op de grote handelsnetwerken voor tin en koper om toch mee te kunnen doen. Ik heb de Aramese en Neohittitische staatjes in Syrië al genoemd, de Feniciërs eveneens, dus we gaan wat zuidelijker: Israël en Juda.

Die kennen we! We hebben immers de Bijbel, met het grote narratief van de Deuteronomistische Geschiedschrijver. We lezen over de Rechters, over de opkomst van de monarchie ten tijde van de profeet Samuël, over de tragische koning Saul, over koning David, over koning Salomo, over de splitsing van het rijk en over de twee koninkrijken. Israël lag in het noorden, had Samaria als hoofdstad en hield het uit tot 724 v.Chr., toen de Assyriërs het overnamen. Jeruzalem was de hoofdstad van het zuidelijke rijkje Juda, dat in 587 of 586 v.Chr. werd geliquideerd door Nebukadnezzar van Babylonië. Duidelijk verhaal.

Lees verder “Israël en Juda”

Fenicië als doorgeefluik

Beeld van een Fenicische magistraat (Nationaal Museum, Beiroet)

Ik ben nu al een tijdje bezig met een reeks over het handboek waarmee ik in het eerste semester van mijn eerste jaar aan de universiteit, 1985, oude geschiedenis kreeg onderwezen: Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek. De politieke geschiedenis van de Bronstijd van het Nabije Oosten hebben we inmiddels gehad en de afgelopen weken kreeg u er nog een stortvloed aan Mesopotamië bij, plus een bespreking van het boek van Van De Mieroop.

Ik attendeerde op de volgorde waarin laatstgenoemde de materie presenteert. Eerst de economische en sociale kaders, pas daarna de evenementen. De Blois en Van der Spek maken de omgekeerde keuze. Ze bieden eerst evenementiële geschiedenis, daarna economie en sociale verhoudingen. Ik overdrijf een beetje – je kunt op dit punt niet al te consistent zijn – maar het verschil is belangrijk. Terwijl Van De Mieroop de verworvenheden van de sociale wetenschappen centraal stelt, zetten De Blois en Van der Spek een in feite negentiende-eeuwse, liberale traditie voort.

Lees verder “Fenicië als doorgeefluik”

De Dame van Schengen

Reconstructie van de Dame van Schengencultr

Het eerste kwart van de vijfde eeuw v.Chr. markeert in de regio van Lotharingen via de Elzas, Baden-Württemberg en Beieren naar Bohemen de overgang van de Hallstatt– naar de La Tène-tijd. Die laatste archeologische cultuur mag u Keltisch noemen. De eerste ook wel, want de tweede komt er geleidelijk uit voort. Er zijn echter wel verschillen. Het makkelijkst te onthouden is dat de wagens in Hallstatt-graven vier wielen hebben (zoals), terwijl La Tène-wagens er twee hebben. Het zijn echte strijdwagens en de opkomst van La Tène gaat dan ook gepaard met agressieve expansie in alle richtingen. Rome is geplunderd in 387/386 en Delfi een eeuw later, terwijl La Tène-krijgers ook Turkije bereikten. In noordwestelijke richting is de onlangs ontdekte bijzetting bij Heumen een zeer vroeg La Tène-graf. Het duidt op culturele expansie.

Uit die overgangstijd dateert ook een vijftal graven dat in 1995-1998 is gevonden bij Schengen in het uiterste zuidoosten van Luxemburg, tegen de Moezel aan (hier). Wonderlijk genoeg lag het kwintet tussen de Bronstijdgraven, drie eeuwen ouder. Het is echter nog wonderlijker.

Lees verder “De Dame van Schengen”

Byblos in verval

Fenicische stadstoren in Byblos

“Kleine staten”, zo lees ik in Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek, “konden profiteren van de verzwakking van de grote mogendheden”. De auteurs hebben het over de eeuwen na de verzameling problemen die we aanduiden als de Zeevolken-crisis. De Bronstijd kwam ten einde, de IJzertijd begon.

De stadstaten in Syrië werden weer zelfstandig, hoewel er zich soms nieuwe bewoners gevestigd hadden. In sommige stadstaten heersten vorstenhuizen van Hittitische origine (bijvoorbeeld in Karkemiš). Wij noemen deze rijkjes neo-Hittitische vorstendommen. In andere steden kwamen Aramese dynastieën aan de macht.

Nieuwe bewoners?

Ik weet niet of ik het zo zou schrijven. Ik ben er althans zo zeker niet van dat er nieuwe bewoners waren in de oude steden. Voor de Arameeërs is vaak betoogd dat ze geen nieuwe bewoners waren, maar allang woonden in de regio waar ze in de Bronstijd niet opschreven wat in het Aramees was gesproken. Vergelijk het met Nederland en Vlaanderen in de Vroege Middeleeuwen: in de Merovingische en Karolingische kanselarijen schreef men Latijn, maar de mensen spraken Oudnederlands.

Lees verder “Byblos in verval”

De Zeevolken: meer problemen

Ramses III maakt korte metten met wat Zeevolken, herkenbaar aan hun hoofddeksels.

In de vorige vier stukken (één, twee, drie, vier) over de Zeevolken heb ik uitgelegd dat het bewijsmateriaal een consistent verhaal mogelijk maakt: een klimaatcrisis rond 1200 v.Chr. bracht een migratiegolf op gang van het Egeïsche-Zee-gebied richting Egypte en de Levant. Ik was begonnen uit te leggen dat het bewijsmateriaal echter zo eenduidig niet is. Het is lastig te dateren.

Het aardewerkprobleem

Een andere manier om migratie vast te stellen is kijken naar de verspreiding van deze of gene archeologische cultuur. Als we de voorwerpen die vóór 1200 v.Chr. gangbaar waren op Sardinië na een tijdje ook aantreffen in het Midden-Oosten, en als het daarbij niet alleen gaat om handelsaardewerk maar ook om keukenaardewerk, dan hebben we een aanwijzing voor migratie. Maar aardewerk is in deze periode niet alleen moeilijk te dateren, het is ook lastig te kwalificeren.

Lees verder “De Zeevolken: meer problemen”

De Zeevolken: de problemen

Het door Zeevolken verwoeste paleis van Ugarit

In de stukken die ik tot nu toe wijdde aan de Zeevolken vatte ik samen hoe De Blois en Van der Spek in Een kennismaking met de oude wereld uitleggen wat er aan de hand was. Ze doen dat met alle voorzichtigheid die het onderwerp vereist, want veel is onduidelijk. Wat echter inmiddels wél zeker is, is dat er een klimaatverandering is geweest die het maatschappelijke aanpassingsvermogen te boven ging. Ik keek naar het bewijsmateriaal en wees erop dat dit viel te presenteren als een consistent verhaal: zo rond 1200 v.Chr. was er een klimaatomslag; volken uit het Griekse gebied raakten op drift; er was een noordwest-zuidoost-beweging van Zeevolken; steden werden geplunderd; het Hittitische Rijk ging ten onder; de vraag naar tin nam af; de interregionale handelsnetwerken stortten in; men schakelde over op ijzer. We zouden de migratie van de Frygiërs vanaf het zuidelijke Balkanschiereiland naar Anatolië nog kunnen toevoegen.

Complicaties

Het is mogelijk het bewijsmateriaal zo te presenteren, maar er zijn complicaties. De voorgaande alinea past mooi in een negentiende-eeuws frame dat beschavingen à la het West-Romeinse Rijk ten onder gingen door migraties. Dat was destijds een populaire analyse – om niet te zeggen: een koloniaal angstbeeld – maar het is voor de transitie van Oudheid naar Middeleeuwen achterhaald. Op drift geraakte stammen assimileerden en de veranderingen in het Mediterrane wereldrijk hadden vooral te maken met het feit dat het al van binnenuit verzwakt was. Iets dergelijks kan natuurlijk ook spelen bij de Zeevolken: die werden gevaarlijk doordat de oosterse grootmachten al verzwakt waren, waarbij de klimaatomslag die de Zeevolken het ruime sop deed kiezen, slechts één factor was. Moeten we niet zoeken naar andere factoren?

Lees verder “De Zeevolken: de problemen”

De Zeevolken: het klimaat

Zes Mykeense krijgers trekken ten strijde. Het type helm is ook bekend van Egyptische afbeeldingen van Zeevolken (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)

In het vorige stuk over de Zeevolken vatte ik samen wat De Blois en Van der Spek erover schreven in hun handboek Een kennismaking met de oude wereld. Ook benoemde ik twee onderliggende problemen: enerzijds de oorzaak was van de instorting van het Bronstijdsysteem en anderzijds of de Zeevolkencrisis geen negentiende-eeuws construct was. Over die eerste kwestie heb ik het vandaag. Over de tweede volgend week: het in de oudheidkunde altijd aanwezige gebrek aan informatie maakt dat je de gegevens kunt passen in vrijwel elk narratief. Wat in het handboek staat is dan ook niet zozeer verkeerd als wel de ideale handboekenstof, die zich leent voor verdieping en uitwerking. Kortom: wat weten we, waarom weten we het, en wat weten we niet over de Zeevolken?

Klimaatomslag

Om te beginnen: er is destijds, zoals het handboek vermeldt, iets aan de hand geweest met het klimaat. Het staat bekend als “3.2 ka BP Megadrought”, ofwel een droogte die zich 3,2 gekalibeerde kilojaren geleden voltrok. Uiteraard niet van de ene dag op de andere, maar daarom niet minder ingrijpend. Eén voorbeeld van het bewijs komt uit Ashdod, waar dateerbare monsters organisch materiaal zijn gevonden. Daaruit viel af te leiden dat de zee iets zouter werd: een aanwijzing voor verdamping en hogere temperatuur.

Lees verder “De Zeevolken: het klimaat”

De Zeevolken

Het democratische metaal ijzer: klappersteen uit Drenthe (Hunebedcentrum, Borger)

In de reeks over het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, wil ik het vandaag eens hebben over de Zeevolken. Maar eerst iets over wat een handboek eigenlijk is: het bevat de basiskennis die een student beheersen moet voordat hij of zij zich kan verdiepen in de eigenlijke discussies. De stof wordt in het handboekcollege een beetje geproblematiseerd, en wordt daarna werkelijk bekeken door middel van literatuurlijsten en vooral werkcolleges. Zo was het althans in mijn tijd; of het nog steeds zo is, weet ik niet. In elk geval: de Zeevolken zijn typisch een thema waarover een student in een handboek leest, dat een docent bij het handboekcollege problematiseert en dat zich leent voor een werkcollege om te tonen hoe complex het is.

De Blois en Van der Spek wijzen op een reeks verschijnselen op de overgang van de Bronstijd naar de IJzertijd. Er was een “concert van mogendheden”: Egypte, Assyrië, Babylonië en de Hittieten. Het laatste rijk viel rond 1200 v.Chr. uiteen en daaruit kwamen de Neo-Hittitische staten voort. Rond het Egeïsche-Zee-gebied kwam een einde aan de Mykeense paleisburchten. Steden als Ugarit werden verwoest en verlaten.

Lees verder “De Zeevolken”