Op rooftocht in de catacomben

Johann Christian von Mannlich, die de catacomben plunderde

Vanaf de achtste eeuw verdwijnen de meeste catacomben rondom de stadsmuren van Rome geleidelijk uit de collectieve herinnering. Uit angst voor plunderingen van de martelaarsgraven brengen achtereenvolgende pausen namelijk de stoffelijke resten van martelaren en hun grafinventaris over naar kerken binnen de stadsmuren van Rome. Daarmee komt er een einde aan de eeuwenlange traditie van pelgrimstochten van christenen uit heel Europa die in Rome kwamen bidden in de catacomben bij de graven van de martelaren die tijdens de christenvervolgingen voor hun geloof waren gestorven. De catacomben worden niet meer bezocht en de ingangen ervan raken overwoekerd en ontoegankelijk.

Groot was de sensatie toen aan het einde van de zestiende eeuw bij toeval een ondergronds gangenstelsel werd ontdekt. In de jaren daarna kwamen veel meer catacomben weer in beeld dankzij de pioniersarbeid van de eerste serieuze catacombenspeurder Antonio Bosio, die om die reden de eretitel Columbus van de catacomben heeft gekregen. Het prachtige boek dat zijn onderzoek opleverde, is via internet nu voor iedereen toegankelijk.

Lees verder “Op rooftocht in de catacomben”

Cornelis de Bruijn (2) Rome

Handtekeningen van kunstenaars uit de Lage Landen in de Santa Costanza; de handtekening van Cornelis de Bruijn ontbreekt

Dit is het tweede van dertien stukjes over Cornelis de Bruijn. Het eerste was hier.

***

Op reis

Ik eindigde mijn vorige stukje met de opmerking dat Cornelis de Bruijn Holland had verlaten. Op 1 oktober 1674 was hij met zijn collega Pieter van der Hulst (1651-1727) Nederland afgereisd naar Italië. Omdat de Guerre de Hollande nog steeds voortduurde, konden ze niet de weg langs de Rijn nemen, maar moesten ze een omweg maken. Ze bezochten dus eerst Leipzig en Wenen, en waren op de feestdag van Sint-Nikolaas, 6 december dus, in Venetië.

Hoe financierde De Bruijn zijn reis? Dit is een onopgelost raadsel. Mogelijk heeft hij geld gespaard en had hij rijke vrienden, maar er zijn geen aanwijzingen dat zij de reis hebben betaald. Ook stond hij niet op de loonlijst van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC). We weten dat de kunstenaar tekeningen verkocht en bijverdiende met het schilderen van portretten, maar het is onduidelijk of dit voldoende was. Nog verrassender is dat hij bij terugkeer een fortuin bezat, dat hij zou investeren in de publicatie van zijn reisverslag, Reizen door de vermaardste Deelen van Klein Azië.

Lees verder “Cornelis de Bruijn (2) Rome”

Een treurig monumentaal bestaan

Het monument van Joan Derk van der Capellen tot de Pol (Rome; foto T. ter Bogt)

Joan Derk van der Capellen tot den Pol (1741-1784) wordt wel gezien als de grondlegger van de patriottenbeweging. Van deze Gelders-Overijsselse baron is onlangs een biografie verschenen, geschreven door Luc Panhuysen. Of hij daadwerkelijk een echte democraat was dan wel een typische vertegenwoordiger van de Verlichting laat ik hier maar in het midden: Panhuysen heeft daar zo zijn ideeën over (zo meldt de recensent van de NRC op 6 december j.l.) en ik heb nog geen tijd gehad om de biografie te lezen.

Van der Capellen is niet echt oud geworden: tweeënveertig jaar slechts. Na zijn dood (nog geen drie jaar na het verschijnen van het beroemde pamflet Aan het Volk van Nederland) werd hij begraven in een familiegraf in Gorssel, maar de Oranjeklanten namen alsnog wraak op deze patriot door eerst het familiewapen op het monument te vernielen, en daarna in de nacht van 6 op 7 augustus 1788 het hele grafmonument met buskruit op te blazen. De stoffelijke resten van Joan Derk en zijn echtgenote waren toen al in veiligheid gebracht: kennelijk rook de familie onraad nadat het familiewapen was gemaltraiteerd.

Lees verder “Een treurig monumentaal bestaan”

Venus van het Riool

De basis van de kapel van Venus Cloacina

Op het Forum Romanum ligt de rare ronde schijf die u hierboven ziet. De diameter bedraagt zo’n tweeëneenhalve meter. Mocht u deze stenen zoeken: ze bevinden zich vlak voor de winkels in de Basilica Aemilia. Dit is het fundament van wat ooit de kapel was van Venus Cloacina, ofwel Venus van het Riool. Deze curieuze naam hangt samen met de plek van het heiligdommetje: boven het afwateringskanaal onder het Forum, de cloaca maxima.

Tegenwoordig resteert dus alleen de ronde marmeren basis, maar er is een muntafbeelding van deze heilige plaats. Die is echter moeilijk te interpreteren. In elk geval stonden er twee standbeelden van vrouwen die een plengoffer lijken te brengen; één dame lijkt een bloem vast te hebben in een opgeheven hand.

Lees verder “Venus van het Riool”

Joden en christenen in Rome

Joods grafschrift (Museo delle terme, Rome)

Voor wie Rome verliet, voerde de eerste mijl van de Via Appia langs een parkje waarvan men zei dat de legendarische koning Numa er nog eens met een bosnimf had gesproken, én door een joodse wijk. Joden mochten op de sabbat maar een beperkte afstand wandelen en vestigden zich daarom het liefst bij hun synagogen, zodat er in Rome verschillende joodse buurten waren, elk met een eigen gebedshuis en een eigen catacombe. De synagoge aan de Via Appia was genoemd naar Eleas of Elaias, maar het is onbekend wie of wat dat is geweest.

Het is echter wel bekend dat de bewoners van deze buurt vrij sterk geromaniseerd waren. Dat blijkt uit de inscripties in de catacombe even voorbij de tweede mijlpaal van de Via Appia: merendeels in het Latijn, niet in het Grieks of een meer oostelijke taal. Deze joden waren overigens niet bepaald rijk. De dichter Juvenalis (ca.60 – ca.135) vertelt hoe hij hier eens een vriend tegenkwam die aan het verhuizen was, en geeft en passant een beschrijving van de armoedige levensomstandigheden:

Lees verder “Joden en christenen in Rome”

Verdwaald in de catacomben

De catacomben van Priscilla, foto van Charles Smeaton (Collectie John Henry Parker, Victoria and Albert Museum, Londen)

De oudste collectie foto’s die in de catacomben van Rome gemaakt zijn, dateert uit de jaren zestig van de negentiende eeuw en staat op naam van John Henry Parker, een Engelsman die de British and American Archaeological Society of Rome oprichtte. Het fotograferen liet Parker over aan zijn medewerkers. Een van hen was een jonge Canadees, Charles Smeaton. Door een nieuwe methode toe te passen met magnesiumdraad, was hij in staat om ook in de donkere catacomben voldoende licht te brengen om foto’s te maken. In een lange brief die hij in 1867 vanuit Rome naar zijn familie in Canada stuurt, vertelt hij van een hachelijk avontuur dat hij beleefde in de catacomben.

Hij vertelt dat hij de catacomben bij de Via Salaria was binnengegaan om er te gaan fotograferen. Enkele vrienden gingen uit nieuwsgierigheid met hem mee naar beneden. Smeaton geeft een beschrijving van de tocht:

Lees verder “Verdwaald in de catacomben”

De zonnewijzer van Augustus

De zonnewijzer van Augustus (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Hij staat er nog steeds, niet ver van het Italiaanse parlementsgebouw: de Egyptische obelisk die keizer Augustus gebruikte als naald voor een zonnewijzer met de oppervlakte van twee voetbalvelden. Die was onderdeel van een enorm gebied dat als geheel een gedenkteken was voor Romes eerste keizer. Feitelijk bestond het uit vijf monumenten: het mausoleum van Augustus, dat uitzag op het oorspronkelijke Pantheon, de plaats waar zijn brandstapel had gestaan, het altaar van de Vrede (Ara Pacis) en de zonnewijzer.

Die trok natuurlijk de meeste aandacht. De obelisk – niet toevallig een monument dat was gewijd aan de zon – wierp zijn schaduw op het travertijnen plaveisel. Zoals gezegd: die was twee voetbalvelden groot. Hierover liep een waaier van bronzen lijnen die de uren aangaven. Als de zon rond het middaguur viel over de noord-zuid lopende daglijn, was daar de datum af te lezen.

Lees verder “De zonnewijzer van Augustus”

Een bezoek aan de catacomben (1865)

De gereconstrueerde “crypte van de pausen” (Catacomben, Valkenburg)

Op 28 februari 1865 bezocht de reislustige Nederlandse miljonair Piet de Sonnaville (1830-1925) de catacomben van Rome, die in deze jaren zeer sterk in de belangstelling stonden. Dat had alles te maken met het feit dat paus Pius IX de afbrokkeling van zijn wereldlijke gezag probeerde te compenseren door de ouderdom van het pausdom te benadrukken. Het ambt zou immers teruggaan tot op de apostel Petrus. Het kwam propagandistisch dus goed uit dat in 1853 de “crypte van de pausen” werd ontdekt, waarin enkele derde-eeuwse bisschoppen lagen begraven, want dat bevestigde de pauselijke claims. Vandaar dat elke bezoeker aan Rome het advies kreeg eens een kijkje te gaan nemen aan de Via Appia. Interessant was zo’n bezoek aan een onderaards grafveld sowieso.

De Sonnaville probeerde, bij wijze van souvenir, uit een van de graven een stukje botmateriaal mee te nemen. Een reisgenote wist de grafschennis gelukkig te verhinderen. Hier is het verslag.

Lees verder “Een bezoek aan de catacomben (1865)”

De Palatijn

De Domus Augustana op de Palatijn

Ik heb me zelden in mijn leven zó in mijn oudheidkundige waanwijsheid betrapt gevoeld als op een grijze decemberdag, nu een jaar of twintig geleden, in Rome. Ik was met twee studenten op het Forum Romanum en we wandelden naar de Palatijn, de heuvel waar ooit de keizerlijke paleizen stonden en waar Romulus de stad zou hebben gesticht. Uiteraard moest ik alles uitleggen en stond ik al in de doceerstand toen een van de studenten (de Lauren van Zoonen die hier ook weleens leuke blogs schrijft) zei dat dit toch wel een magische plek was.

Bam. Dat was ik even vergeten. Maar Rome is natuurlijk niet slechts een plaats waar allerlei oudheidkundig interessants is te zien. Het is ook een plek die je moet ervaren. Er is niets mis met Ruinenlust. Zeker op de Palatijn, waar de overblijfselen van de oude gebouwen zijn opgenomen in een prachtig park, dat zelfs op een grijze decemberdag magisch is.

Lees verder “De Palatijn”

De Zuil van Trajanus (en meer)

De Zuil van Trajanus

Op het Forum van Trajanus, waarover het vorige blogje ging, stond een van Romes beroemdste en best bewaarde monumenten: de achtendertig meter hoge erezuil die de verovering van Dacië herdacht. De bouwinscriptie noemt echter een andere reden voor de oprichting:

Aan Imperator Caesar Nerva Trajanus, zoon van de vergoddelijkte Nerva, overwinnaar van de Germanen, overwinnaar van de Daciërs, opperpriester, in het zeventiende jaar van zijn bevoegdheid als volkstribuun, zesmaal uitgeroepen tot Imperator, zesmaal consul, vader des vaderlands, geschonken door Senaat en Volk van Rome, om aan te geven hoe grote hoogte berg en terrein met zoveel inspanningen is weggegraven.noot EDCS-17301077.

Al in de Oudheid was de betekenis van deze woorden onbegrepen. Ook de geschiedschrijver Cassius Dio geeft in zijn Romeinse geschiedenis een onjuiste verklaring:

Lees verder “De Zuil van Trajanus (en meer)”