Aššur, de eerste hoofdstad van Assyrië

De ziggurat van Aššur

Vandaag zijn de verkiezingen in Irak, dus dat is een ongezochte gelegenheid om eens te bloggen over Aššur. Gelegen op de westelijke oever van de rivier de Tigris, was dit de eerste hoofdstad van Assyrië. En ook deze stad was oeroud. Bij de tempel van de godin Ištar vonden archeologen voorwerpen uit de tweede helft van het derde millennium v.Chr. Toen was Aššur nog een stadstaat met een wat groot ommeland, niet anders dan Susa in Elam. De bewoners personifieerden hun stad als een godheid, eveneens Aššur geheten, en noemden het ommeland Mât Aššur, het land van de god Aššur.

Deze stadstaat had nauwe banden met de Sumerische steden in het zuiden en moest zich onderwerpen aan koning Sargon van Akkad. Nadat diens rijk door de klimaatcrisis rond 2200 v.Chr. ten onder was gegaan, herenigden de heersers van de Derde Dynastie van Ur Mesopotamië. Net als Sargon voor hen stuurden ze gouverneurs naar Aššur. De belangrijkste resten uit deze tijd zijn de tempel van Ištar en het Oude Paleis.

Lees verder “Aššur, de eerste hoofdstad van Assyrië”

De Amorieten

De Amoritische stadspoort van Ebla

“Aan het begin van het tweede millennium”, zo schrijven Luuk de Blois en Bert van der Spek in hun handboek Een kennismaking met de oude wereld, “kwamen in Mesopotamië twee staten tot ontwikkeling die de volgende vijftienhonderd jaar een hoofdrol zouden blijven spelen, namelijk Assyrië en Babylonië.” Over deze staatsvorming (of beter: staats-her-vorming, want er waren al staten) zeggen ze ook dat de Amorieten een rol speelden, een volk van herders dat al eerder vanuit het westen was gekomen.

Nomadische volken komen en gaan in de geschiedenis. Zo’n stamsamenleving clustert rond een leider, blijft bij elkaar, verplaatst zich, valt weer uit elkaar, herclustert. Soms kan de naam eeuwenlang bestaan terwijl de samenstelling van de groep volledig is veranderd. Dat lijkt hier ook het geval te zijn geweest. Voor de klerken van Sumer, Akkad en de Syrische stad Ebla waren de Amorieten oude bekenden; in Mesopotamië was hun naam vrijwel synoniem voor westerling.

Lees verder “De Amorieten”

Anatolische talen

Hiëroglyfisch-Luwische inscriptie (Museum voor Anatolische Beschavingen, Ankara)

Onderwijs over het Indo-Europees en de bijbehorende geschiedenis zou, zoals de Leidse taalkundige Stefan Norbruis onlangs stelde in een proefschrift over de Anatolische talen, standaardonderdeel moeten zijn van het middelbare-school-curriculum. De ontdekking van deze oertaal is een van de grootste prestaties uit de negentiende-eeuwse geesteswetenschappen. Hier is alvast een filmpje waarover ik nog eens zal bloggen.

In de twintigste eeuw is geprobeerd de samenleving van de eerste sprekers te reconstrueren. Dat kan door bijvoorbeeld te kijken naar de gedeelde woordenschat. Daarin zijn bijvoorbeeld diverse namen aanwezig voor flora en fauna, die een aanwijzing vormen voor een Urheimat, terwijl de woorden voor bijvoorbeeld koning, ploeg en wiel duiden op zaken die archeologisch terug te vinden zijn: koningsgraven, landbouw en wagens.

Lees verder “Anatolische talen”

De Midden-Bronstijd

Mentuhotep II, de grondlegger van het Middenrijk (Louvre, Parijs)

In de reeks over het handboek Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek moeten we het eens hebben over het tweede millennium. Er is een klimaatcrisis geweest en nu bevinden we ons in de Midden-Bronstijd, die we in Egypte associëren met het Middenrijk en in Mesopotamië met het Oud-Babylonische Rijk en het Oud-Assyrische Rijk. Het is ook de periode waarin de Indo-Europees-sprekenden Anatolië binnendringen en zich vestigen in de stad Hattusa, waaraan ze de naam Hittieten ontlenen.

Vroeg, Midden, Laat

Eerst een woord over de nomenclatuur. De populaire natuurmetafoor dat alle dingen ontstaan, groeien, bloeien en teloor gaan is klassiek-Grieks. Ze is te vinden bij onder andere Aristoteles. Antieke kunsthistorici gebruikten het beeld om de neo-klassieke stijl aan te duiden: na de klassieke periode was het vroege hellenisme een soort dood geweest. “Cessavit deinde ars,” schrijft Plinius, “de kunst hield toen op te bestaan”. Daarna bloeide ze echter weer op met die neo-klassieke kunst.

De achttiende-eeuwse Duitse kunsthistoricus Winckelmann nam het over: de kunst was ontstaan in de archaïsche tijd, bloeide in de klassieke tijd en wat daarop volgde was eigenlijk drie keer niks. De enige hoop voor zijn tijdgenoten was de navolging van de klassieke kunstenaars – en zo ontstond het achttiende-eeuwse classicisme.

Lees verder “De Midden-Bronstijd”

Missing link?! Verrek, het klopt

Vroeg-alfabetische inscriptie op een scherf uit Tel Lachis (© J. Dye, Österreichische Akademie der Wissenschaften)

Ho, stop, wacht. Dit was even niet de planning! Eigenlijk had ik vandaag een stukje willen schrijven over het handboek dat ik momenteel herlees, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek, maar nu is er ineens nieuws. En niet zomaar nieuws, nee, het is nieuws uit Israël, het land waar de laatste jaren eigenlijk nooit iets zinvols over te schrijven viel. Het was óf bluf óf hype óf bluf met hype. U weet wel, in het voorjaar is er een paashoax, elke zomer graven ze weer een paleis op van koning David, rond Tisha B’Av is er iets over de oorlog tegen de Romeinen en Chanoeka is incompleet zonder Hasmoneeën-muntschat. Maar nu ineens is er zomaar ineens een serieuze en zelfs vrije belangrijke vondst over het ontstaan van het alfabet.

Oude alfabetten

Kijk, het zit zo. Wij hebben ons alfabet van de Romeinen, die weer een Italisch alfabet hebben aangepast, dat die Italische volken op hun beurt hadden van de Grieken, die het op een zeker moment hebben overgenomen van de Feniciërs. Anders dan men wel beweert, hebben die het alfabet niet uitgevonden. Het was al ouder (kijk maar). Het museum in Damascus toont bijvoorbeeld een mooi kleitabletje uit Ugarit met daarop de tekens van een dertigletterige abjad, geschreven in de Late Bronstijd. Dat is een spijkerschriftalfabet. (Ik heb er geen foto van want ik had op de dag dat ik het museum bezocht nog niet door hoe je een suppoost zijn baksjisj betaalt.)

Lees verder “Missing link?! Verrek, het klopt”

Ziggurat

Ur, ziggurat

Het handboek waarover ik elke week een keer blog, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek, bevat een tekening van de ziggurat ofwel tempeltoren waarvan u hierboven een foto ziet. Ziggurats zijn het Mesopotamische equivalent van de Egyptische piramiden: grote kunstmatige vierkante bergen van steen. Ze zijn ook ruwweg even oud: ergens in het vroege derde millennium werd begonnen met de constructie van deze monumenten. Anders dan een piramide, die een vorstengraf is, is een ziggurat een tempel; en terwijl de bouw van de piramiden al na twee eeuwen over zijn hoogtepunt was (letterlijk) en rond 1640 v.Chr. helemaal ophield, gingen de Sumeriërs, Elamieten, Akkadiërs, Babyloniërs, Assyriërs de volken op de Iraanse hoogvlakte door met de bouw van tempeltorens tot in de Seleukidische tijd. De foto hierboven toont een hellenistisch monument.

Het woord ziggurat is afgeleid van ziqqurratu, Akkadisch voor “oprijzend gebouw”. Sommige van deze monumenten rezen inderdaad hoog. De tempeltoren die bekend staat als Etemenanki (“Huis van het fundament van de hemel op aarde”) in Babylon was 92 meter hoog. Nog groter was het heiligdom van de god Anu te Uruk, gebouwd in de derde of tweede eeuw v. Chr. De best bewaarde tempeltoren staat in Choga Zanbil in Elam, het huidige Khuzestan in Iran.

Lees verder “Ziggurat”

Egypte: dertig dynastieën en drie rijken

Horemheb, koning van Egypte, en Horus (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

Zoals ik al eens vertelde, ben ik begonnen met het herlezen van het handboek waarmee ik in mijn eerste jaar oude geschiedenis leerde, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek. Zijn de inzichten nog dezelfde? Ben ik dingen vergeten? Wat zou ik anders doen? Wat is leuk om toe te voegen?

Chronologie van Egypte

De Blois en Van der Spek vertellen dat de Egyptische auteur Manethon dertig dynastieën onderscheidde en dat er daarnaast een moderne indeling bestaat in drie rijken.

  • het Oude Rijk (c.2675-2200 v.Chr. ofwel de dynastieën Drie tot en met Zes),
  • het Middenrijk (c.2140-1720 v.Chr. ofwel de dynastieën Elf tot en met Dertien),
  • het Nieuwe Rijk (c.1540-1070 v.Chr. ofwel de dynastieën Zeventien tot en met Twintig).

Dit is een punt waar ik het anders zou hebben aangepakt. Ik zou hier hebben verteld wat beide systemen ons vertellen over het proces van wetenschappelijke kennisverwerving.

Lees verder “Egypte: dertig dynastieën en drie rijken”

Glimmende schatten uit de Bronstijd

Hé, dat is leuk. We hebben weer een Jaap ter Haar en ze heet Linda Dielemans. Ik maak die vergelijking niet alleen bij wijze van compliment, maar ook omdat Dielemans dezelfde aanpak heeft als de auteur van de Geschiedenis van de Lage Landen. In haar boek Brons. Over glimmende schatten in mistige moerassen wisselt ze beschrijvende informatie over het verleden af met verhalen, en er zijn goede illustraties die het betoog ook werkelijk ondersteunen (van Zilveren-Penseel-winnares Sanne te Loo). Nog een overeenkomst: beide auteurs doen niet kinderachtig maar nemen kinderen serieus. Er zijn meer goede boeken voor kinderen, maar Dielemans springt er echt uit.

Brons, handel en verhalen

Brons gaat over – u vermoedde het al – brons, over de Bronstijd en over deposities. Die woorden behoren niet tot het basisvocabulaire van een tienjarige, maar Dielemans gaat ze niet uit de weg. Kinderen leren de hele dag door, dus deze ongebruikelijke woorden kunnen er ook wel bij. En zo neemt Dielemans haar lezers mee door de Steentijd, naar de ontdekking van het koper en het gerichte experimenteren van de eerste smeden. Die combineerden het koper eerst met arseen (giftig) en ontdekten later de alliage van koper en tin: brons!

Lees verder “Glimmende schatten uit de Bronstijd”

Het Spainkbos in Apeldoorn

De grote grafheuvel in het Spainkbos in Apeldoorn

Het Spainkbos in Apeldoorn is een piepklein parkje in de richting van de Loolaan, een van de mooie boulevards van de Veluwestad. Tot nog niet zo heel lang geleden was dit parkje het paradijs voor mountainbikers. Ze konden er lekker crossen over het licht geaccidenteerde terrein. Daaraan kwam in 2006 echter een einde toen archeologen vaststelden dat de hellinkjes in feite vier oeroude graven waren.

Zoals u op de bovenstaande foto ziet, zijn er sindsdien lage houten hekjes omheen gezet. Nodig was het eigenlijk niet. Toen de fietsers hoorden op welke grond ze reden, waren ze zelf al op zoek gegaan naar een andere plek. De jeugd van tegenwoordig heeft gewoon verantwoordelijkheidsgevoel.

Lees verder “Het Spainkbos in Apeldoorn”

Sakkara

Pabes en Taweretemheb, beschermd door de godin Hathor (beeld uit Sakkara)

Egypte bestaat uit ruwweg twee delen: Boven-Egypte ofwel het Nijldal en Beneden-Egypte ofwel de Delta. Ergens rond 3100 v.Chr. raakten deze gebieden verenigd en vanaf dan spreken we van de Eerste Dynastie of Vroegdynastieke tijd. Of we die vereniging mogen typeren als staatsvormingsproces is een kwestie van definitie. Het heeft er in elk geval mee gemeen dat het tijdperk structurerend was voor de verdere geschiedenis van Egypte. Allerlei zaken ontstonden die sindsdien in de Egyptische cultuur aanwezig zijn gebleven en terug zijn blijven komen.

Zo werd Memfis een soort stedelijk centrum: een gebied met heiligdommen, paleizen, havens en woonhuizen dat zich uitstrekte over een lengte van zo’n dertig of veertig kilometer. Ook toen eeuwen later andere heiligdommen, zoals Thebe of Sais, voorname bestuurscentra waren geworden, bleef Memfis belangrijk.

Lees verder “Sakkara”