Misverstand: Het alfabet

Inscriptie van de Fenicische koning Bodastart van Sidon (Nationaal Museum, Beiroet)

Misverstand: Het alfabet is uitgevonden door de Feniciërs

In Egypte en de oeroude steden in het zuiden van het huidige Irak ontstond het schrift, dat zich al snel verspreidde over de rest van de oude wereld. De hiërogliefen en het spijkerschrift waren echter ingewikkelde systemen, die alleen een kleine elite begreep. Pas met het alfabet werd het mogelijk dat een substantieel deel van de bevolking kon lezen en schrijven – overigens nog altijd niet meer dan zo’n tien procent.

De uitvinding wordt meestal toegeschreven aan de Feniciërs, die in het late tweede en vroege eerste millennium leefden in de havensteden van Libanon en Syrië. Toen het Institut du Monde Arabe in 2007/2008 een expositie wijdde aan dit oude volk, hing Parijs vol posters met de vraag Quel visage avait la civilisation qui nous a donné l’alphabet? (“Welk gezicht had de beschaving die ons het alfabet gaf?”)

Lees verder “Misverstand: Het alfabet”

Prehistorisch Roemenië

Olltenita, godin die een pot draagt (Gurnelniţa-cultuur, 4600-3900 v.Chr.)

Le Grand Curtius – dit voor de Nederlandse lezers van deze blog – is het historische museum van de Waalse stad Luik. Afgelopen zomer ben ik er een kijkje wezen nemen en hoewel de archeologische collectie me, om de waarheid te zeggen, ietwat tegenviel, wist ik wel dat dit een plek was om nog eens terug te komen. Men probeert het publiek echt iets mee te geven, zoals wel blijkt uit de seriatie van bijlen waarover ik ooit eens heb geblogd. Gisteren was ik er opnieuw, voor de expositie “Racines, les civilisations du Bas-Danube”. Anders dan de titel suggereert, gaat het alleen om prehistorische voorwerpen uit Roemenië en niet uit Bulgarije, hoewel ook dat land toch aan de Beneden-Donau ligt.

De tentoonstelling bestaat uit twee delen. Op de bovenste verdieping liggen de vondsten uit het Neolithicum waarover ik het vandaag wil hebben, daaronder de vondsten uit de Brons- en IJzertijd. (Elke archeoloog zal glimlachen: het is namelijk niet zo gebruikelijk als voorwerpen uit de Bronstijd liggen onder die uit het Neolithicum.) Het betekent dat de afdeling boven wat ruimer van opzet is en de afdeling beneden wat krapper, maar de verdeling is logisch, aangezien de Vroege Bronstijd in Roemenië opvallend slecht is gedocumenteerd.

Lees verder “Prehistorisch Roemenië”

Cyprus in de Bronstijd

Cypriotische bronsbaar (Neues Museum, Berlijn)

Tegen het einde van het vierde millennium v.Chr. begonnen de bewoners van Cyprus met de exploitatie van de koperafzettingen in het Troodos-gebergte. Verschillende mijnen uit deze tijd zijn geïdentificeerd en de naam van het eiland, Cyprus dus, is zelfs afgeleid van het metaal dat vanaf nu zo belangrijk was voor de economie. Het lijkt erop dat Cyprus in deze tijd heel nauwe culturele contacten heeft gehad met het zuiden van Anatolië, dus zeg maar Cilicië. Vrijwel zeker gaat het om migratie. Het is maar tachtig kilometer van het vasteland naar Cyprus.

De foto hierboven toont een Cypriotische bronsbaar die ik ooit fotografeerde in het Neues Museum in Berlijn. Op de expositie in het Rijksmuseum van Oudheden die de aanleiding is om deze reeks stukjes te schrijven, hangen er een paar aan een muur. Ik verklap geen groot geheim als ik u zeg dat ze niet echt zijn. De rest van de voorwerpen zijn overigens wel echt. Ik meen dat het Cyprus Museum meer dan 300 voorwerpen aan de collega’s in Leiden heeft uitgeleend en dat is echt veel.

Lees verder “Cyprus in de Bronstijd”

Seriatie

Seriatie van Bronstijd-bijlen (Grand Curtius Museum, Luik)

Onder de Place Saint-Lambert in Luik is het Archéoforum, waar de resten van een Romeinse villa zijn te zien en voorwerpen vanaf de Late Steentijd tot op heden. Even verderop is het historisch museum Grand Curtius, dat een mooie archeologische collectie heeft uit oostelijk Wallonië, uitgebreid met voorwerpen uit andere delen van Europa. Beide instellingen zijn modern en mooi, en als u toch in Luik bent moet u er zeker heen, maar ik beken dat je wel veel van de Oudheid moet houden om er speciaal voor naar Luik te gaan. Tongeren is in dit opzicht aantrekkelijker. Waar ik in het Grand Curtius echter heel blij van werd, was dat er uitleg was van een seriatie.

Archeologen graven dingen op en de oudere voorwerpen liggen doorgaans onder de jongere. Als je maar genoeg materiaal hebt, kun je een ontwikkeling vaststellen. Op de foto hierboven loopt die van links naar rechts en op de foto’s die ik hieronder zal tonen, is – eigenlijk heel ergerlijk – het oudste boven en het jongste onder. Eerst de bijl die op de foto boven links is te zien: een vuurstenen bijl uit het Late Neolithicum. Dit voorwerp, een Flint Rechteckbeil, is afkomstig uit Denemarken.

Lees verder “Seriatie”

“Woestijnkunst” (bij gebrek aan betere naam)

Een herder met een struisvogel, een haan en een schaap (Wadi Imla)
Een herder met een struisvogel, een haan en een schaap (Wadi Imla)

Als het gaat om antiek materiaal, heb je vandalen en vandalen. Je hebt er die ruïnes plunderen om de vondsten te gelde te maken en je hebt er die verlost willen zijn van erfgoed dat hun niet bevalt. De eerste categorie zal het zichzelf niet al te moeilijk maken en richt zich op plekken waarvandaan de oudheden snel kunnen worden afgevoerd; de tweede groep ziet er geen been in naar moeilijk bereikbare plaatsen te gaan om de boel kort en klein te slaan. Het berichtje, alweer een jaar of wat geleden, dat in Libië mensen diep de woestijn in waren getrokken om daar prehistorische kunst kapot te gaan maken, behoort tot die tweede categorie. Het is pure haat.

Wilde fauna

Terwijl het juist zo boeiend is dat de Sahara ooit een savanne is geweest waar mensen de rotswanden versierden met reliëfs en schilderingen. Er is in het zuiden van Libië van alles te zien: jagers, dansers, krijgers en zelfs zwemmers. Oké, de beroemde “Cave of the Swimmers” is in Egypte maar u snapt mijn punt.

Het is des te fascinerender als we zien hoe oud de woestijnkunst is. Dit is geen primitieve imitatie van Griekse of Romeinse kunst, zoals kunsthistorici aanvankelijk dachten, maar is eeuwen ouder. Dat werd alleen pas duidelijk toen het prehistorische klimaat een beetje werd begrepen, toen was gebleken dat dit gebied ooit een savanne, ja zelfs bos was geweest en toen kon worden beredeneerd welke dieren op welk moment over de savanne zwierven.

Lees verder ““Woestijnkunst” (bij gebrek aan betere naam)”

Kwakgeschiedenis: Karahunj

De centrale cirkel rond de lage grafheuvel van vlakke stenen

Het megalithische complex van Karahunj of Zorats Karer in Armenië, waar ik vorige week ging kijken, is een van de indrukwekkendste plekken die ik ooit heb gezien. Toch is het helemaal niet groot. Het gaat om weinig meer dan een lage grafheuvel van vlakke grauwe stenen, omgeven door een cirkel van veertig menhirs, elk zo’n twee meter hoog, waarvandaan twee linten van rechtopstaande stenen zich uitstrekken naar het noorden en zuiden. In het uiterste noorden en zuiden staan nog wat aanvullende menhirs. In totaal zijn er 222 of 223 stenen brokken basalt.

In vierentachtig daarvan zijn gaten geboord, waardoor soms een fluitend geluid schijnt te klinken. Ik heb het niet zelf gehoord maar het geldt als verklaring voor de naam Karahunj (“de sprekende stenen”). De fluitende stenen zullen indrukwekkend zijn, want ze staan in een verder overdonderend leeg, desolaat landschap, vlakbij een ravijn.

Hoe oud zou het complex zijn? Hier ontspoort de zaak en begint het vermaak.

Lees verder “Kwakgeschiedenis: Karahunj”

Wadi Awis

Rotsschildering uit de Wadi Awis

Tien jaar geleden reisde ik door de Wadi Awis, ruwweg ten oosten van Ghat in Libië. Ik zal het landschap niet snel vergeten. Uitgeblakerde zwarte rotsen en een woestijn zoals je je een woestijn voorstelt: zand, zand en nog eens zand. Een erg, in geomorfologenjargon. Het is echter, zoals ik al aangaf in mijn eerdere stukje over de Wadi Mathendous, niet altijd zo geweest. Er zijn rotsreliëfs en -schilderingen gevonden die bewijzen dat dit ooit een savanne is geweest.

De reliëfs zijn inmiddels door islamistische vandalen vernietigd en dat biedt weinig hoop voor de schilderingen, die weliswaar zijn aangebracht in abri’s, d.w.z. bewoonbare overhangende rotswanden, maar die desondanks erg kwetsbaar zijn. Het zou wel erg triest zijn als de foto’s die wetenschappers en toeristen ooit maakten, het enige zijn dat resteert van de duizenden jaren oude kunst. Maar ook al zijn de rotsschilderingen er vermoedelijk niet meer, er zijn nog nieuwe dingen over te vertellen.

Lees verder “Wadi Awis”

Byblos in de Bronstijd

Het torentempeltje bij de Grote Residentie van Byblos, met ankerstenen onder de hoek links vooraan

Ik beschreef gisteren hoe Byblos was ontstaan: rond 3000 v.Chr. was het al een internationaal handelscentrum van betekenis, dat contacten had met Anatolië, Soedan en Baktrië. Dat veranderde in de Bronstijd niet. De stad exporteerde cederhout, gekapt op de westelijke hellingen van het Libanongebergte. Naar Byblos geïmporteerde producten als olijfolie en wol werden verder verhandeld aan het Egypte van de dynastieën 34 en 5, (ca. 2675-2350 v.Chr.). Daarvandaan kwamen papyrus, graanproducten, touw, peulvruchten en vlas, zaken die de Bybliërs weer vanaf de Levantijnse Zee exporteerden naar Anatolië en Mesopotamië.

Naast de handel kende Byblos ook visserij, akkerbouw en veeteelt. De enorme welvaart van de stad blijkt wel uit de “Grote Residentie”, die ruim 900 vierkante meter groot was. Daarnaast stond een tempeltje dat was versierd met ankerstenen. Je kunt je voorstellen hoe een dankbare schipper zijn anker als bedankje heeft achtergelaten in het heiligdom van het Bronstijdequivalent van Sint-Nikolaas, de beschermer van de zeevarenden. Het viel me afgelopen december pas voor het eerst op: bij eerdere gelegenheden moeten de ankers overwoekerd zijn geweest door gras. Grappig genoeg zag ik dezelfde decoratie deze lente ook in het aanzienlijke jongere Kition op Cyprus.

Lees verder “Byblos in de Bronstijd”

Het oude Egypte van John Romer

Koning Senusret III van Egypte (“Sesostris”;Metropolitan Museum of Art)

Het verhaal is overbekend: toen Napoleon naar Egypte trok, reisden geleerden mee, die daar de steen van Rosetta vonden. Hiermee kon Champollion de hiërogliefen ontcijferen en de grondslagen leggen van de egyptologie. Zoals het gaat met dit soort heldenverhalen is het kort door de bocht maar in de kern juist: de egyptologie is als wetenschap ontstaan in de negentiende eeuw.

En dat maakt uit. Oudheidkundigen beschikken namelijk vrijwel altijd over te weinig informatie. Dataschaarste is hét methodologische probleem dat de oudheidkundige disciplines verbindt en onderscheidt van de meeste andere wetenschappen. Door dit informatietekort is het onvermijdelijk dat bij de reconstructie van de antieke culturen de aannames van de onderzoeker een rol spelen, zodat de hoofdlijnen die de eerste egyptologen in hun vakgebied ontwaarden, hun negentiende-eeuwse wereld weerspiegelden. En aangezien latere oudheidkundigen voortbouwden op het werk van hun voorgangers, spelen die ideeën nog altijd een rol.

Lees verder “Het oude Egypte van John Romer”

Een puzzel opgelost (4)

Kültepe (K): Paleis van W
Kültepe (Kaneš): Paleis van Waršama. De foto is gemaakt door een reisgenoot van me, maar ik weet niet meer wie. Op mijn eigen foto’s staat alleen maar gras.

In de voorgaande stukjes heb ik uitgelegd dat chronologie een wat vergeten maar fundamenteel deelgebied vormt van de geschiedvorsing, dat voor Mesopotamië een solide chronologie van koningsjaren kan worden opgesteld die reikt tot 1420 v.Chr. en dat er ook een “zwevend blok” van ruim vijf eeuwen is waarvan we niet precies weten hoe groot het gat is tot het meer solide deel van de chronologie. Dit zwevende blok kan op slechts vijf manieren worden gedateerd: het laatste jaar kan 1499 zijn (en dan is het gat met het solide deel nog geen tachtig jaar), maar het kan ook 1651 zijn (en dan liggen het zwevende en vaste deel van de Mesopotamische chronologie ruim twee eeuwen van elkaar af). Voor uw gemak is hier nog eens deze PDF die Kees Huyser, wetenschapsvoorlichter bij het Nikhef, voor dit stuk maakte.

Kaneš

Het begin van de oplossing kwam uit de omgeving van Kayseri in Turkije. Daar ligt Kültepe, de antieke stad Kaneš, waar de Assyriërs een handelspost hadden. Zij dateerden hun uitgebreide correspondentie aan de hand van de in het tweede stukje al genoemde limmu’s. Dit deel van de lijst, die al langer bekend was, is in de laatste jaren uitgegroeid tot 255 jaarnamen (publicatie) en hier bleek de oplossing te zitten. Uiteindelijk is de gestage, weinig opzienbarende accumulatie van data het beste middel om de wetenschap verder te brengen.

Lees verder “Een puzzel opgelost (4)”