De Slavische volken (4) Oorzaken

Onscherpe foto van een Slavische mantelspeld (Militair Museum, Belgrado)

[Dit is het vierde van zes blogjes over de herkomst van de Slavischsprekende volken. Het eerste was hier.]

Een oorzaak?

Als ik de vorige drie blogjes mag samenvatten:

  • rond 550 woonden de Slavischsprekenden van de Elbe in het noordwesten tot over de Dnjepr in het zuidoosten,
  • met de Avaarse migratie trok de groep die aan de Zwarte Zee woonde, langs de Donau naar het westen

Lees verder “De Slavische volken (4) Oorzaken”

Deel dit:

De Slavische volken (3) Archeologie

Archeologische culturen rond 600 na Chr. (met dank aan Kees Huijser)

[Dit is het derde van zes blogjes over de herkomst van de Slavischsprekende volken. Het eerste was hier.]

In het eerste van deze vier blogjes gaf ik aan dat het Proto-Slavisch tegen het einde van het tweede millennium v.Chr. gesproken lijkt te zijn geweest rond de Pripjatmoerassen, en in het vorige blogje sprong ik naar de zesde eeuw na Chr., toen Byzantijnse auteurs Slavischsprekende groepen aanwezen in een regio die zich vanaf de Weichsel naar het zuidoosten uitstrekte tot aan de Dnjepr. Over de tussenliggende periode weten we feitelijk niets, want ook al heb ik het in dit blogje over de archeologie: archeologen graven geen taal op. Ze kunnen wel beargumenteerd speculeren.

Ik vind het echter ingewikkelde materie, uiteraard ook omdat een archeologische cultuur hoogst zelden precies met één taalgroep correspondeert. Ik noemde in het eerste blogje het verschijnsel van de superfederatie: een groep stammen met uiteenlopende achtergronden, die tijdelijk samenclustert onder een charismatische leider, en na diens overlijden weer uit elkaar valt. In zo’n superfederatie nemen mensen van alles over van iedereen, zodat eventueel bestaande correspondenties tussen taal en archeologie wegvallen. Maar speculeren staat vrij en ik denk dat ik het – voor zover ik er überhaupt iets van begrijp – het beste kan uitleggen als we in de tijd van Jordanes beginnen.

Lees verder “De Slavische volken (3) Archeologie”

Deel dit:

De Slavische volken (2) Jordanes

De Slavische volken volgens Jordanes (met dank aan Kees Huijser)

[Dit is het tweede van zes blogjes over de herkomst van de Slavischsprekende volken. Het eerste was hier.]

In mijn vorige blogje verzuchtte ik: over de vroegste Germanen hebben we tenminste Latijnse teksten, hadden we die maar voor de vroegste geschiedenis van het gebied waar het Proto-Slavisch moet zijn gesproken! De eerste echte beschrijvingen van de Slavische volken dateren van het midden van de zesde eeuw na Chr., als Slavischsprekende stammen zich aandienen aan de grenzen van het Byzantijnse Rijk. Dan lezen we over Sklabenoi (Latijn Sclaveni), Antes en “Veneti”. Die laatste groep stond nog lange tijd bekend als de Wenden.

Veneti

En misschien, misschien, is er een voorgeschiedenis. De Romeinse auteurs Plinius de Oudere en Publius Cornelius Tacitus kennen namelijk ook Veneti, die ergens in het oosten woonden, voorbij de Weichsel, dus zeg maar richting Polen. Tacitus schrijft expliciet dat hij niet weet of hij deze Veneti wel moet rekenen tot de Germanen, hoewel ze in hun gewoontes en leefwijze lijken op hun westerburen.noot Tacitus, Germania 46. Voor een Romein wilde dat zeggen: het waren heel primitieve boeren, een punt dat belangrijk is voor een volgend blogje. Ze waren echter “anders” dan de Germanen en dat andere zou weleens de taal kunnen zijn geweest.

Lees verder “De Slavische volken (2) Jordanes”

Deel dit:

De Slavische volken (1) Inleiding

Een ram uit Jordanów in zuidelijk Polen, de regio waar rond 2000 v.Chr. het allervroegste Proto-Slavisch werd gesproken (Archeologisch museum, Wroclaw)

Waar komen de sprekers van de Slavische talen, zoals Russisch en Pools en Bulgaars, vandaan? Als u dacht dat de vraag naar de herkomst van de Germaanssprekenden lastig te beantwoorden was, met bronnen vol tegenstrijdige aanwijzingen, dan zijn de Slavischsprekenden een nachtmerrie, want bij deze vraag zijn er zelfs geen geschreven bronnen. Het enige dat we weten, is dat ze een Indo-Europese taal spraken, dat ze in de Oudheid ergens verbleven in oostelijk Europa, dat Byzantijnse auteurs in de zesde eeuw volksverhuizingen vermeldden en dat er in de Middeleeuwen koninkrijken ontstonden waarin Slavische talen werden gesproken en geschreven. Dat laat veel aan duidelijkheid te wensen over, maar laat onverlet dat er hypothesen mogelijk zijn en dat we kunnen aangeven welke waarschijnlijker zijn en welke minder waarschijnlijk.

Soorten samenleving

Maar eerst even dit: voordat er Slavische koninkrijken waren, leefden de Slavischsprekenden – wie dat ook waren – in stamverbanden, superfederaties en vroege staten. Dit zijn problematische categorieën, maar aangezien dit een blog is en niet de Jagiellonische Universiteit in Krakau, beperk ik me tot losse definities.

Lees verder “De Slavische volken (1) Inleiding”

Deel dit:

Wat heet mooi? Architectuur

Skara Brae, Orkney

Een tijdje geleden vroeg ik u te noemen wat u mooi vond uit de Oudheid en omdat de respons me overweldigde, heb ik tot nu toe alleen nog maar over mooie teksten geschreven. Vandaag neem ik u mee langs voorbeelden van architectuur waarop de lezers van deze blog elkaar attenderen. Er zitten verrassende keuzes bij.

Prehistorie

Eén zo’n verrassing was dat vier monumenten uit de Atlantische Prehistorie werden genoemd. Om te beginnen de megalieten van Carnac, weliswaar “strikt genomen geen Oudheid” maar wel zo’n plek waar iemands liefde voor de oude wereld kan ontluiken. Even oud als het spijkerschrift en onze hunebedden zijn de megalieten van Callanish op de Hebriden en de grafheuvel van Newgrange. Skara Brae op de Orkney-eilanden is wat jonger en werd tweemaal genoemd. Dit kleine dorp is opgegraven door niemand minder dan Gordon Childe.

Lees verder “Wat heet mooi? Architectuur”

Deel dit:

Veleda

Veleda (Walhalla, Regensburg)

Vandaag blogje numero 7500, en ik wijd het aan een van de grote vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis: Veleda. De enige keer dat ik iets zag dat in de verte leek op een standbeeld, was een reliëf in Regensburg, in het Walhalla. Maar misschien moeten we daar eens verandering in gaan brengen.

Om te beginnen: Veleda was (althans volgens de Romeinse auteur Publius Cornelius Tacitus) een van de belangrijkste personages uit de Bataafse Opstand, namelijk de profetes die de diverse Germaanse groepen het vertrouwen gaf voor de strijd tegen Rome. Zelf behoorde ze tot de Bructeren, die leefden van de Achterhoek tot aan de Lippe in Duitsland.

Lees verder “Veleda”

Deel dit:

Poëzie: De Jordaan

Bron van de Jordaan

De Jordaan

Jozua trok hier over de rivier
In het water van het jonge land
Waste hij zijn vechtershand
De zonden van zijn volk zijn hem vergeven

“En jullie, zien jullie de twaalf stenen niet?
Jullie zijn de getuigen van het woedende bevel”

Jezus kwam aan bij de Jordaan
In het water van zijn jongenshoop
Heeft Johannes hem gedoopt
De zonden van zijn ouders zijn hem vergeven

“En jullie, wie denken jullie dat ik ben?
Jullie zijn de getuigen van het bloedende herstel”

In het nieuwe jaar was ik ook daar
In het water van de Leliegracht
Dronk ik sterren uit de eerste nacht
De zonden van mijn vrouw zijn mij niet vergeven

“En jullie, zien jullie de rode bordelen niet, waar ze zich heeft volgevreten aan halva, dadels en andere zoetigheden?
Jullie zijn de getuigen van de hoerende hel”

[Een korte gastbijdrage van de huisdichter van deze blog, Hans Koonings. Dank je wel Hans!]

Deel dit:

Diodoros’ tweede helft

Kleio, de muze van de geschiedwetenschap (Prado, Madrid)

Ik heb eerder geblogd over Diodoros van Sicilië, een Grieks-Romeinse geschiedschrijver rond het midden van de eerste eeuw v.Chr. Hij had zo’n beetje alle geschiedenisboeken gelezen waarop hij de hand kon leggen en vatte die in eigen woorden samen tot een veertig boekrollen tellende Bibliotheek van de Wereldgeschiedenis. Enkele delen zijn over, andere kennen we alleen fragmentarisch. Door een gelukkig toeval zijn onlangs twee Nederlandse vertalingen verschenen: Gerard Janssen publiceerde in 2024 de boeken 1, 2, 3 en de boeken en 4, 5 met de fragmenten van 6-10. Dit betreft vooral de heel vroege geschiedenis. John Nagelkerken voegde daar een selectie uit de boeken 11-13 aan toe (de geschiedenis van Griekenland in de vijfde eeuw) plus opnieuw boek 1.

De doublure suggereert dat de twee uitgeverijen hun werkzaamheden niet hebben gecoördineerd, maar laten we hopen dat ze dat wel doen voor de boeiende boeken 14-20, waar voldoende in staat dat de moeite waard is, met name Griekenland in de vierde eeuw tot het einde van de oorlogen tussen de opvolgers van Alexander de Grote. De daarop volgende, fragmentarisch overgeleverde boeken 21-40 beslaan de periode tussen 300 en 62 v.Chr.: de hellenistische staten, de Siciliaanse veldtocht van Pyrrhos van Epirus, de Eerste Punische Oorlog, en verder tal van details over de expansie van Rome waarover we geen andere bronnen hebben. Dit zijn onderwerpen die doorgaans onderbelicht blijven en waarop Diodoros enig licht werpt.

Lees verder “Diodoros’ tweede helft”

Deel dit:

Piet Hein

Piet Hein (Delfshaven)

Piet Hein

Die d’aard van Neêrlands volk in eens wil door zien steken,
En weten, wat bij elk het hoogst in achting staat,
Noem’ mij op markt, op beurs, bij kinders op de straat,
Hij zal ze van mijn buit, de Zilvervloot, doen spreken.

Maar wat ik meer bedreef, mijn’ wezendlijken lof!
“O!” zegt heel Amsterdam, “daar wete wij niet of,
Daar het de wisselbank gien oortje van gestreken.”

[De slag in de Baai van Matanzas vond plaats op 7/8 september 1628.]

Deel dit:

Zes vragen aan Renske Janssen

Renske Janssen

De vaste lezers van deze blog kennen de rubriek waarin dit de alweer zesde aflevering is: we laten oudheidkundigen aan het woord over hun onderzoek en hun visie op het wetenschappelijk proces. Vandaag is het woord aan rechtshistorica Renske Janssen, die eerder een bekroond proefschrift schreef over de juridische kant van de vervolging van joden, waarzeggers en christenen, Marginalized Religion and the Law in the Roman Empire. Ze is tevens de initiatiefnemer van de vlogserie Wegen naar Rome.

Wat bestudeert u?
Ik werk aan recht en bestuur in het Romeinse Rijk, met name de periode tussen ca. 100 v.Chr. en 250 na Chr. Ik ben vooral geïnteresseerd in hoe het recht in de dagelijkse praktijk werkte en hoe mensen die geen juridische experts waren daarover nadachten. Aan welke criteria moest een goede wet volgens hen voldoen, wiens belangen moest het recht beschermen en in welke mate bestond er voor hen een verband tussen recht en rechtvaardigheid? De situatie in de Romeinse provincies is hierbij bijzonder interessant. Als Rome de macht over een bepaald gebied overnam, betekende dat niet dat lokaal recht en bestuur ook meteen werd vervangen – sterker nog, dat zou waarschijnlijk erg onpraktisch zijn geweest. Dat betekent dus dat we niet alleen over de keizer en de gouverneur moeten nadenken als we willen weten hoe de Romeinse wereld functioneerde, maar ook over de rol van de lokale bevolking.

Lees verder “Zes vragen aan Renske Janssen”

Deel dit: