Gekooide vogel

Een gekooide vogel en een vrije patrijs (Folklore-museum, Amman)

Het bovenstaande mozaïek met een gekooide en een vrije vogel fotografeerde ik in het Folklore-museum in Amman maar het is afkomstig uit Jerash, het antieke Gerasa, een enorme ruïnestad in het noordwesten van Jordanië. Meer specifiek: ze komen uit de zesde-eeuwse kerk van de heiligen Elias, Maria en Soreg. De afbeelding is niet heel ingewikkeld: twee patrijzen, waarvan één in een kooitje.

Ik heb ze wel vaker gezien, meestal in het oostelijk Middellandse Zee-gebied, maar ook in Italië. Ik begrijp echter dat het motief is ontleend aan de klassieke wereld: stoïcijnse filosofen als Seneca en neoplatonisten als Porfyrios vergeleken de menselijke ziel met een vogel in een kooi. Het verlangen van de vogel om weer langs de hemel te kunnen vliegen is hierbij te vergelijken met het verlangen van de ziel om weer vrij te zijn en naar zijn hemelse oorsprong terug te keren.

Lees verder “Gekooide vogel”

De wierookroute (2)

Ergens langs de Wierookroute ontmoeten deze vrouw en deze man elkaar bij een bron (Istanbul, Archeologische Musea)

Van Shabwa naar Gaza

arabia_mapNa de formaliteiten in Shabwa reisden de handelaren verder. De routes lagen vast en volgens Plinius gold het als misdrijf een andere weg te nemen. De karavanen trokken eerst naar Timna en Marib, de hoofdsteden van Qataban en Saba. Daar wendden ze zich naar het noordwesten, naar de vruchtbare oase van Najran, waar de kooplieden de stedelijke wereld van Jemen verlieten en begonnen aan de tocht door het Arabische nomadengebied.

Lees verder “De wierookroute (2)”

De wreedheid van Assyrië

Soldaten uit Assyrië branden een Arabisch dorp plat

Weer eens een stukje over Assyrië vandaag, over een niet zo heel erg bekend museumvoorwerp dat gek genoeg door honderden mensen per dag wordt gezien: het bovenstaande reliëf, dat afkomstig is uit het paleis van de Assyrische koning Aššurbanipal (r.668-627) in Nineveh. De reliëfs met zijn leeuwenjacht in het British Museum (zie plaatje) zijn veel beroemder dan de strijd tegen de Arabieren hierboven, dat is te zien in de Vaticaanse Musea in Rome. Dagelijks sloffen daar honderden bezoekers langs, maar ze zien het niet meer omdat ze volstrekt murw zijn gebeukt door een menigte van andere, even murw gebeukte toeristen.

Zoals te doen gebruikelijk weten we ook over Aššurbanipals oorlog tegen de Arabieren minder dan we zouden willen. Het woord “Arabieren” werd in de Oudheid gebruikt voor vrijwel alle nomaden die vanaf het Arabische Schiereiland naar het noorden kwamen. In dit geval lijkt het echter te gaan om een groep in het gebied dat wij Jordanië noemen, verwant met de Nabateeërs, met wie ze soms in één adem worden genoemd. Aššurbanipal was trots toen hij deze Arabieren had onderworpen en vertelde hoe hij de Arabische koning Ya’uta’ had vernederd:

Lees verder “De wreedheid van Assyrië”

Koffie met Lucas Petit

Tell Damiyah (foto Rijksmuseum van Oudheden)

Wetenschap is geen verzameling correcte informatie maar een methode om die correcte informatie op te sporen. Eigenlijk is zelfs die bescheiden formulering nog te positief, want dikwijls gaat het meer om het uitsluiten van wat verkeerd is dan het vinden van wat juist is. Over dit tastend zoeken sprak ik onlangs in de tuin van het Rijksmuseum van Oudheden met de conservator van de afdeling Nabije Oosten, Lucas Petit, die momenteel onder andere bezig is met de voorbereiding van de langverwachte expositie  over Nineveh, de hoofdstad van het oude Assyrische Rijk. Als archeoloog is hij actief in Tell Damiyah in Jordanië.

Nineveh

Eerst maar even die expositie. Hoe toon je een oude beschaving aan een groot publiek dat er eigenlijk maar heel weinig van afweet? Op schoonheid kun je het niet laten aankomen: de Assyrische kunst had een esthetiek die niet aansluit bij de klassieke idealen die in West-Europa al sinds de Renaissance zó nadrukkelijk aanwezig zijn dat we ze min of meer hebben geïnternaliseerd. En romantiek lukt ook al niet: waar het museum mensen naar een expositie over Petra kon lokken met een gelikt campagnebeeld, lukt dat voor Assyrië niet.

Lees verder “Koffie met Lucas Petit”

De loden codex

De loden codex (foto Elkington)
De loden codex (foto David Elkington)

Het is heel simpel met oudheidkundige vondsten. Komen ze uit een gecontroleerde opgraving of hebben ze een gedocumenteerde verzamelgeschiedenis, dan kunnen onderzoekers iets doen met zulke voorwerpen; komen ze echter niet uit een gecontroleerde opgraving en hebben ze ook al geen gedocumenteerde verzamelgeschiedenis, dan zijn ze onbruikbaar. Ze kunnen immers vals zijn. Extra wantrouwen is gerechtvaardigd als de interpretatie van het voorwerp nationalisten of religieuze fundamentalisten goed of juist slecht uitkomt. Moeilijker is het niet.

Een recent voorbeeld: een papyrus, stammend uit de achtste eeuw v.Chr., die Jeruzalem noemt. De Israëlische premier Netanyahu was er als de kippen bij om de tekst te gebruiken als bewijs dat Jeruzalem al eeuwen Joods was. De tekst was ook te gebruiken om aanspraken te rechtvaardigen op de westelijke Jordaanoever. Kortom: verdacht.

Lees verder “De loden codex”

Saladin in meervoud

De hoorns van Hattin, waar Saladin de Kruisvaarders versloeg

In juli 1187 versloeg de Koerdische leider Saladin, sultan van Egypte en Syrië, het leger van het Kruisvaarderskoninkrijk Jeruzalem. Kort na de Slag bij Hattin nam hij ook Jeruzalem in en nog een handvol andere steden. Hij wist echter de havens van het Heilig Land niet blijvend te veroveren, zodat een christelijk tegenoffensief mogelijk werd: de Derde Kruistocht, waaraan onder andere Richard Leeuwenhart deelnam. Die slaagde er weliswaar nog niet in Jeruzalem te heroveren maar wist de christelijke posities voldoende te versterken om de Kruisvaarders in staat te stellen de klus in 1229 alsnog af te maken.

In de islamitisch wereld kreeg Saladin een slechte naam. De soennieten beschouwden Hattin als een overwinning waarvan de winst uiteindelijk werd verspeeld, de sjiitische moslims herinnerden zich vooral dat Saladin de sjiitische Fatimidendynastie had beëindigd. In het westen was Saladins reputatie vanzelfsprekend ook niet al te best. In de Carmina Burana worden de gebeurtenissen beschreven in apocalyptische termen, met Saladin als aanvoerder van ruim twee dozijn met naam en toenaam vermelde vreemde volken.

Lees verder “Saladin in meervoud”

Bijbelse archeologie

Een oudheidkundige beschikt over twee soorten bewijsmateriaal: oude teksten en archeologische vondsten. (Daarnaast moet elke reconstructie worden getoetst, waarbij de sociale wetenschappen een rol spelen. Maar dat terzijde.) Door de variatie aan data zijn tegenspraken schering en inslag: Julius Caesar schrijft bijvoorbeeld dat hij de Belgen onderwierp, maar tot voor kort was daarvoor geen enkel archeologisch bewijs.

U merkt: asymmetrisch bewijs is simpel uit te leggen. Dat geldt ook voor de oude geschiedenis van Israël. Het is voor oudheidkundigen business as usual als de Bijbel iets anders beweert dan de archeologie. Desondanks kiezen – ik blogde er gisteren over – journalisten steeds het frame “de Bijbel zegt dit maar de archeologie spreekt dat tegen”. Alsof we nog leven in de negentiende eeuw, toen die vraag een zekere actualiteit bezat, en alsof asymmetrisch bewijs moeilijk zou zijn.

Lees verder “Bijbelse archeologie”

Jordanië (2)

[Ik schreef gisteren over het ontstaan van het Hashemitische koninkrijk in Jordanië: Abdullah greep er de macht in de jaren na de Eerste Wereldoorlog en verwierf na de Tweede Wereldoorlog de koningstitel, de westelijke Jordaanoever en Jeruzalem.]

Abdullah maakte serieus werk van de integratie van de westelijke Jordaanoever in zijn koninkrijk en was elke vrijdag in Jeruzalem voor het middaggebed. De voorspelbaarheid van zijn aanwezigheid werd zijn dood: hij werd in 1950 opgewacht en vermoord. Het illustreert de groeiende stabiliteit van de door hem gecreëerde staat dat hij zonder problemen werd opgevolgd door zijn zoon Talal en dat deze, toen hij geestesziek bleek te zijn, al even probleemloos werd vervangen door de jonge koning Hussein.

Lees verder “Jordanië (2)”

Jordanië (1)

Over Jordanië – dat destijds nog Transjordanië heette – heeft Winston Churchill eens opgemerkt dat het was geschapen met een enkele pennenstreek op een zondagmiddag in 1921. Dat klinkt leuk maar is complete onzin. Het land is beslist niet in één klap ontstaan toen de Britten en Fransen na de Eerste Wereldoorlog wat grenzen tussen de diverse mandaatgebieden aan het trekken waren. Zoveel wordt wel duidelijk bij lezing van The Modern History of Jordan van Kamal Salibi, een historicus die lange tijd was verbonden aan de American University of Beirut.

Het boek bestaat in wezen uit een beschrijving van de regering van Abdullah I, die het koninkrijk vormde, en van Hussein, die in het Westen vooral bekend is als de goedlachse gentleman die in 1993 een vredesverdrag sloot met Israël. Dat vormt het eindpunt van het boek. De regering van de huidige koning Abdullah II komt dus niet aan bod.

Lees verder “Jordanië (1)”

T.E. Lawrence in Jordanië (4)

Wadi Rum
Wadi Rum

Ik heb eerder deze week driemaal (1, 2, 3) geschreven over Lawrence of Arabia, de Britse officier die tijdens de Eerste Wereldoorlog meevocht met de Arabische legers van Hussein van Mekka. Zij dekten de rechterflank van het Britse leger dat vanuit Egypte oprukte door Palestina. De officiële vijand was het Ottomaanse Rijk, maar er stond meer op het spel: het land van de Eufraat en de Tigris was spreekwoordelijk vruchtbaar en al in de negentiende eeuw hadden de Britten en Fransen grootse plannen gemaakt om het Midden-Oosten koloniaal te exploiteren. Dat was nog aantrekkelijker geworden toen er olie was ontdekt.

Hussein van Mekka steunde de Britten omdat de Britse Hoge Commissaris voor Egypte, Henry McMahon, hem had toegezegd dat hij zou worden erkend als heerser van een onafhankelijk koninkrijk. Zijn zonen Faisal en Abdulah, zijn generaal Sharif Nasir en zijn bondgenoot Audeh abu Tayeh: allemaal meenden ze dat de Britten daarmee hadden gedoeld op een rijk voor alle Arabieren. Misschien waren het wel de kanttekeningen van MacMahon, die erop neerkwamen dat er uitzonderingen zouden zijn voor de Joden, Druzen, Maronieten en Alawieten, die het zo geloofwaardig maakten dat de rest voor de Arabieren zou zijn.

Lees verder “T.E. Lawrence in Jordanië (4)”