Tip voor Valentijnsdag!

Ik maak even gebruik van mijn blog om reclame te maken. Als u geen zin hebt in reclame, zapt u gewoon weg en leest u bijvoorbeeld daar verder, even goede vrienden.

Ter zake. Als er iemand is voor wie ik graag reclame maak, is het de classicus Hein van Dolen, van wie ik buitengewoon veel heb geleerd. De reguliere lezers van deze blog zullen hem al wel kennen; in dit filmpje legt hij de Lachmannmethode uit. Hij is ook de auteur van dit leuke kinderboek en van een boek met Byzantijnse keizerinnenbiografieën. Maar bovenal is Van Dolen vertaler en hij hoopt vooral dat de in Nederland en Vlaanderen volstrekt vergeten Byzantijnse literatuur wat bekender wordt.

Lees verder “Tip voor Valentijnsdag!” →

Drie koningen (en een keizerin) in Ravenna

Keizerin Theodora op een Byzantijns mozaïek in de San Vitale, Ravenna

De basiliek van San Vitale in Ravenna is een van de mooiste gebouwen uit de Byzantijnse wereld. In de Adriatische havenstad resideerde de exarch, de hoogste Byzantijnse magistraat in deze regio, een soort onderkoning. Die had geld te besteden en de herovering van Italië door generaal Belisarius in de jaren na 535 na Chr. bood daarvoor een mooie aanleiding. In 540 begonnen mozaïekleggers met de decoratie van de bijna voltooide kerk. Acht jaar later volgde de kerkelijke inwijding.

De mozaïeken zijn beroemd door de portretten. Lees een boek over keizer Justinianus (r.527-565) en je zult het portret zien uit de San Vitale. Ook zijn echtgenote, de formidabele keizerin Theodora, is daar afgebeeld, zie boven. En hieronder is een detail van de mantel van de keizerin.

Lees verder “Drie koningen (en een keizerin) in Ravenna” →

Geliefd boek: Heer Belisarius

Een van mijn favoriete boeken was sinds jaar en dag Robert Graves’ Count Belisarius. Het boek was zelfs zo favoriet dat ik begon het te vertalen, om te zien hoe die elegante, nuchtere zinnen van de Engelse dichter/romancier er in het Nederlands uit zouden zien. En zowaar, ik vond er ook nog een uitgever: Papieren Tijger zag brood in mijn vertaling.

Heer Belisarius is een heerlijk, meeslepend verhaal over de Oude Wereld in de zesde eeuw. Het politieke toneel in Constantinopel, de ketterijen, keizer Justinianus, de oorlogen tegen de Perzen, Belisarius’ campagne in Noord-Afrika, de verovering van Italië, de belegering van Rome door de Goten en nog veel meer. Allemaal met een meesterlijke beheersing van de stof en een heerlijke mengelmoes van liefde en ironische distantie verteld vanuit het perspectief van de eunuch Eugenius.

Lees verder “Geliefd boek: Heer Belisarius” →

Wat is dit van kalligrafie?

Gabriël

Voilà, vrienden, help mij eens. Hierboven is een reliëf van de aartsengel Gabriël, afkomstig uit een laatantieke kerk in Antalya en te zien in het enorme archeologische museum in de Turkse stad.

Maar wat heeft hij in de hand? Ik dacht eerst dat het een kalligrafie was met de naam “Allah”. En het is zeker mogelijk dat een gelovige moslim dit reliëf wat heeft aangepast. Alleen zit er dan een spelfout in. Ik heb geen idee wat dit is. De reageerpanelen staan voor u open.

Lees verder “Wat is dit van kalligrafie?” →

Antieke migraties en migranten (1)

Een laatantieke ruiter keert terug (Sânnicolau Mare-schat, Kunsthistorisches Museum, Wenen)

Migratie, dat mensen met een bepaalde identiteit elders gaan wonen bij mensen met een andere identiteit, is momenteel een belangrijk oudheidkundig thema. Eerlijk is eerlijk: dat is soms gemakzuchtig inhaken op de actualiteit. Migratie heeft immers problematische kanten die momenteel de aandacht trekken en er zijn oudheidkundigen die het belang van hun vak denken te kunnen tonen door erop te wijzen dat je ook in de Oudheid migratie had. Dan toon je je eigen irrelevantie want je loopt aan achter wat anderen belangrijk vinden in plaats van je eigen kwaliteiten te tonen. Het is zoiets als tijdens een pandemie beweren dat je ook in de Oudheid epidemieën had. Gelukkig is er ook een minder zelfdestructieve reden om je met migratie bezig te houden: de DNA-revolutie.

Door het onderzoek naar antiek DNA en het isotopenonderzoek wordt duidelijk dat de mensen vroeger buitengewoon mobiel waren, minimaal in sommige regio’s en tijdperken, wat betekent dat ideeën veel breder konden circuleren dan wel aangenomen is geweest. Wie een Latijnse tekst interpreteert, kan niet langer om Aramese parallellen heen, om het samen te vatten. Ons vak staat op de grondvesten te trillen en om die reden was “Van heinde en verre” in 2019 het thema van de Week van de Klassieken.

Maar migratie was al eerder een thema: in de negentiende eeuw. Omdat de toenmalige noties nog steeds circuleren, vandaag twee “Methode op Maandag”-stukjes over die materie.

Lees verder “Antieke migraties en migranten (1)” →

Eunuch

Koning Jehu van Israël onderwerpt zich aan Šalmanasser van Assyrië, met links en rechts twee ša-rēši (British Museum, Londen; meer)

Hoe spreek je het woord “eunuch” uit? Het was een vraag die vanmorgen op Twitter langskwam en ineens moest ik eraan denken dat als ik over dit soort ontmande hovelingen spreek, ik de juiste uitspraak ook niet weet. Spreek je de eerste lettergreep van dit van oorsprong Griekse woord uit als /ui/, zoals in “Zeus”, of als /eu/, zoals in “eucalyptus”? En leg je de klemtoon op de eerste of de tweede lettergreep? Ik weet het gewoon niet, terwijl het toch een woord is dat ik professioneel weleens gebruik.

Ondertussen zijn het interessante mensen. In het oude Assyrië heetten ze ša-rēši, wat zoiets wil zeggen als “degene die staat bij het hoofd”. Dat “hoofd” kan letterlijk worden gelezen en kan dan betekenen dat de man –  u mag hier zelf een flauwe grap maken – heel dicht bij de vorst staat: hij is het oog des konings, hij heeft het oor van de heerser, hij verneemt alles uit de mond van de monarch zelf. Misschien is echter het hoofdeinde van een bed bedoeld en was de ša-rēši niet een hoge uitvoerende beambte maar een kamerling. Het Arabische woord ra’s heeft dezelfde ambiguïteit: het betekent zowel “hoofd” als “uiteinde” (bijv. in ras al-ghul, “hoofd van de demonen”, en in de namen van kapen, zoals Ras-Shamra, Ras al-Hillal, Ras al-A’ali).

Lees verder “Eunuch” →

Misverstand: De menora

De Menora, zoals afgebeeld op de Ereboog van Titus op de Velia in Rome (Museum für Abgüsse Klassischer Bildwerke, München)

Misverstand: De menora is in het Vaticaan

De Visigoten plunderden in 410 de stad Rome en in 455 deden de Vandalen het nog eens over. Ze namen veel kunstvoorwerpen mee, waaronder de tempelschat die Titus in 70 uit Jeruzalem had meegenomen. De moslimlegers die in 711 Toledo innamen, troffen daar de tafel met de toonbroden aan die de Visigoten hadden meegenomen uit Rome. De Vandalen namen de menora, de beroemde zevenarmige kandelaar mee naar Karthago. Toen de Byzantijnse generaal Belisarius die stad in 534 veroverde, nam hij het eeuwenoude voorwerp mee naar Constantinopel.

De menora staat dus niet in een van de kelders onder het Vaticaan, zoals men in Italië al een jaar of vijftien lijkt te denken. Het gerucht kreeg vleugels toen paus Benedictus XVI in mei 2009 Israël bezocht, en twee ultraorthodoxe joden eisten dat hij zou worden gearresteerd en vastgehouden tot de menora werd teruggegeven. De rechter wees het verzoek onmiddellijk af – helaas onder verwijzing naar de immuniteit die de paus als staatshoofd genoot, en niet met een beroep op het gezonde verstand.

Lees verder “Misverstand: De menora” →

Byzantijnse inscriptie

Byzantijnse inscriptie in Sfax

Sfax, aan de oostkust van Tunesië, ruwweg halverwege, bezoek je niet om de Oudheid, hoewel dit ooit de Romeinse stad Taparura was. Er is echter wat mooie architectuur uit de jaren vijftig van de vorige eeuw en een oude stad, de medina, die teruggaat tot de negende eeuw. De voorgeschiedenis is dat het Umayyadenkalifaat ten val was gebracht en dat de nieuwe dynastie, de Abbasiden, niet er niet in slaagde effectief gezag uit te oefenen in Ifriqiya, zoals Tunesië destijds heette. Dat veranderde pas rond 800, toen Ibrahim ibn al-Aghlab werd benoemd als gouverneur. Hij stichtte de dynastie der Aghlabiden, met als hoofdstad Kairouan. De grote moskee, met ’s werelds oudste minaret, dateert uit deze tijd.

De Aghlabidische emirs stabiliseerden niet alleen het Abbasidische gezag in Ifriqiya, maar veroverden ook Sicilië en plunderden de Sint-Pieter in Rome. Ze hadden dus belangstelling voor de zee en bouwden langs de kust een reeks versterkingen, de ribats. De afgelopen weken bezochten we Kelibea, Hammamet, Sousse, Monastir, Mahdia en dus ook Sfax, dat is gesticht in 846. De grote moskee volgde drie jaar later. Toen we langs de muren wandelden, zagen we de hierboven afgebeelde in het Grieks gestelde inscriptie.

Lees verder “Byzantijnse inscriptie” →

Een olielamp uit Cyprus

Romeinse olielamp (Cyprusmuseum, Nicosia)

Een van de dingen die ik altijd moeilijk voorstelbaar vind: in de Oudheid was donker echt donker. Kaarsen, gemaakt van bijenwas, waren kostbaar. Toortsen en flambouwen brandden op hout en hout werd voor zoveel zaken gebruikt dat het schaars was. En olielampjes veronderstelden olijfolie en dat veronderstelde weer een boomgaard vol bomen. Het was dus moeilijk om veel licht te maken. Eén gevolg was dat de mensen doorgaans met de kippen op stok gingen; een ander gevolg was dat iedereen wist wanneer het volle maan was. De Juliaanse kalender was revolutionair omdat ze de band met de maanstanden verbrak en is om die reden dan ook nooit zo universeel ingevoerd als beoogd.

Lichtwinst viel te behalen door je kleine bron van licht zo te plaatsen dat die maximaal kon stralen. Dat kon dus door een lamp op een standaard te zetten. In de Late Oudheid zien we steeds meer bronzen lampen die met een ketting kunnen worden opgehangen aan het plafond of een hanenbalk. Ik heb weleens twee olielampen uit Nubië getoond; de bovenstaande komt uit Kourion, gelegen aan de zuidkust van Cyprus.

Lees verder “Een olielamp uit Cyprus” →

Nilometer

Koptisch textiel met nilometer (Louvre, Parijs)

Egypte kende rustiger, minder bewogen tijden dan de vroege zevende eeuw na Chr. Er waren religieuze twisten over de naturen van Christus, waarover u het boek van Hulspas maar moet lezen; er waren echo-epidemieën van de grote Pest van een halve eeuw daarvoor; de Perzen veroverden het gebied; de Byzantijnen heroverden het; de Byzantijnse overheid probeerde haar uitleg van de christelijke tweenaturenleer op te leggen aan de Koptische bevolking; en toen de Arabieren kwamen met hun variant op het monotheïsme, onthaalden de Egyptenaren hen als bevrijders. En te midden van deze verwarring maakte iemand uit het stadje Antinoë het hierboven afgebeelde textiel. Volkomen traditioneel.

Bovenaan rechts ziet u de riviergod Nijl. Zoals alle riviergoden heeft hij een ontbloot bovenlijf, een baard en een cornucopia (hoorn des overvloeds). Hij heeft een gemalin, Euthenia, de personificatie van de overvloed, linksboven. In zekere zin het spiegelbeeld van de godheid zelf. Het oogt heel Grieks-Romeins, wat dit plaatst in een traditie van een slordig millennium, maar daar mag je in Egypte nog een millennium of twee toevoegen, want de Nijl werd vanouds dubbel en in spiegelbeeld afgebeeld. In het type afbeelding dat bekendstaat als sema tawy leggen twee Nijlgoden een knoop in een papyrusplant en verenigen zo de beide Egyptes. In Egypte waren dingen eigenlijk pas af als ze in tweevoud waren.

Lees verder “Nilometer” →