Emir Abd el-Kader

L’émir Abd-el-Kader, protégeant les chrétiens à Damas en 1860 (Jan-Baptist Huysmans)

In mijn boek over Libanon – inmiddels herdrukt – behandel ik ook de crisis rond het jaar 1860, toen de maronieten en druzen tegen elkaar ten strijde trokken. Diverse partijen raakten betrokken, waaronder soldaten uit het Ottomaanse leger, die partij kozen voor de druzen en op diverse plaatsen christenen doodden. In Damascus vielen 12.000 doden, waaronder de Nederlandse consul en de Massabki-broers, die door de maronieten tot op de huidige dag worden vereerd. De sultan greep bliksemsnel in en zond een generaal, die de rebelse soldaten standrechtelijk liet executeren en de druzische leiders veroordeelde tot de galg. Evengoed intervenieerde een Frans leger, dat feitelijk dus weinig te doen had.

Terwijl ik deze trieste gebeurtenis beschreef, stuitte ik op een emir Abd el-Kader, die in Damascus de vervolgde christenen had opgenomen in zijn paleis en had beschermd. Die naam kende ik, maar uit een heel andere context. In 2019 was ik in Sétif in Algerije, waar een Jardin d’ Emir Abd el-Kader was, die tjokvol Latijnse inscripties stond, die ik destijds fotografeerde en – tot mijn eigen verbazing – resulteerden in mijn eerste, enige en welbeschouwd hilarische wetenschappelijke publicatie. Ik vroeg me af of het ging om dezelfde man. De naam, “dienaar van de almachtige”, is niet zeldzaam, maar de Arabische rang van emir is dat in een Ottomaanse context wel, en de man uit Sétif en de man uit Damascus leefden allebei rond 1860. Hij was inderdaad dezelfde.

Lees verder “Emir Abd el-Kader”

Algiers 1830

Ik heb eerder geschreven over de Barbarijse Staten en verteld dat hun reputatie als piraten eigenlijk onverdiend was. Ze deden wél aan kaapvaart, dus het in oorlogstijd beroven van vijandelijke koopvaardijschepen. Dat was lange tijd volkomen normaal; in een ander blogje schreef ik over de joodse kapers die tijdens de Spaanse Successieoorlog namens de Staten-Generaal de Caraïbische wateren onveilig maakten voor Spaanse schepen. Kaapvaart begon als er oorlog uitbrak, was gereguleerd met kapersbrieven en hield op zo gauw er een vredesverdrag was – en zo simpel was het.

Voor de Barbarijse leiders – de Ottomaanse pasja van Tripoli, de Ottomaanse bey van Tunis en de Ottomaanse dey van Algiers – was kaapvaart een verdienmodel, mogelijk doordat er altijd wel ergens een Europese oorlog was waarin men partij kon kiezen. Men beroofde schepen en zette de bemanning in als slaven, net zo lang tot die werden vrijgekocht. Een en ander paste bij het islamitische ideaal dat het geloof moest worden verspreid, maar deze religieuze motivatie was allang ondergeschikt aan de commerciële. Kaapvaart was voor de Barbarijse Staten overigens niet de belangrijkste economische activiteit. Soms leed men er zelfs verlies op, want goedkoop waren de kaapschepen niet, en handel was altijd profijtelijker. Algiers, met de agrarische rijkdom van de Hautes Plaines, leverde bijvoorbeeld graan aan Frankrijk, zodat de twee landen elkaar al in de achttiende eeuw goed kenden.

Lees verder “Algiers 1830”

Algiers 1808

Boutins landkaart van Algiers (noord is rechts)

Begin 1808 stond Napoleon op het hoogtepunt van zijn macht. Hij had de Rijnbond gesticht, hij had bij Jena het onoverwinnelijk geachte Pruisen verslagen, hij had goede hoop met het Continentaal Stelsel de Engelsen eindelijk op de knieën te drukken, hij had met Rusland het vredesverdrag van Tilsit gesloten. Tijd dus om op weg te gaan naar nieuwe veroveringen.

Napoleon liet zijn oog vallen op de Barbarijse Staten, zeg maar het huidige Marokko, Algerije, Tunesië en Libië. Ik blogde er al eens over. Het doel was om de Middellandse Zee tot een Franse binnenzee te maken. Bijkomend voordeel was dat hij zich kon presenteren als bestrijder van de Barbarijse kapers, die christelijke zeelieden gevangen namen en tegen hoge losgelden weer vrij lieten. In april 1808 vroeg Napoleon zijn minister van Marine of er een haven aan de Algerijnse kust was waar een eskader veilig beschermd zou kunnen landen zonder gevaar te lopen te worden aangevallen door een overmacht van vijandelijke schepen. Verder wilde de keizer weten in welk seizoen ziektes het minst te vrezen waren en welk het klimaat het geschiktst was.

Lees verder “Algiers 1808”

Turkse TV (10) Khair ad-Din Barbarossa

Khair ad-Din Barbarossa

Barbaros Hayreddin: Sultanın Fermanı, ofwel Barbaros Hayreddin: Het decreet van de sultan is een serie over het leven van Khair ad-Din Barbarossa, bekend als de eerste kapitein-pasha en admiraal van het Ottomaanse Rijk. Khair ad-Din Pasha (1475-1546) was een Ottomaans-Albanese admiraal en kaper. Hij had de bijnaam “Barbarossa”, afgeleid van Baba Aruj, de bijnaam van zijn broer, over wie ik gisteren blogde. Khair ad-Dins oorspronkelijke naam was Yakupoğlu Hızır (Hızır, zoon van Yakup). Onder leiding van Hızırs oudste broer Aruj Reis legden de broers zich toe op de kaapvaart, eerst vanuit Alexandrië, daarna met het eiland Djerba als basis.

Al geruime tijd fungeerden de havens aan de Barbarijse kust van Noord-Afrika als uitvalsbasis voor moslim-piraten die het zuiden van Spanje bedreigden. De Spanjaarden waren er op hun beurt in geslaagd de controle over een aantal havens aan de Noord-Afrikaanse kust in handen te krijgen. Het groeiende prestige van de broers maakte hen tot leiders in de strijd tegen de Spanjaarden.

Lees verder “Turkse TV (10) Khair ad-Din Barbarossa”

Turkse TV (9) Aruj Barbarossa

Aruj Barbarossa

Barbarossa: Zwaard van de Middellandse Zee (Turks: Barbaroslar: Akdeniz’in Kılıçı) is een Turkse actiefilmserie en vertelt het verhaal van Oruç Reis en Hızır Reis, twee opeenvolgende Kapudan Pasha’s van het Ottomaanse Rijk.

Aruj Barbarossa

Aruj Barbarossa (ca. 1474-1518), bij de Turken bekend als Oruç Reis, was een Ottomaanse kaper die sultan van Algiers werd. Hij was de oudere broer van de beroemde Ottomaanse admiraal Khair ed-Din Barbarossa, zijn broer Hızır. Aruj/Oruç werd geboren op het Ottomaanse eiland Midilli (Lesbos in het huidige Griekenland) en sneuvelde in de strijd tegen de Spanjaarden bij Tlemcen.

Hij werd bekend als Baba Aruj (Vader Aruj) toen hij grote aantallen vluchtelingen uit Spanje, waaronder Morisco’s, moslims en joden, in Noord-Afrika verwelkomde. De volksetymologie in Europa vertaalde de naam Baba Aruj naar Barbarossa, Roodbaard in het Italiaans.

Lees verder “Turkse TV (9) Aruj Barbarossa”

Romeins Tunesië en Algerije

Een tragediedichter en een acteur uit een komedie (Hadrumetum; Musée archéologique de Sousse)

Als ik thuis kom van een buitenlandse reis heb ik altijd wat tijd nodig om mezelf te herwinnen. Je doet inkopen, je draait de was, je ruimt je reisgidsen op, je probeert de achterstallige mail te beantwoorden. Aangezien ik uit Tunesië ben teruggekeerd in een land met extra gezondheidsmaatregelen is het allemaal wat moeizamer dit keer, maar evengoed zijn er verloren halve uurtjes waarin ik de foto’s kon ordenen die ik in Tunesië heb genomen. Ze documenteren de Romeinse provincies Africa Proconsularis en Numidia.

Een klein deel ervan heb ik online geplaatst. Daar was ik al eerder mee begonnen, dus als u mijn website kent, ziet u op de pagina’s over Karthago en Utica weinig nieuws. Uit Algerije plaatste ik al foto’s online uit Cirta, uit Hippo Regius, uit Icosium, uit Iol Caesarea, uit Lambaesis, uit Médracen, uit Madauros, uit het Mausolée royal de Maurétanie, uit Sitifis, van de Soumaa d’El-Khroub, uit Thubursicum Numidarum, uit Tiddis, uit Tipasa en uit het fenomenale Thamugadi.

En nu dus ook Tunesië: Bulla Regia, Hadrumetum, Mactaris, Sufetula, Thugga, Thysdrus, Thuburbo Maius en Uthina. Verder de Fenicische kolonie Kerkouane. Samenvattend: je leert het wel waarderen, een dag zonder puntgaaf bewaarde mozaïeken.

Lees verder “Romeins Tunesië en Algerije”

Cherchell en Tipasa

Tipasa: een christelijke basiliek en een villa aan zee

Ik heb u de afgelopen twee weken mee genomen op een reis door de Maghreb. Eerst Tunis en Karthago, de hoofdstad van de Romeinse provincie Africa. We vervolgden onze reis richting Algerije en bereikten Annaba, het antieke Hippo Regius. In die dagen blogde ik enkele keren over Augustinus: zijn jeugd, zijn verblijf in Karthago, zijn ontdekking van het ego. En het was in de richting van Souk Ahras, zijn geboorteplaats, waarheen we onze reis voortzetten. Via M’daourouch en Khemissa (ApuleiusMadauros en Thubursicum) bereikten we Constantine, het antieke Cirta, de eerste hoofdstad van wat de Romeinse provincie Numidië zou worden.

We reden naar het zuiden via het mogelijke graf van Massinissa (of zijn zoon Micipsa) en de Romeinse legioenbasis te Lambaesis naar Batna, waar we pakjesavond vierden. Sinterklaas zelf vierden we in het fenomenale Timgad en daarna keerden we terug naar Constantine, dat een mooi museum heeft en waarvandaan we Tiddis bezochten, de mooiste site die we in Algerije hebben gezien. Via het charmante Sétif – waar ik nog pissig was over Sapfo – en het voor ons gesloten Djemila kwamen we tijdens de verkiezingen in Algiers, de stad waar ook Michiel de Ruyter nog eens is geweest en waar wij het Bardomuseum, het Nationaal Museum van Oudheden en het Paleis van de Rais bezochten.

Lees verder “Cherchell en Tipasa”

Verkiezingen in Algerije

Oproep om te gaan stemmen in het tifinagh-schrift van de Berbers.

Akkoord, ik wist dat ik, door op reis te gaan naar Algerije, zou belanden in een land waar de aanloop naar de nieuwe verkiezingen onrustig was verlopen. Samengevat: president Abdelaziz Bouteflika is dit voorjaar afgetreden, de verkiezing van zijn opvolger is tweemaal uitgesteld en er zijn nu vijf kandidaten die, in de ogen van een aanzienlijk deel van de bevolking, teveel onderdeel uitmaken van het systeem om geloofwaardig te zijn. Er zijn echter wel veranderingen gaande. In een recente rechtszaak zijn twee oud-premiers wegens corruptie veroordeeld (“Le système Bouteflika en accusation” kopte een krant). Het lijkt de bevolking echter niet te overtuigen (een analyse hier).

Eigenlijk hebben we elke dag wel ergens demonstraties gezien tegen de verkiezingen en vóór structurelere hervormingen, maar het was mijn opzet daar niet over te schrijven. Gewoon aan voorbij lopen, geen fotografie, netjes doen wat de politie je opdraagt en geen partij worden. Ik ben hier niet om politieke redenen. Maar (a) het thuisfront begint zich zorgen te maken en hen wil ik toch even geruststellen en (b) als hier een revolutie aan het uitbreken is, dan is het een wel heel vriendelijke. Dus toch maar even een blogje.

Lees verder “Verkiezingen in Algerije”

Michiel de Ruyter in Algiers

De Ruyters schip De Liefde voor Algiers

Van de Barbarijse kapers wist ik weinig meer dan dat Michiel de Ruyter

’t er niet bij wou laten
en Salé heeft geveld,
waarna de Heren Staten
hem hebben aangesteld als held.

Verder wist ik dat het gebied werd bestuurd door lokale leiders, zoals die van Salé, de Bey van Tunis en de emir van “het eiland” ofwel Al-Jezira ofwel de Dey van Algiers. Die laatste stad zal wel voor eeuwig met Barbarossa, “roodbaard”, worden geassocieerd, een geduchte zestiende-eeuwse kaper die vanuit Algiers diverse vloten uitstuurde tegen de Spanjaarden, ondertussen de sultan in Constantinopel erkennend als soeverein.

Slavenhandel

Het beeld van de barbarijse piraten is in hoge mate bepaald geweest door wat Europese gevangenen – Cervantes is de bekendste – hebben verteld over hun verblijf in Algiers. Omdat zij christelijk waren en vaak werden vrijgekocht door christelijke organisaties, is om te beginnen het idee ontstaan dat de barbarijse kapers religieus gemotiveerd waren en dat er sprake was van een soort religieuze oorlog. Hoewel het beeld niet helemaal onjuist is – de gevangenen en de kapers hadden verschillende religies – was religie eigenlijk maar een bijzaak. De plaatselijke leiders waren geen religieuze scherpslijpers (of althans niet altijd) en Algiers had in 1492 ruimhartig asiel gegeven aan de uit Spanje verdreven joden.

Lees verder “Michiel de Ruyter in Algiers”

Numidië

Timgad, een van de voornaamste Romeinse steden in Numidië

De Numidiërs waren de mensen die woonden in het gebied ten westen van Karthago. Er waren twee regio’s, bewoond door de Massyliërs in het noordoosten van het huidige Algerije en de Masaeisyliërs in het noordwesten. Ik weet er vrijwel niets van. Daarom zit ik, tegen de tijd dat u dit leest, in het vliegtuig naar Tunis, van waaruit ik Karthago wil bezoeken om daarna richting Algiers te reizen. Daar hoop ik ten tijde van de verkiezingen te zijn, dus wie weet wat we gaan beleven.

Om de waarheid te zeggen heeft mijn reis iets van een vlucht. Ik heb twee krankzinnig drukke maanden achter de rug. Ik werk aan een boek. Mijn vorige boek is donderdag gepresenteerd. Mijn huis wordt verbouwd – ze zijn er al anderhalf jaar mee bezig – en de rust die ik zoek, wordt me juist daar waar je denkt jezelf te kunnen zijn, het luidruchtigst ontnomen. Afgelopen woensdag, nadat ik ook onverwacht een nieuwe computer had moeten kopen en installeren, bedacht ik dat ik behoefte had aan vakantie; dat heb ik niet vaak en komt schokkend snel nadat ik verfrist terug was gekomen van mijn schrijfzomer in Gemmenich. Kortom, ik ga op reis om, door iets nieuws te leren, de accu op te laden.

Lees verder “Numidië”