Middeleeuwse monsters

Een eend op een draak (Qasr Libya)

Het dierenrijk valt te verdelen in drie categorieën: (1) levende dieren, (2) uitgestorven dieren en (3) fabeldieren. Dat lijkt simpel, maar de grenzen zijn niet helemaal scherp. De coelacant promoveerde bijvoorbeeld in 1938 van de tweede naar de eerste divisie. En van diverse fabeldieren is aannemelijk gemaakt dat degenen die ze hebben verzonnen, waren geïnspireerd door dinosaurusbotten. Zulke dieren promoveerden van de derde naar de tweede divisie.

Cryptozoölogie

Fabeldieren mogen dan niet bestaan, ze zijn het voorwerp van serieus antropologisch, biologisch en historisch onderzoek. Lezenswaardig boek is het in 2008 verschenen boek Yeti-jagers (2008) van antropoloog en jurist Tjalling Halbertsma, die in Mongolië de Verschrikkelijke Sneeuwman achterna ging en terechtkwam bij zowel wetenschappelijke als pseudowetenschappelijke onderzoekers.

Lees verder “Middeleeuwse monsters”

B6: Boeddhisme als oosterse filosofie

De eerste preek van Boeddha, met onder de toehoorders Brahma en Indra (Kizil-grotten; Humboldtforum, Berlijn)

Het boeddhisme, waarover we het in vijf afleveringen hebben gehad, ontstond in India, en verspreidde zich daarvandaan eerst naar het huidige Pakistan en Afghanistan, met invloeden tot in Iran en vandaar naar Centraal-Eurazië, en aan de andere kant naar Tibet, Nepal en China, en van daaruit weer verder naar Zuid-Oost Azië tot in het huidige Indonesië.

Hellenistisch boeddhisme

Er hebben hellenistisch-boeddhistische rijken bestaan, zoals Baktrië en het Kushana-rijk. Hier vermengde de Griekse vormentaal zich met boeddhistische ideeën. Er zijn beelden gevonden waarin Boeddha wordt afgebeeld als een soort Herakles of staat geflankeerd door Griekse helden als Achilleus. Kunsthistorici wijzen er graag op dat het typische Boeddha-portret een Griekse oorsprong heeft. De proporties en de mantel zijn inderdaad Grieks.

Lees verder “B6: Boeddhisme als oosterse filosofie”

Maës, de antieke Marco Polo (3)

Man en paard (Han-dynastie; Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

In het eerste stukje vertelde ik hoe Maës was begonnen aan een lange reis. Vanuit het uiterste oosten van het Romeinse Rijk trok hij door het Parthische Rijk en bereikte de Stenen Toren, zoals we zagen in het tweede stukje. Maës kon, mocht of wilde niet verder gaan, maar anderen reisden door naar de hoofdstad van China. Van hen zal de schatting zijn gekomen dat het vanaf de Stenen Toren 36.200 stadiën was ofwel 6516 kilometer. Waar de Stenen Toren ook stond, welke hoofdstad ook kan zijn bedoeld, en langs welke route Maës’ karavaan ook verder is gereisd: dit is zó veel dat het niet kloppen kan.

In China

Hoe de reis verder ging, kunnen we alleen vermoeden. Eerst zal Kashgar zijn bereikt. Hier takte de Zijderoute aan bij de weg die vanaf de Indus over de Karakorum noordwaarts liep. We hadden het er al eens over. Dit was de westelijke punt van het Tarimbekken, waarbinnen de Taklamakanwoestijn ligt. Gortdroog en getroffen door de zandstormen die ook Ptolemaios noemt, is dit een van de meest desolate plekken op onze planeet. Je kunt alleen van de ene naar de andere oase reizen langs de randen van de zandwoestijn, dus óf noordom óf zuidom. De twee routes kwamen samen bij Dunhuang. In deze provincie begon ook de Grote Chinese Muur.

Lees verder “Maës, de antieke Marco Polo (3)”

Rotsreliëfs aan de Indus

Reliëf langs de Indus

Ooit probeerde ik de Leidse archeologe Marike van Aerde te interviewen. Die doet onderzoek naar handelsnetwerken op de antieke Indische Oceaan. Eén van de redenen waarom die ook interessant kunnen zijn voor de lezers van een blog over de Mediterrane Oudheid, is dat over de Indische Oceaan het Verre Oosten en het Romeinse westen contact maakten. Van Aerde wil dus alles weten over zeeroutes tussen India en de Hoorn van Afrika, kan ook vertellen over nationalistische Chinese claims over mensen langs de Zijderoute en maakte onlangs deze documentaire.

Dat soort dingen. Toen ik haar daarover probeerde te interviewen, overdonderde ze me met een zó enthousiast verhaal dat ik alleen ademloos kon luisteren. Ik kwam thuis met bladzijden vol onbruikbare aantekeningen. Maar zulke enthousiasme, dat is heerlijk.

Lees verder “Rotsreliëfs aan de Indus”

China en Rome

Ruiter uit middeleeuws China (Jin-dynastie; Volkenkundig museum, Leiden)

In het westen lag het Romeinse Rijk, dat in de vijfde eeuw na Chr. nogal wat gebied verloor maar overleefde als het Byzantijnse Rijk. In het oosten lag China, geregeerd door diverse dynastieën, zoals de Han, de Jin, de Sui en de Tang. Daar tussenin lag Perzië, beheerst door eerst de Parthen en daarna de Sassaniden. Iets verderop regeerden de Kushana’s in Baktrië en de Punjab. Op de Centraal-Euraziatische steppe bestond de multi-etnische en meertalige federatie van de Hunnen.

De geschiedenis van deze rijken is complex maar komt erop neer dat ze elkaar in een dynamisch evenwicht hielden. En ze hadden contact, zelfs het westelijkste en het oostelijkste keizerrijk.

Lees verder “China en Rome”

Achsenzeit

Boeddha (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Ik weet niet of ik u de roman Creation van Gore Vidal moet aanraden. Het idee was al lastig: een Perzische edelman, kleinzoon van Zarathuštra, reist naar India en ontmoet de grondleggers van het jaïnisme en boeddhisme, reist naar China en ontmoet Confucius en Lao Zi (Lao Tse), reist naar Griekenland en hoort Herodotos spreken, en dicteert aan Demokritos (die van de atoomtheorie) het verhaal van koning Xerxes. Dat is teveel name-dropping om geloofwaardig te zijn. Je zou misschien willen denken dat het boek overeind blijft als spoedcursus vergelijkende cultuurwetenschappen, maar daarvoor springt het ontbreken van de joden teveel in het oog. Dat Vidal een negatief portret van Athenes “gouden eeuw” baseert op een kritiekloze lectuur van Herodotos, zij het met reverse bias, maakt het eigenlijk ook nog tot een hypocriet boek.

Maar er is nog een dieper probleem. Al in de achttiende eeuw had de eerste westerse wetenschapper die het Perzische heilige boek Avesta bestudeerde, Abraham Hyacinthe Anquetil-Duperron – wat hadden ze destijds toch mooie namen –, geopperd dat de zesde/vijfde eeuw v.Chr. het moment vormde waarop de mensheid een soort spirituele geboorte meemaakte. In de Avesta kwamen ethische noties voor die ook elders doorklonken. Ook Mahavira en Boeddha, ook Confucius en Lao Zi, ook de Grieken stelden vragen over de relatie tussen mens en samenleving. We kunnen de door Vidal genegeerde joodse profeten Maleachi, Haggai, Zacharia toevoegen en de auteurs van het slot van Jesaja en de eerste hoofdstukken van Spreuken. De Duitse filosoof Karl Jaspers noemde deze creatieve periode de Achsenzeit, het tijdperk waarom de wereldgeschiedenis draaide.

Lees verder “Achsenzeit”

Nare migranten: antieke ziektes

Schedel van Myrtis (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)

Het thema van de Week van de Klassieken is migratie. Het vermoedelijk zichtbaarste aspect daarvan is het enorme antieke wegennetwerk. Het begon met de koninklijke wegen in het Perzsche Rijk, het groeide uit tot de eindeloze stenen heirbanen, soms vijf of zes meter breed, die de stad Rome verbonden met alle provincies. Het aardige is dat zo’n weg, als die er eenmaal lag, er ook bleef liggen. Er moet  immers nogal wat gebeuren wil een stenen weg verdwijnen. Het effect ervan – dat je makkelijker reisde – was dus cumulatief. Elke weg maakte het weer een tikje makkelijker om op reis te gaan. Christelijke pelgrims als Egeria reisden (voor die tijd) eenvoudig over een wegenstelsel dat in de loop van enkele eeuwen almaar verder was uitgebouwd.

Daarnaast waren er de waterwegen. De oude wereld lag rond een binnenzee waar het weliswaar geducht kan spoken, maar die toch betrekkelijk vriendelijk is en die het mogelijk maakt producten in bulk te vervoeren. Voor de prijs waarmee je een lading een bepaalde afstand over het land kunt vervoeren, vervoer je diezelfde lading zeven keer zover over een rivier en zeventien keer zo ver over het zee.

Lees verder “Nare migranten: antieke ziektes”