Filon van Byblos: uitvindingen

Een Fenicisch schip en een zeemonster (Nationaal Museum, Beiroet)

Ik stelde Filon van Byblos al aan u voor: levend in Byblos in de tweede eeuw na Chr. schreef hij een Fenicische Geschiedenis waarin hij een rationele verklaring gaf voor de oude mythen. De goden van weleer waren niets anders geweest dan verdienstelijke koningen en andere stervelingen. Deze visie staat bekend als euhemerisme, vernoemd naar een zekere Euhemeros van Messina. Daarover blogde ik een week of drie geleden.

Het is misschien aardig eens te zien hoe Filon van Byblos al die verdienstelijke stervelingen behandelt. Of beter: we kennen zijn verhaal alleen uit citaten, en ik neem aan dat bisschop Eusebios, die het navertelt, wat heeft bekort. Hier zijn Eusebios’ woorden, in de vertaling die Hein van Dolen voor de gelegenheid heeft gemaakt.

Lees verder “Filon van Byblos: uitvindingen” →

De vallus, de Gallische maaimachine

Vallus (Landesmuseum, Trier)

Het bovenstaande reliëf uit de tweede of derde eeuw na Chr. is een beetje nep. Alleen het wiel middenin is namelijk echt. De rest is reconstructie. Die reconstructie is echter gebaseerd op een half dozijn soortgelijke reliëfs. We weten daardoor vrij zeker wat afgebeeld is geweest: een vallus, de Gallo-Romeinse maaimachine.

Opgegraven zijn ze nooit, maar Plinius de Oudere geeft ergens een beschrijving waardoor we begrijpen hoe het ding functioneerde. Van links duwen een man en een trekdier (dat beter duwdier zou kunnen heten) een bak naar voren met een scherpe rand, waar de man rechts de aren tegenaan duwt. Die worden als vanzelf afgesneden. Een latere auteur, Palladius, prijst de tijdwinst. Het duwdier kan overigens een os zijn of een ezel; allebei zijn weleens afgebeeld.

Lees verder “De vallus, de Gallische maaimachine” →

Het euhemerisme van Filon van Byblos

Een oeroud beeldje uit Byblos (nu te zien in het Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Een tijdje geleden stelde ik Filon van Byblos aan u voor. Hij leefde in de tweede eeuw na Chr. en schreef een Geschiedenis van Fenicië. Die is alleen bekend uit citaten bij de christelijke auteur Eusebios, maar de zeven of acht passages zijn voldoende om te constateren dat Filon een zogenoemde euhemerist was. Euhemerisme (vernoemd naar een zekere Euhemeros van Messina) wil zeggen dat een auteur, in een tijd waarin geletterde Grieken zochten naar rationele verklaringen voor de aloude mythen, de goden probeerde te typeren als verdienstelijke stervelingen. Alexander de Grote was het prototype van iemand die dankzij indrukwekkende werken goddelijke eerbewijzen had verworven.

Rationele mythen

Het is een intrigerend verschijnsel, dat euhemerisme. Het dilemma snappen we: je herkent dat de oude mythen ongeloofwaardig zijn maar wil ze ook niet als betekenisloos opgeven. Dan zoek je een rationele manier om ze anders uit te leggen. Je kon dan bijvoorbeeld een natuurwetenschappelijke verklaring geven: als Poseidon ook wel de “aardschokker” heette en als er een mythe was dat hij een kloof had vervaardigd, dan zou wel een aardbeving bedoeld zijn geweest. Of je kon een verhaal weg-allegoriseren, waarbij je een diepe, verborgen betekenis aannam. Het overspel van Ares en Afrodite was dan geen verhaal over ontucht maar bracht tot uitdrukking dat de kosmos ontstond door de afstoting en aantrekking van atomen. Euhemerisme was, naast de natuurwetenschappelijke en allegorische uitleg, een derde strategie.

Lees verder “Het euhemerisme van Filon van Byblos” →

Driemaal de dronken vrouw van Myron

Terracotta fles in de vorm van de dronken vrouw van Myron (Archeologisch museum van Sousse)

Ik was vandaag in het museum van Sousse, wat de moderne naam is van de antieke stad Hadrumetum. Als u voorwerpen wil zien uit opgemeld museum: hiero.

Ik toon u nu even bovenstaand beeldje: een zeventien centimeter hoog terracotta flesje in de vorm van een dronken vrouw. Het is in 2007 gevonden in een stratum dat wordt geassocieerd met de Severische tijd, dus zeg maar in de kleine halve eeuw voor 235 na Chr.

Lees verder “Driemaal de dronken vrouw van Myron” →

Was Hadrianus in Voorburg?

 

 

Hadrianus als heerser van de hele wereld (Altes Museum, Berlijn)

[Er loopt, om zo te zeggen, een weg van de oudheidkundige data naar de feiten. Onderzoekers hebben geschreven teksten en materiële resten en etnografische vergelijkingen; die combineren ze zo logisch als mogelijk; en zo bepalen ze wat ooit het geval is geweest. Vaak vergeten onderzoekers echter welke weg hun voorgangers hebben afgelegd. Of ze negeren het gewoon. Of ze denken dat, omdat iedereen het ergens over eens is, het wel waar zal zijn. De weg naar de data raakt zo uit beeld en achterliggende aannames raken vergeten.

Eerder deze week attendeerde ik op twee aldus veronderstelde feiten: dat de Drususgrachten in Nederland zouden hebben gelegen en dat Hadrianus in Voorburg zou zijn geweest, dat laatste puur omdat de stad naar hem genoemd was. Bij dat laatste schreef ik dat ook Tom Buijtendorp dit in zijn boek De vergeten stad zonder extra onderbouwing aanneemt. Hij schreef me dat hij in zijn proefschrift al schreef dat de naam Forum Hadriani geen bewijs vormt voor de aanwezigheid van de keizer en dat hij daarom in dat proefschrift andere aanwijzingen had genoemd. In De vergeten stad was daarvoor geen ruimte.

Lees verder “Was Hadrianus in Voorburg?” →

Vergeten aannames: Voorburg

[Tweede deel van een stuk over op geschreven bronnen gebaseerde aannames in de archeologie van Romeins Nederland. Het eerste was hier.]

Forum Hadriani

Zoals gezegd: elk wetenschappelijk onderzoek is gebaseerd op aannames die een onderzoeker niet allemaal kan controleren maar die onjuist zijn kunnen. Dat is een algemene kwestie. Neem het nieuwe boek van Tom Buijtendorp, De vergeten stad. Die stad is Voorburg, dat in de Romeinse tijd Forum Hadriani heette.

Lang geleden heeft iemand geopperd dat die naam betekende dat Voorburg was gesticht door keizer Hadrianus. Dat is onzin. Romeinse gemeentes die een beetje stroop wilden smeren, vernoemden zich naar de keizerlijke familie. Ik heb weleens gewezen op de Andalusische stad Sabora, die zich vernoemde naar de familie van keizer Vespasianus zonder dat de beste man zelfs maar plannen had Spanje te bezoeken. U vindt de relevante inscriptie hier. Dat Hadrianus in Voorburg is geweest, valt niet af te leiden uit de naam.

Lees verder “Vergeten aannames: Voorburg” →

Sadduceeën (1)

Schriftgeleerde met boekrol (Catacombe van Petrus en Marcellus, Rome)

Een Jood behoorde tot het uitverkoren volk; in dank daarvoor hield hij zich aan de Wet van Mozes; om dat zo goed mogelijk te doen, bediscussieerden schriftgeleerden de details. We spreken van halacha. Zo ontstonden diverse stromingen, waarvan de farizeeën de bekendste zijn. Je hoort ook over zeloten, sicariërs, essenen. Daarnaast was er de sekte die bekend is van de Dode-Zee-rollen uit Grot 1 bij Qumran. Volgens verouderd onderzoek is die sekte dezelfde als die van de essenen, maar dat is bepaald niet onomstreden. We lezen verder over herodianen, die misschien ook al gelijk zijn aan de essenen. En dan zijn er nog sadduceeën. Daarover wil ik het vandaag hebben.

De sadduceeën worden vaak gepresenteerd als rijke, pro-Romeinse joden, met veel invloed op de tempelcultus. Dit laatste lijkt in eerste instantie te zijn gebaseerd op weinig meer dan een terloopse opmerking uit de Handelingen van de apostelen (5.17), waarin staat dat hogepriester Ananos I medestanders had onder de sadduceeën. Inhoudelijker is de typering van Flavius Josephus dat de sadduceeën naast de Wet geen normatieve boeken hadden. Daarin verschilden ze van de andere halachische stromingen. De lijst van normatieve boeken van de farizeeën was bijvoorbeeld veel langer: min of meer wat nog altijd de joodse Bijbel is. De sekte van de Dode-Zee-rollen erkende naast de Wet en enkele profeten ook eigen geschriften (zoals 4QMMT), maar lijkt bijvoorbeeld Ester niet te hebben erkend.

Lees verder “Sadduceeën (1)” →

Hadrianus’ bosbeheer

Een inscriptie op de Jabal Moussa; let op het AG IV CP op de onderste regel

Even een blogje van niks. Over de inscripties die keizer Hadrianus heeft achtergelaten op de westelijke hellingen van het Libanongebergte om de cederwouden te beschermen, heb ik namelijk al eens eerder geblogd. En wel hier. U leest dat stukje maar. Of u bekijkt het filmpje hieronder.

Lees verder “Hadrianus’ bosbeheer” →

Arabisch schrift

Inscriptie, Grieks en Nabatees, uit Petra; het Nabatese alfabet was de voorloper van het Arabisch schrift

Soms kan ik dat zo ineens hebben, dat ik ergens een opschrift zie en denk: “Die letter is mooi”. Met westerse letters heb ik dat maar zo nu en dan. Met Arabische letters heb ik dat daarentegen bijna altijd. Natuurlijk, ze lijken op vermicelli, maar wat je ook schrijft, het wordt als vanzelf kalligrafie. Alle reden dus om te gaan luisteren toen Marijn van Putten (over wiens Koranonderzoek ik al eens eerder blogde) onlangs een lezing verzorgde over de geschiedenis van het Arabische schrift.

Of beter, over de antieke wortels van het huidige Arabische schrift, want op het Arabische Schiereiland zijn vele soorten schrift ontstaan. De afgelopen tijd zijn letterlijk tienduizenden inscripties gevonden in diverse zogeheten Zuid-Semitische alfabetten. Zo hadden de oases van Tayma, Dumah en Dedan elk een eigen alfabet en kende ook Jemen een eigen schrift. De geschreven rijkdom van Arabië is een van de grote oudheidkundige ontdekkingen van de laatste tijd.

Lees verder “Arabisch schrift” →

Het altaar van Machnaqa

Het altaar in Machnaqa

Machnaqa – je spreekt de /q/ in het Libanees niet uit – is een klein dorp op de westelijke hellingen van het Libanongebergte, halverwege de aloude heilige stad Byblos en de bronnen van de Adonisrivier bij Afqa. Pelgrims die de rivier volgden, passeerden Machnaqa. Er staat nog altijd een oud altaar, waarbij u eigenlijk moet denken aan een lage toren. Zie boven. Altaren als deze stonden vaak op bergtoppen en dat is ook hier het geval. De vakterm is “high place of worship”.

Zoals andere cultusplaatsen was ook Machnaqa omgeven door een grote, rechthoekige omheining (de “temenos”, om nog een jargonterm te gebruiken). We weten niet welke godheid hier vereerd is geweest, maar de grote omvang van de omheining suggereert dat er veel bezoekers konden zijn. Dat suggereert een zekere populariteit. Adonis is een plausibele kandidaat, want die werd zowel in Byblos als Afqa vereerd en de naam Machnaqa betekent zoiets als “plaats van rouw”, wat past bij de mythe over de gestorven en herlevende godheid.

Lees verder “Het altaar van Machnaqa” →