Faits divers (46): oosterse data

Een inscriptie in Arabische letters zonder puntjes (Wadi Rum)

Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer de uitbreiding van het databestand in Mesopotamië en Arabië, waarbij ook allerlei Grieken en Romeinen opduiken.

Spijkerschrift

Ik heb weleens geblogd over de omvang van het overgeleverde corpus van de diverse oude talen, want wetenschappers hebben een jaar of twintig geleden eens uitgeknobbeld hoeveel woorden er over zijn. Over het belang en de methode van zo’n exercitie valt een boom op te zetten, en er is ook wel kritiek op, maar sommige conclusies zijn duidelijk: van de oude talen vóór 300 na Chr. is het Grieks, gemeten aan het overgeleverde aantal woorden, met afstand het grootst. Op een gedeelde tweede plaats stonden het Latijn en het Akkadisch, de spreektaal van de Babyloniërs en Assyriërs en de taal van de internationale diplomatie in de Bronstijd. Het Akkadische corpus blijft groeien: elk jaar worden meer kleitabletten opgegraven dan gepubliceerd.

Lees verder “Faits divers (46): oosterse data”

Vragen rond de jaarwisseling 2025

Eind 2022 nodigde ik u uit u voor het eerst “Vragen rond de jaarwisseling” te stellen. Vragen over de Oudheid dus, die ik dan rond de jaarwisseling zou beantwoorden. Die uitnodiging bleek niet aan dovemansoren gericht want ik had al snel kopij voor zes blogjes (één, twee, drie, vier, vijf, zes). Ik voegde destijds aan mijn uitnodiging toe dat ik hoopte dat uw vragen het begin zouden zijn van een leuke oudejaarstraditie. Eind 2023 en eind 2024 stelde ik de vraag dus opnieuw en toen was er opnieuw een hoop te doen (zeven, acht, negen, tien, elf, twaalf, dertien, veertien).

Zo ook nu, eind 2025. Het dubbele voorbehoud is ook dit keer dat ik niet onbeperkt in mijn tijd zit en dat een vraag wel binnen mijn expertise moet vallen. Het moet dus gaan over de Oudheid, ofwel de tijd tussen pakweg 3000 v.Chr. en 650 na Chr., en de regio tussen de rivier de Indus en de Atlantische Oceaan, tussen de Sahara en de Centraal-Euraziatische steppe. Maar dat had u al begrepen.

Lees verder “Vragen rond de jaarwisseling 2025”

Een metafoor voor het verleden

Aristoteles (Huis van de Europese Geschiedenis, Brussel)

Zonder Aristoteles zouden we geen debat hebben gehad over de val van het Romeinse Rijk, schreef ik geen blogjes over de Eerste Tussenperiode en hoefden we ook de Zeevolkencrisis niet te bediscussiëren. Hadden wetenschappers daarentegen wat meer Ovidius gelezen, dan was ons een hoop bespaard gebleven. Helaas is het niet zo en nou zitten we dus met de brokken.

Groei, bloei en neergang

De moeilijkheid is te illustreren aan de hand van een van Aristoteles’ bekendste werken, de Poëtika, waarvan het overgeleverde deel is gewijd aan tragedies. (Een slothoofdstuk over komedies ontbreekt.) De auteur beschrijft hoe het genre zich stap voor stap ontwikkelde, tot het zijn eindvorm bereikte. Aristoteles gebruikt dus een botanische metafoor: de tragedie groeide steeds meer naar wat de filosoof beschouwde als natuurlijk einddoel.

Lees verder “Een metafoor voor het verleden”

Faits divers (42)

Een plaatje dat niets met onderstaande faits divers heeft te maken, maar goed, morgen begint de slachtmaand (Nieuw Museum, Cherchell)

Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer slecht nieuws, geen nieuws, gerelateerd nieuws, nieuws over nieuws en niet ter zake nieuws. Voilà.

Slecht nieuws

Zoals bekend wordt er elke twee maanden ergens een oudheidkundige instelling bedreigd. Dat kan een museum zijn of een archeologische opleiding. Deze maand is het een opleiding klassieke talen in Toronto. De petitie vindt u daar – en ik breng in herinnering dat petities effect hebben. Nou ja, af en toe. Dus neem even de moeite.

Lees verder “Faits divers (42)”

Wie was Mozes? (2)

“De woestijn waar de kinderen van Abraham veertig jaar zwierven onder leiding van Mozes” (Peutinger-kaart)

Wat bij de totstandkoming van de traditie over Mozes lijkt te zijn gebeurd, is dat mondeling doorvertelde verhalen ergens in de Late IJzertijd zijn opgeschreven door iemand die er een datering 480 jaar voor koning Salomo aan toevoegde. Het lijkt mij op dit punt valide om te zeggen: we laten die chronologie wat ze is, want daarmee heeft een auteur ooit een voor hem belangrijk punt willen toevoegen dat losstaat van de voor hem liggende, oudere tradities. En die waren dus mondeling.

Nu is die mondelinge traditie, om eerlijk te zijn, eigenlijk de oudheidkundige jokerkaart. We schuiven er Mozes mee naar de verhalenvertellers, wier vertellingen niet langer reconstrueerbaar en controleerbaar zijn. Je zegt feitelijk iets als “ja, Mozes heeft vermoedelijk bestaan, maar nee, we kunnen er niet dichterbij komen”. Zo kun je ook het bestaan beredeneren van koning Arthur en Siegfried, die vermoedelijk wel hebben bestaan, of van Herakles en Berend Botje, waarvan het bestaan veel dubieuzer is. Eigenlijk is de constatering, hoe waar ook, dat Mozes aan de samenstellers van de Bijbel bekend was uit de mondelinge traditie, een verlegenheidsoplossing.

Lees verder “Wie was Mozes? (2)”

Wie was Mozes? (1)

Mozes gered uit de Nijl (muurschildering uit de synagoge van Doura Europos)

Heeft Mozes bestaan? Hoe zit het met de Uittocht uit Egypte? Die vragen kwamen vorige week binnen. Niet voor het eerst overigens, maar de problematiek is interessant genoeg om opnieuw te behandelen. Ook omdat ik nu wat anders denk over de diverse problemen.

De bronnen

Om te beginnen is er de kwestie van het bewijs. Dat is vooral het Bijbelboek Exodus, dat het verhaal vertelt van de Uittocht. De Bijbel vervolgt, na wat uitleg van de Wet, met het Deuteronomistisch Geschiedwerk (zeg maar Jozua tot en met Koningen), dat zo nu en dan terugblikt op wat we al weten uit Exodus en daaraan inhoudelijk weinig toevoegt. Als deze materie de enige bron zou zijn, zou een historicus zeggen “één bron is geen bron” en concluderen dat de informatie niet heel sterk is. Nu wordt Mozes ook op andere plaatsen in de Bijbel genoemd, waarvan Micha vrij oud lijkt. We mogen daarom minimaal concluderen dat Mozes een bekende figuur is geweest en dat over hem diverse verhalen circuleerden. Die verhalen klinken weliswaar fantastisch, maar de geloofwaardigheid is een andere kwestie, waarop ik terugkom.

Lees verder “Wie was Mozes? (1)”

Waarom u op de Bronstijd moet stemmen

Tot de vele dingen die ik in Nederland niet goed begrijp, behoort dat we een ministerie hebben dat Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heet. Alsof je die drie zou kunnen scheiden. Dat kan echter niet. Immers, dat wat de culturele sector ons biedt, inspireert uitsluitend als het wáár is, en we willen dat onze kinderen geen flauwekul leren. Cultuur en onderwijs veronderstellen dus wetenschap, of delen althans het streven naar waarheid. Omgekeerd is wetenschap op haar beurt volstrekt, volkomen & absoluut betekenisloos zonder onderwijs, want als inzicht niet wordt overgedragen, is het overbodig. En wetenschap is natuurlijk ook zelf een cultuuruiting. Wie de schoonheid niet herkent van het bewijs dat de reeks priemgetallen oneindig is, is esthetisch gehandicapt. Trouwens, menig wetenschappelijk resultaat kan zó in een kunstmuseum.

We zouden een ministerie moeten hebben waar onderwijs, cultuur en wetenschap een eenheid vormden. Als het niet wat al te orwelliaans klonk, zou je dat het Ministerie voor de Toekomst kunnen noemen, want alle drie willen een betere, inzichtrijkere wereld.

Lees verder “Waarom u op de Bronstijd moet stemmen”

Naerebout & Singor, “De Oudheid”

Er zijn in het Nederlandse taalgebied (slechts) twee academische overzichtswerken over de oudheid. Eén daarvan, Een kennismaking met de oude wereld van Luuk de Blois en Bert van der Spek, was een tijdje geleden het onderwerp van een reeks blogjes op deze site. Het andere heet kortweg De Oudheid en is samengesteld door Frits Naerebout en Henk Singor. Ik kon het op de kop tikken in een kringloopwinkel en was aangenaam verrast door wat het te bieden had.

In het woord vooraf geven de auteurs blijk van ambitie: het doelpubliek bestaat zowel uit “bachelors” in universitaire richtingen waar het onderwerp deel uitmaakt van het curriculum, als geïnteresseerde leken zoals ikzelf. Het wil een eerste kennismaking zijn én een eenvoudig naslagwerk. Bovendien bestrijkt het boek zowel chronologisch als geografisch meer ruimte dan gebruikelijk, zo stellen de auteurs zelf. Vooral over die laatste keuze valt wat te zeggen: inderdaad passeren de verre buitengrenzen van het klassieke Grieks-Romeinse kader de revue. Stukjes geschiedenis van China en India komen aan bod. Maar de nadruk ligt zozeer op de Griekenland en Rome dat Han-China en Goepta-India er toch wat bij verzinken. De uithoeken vormen nu eens een finaal strijdtoneel voor Alexander de Grote, dan weer een vergelijkingspunt voor zich ontwikkelende beschavingen. Het boek was waarschijnlijk even geloofwaardig en vooral krachtiger geweest zonder. Je blijft als nog-niet-sinofiel of would-be-indofiel op je honger zitten.

Lees verder “Naerebout & Singor, “De Oudheid””

Faits divers (40)

Een danser uit Meroë (Staatliche Sammlung für Ägyptische Kunst, München)

Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer: verbeteringen aan deze blog, een niet-zo-doorbraak met artificiële intelligentie (of eigenlijk: twee), klimaatverandering en een open access-boek.

***

Deze blog

U heeft het misschien al ontdekt: Kees Alders, die de techniek van de Mainzer Beobachter doet en ook allerlei dingen weet over antieke filosofie, heeft een leuk speeltje gebouwd voor deze blog. Het is de tijdlijn-pagina, die u hier vindt, en die u in staat stelt wat te grasduinen.

Nu ik toch even bezig ben met wat meer persoonlijke zaken: ik mocht een interview geven over mijn boek over de geschiedenis Libanon. U kunt het vraaggesprek daar lezen. En hier, daar, daar en daar zijn recensies. Wat mij betreft mag u het boek verder ongelezen laten, zolang u het maar koopt, want de opbrengst gaat via Cordaid naar Libanon.

Lees verder “Faits divers (40)”

Sjamanisme

Detail van een kruikje uit de schat van Sânnicolau Mare; mogelijk een sjamaan in extase (Nationaal Museum, Boedapest)

Je begroef graankorrels in de aarde en in het voorjaar ontstonden daaruit grote halmen. De overstromende rivier bracht de dood over de uiterwaarden, maar in het voorjaar was de vallei vruchtbaar. Je gooide dode bladeren, maaisel, schillen en ander afval op de composthoop, en na verloop van tijd werden daaruit maden en wormen geboren. Moderne biologen denken er anders over, maar het was niet onlogisch dat men in de Oudheid dacht dat nieuw leven alleen kon ontstaan uit de dood en dat de twee onlosmakelijk met elkaar samenhingen.

Er waren feitelijk twee werelden: die van de levenden en die van de doden. Soms maakten ze contact: het is vooral mooi gedocumenteerd in de Keltische verhalen, maar alle volken hadden gedenkdagen waarin de doden even wat dichterbij waren. De Romeinen kenden bijvoorbeeld de Lemuria, waarbij ze rituelen uitvoerden om niet tot rust gekomen doden te verdrijven uit de woonhuizen. Daarnaast waren er religieus specialisten die de oversteek van de ene naar de andere wereld konden maken; onderzoekers noemen hen sjamanen.

Lees verder “Sjamanisme”