Egypte in Antwerpen, of: de Levende Zon der Belgen

De Egyptische tempel in de Antwerpse dierentuin

Een kleine maand geleden was ik in Antwerpen, waar ik al jaren de dierentuin eens wilde bezoeken. Verschillende gebouwen zijn, zoals een park van een ruime eeuw oud betaamt, gebouwd in historische stijl. De ingang van het reptielenhuis/aquarium lijkt op een Romeins tempeltje, er is een café in Louis XVI-stijl en ik zag een okapi komen uit een gebouw in Moorse stijl. Het leukst is echter de Egyptische tempel die Charles Servais in 1856 ontwierp en die u hierboven ziet.

Zoals alle Nachleben is ook in Antwerpen de inspiratie oppervlakkig en niet  wezenlijk. Ze beperkt zich tot een façade. Het eigenlijke gebouw is niet uit Egyptische steen opgetrokken en heeft zelfs de structuur van een Romeinse basilica. Dat maakt natuurlijk niet uit: het oog wil ook wat en het oogt uitstekend. De ontwerper van de schilderingen, de oriëntalist L. Delguer, baseerde zich dan ook op tekeningen van de Duitse egyptoloog Richard Lepsius.

Lees verder “Egypte in Antwerpen, of: de Levende Zon der Belgen”

Sisak

Šešonq (SIsak) in Karnak, omringd door de namen van de veroverde steden (© Wikimedia Commons | gebruiker Olaf Tausch)

Tijd voor weer een stukje over het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld. Zoals u weet zijn handboeken alleen maar een basis voor het echte onderwijs. In de colleges leert de student dat het niet zo is als de handboekstof, of dat het genuanceerder ligt, of dat het volslagen raaskalderij is, of de onverwachte bevestiging van het tegendeel, dat precies datgene is waarover de docent een grundlegende studie heeft gepubliceerd. Whatever. Vandaag een zinnetje dat mooi illustreert dat een handboek niet bedoeld is als meest complete behandeling.

De situatie: door de Zeevolken-crisis is het Bronstijdsysteem in elkaar gestort. Het gaat overal wat minder maar in sommige gebieden blijven orde & gezag & schrijfcultuur bestaan. Egypte is na de ondergang van de Twintigste Dynastie weliswaar verdeeld geraakt, en Libische potentaten nemen de macht over, maar ook in de “Derde Tussentijd” bestaat nog wel enig legitiem gezag. De koningen van de Eenentwintigste en Tweeëntwintigste Dynastie zijn zeker geen schlemielen. Dat bewijst bijvoorbeeld Šešonq I, die regeerde van 945 tot 924 v.Chr.

Lees verder “Sisak”

De Zeevolken: meer problemen

Ramses III maakt korte metten met wat Zeevolken, herkenbaar aan hun hoofddeksels.

In de vorige vier stukken (één, twee, drie, vier) over de Zeevolken heb ik uitgelegd dat het bewijsmateriaal een consistent verhaal mogelijk maakt: een klimaatcrisis rond 1200 v.Chr. bracht een migratiegolf op gang van het Egeïsche-Zee-gebied richting Egypte en de Levant. Ik was begonnen uit te leggen dat het bewijsmateriaal echter zo eenduidig niet is. Het is lastig te dateren.

Het aardewerkprobleem

Een andere manier om migratie vast te stellen is kijken naar de verspreiding van deze of gene archeologische cultuur. Als we de voorwerpen die vóór 1200 v.Chr. gangbaar waren op Sardinië na een tijdje ook aantreffen in het Midden-Oosten, en als het daarbij niet alleen gaat om handelsaardewerk maar ook om keukenaardewerk, dan hebben we een aanwijzing voor migratie. Maar aardewerk is in deze periode niet alleen moeilijk te dateren, het is ook lastig te kwalificeren.

Lees verder “De Zeevolken: meer problemen”

De Zeevolken: de problemen

Het verwoeste paleis van Ugarit

In de stukken die ik tot nu toe wijdde aan de Zeevolken vatte ik samen hoe De Blois en Van der Spek in Een kennismaking met de oude wereld uitleggen wat er aan de hand was. Ze doen dat met alle voorzichtigheid die het onderwerp vereist, want veel is onduidelijk. Wat echter inmiddels wél zeker is, is dat er een klimaatverandering is geweest die het maatschappelijke aanpassingsvermogen te boven ging. Ik keek naar het bewijsmateriaal en wees erop dat dit viel te presenteren als een consistent verhaal: zo rond 1200 v.Chr. was er een klimaatomslag; volken uit het Griekse gebied raakten op drift; er was een noordwest-zuidoost-beweging van Zeevolken; steden werden geplunderd; het Hethitische Rijk ging ten onder; de vraag naar tin nam af; de interregionale handelsnetwerken stortten in; men schakelde over op ijzer. We zouden de migratie van de Frygiërs vanaf het zuidelijke Balkanschiereiland naar Anatolië nog kunnen toevoegen.

Complicaties

Het is mogelijk het bewijsmateriaal zo te presenteren, maar er zijn complicaties. De voorgaande alinea past mooi in een negentiende-eeuws frame dat beschavingen à la het West-Romeinse Rijk ten onder gingen door migraties. Dat was destijds een populaire analyse – om niet te zeggen: een koloniaal angstbeeld – maar het is voor de transitie van Oudheid naar Middeleeuwen achterhaald. Op drift geraakte stammen assimileerden en de veranderingen in het Mediterrane wereldrijk hadden vooral te maken met het feit dat het al van binnenuit verzwakt was. Iets dergelijks kan natuurlijk ook spelen bij de Zeevolken: die werden gevaarlijk doordat de oosterse grootmachten al verzwakt waren, waarbij de klimaatomslag die de Zeevolken het ruime sop deed kiezen, slechts één factor was. Moeten we niet zoeken naar andere factoren?

Lees verder “De Zeevolken: de problemen”

De Zeevolken: het bewijsmateriaal

Ramses III in actie (Medinet Habu)

In het eerste stukje over de Zeevolken – dat ook “het einde van de Bronstijd” had kunnen heten, vatte ik het handboek samen van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld. Ik legde uit waarom de auteurs terughoudend zijn: ons beeld is onvoldoende scherp en er zijn allerlei complicaties. Die zijn in twee groepen in te delen: enerzijds de oorzaak van de crisis en anderzijds de vraag of de beschikbare data niet wat al te makkelijk zijn geplaatst in een negentiende-eeuws sjabloon over de ondergang van de beschaving. Veel gegevens waren destijds ambigu en lieten zich passen in elk narratief; een deel van de gegevens is nog altijd voor meerderlei uitleg vatbaar.

Wat betreft de oorzaak: we hebben inmiddels zoveel gegevens dat wél duidelijk is dat rond 1200 v.Chr. in het oostelijk bekken van de Middellandse Zee een periode aanbrak van droogte. Ik blogde er al over. Dat leidde tot een crisis en het wegvallen van de vraag naar tin, zodat de handelsnetwerken ook verdwenen, waarna men overschakelde van brons naar het overal vindbare ijzer. Alvorens te bezien of een consistent verhaal mogelijk is, moeten we het bewijsmateriaal eens bekijken.

Lees verder “De Zeevolken: het bewijsmateriaal”

De Zeevolken: het klimaat

Zes Mykeense krijgers trekken ten strijde. Het type helm is ook bekend van Egyptische afbeeldingen van Zeevolken (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)

In het vorige stuk over de Zeevolken vatte ik samen wat De Blois en Van der Spek erover schreven in hun handboek Een kennismaking met de oude wereld. Ook benoemde ik twee onderliggende problemen: enerzijds de oorzaak was van de instorting van het Bronstijdsysteem en anderzijds of de Zeevolkencrisis geen negentiende-eeuws construct was. Over die eerste kwestie heb ik het vandaag. Over de tweede volgend week: het in de oudheidkunde altijd aanwezige gebrek aan informatie maakt dat je de gegevens kunt passen in vrijwel elk narratief. Wat in het handboek staat is dan ook niet zozeer verkeerd als wel de ideale handboekenstof, die zich leent voor verdieping en uitwerking. Kortom: wat weten we, waarom weten we het, en wat weten we niet over de Zeevolken?

Klimaatomslag

Om te beginnen: er is destijds, zoals het handboek vermeldt, iets aan de hand geweest met het klimaat. Het staat bekend als “3.2 cal kY event”, ofwel een gebeurtenis die zich 3,2 gekalibeerde kilojaren geleden voltrok. Uiteraard niet van de ene dag op de andere, maar daarom niet minder ingrijpend. Eén voorbeeld van het bewijs komt uit Ashdod, waar dateerbare monsters organisch materiaal zijn gevonden. Daaruit viel af te leiden dat de zee iets zouter werd: een aanwijzing voor verdamping en hogere temperatuur.

Lees verder “De Zeevolken: het klimaat”

De Zeevolken

Het democratische metaal ijzer: klappersteen uit Drenthe (Hunebeddencentrum, Borger)

In de reeks over het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, wil ik het vandaag eens hebben over de Zeevolken. Maar eerst iets over wat een handboek eigenlijk is: het bevat de basiskennis die een student beheersen moet voordat hij of zij zich kan verdiepen in de eigenlijke discussies. De stof wordt in het handboekcollege een beetje geproblematiseerd, en wordt daarna werkelijk bekeken door middel van literatuurlijsten en vooral werkcolleges. Zo was het althans in mijn tijd; of het nog steeds zo is, weet ik niet. In elk geval: de Zeevolken zijn typisch een thema waarover een student in een handboek leest, dat een docent bij het handboekcollege problematiseert en dat zich leent voor een werkcollege om te tonen hoe complex het is.

De Blois en Van der Spek wijzen op een reeks verschijnselen op de overgang van de Bronstijd naar de IJzertijd. Er was een “concert van mogendheden”: Egypte, Assyrië, Babylonië en de Hethieten. Het laatste rijk viel rond 1200 v.Chr. uiteen en daaruit kwamen de Neo-Hethitische staten voort. Rond het Egeïsche-Zee-gebied kwam een einde aan de Mykeense paleisburchten. Steden als Ugarit werden verwoest en verlaten.

Lees verder “De Zeevolken”

Een ere-inscriptie voor Ptolemaios V

Ptolemaios V Epifanes

Romeinse inscripties zijn vaak niet heel moeilijk om te lezen. Deze of gene keizer (er volgt een opsomming van namen), imperator voor de zoveelste keer, caesar, augustus, hogepriester en nog een hele batterij ambten, consul voor de zoveelste keer, in het zo-en-zoveelste jaar van zijn bevoegdheden als volkstribuun, vader des vaderlands, stichtte dit of dat gebouw, legde er dit bedrag voor opzij en voegde voor het onderhoud dat bedrag toe, en om die reden zegt de gemeenteraad dank je wel.

De titels van Ptolemaios V

De bewoners van het Ptolemaïsche Rijk in Egypte konden er ook wat van. Op 27 maart 196 v.Chr. kwamen priesters samen om een inscriptie op te stellen. Die is te lang om hier te vertalen, maar het begint met een datering ten tijde van “de jonge koning”. Dat het gaat om de vorst die wij Ptolemaios V noemen, wordt verderop duidelijk; hij was een jaar of veertien. Na de jonge koning te hebben genoemd, gaan de priesters helemaal los. Hij heeft de macht geërfd van z’n vader en verder was de jonge koning de heer der kronen, was zijn glorie groot, had hij Egypte georganiseerd, was hij vroom ten opzichte van de goden en was hij de overwinnaar van zijn vijanden …

Lees verder “Een ere-inscriptie voor Ptolemaios V”

Het einde van de Bronstijd

De Late Bronstijd! Ik had retorisch willen vragen welk oudheidkundig thema toch fascinerender kon zijn, maar dan gaat u natuurlijk “Cicero” roepen of “Atheense tragedies”, of iets anders, want het zou matennaaierij zijn op retorische vragen geen flauwe antwoorden te geven. Maar goed: weinig onderwerpen uit de Oudheid zijn fascinerender dan de Late Bronstijd.

Reden één: de puzzelstukken beginnen in elkaar te grijpen. Naast archeologie hebben we teksten, Mesopotamië sluit aan op Egypte, er het vroegste (Mykeense) Griekenland heeft contact met Cyprus en de Hethieten. We zien in de brieven menselijke emoties, we hebben handel over enorme afstanden – denk aan het tin dat vanaf de Atlantische kusten naar het oostelijk bekken van de Middellandse Zee kwam – en we hebben staatsverdragen. Alles is er, althans in aanzet.

Lees verder “Het einde van de Bronstijd”

Tweemaal Egypte

In de bloedstollende reeks “Zit een oudheidkundige met de rug naar een boekenkast” vandaag twee fijne boeken over het oude Egypte. Ik heb het even te druk om een blogje te krabbelen, dus u kijkt maar naar het filmpje, waarin ik uitleg dat we naar Egypte – en naar de hele Oudheid – kijken met een negentiende-eeuwse bril en dat het goede van deze boeken is dat ze precies dat aspect centraal stellen.

Lees verder “Tweemaal Egypte”