Bes

Reliëf van de god Bes (Karatepe)

Het lijp kijkende heerschap hierboven is de god Bes. Het reliëf is te zien in het zuiden van Turkije op een plek die ter plaatse bekendstaat als Karatepe, maar die, omdat in Turkije vrijwel ieder dorp Karatepe (“zwarte heuvel”) heet, door archeologen meestal wordt aangeduid als Aslantaş, “leeuwensteen”. In de Oudheid noemden de Neo-Hittitische bewoners de stad Azitawataya.

Het natuurstenen reliëf bewaakt een van de stadspoorten en is gemaakt tegen het einde van de achtste eeuw v.Chr. In Griekenland zongen barden de epen van Homeros en Hesiodos, in Juda zette men zich schrap voor de strijd tegen de Assyriërs en in onze contreien doken op dat moment ongeveer de eerste ijzeren voorwerpen op.

De vindplaats is opmerkelijk want Bes geldt als een Egyptische god, hoewel hij tegen het einde van de achtste eeuw in dat land geen tempels bezat. (Daarna vermoedelijk ook niet, trouwens. Ik ken ze althans niet.) Hij werd echter al eeuwen vereerd, maar deze kobold – anders kan ik het niet noemen – behoorde vooral tot de volkscultus.

Lees verder “Bes”

Vandalisme en plundering

De tetrapylon van Palmyra

Eigenlijk is het heel logisch dat als ik blog over Palmyra, zoals ik vanmorgen deed, ik reacties krijg over de plundering. Die heeft inderdaad nogal wat publiciteit gekregen en ik had moeten zien aankomen dat daarop zou worden gereageerd. Gek genoeg heb ik daar, toen ik vannacht mijn stukje typte, geen seconde aan gedacht. Mijn antwoord op een reactie op Faceboek groeide uit tot de lengte van een blogstukje en ik kan dat op deze plek weer uitbreiden met wat links. Een overzicht dus.

Syrië

De erfgoedschade in Syrië is vooral toegebracht door het regime. De zogenaamd Islamitische Staat heeft zich beperkt tot acties die eerder mediageniek waren dan schadelijk. Ik wil ze daarmee – dit schrijf ik met nadruk – niet bagatelliseren want de schade is reëel, maar het waren toch vooral de personeelsadvertenties van een terreurgroep en de westerse media hebben de taak van megafoon goed op zich genomen. Het beschadigen van oudheden was voor IS echter geen echt doel. Als dat zo zou zijn geweest, had het Resafa kunnen plunderen, maar het liet die stad ongemoeid.

Lees verder “Vandalisme en plundering”

Antieke namen

Shabti’s van Taharqo en Senkamanisken (Boston, Museum of Fine Arts)

Ik weet niet hoe het u vergaat, maar als ik voor het eerst arriveer in landen waar het westerse alfabet niet wordt gebruikt, is het voor mij altijd de sport de opschriften te lezen. Het makkelijkst zijn dan namen als “Coca Cola” of “Apple”, waar een logo aangeeft wat er moet staan. De woorden “dames” en “heren” zijn ontcijferd na een eerste toiletbezoek. Daarna volgen gangbare woorden als “computer” en “telefoon”. Ik zal niet snel het moment vergeten, lang geleden in Athene, waarop ik in een flits begreep dat het mysterieuze ΒΙΝΤΕΟ dat ik al enkele keren had gezien, de Griekse manier was om “video” te schrijven.

De vorige alinea was slechts een aanloopje om een simpel punt te maken: de spelling van een woord is niet altijd een weergave van de uitspraak. Het moderne Grieks gebruikt bijvoorbeeld de twee letters nu-tau om de klank weer te geven die wij weergeven als d, terwijl de bèta onze v weergeeft. Geen Griek heeft daar moeite mee, zoals wij weten dat word en wordt twee weergaven zijn van dezelfde klanken, die dan weer niet hetzelfde betekenen.

Lees verder “Antieke namen”

Nubisch offerdier

Een bijna abstract beeldje van een offerdier

Omdat ik onverwacht de stad uit moet, en omdat de zetproef van mijn nieuwe boekje Wahibre-em-achet en andere Grieken er inmiddels is, vandaag even een heel kort stukje: een afbeelding van een ram, die zo meteen geofferd zal gaan worden. Om het slachten zo snel mogelijk te laten verlopen, hebben de offeraars de poten al gebonden.

Lees verder “Nubisch offerdier”

Het museum in Cairo

De Perzische koning Kambyses vereert de Apis: een reliëf dat wel behoort tot de collectie van het museum in Cairo, maar dat ik er niet heb gezien. Dit is dan ook een scan uit G. Posener, La première domination Perse en Egypte (1936).

Afgelopen maandag maakten enkele Europese musea bekend dat ze het Egyptisch Museum in Cairo – het staat aan het beroemde Tahrirplein – wilden gaan helpen om

met de gezamenlijk expertise een masterplan te ontwerpen voor de transformatie van gebouw, tentoonstellingen, publieksaanbod, collectiebeheer en onderzoek. Daarmee wil het Egyptisch Museum zich op de kaart zetten als modern (inter)nationaal centrum voor educatie, wetenschap en vermaak.

Als ik voor elke keer dat het cliché dat iets op de kaart gezet moest worden een euro had gekregen, kon ik nu een lang weekend op vakantie naar Cairo, daar mijn intrek nemen in het Carlton-hotel en twee dagen doorbrengen in opgemeld museum. Het zou me misschien tegenvallen, want een deel van de collectie is overgebracht naar een Grand Egyptian Museum in Giza, bij de piramiden, dat in 2020 zal worden geopend. De vondsten uit het graf van Toetanchamon zijn niet langer aan het Tahrirplein en dus is er inderdaad reden om het museum te herorganiseren. En het valt alleen maar te prijzen dat het daarbij samenwerkt met andere musea.

Lees verder “Het museum in Cairo”

De Elefantine-papyri

Joods verzoekschrift betreffende de restauratie van de tempel in Elefantine, gericht aan gouverneur Bagoas (Neues Museum, Berlijn)

Eén van de voorbeelden van migratie die ik behandel in Wahibre-em-achet en andere Grieken is het garnizoen van Elefantine in het zuiden van Egypte. De farao’s van de Zesentwintigste Dynastie, die aan de macht was gekomen nadat de Assyriërs begin zevende eeuw v.Chr. de Nubische koningen hadden verdreven, plaatsten aan de nieuw-geschapen zuidgrens een garnizoen met soldaten uit Judea. Zoals in de Oudheid gebruikelijk was kregen de soldaten bij wijze van tegenprestatie een stuk land. Rond 525 v.Chr. veranderde het garnizoen zijn loyaliteit, toen de Perzen de macht in Egypte overnamen, wat eens te meer een aanwijzing vormt dat Egypte viel door verraad van zijn officieren. De inscriptie van admiraal Wedjahor-Resne, die wél vermeldt hoe hoog de Perzen hem waardeerden maar geen enkele zeeslag vermeldt, is een andere clue.

Terug naar de Joden in Elefantine: verschillende papyri en beschreven potscherven documenteren hun aanwezigheid, zoals de brief hierboven, die is te zien in het Neues Museum in Berlijn. Hij is gericht aan de Perzische gouverneur Bagoas en bevat een verzoek om hulp bij de restauratie van de tempel van Jaho, zoals de naam van de joodse god werd gespeld in het Aramees. Een andere beroemde joodse papyrus uit Elefantine beschrijft het pesach-feest van 419 v.Chr. Een van de aardige verrassingen was dat Jaho hier nog een echtgenote had, die hier Anat wordt genoemd. (In Judea werd Mevrouw God aangeduid als Asjera.) De joden van Elefantine zullen de nieuwerwetse regels van Deuteronomium, dat joden uitsluitend in de tempel van Jeruzalem mochten offeren en uitsluitend JHWH mochten vereren, schouderophalend naast zich neer hebben gelegd. Emigranten zijn immers wel vaker conservatiever dan de mensen in het moederland.

Lees verder “De Elefantine-papyri”

Waterdrager

Hellenistisch beeldje van een waterdrager (Allard Pierson-museum, Amsterdam)

Het bovenstaande leuke beeldje, waarvan de foto ietwat onscherp is, staat in het Amsterdamse Allard Pierson-museum. Het komt uit Egypte, is gemaakt van terracotta en dateert volgens het museum uit de tweede of eerste eeuw v.Chr. Misschien kunnen we iets preciezer zijn, want de amfoor die het mannetje draagt lijkt er een te zijn van het type dat bekendstaat als AE 2 en dat is na het midden van de eerste eeuw v.Chr. niet meer vervaardigd.

Hoe dat ook zij, de man is een waterdrager: hij verdient zijn brood door in de haven kruiken met vloeistoffen (dus niet alleen water) te vervoeren naar de plaats waar wijn of de olie wordt overgeslagen in een handzamer verpakking, zoals leren zakken, flessen of kleinere kruiken. Dit was zwaar lichamelijk werk, want zo’n volle amfoor woog al snel een kilo of vijftig. Ik zou weleens willen weten wat deze mensen wisten van de juiste ergonomische manier om een lading op te pakken, te tillen, te dragen en neer te zetten. Ik heb in Andalusië weleens een Dressel-20-olijfolieamfoor in mijn handen gehad en die vond ik, leeg als ’ie was, al behoorlijk zwaar.

Lees verder “Waterdrager”