Echte en onechte brieven van Paulus

Paulus (Rome, Santa Prassede)

Een nieuwe zondag, een nieuw stukje over de wereld van het Nieuwe Testament. En we gaan het eens hebben over auteurschap. Meer in het bijzonder: wie schreef de dertien brieven van de apostel Paulus? Daar is nogal wat om te doen, namelijk. Voor degenen die de Bijbel als het woord van God nemen, is dit een non-probleem: ongeacht wie de pen in de hand had, zijn alle teksten uit het Nieuwe Testament door God geopenbaard, zodat elke tekst normatief is, wie ze ook schreef.

Desondanks is er al sinds mensenheugenis discussie over. De Alexandrijnse geleerde Origenes, die schreef in de eerste helft van de derde eeuw, betwijfelde al of Paulus de Brief aan de Hebreeën had geschreven. En Origenes was een scherpzinnig geleerde, die wist van de tekst- en bronkritische hoeden en randen. Sindsdien zijn er allerlei argumenten naar voren gebracht. Ik zal de uitkomst alvast verklappen: niemand trekt de authenticiteit in twijfel van Romeinen, 1 Korintiërs, 2 Korintiërs, Galaten, Filippenzen, 1 Thessalonicenzen en Filemon. Over de rest is discussie.

Lees verder “Echte en onechte brieven van Paulus”

Wat is een krokotta?

Een Tasmaanse tijger (Sheffield, Tasmanië)

Wie een antieke tekst leest en stuit op een woord dat hij niet kent, zal hetzelfde doen als wie in een Nederlandse tekst een vreemd woord tegenkomt: het woordenboek erop naslaan. Maar wat als de lexicograaf het ook niet weet? Neem het dier dat in de Romeinse Keizertijd de krokotta heette.

Ktesias en Strabon

De eerste mij bekende vermelding is van Ktesias, een Griekse schrijver die een tijd aan het Perzische hof verbleef en nogal wat over India vertelt. Voor het goede begrip zeg ik er even bij dat de Grieken op dat moment het verschil tussen India en Afrika niet kenden. Wat wij beschouwen als twee landen werd bij hen bewoond door één volk, de donkere Ethiopiërs. Toen de mannen van Alexander de Grote later de Indus zagen, dachten ze dat het de Nijl was. Ook zeg ik erbij dat Ktesias niet altijd even goed onderscheid maakt tussen de harde feiten en vertelsels die hij aan het hof heeft gehoord.

Lees verder “Wat is een krokotta?”

Romeinse vondsten uit de Waal

Caesar met vondsten uit de Waal

Het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden bezit meer voorwerpen dan het kan exposeren. Tegelijk zijn er regionale musea die weleens iets anders willen tonen dan het gebruikelijke materiaal. Daarom is er een leuke en mijns inziens belangrijke reeks exposities Onder Ons, waarbij lokale musea het Leidse materiaal gebruiken. Ik heb al geblogd over de Vorst van Oss in Museum Jan Cunen in Oss, over de Etrusken in museum Wierdenland in Ezinge en over het laatantieke grafveld van Rhenen in het plaatselijke Stadsmuseum.

De Etrusken in Ezinge niet te na gesproken is het belang dit: een historische belangstelling begint plaatselijk; een kind ziet iets dat lokaal en herkenbaar is, maar ook anders; het ontwikkelt zo belangstelling voor het verleden. Door de voorwerpen te exposeren waar ze het meest aanzetten tot reflectie, gebruiken musea de culturele waarde van hun objecten het best. De Vorst van Oss dus in Oss, en het laatantieke grafveld van Rhenen in Rhenen.

Lees verder “Romeinse vondsten uit de Waal”

Gymnosofisten

Boeddha als naakte wijze (Gogdara)

Voor ik vandaag begin, eerst even een petitie: Cardiff, oude geschiedenis deze maand. De sloop van de oudheidkundige instituten gaat gewoon verder.

***

Hebt u getekend? Dan gaan we nu beginnen.

Gymnosofisten

Een gymnosofist is, letterlijk, een naakte wijze of een wijze naaktloper. Het Griekse woord duikt voor het eerst op in beschrijvingen van de Indische campagne van Alexander de Grote in 327-325 v.Chr. Volgens een door Ploutarchos overgeleverde anekdote ondervraagt hij tien gymnosofisten die allemaal slimme antwoorden geven.noot Ploutarchos, Leven van Alexander 64. Het verhaal, dat wat folkloristisch aandoet, is ook bekend van een papyrus in Bern, die dateert uit de eerste eeuw v.Chr.

Lees verder “Gymnosofisten”

Nikolaos

Portret van een Romein, tweede kwart eerste eeuw (Archeologische collectie, Mérida)

Ik heb in mijn zondagse reeks over het Nieuwe Testament wel vaker geblogd over de Twaalf, de door Jezus aangewezen leiders van het te herstellen Israël. Na de dood van Judas Iskariot zijn de Elf nog een keer op sterkte gebracht, zo lezen we in de Handelingen van de apostelen, maar vervolgens verdwijnen ze, althans als groep, uit de geschiedenis. Het initiatief komt bij een andere groep, die we doorgaans aanduiden als de diakens, al gebruikt de Bijbel die aanduiding niet. De aanleiding:

Toen het aantal leerlingen toenam, ontstond er op een gegeven moment ontevredenheid bij de Griekstaligen, die de Hebreeuwssprekendennoot “Hebreeuws” is hier de Nederlandse weergave van het Griekse woord voor de taal die wij “Aramees” noemen. verweten dat de weduwen uit hun groep bij de dagelijkse ondersteuning werden achtergesteld.noot Handelingen 6.1; NBV21.

Lees verder “Nikolaos”

Berenike

Inscriptie van Berenike en Agrippa II uit Beiroet (klik=groot)

De Joodse prinses Berenike maakt in het Nieuwe Testament één keer haar opwachting en dat leidt tot zegge en schrijve drie vermeldingen. Dat is niet veel, maar we vangen desondanks een glimp op van een van de meest fenomenale vrouwen uit Romeinse geschiedenis. Ze was de dochter van de Joodse koning Herodes Agrippa I (r.37-44) en de zus van koning Herodes Agrippa II (r.43-100). Hier zijn de drie vermeldingen.

Paulus

Koning Agrippa en Berenike kwamen naar Caesarea om bij Festus hun opwachting te maken. Tijdens hun verblijf, dat verscheidene dagen duurde, sprak Festus met de koning over de rechtszaak tegen Paulus.noot Handelingen 25.13-14; NBV21.

Lees verder “Berenike”

IIII Macedonica

Munt van IIII Macedonica (Haltern)

In de Romeinse Republiek waren de legioennummers één tot en met vier gereserveerd voor de twee legers van de twee consuls. Het Vierde Legioen, dat later de bijnaam Macedonica zou krijgen, is dus geformeerd door een consul, en aangezien het in de lente van 48 v.Chr. voor het eerst in actie kwam in Dyrrhachion, moet die consul Julius Caesar zijn. In Dyrrhachion streed hij tegen de troepen van de Senaat, gecommandeerd door Pompeius, die de slag won.

Macedonië

Evengoed won Caesar later de slag bij Farsalos en de Tweede Burgeroorlog; zijn Vierde Legioen stationeerde hij daarna in Macedonië. De eenheid had zullen deelnemen aan Caesars campagne tegen het Parthische Rijk, maar die werd geannuleerd na de dood van de dictator. In de zomer van 44 v.Chr. riep Marcus Antonius daarom IIII Macedonica terug naar Italië; het was gestationeerd in het oosten van het schiereiland, waar het al snel partij koos voor Caesars geadopteerde zoon Octavianus. In de oorlog rond Modena (in april 43) streed het voor deze nieuwe commandant en leed daarbij zware verliezen.

Lees verder “IIII Macedonica”

Cerro da Vila: rotte vis naast een rijke villa

Reconstructie van Cerro da vila (klik=groot)

Bij Portugal denken we allereerst aan mooie kusten, enkele prachtige steden, vinho verde en niet zozeer aan Romeinse opgravingen. Toch zijn die laatste er wel degelijk, en ook nog behoorlijk over het hele land verspreid.

Cerro da Vila

Bij een bezoek aan de Algarve en op de terugweg van de stad Lagos naar het vliegveld van Faro hadden we nog wat tijd over, en mijn reisgenote stelde voor om in Vilamoura een Romeinse villa te gaan bekijken. Vilamoura zelf is een alleraardigst hypermodern havenplaatsje te midden van een zestal golflinks, met goede restaurants langs de kades waar je onder andere voortreffelijk vis kunt eten. Op enkele meters van die haven staat een klein museum, dat ook de toegang vormt tot een opgravingsterrein, Cerro da Vila geheten.

Lees verder “Cerro da Vila: rotte vis naast een rijke villa”

De Nok-beschaving

Een kopje met drie gezichten (Musée du Quai Branly, Parijs)

Het NRC Handelsblad publiceerde dit weekend een interview met Zenab Badawi, auteur van An African History of Africa, dat ik al eerder vermeldde. Ik had in dat interview wat kritischer vragen verwacht. Badawi is namelijk wél geïnteresseerd in het verleden, maar haar boek wemelt van de slordigheden en redenatiefouten. Eén daarvan staat in geschiedenisjargon bekend als naïef positivisme: de aanname dat geschreven bronnen én accuraat én representatief zijn. De meeste mensen herkennen wel het eerste probleem (de bevooroordeeldheid van deze of gene bron), maar niet het tweede (de incompleetheid). Badawi is zo iemand. Ze volgt datgene waarover ze informatie heeft en schept zo een verhaal over het verleden, maar het verhaal is niet representatief voor het geheel. Sta me nog een jargonterm toe: An African History of Africa is, hoe sympathiek ook, niet objectadequaat. Een journalist mag daar best vragen over stellen. Je bent een krant hoor.

De Nok-beschaving

Een van de onderwerpen die Badawi overslaat, is de Nok-beschaving. Voor wie deze blog leest omdat ’ie belangstelling heeft voor de Oudheid: Hanno, de Karthaagse zeeman die een ontdekkingsreis maakte langs de westkust van Afrika, had daarmee contact toen hij de monding van de Niger passeerde. Het is ook een van de gebieden waarover W. F. G. Lacroix zijn mooie boek Africa in Antiquity schreef, waarin hij aantoonde dat de Grieks-Romeinse geograaf Ptolemaios betrouwbare informatie weergaf, gebaseerd op de mondelinge tradities waar een zeeman aan de monding van de grote rivieren kennis van kon nemen.

De Nok-cultuur wordt meestal door middel van thermoluminescentie gedateerd tussen 800 v.Chr. en 200 na Chr., met een “aanloopfase” waarover ik het nog zal hebben. Ze is dus even oud als de Nubische culturen van Napata en Meroë. Een respectabele context, zou je zeggen, maar Nok wordt doodgezwegen. En niet alleen door Badawi, hoewel die zegt het “complete verhaal” te willen vertellen.

Lees verder “De Nok-beschaving”

Aretas IV, koning in Petra

De Bab Kisan in Damascus

Het leuke van schrijven over het Nieuwe Testament, zoals ik op zondag doe, is dat altijd wel iemand het oneens met je is. Als je schrijft dat Matteüs’ verhaal over de geboorte van Jezus tjokvol zit met verwijzingen naar de joodse religieuze literatuur, zijn er mensen die zeggen dat dat niet wil zeggen dat het historisch onbetrouwbaar is. Daar zit wat in. Als je schrijft dat een verhaal dat tjokvol literaire verwijzingen zit, daarom nog niet volledig verzonnen hoeft te zijn, zijn er weer andere mensen die het daarmee oneens zijn. Ook daar zit wat in. De een neemt de Bijbel letterlijk, de ander denkt dat alles een literair spel is, en daartussen ligt het veld waar een historicus hypothesen formuleert.

Paulus in Damascus

Vandaag echter een stukje waar vermoedelijk niemand bezwaar tegen kan maken: ik heb het over Aretas IV Filopatris. Die wordt één keer in het Nieuwe Testament genoemd, namelijk in de Tweede Brief aan de Korinthiërs. De apostel Paulus heeft zich weer eens in een wespennest gestoken en vertelt:

Lees verder “Aretas IV, koning in Petra”