De antieke watermolen

Reconstructie van een door een watermolen aangedreven zaagmachine (Schloss Schallaburg)

Het is wel eens beschouwd als een van de grootste historische canards: het idee dat de watermolen pas in de Middeleeuwen zou zijn uitgevonden. Het bewijs dat ze al in de Oudheid watermolens kenden, is echter overstelpend. Waar en hoe ze precies zijn uitgevonden is niet helemaal duidelijk, maar we weten wel het een en ander.

Je hebt namelijk twee dingen nodig: waterraden om een as te laten draaien en tandwielen om die rotatie om te zetten in de beweging van bijvoorbeeld een zaag. De herkomst van het tandwiel ken ik niet, maar om een waterrad te bedenken, heb je een flinke rivier nodig met een gestage stroom. Daarmee kom je eigenlijk automatisch uit bij de Eufraat, Tigris en Nijl.

Lees verder “De antieke watermolen”

Romeins Lyon

Het altaar van de drie Gallische provincies in Lyon (Thermenmuseum, Heerlen)

Ik ben gisteravond aangekomen in Lyon. Een oude stad, met een voor-Romeins verleden. Er zijn hier twee Keltische nederzettingen geïdentificeerd, waarschijnlijk bewoond door de stam van de Segusiavi; ze gaan terug op de vroege La Tène-tijd, zeg maar 450 v.Chr. De ene nederzetting was een oppidum, een heuvelfort, op de westelijke oever van de Saône; deze locatie staat bekend als Fourvière. De andere nederzetting lag op de landtong tussen de Saône en de Rhône. Deze vroege stad heette mogelijk Lugudunon (“heuvel van Lugus”). Die naam is in elk geval aangetroffen op een munt uit 42 v.Chr. Het moge duidelijk zijn dat de Latijnse naam Lugdunum daarvan is afgeleid.

Het vroege Lyon lag dus aan de samenvloeiing van twee belangrijke rivieren. De Saône verbond de regio met de Moezel en de Rijn, en de Rhône leidde in de richting van de Boven-Donau. We kunnen ons het vroege Lyon voorstellen als een handelscentrum. Dat wordt bevestigd door de aanwezigheid van Italische amforen en Grieks aardewerk.

Lees verder “Romeins Lyon”

Een Thracische huurling in Numidië

Grafstèle van een Thracische huurling (Archeologisch museum, Constantine)

Onderzoek in wat destijds bekendstond als de Franse departementen Oran, Algiers en Constantine, midden twintigste eeuw. In 1929 publiceerde Stéphane Gsell het eerste deel van Inscriptions latines de l’Algérie, dat alleen nog maar het oostelijkste deel van het oostelijkste departement bevatte. Hoe lastig de productie van dit boek was verlopen, blijkt wel uit het feit dat het officiële jaar van publicatie 1922 was: het boek heeft zeven jaar op de plank gelegen. Deel twee, dat de westelijke helft van het departement besloeg, verscheen in 1957. Het overlijden van Gsell, de Tweede Wereldoorlog en de Algerijnse Onafhankelijkheidsoorlog hadden nogal wat problemen veroorzaakt, om het eufemistisch uit te drukken.

Dat bemoeilijkte ook vervolgonderzoek. Sommige inscripties vragen nog altijd om nadere inspectie, zoals de bovenstaande stèle, die we alleen kennen uit het deel uit 1957, alsmede een notitie van Jeanne Robert-Vanseveren en Louis Robert, de twee grootste epigrafen (inscriptiekenners) van de moderne tijd. De stèle is afkomstig uit het El-Hofra-heiligdom te Constantine, waarover ik al eens eerder blogde. Ze dateert uit de tweede eeuw v.Chr. De Roberts voegden aan de tekst van de inscriptie toe dat op de vindplaats ook diverse wijdingen waren gevonden aan de god Baäl-Hammon en aan de godin Tanit in haar rol van “aangezicht van Baäl”.

Lees verder “Een Thracische huurling in Numidië”

Han-China

Wandtegel uit de Han-periode (Wereldmuseum, Leiden)

[Dit is het tweede van drie blogjes over de geschiedenis van China. Het eerste was hier.]

Hereniging

Het was een chaotische tijd, waarin de kleine staten onderling streden. Gaandeweg bleven er maar zeven over. Ook die voerden oorlog en de periode na 481 staat daarom bekend als de Periode van de Strijdende Staten. Officieel was er nog steeds een hoge koning, maar die had alleen in Luoyang nog iets te vertellen. Uiteindelijk won de westelijk staat Qin het conflict. Ons woord “China” is een verbastering van Qin.

Lees verder “Han-China”

Leverschouw

Kopie van een model voor leverschouw (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Eerlijk is eerlijk: het bovenstaande voorwerp is niet echt. Het is een replica, aanwezig in de collectie van het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Voor het origineel moet u naar Piacenza in Noord-Italië, naar de Palazzo Farnese, waar de plaatselijke archeologische collectie is te zien. Het bronzen voorwerp stelt een schaapslever voor en is vermoedelijk eind tweede eeuw v.Chr. vervaardigd.

Het voorwerpje is iets kleiner dan een handpalm. Het was, om zo te zeggen het handboek van de ingewandenschouwer, de haruspex. Zo iemand kon de toekomst voorspellen – of beter, meende de toekomst te kunnen voorspellen – aan de hand van de uitstulpingen van de lever uit een offerdier.

Lees verder “Leverschouw”

Efese

Een atleet uit Efese (Ephesos-Museum, Wenen)

Een van de meest overdonderende opgravingen die ik ken, is die van Efese, in het westen van het huidige Turkije. Volgens een legende die misschien een element van waarheid bevat, leidde ooit een Athener genaamd Androklos een groep Griekse kolonisten overzee naar de plek die dus Efese zou zijn. Ooit. Heel precies wist men het niet, maar het was gebeurd na de (legendarische) komst van de Doriërs en vóór Homeros de Ilias schreef. De Grieken plaatsten die gebeurtenissen, waarvan de historiciteit onduidelijk is, rond 1200 en rond 800 v.Chr. op de kalender. Als er een historische kern is in het verhaal over Androklos, bevindt die zich in de “Dark Ages”.

Efese is echter veel ouder. In teksten, gevonden in de Hittitische hoofdstad Hattusa, is sprake van Abasa. Die stad, de hoofdstad van het koninkrijk Mira, moet al rond 1600 v.Chr. hebben bestaan. Ze is teruggevonden op de Ayasoluk, de heuvel waarop tegenwoordig de kerk staat van de heilige Johannes.

Lees verder “Efese”

Bulla Regia

Huis van de Jacht (Bulla Regia)

Een van de interessantste plekken om in Tunesië te bezoeken is de antieke stad Bulla Regia. Ze is makkelijk te bereiken, want ze ligt aan de grote weg van Tunis naar Algerije. En die weg ligt niet zonder reden waar ze ligt, aangezien ze de vallei volgt van de rivier de Medjerda. Dit gebied is opvallend vruchtbaar en wie de rivier stroomopwaarts volgt, komt aan op de al even vruchtbare Hautes Plaines van Algerije. Zeg maar Numidië. Langs de Medjerda ontstonden al vroeg grote nederzettingen, die het geheel in de Romeinse tijd een stedelijk aanzicht gaven. De bewoners voerden hun oogsten over de rivier af naar de stad aan de monding: Utica.

Huis van Baäl

Dolmens, misschien wel drieduizend jaar oud, documenteren de eerste menselijke aanwezigheid in Bulla Regia, maar het werd pas echt wat toen de handelsroute opbloeide. Dat is zo rond 300 v.Chr. onder Karthaagse auspiciën gebeurd; er zijn aanwijzingen voor Karthaagse begrafenissen en een tempel voor de godin die de Karthagers Tanit noemden. De Numidiërs noemden haar Tinnit en onderzoekers weten niet of de Karthagers een Numidische godin overnamen of dat de Numidiërs een Karthaags-Fenicische godin begonnen te vereren. Dat ook Baäl vereerd is geweest, blijkt uit de naam: BBʿL staat voor “huis van Baäl”.

Lees verder “Bulla Regia”

Murus Gallicus

Gereconstrueerde Murus Gallicus (Bibracte)

Het wilde in 52 v.Chr. niet vlotten met de Romeinse belegering van Avaricum, het huidige Bourges, en Julius Caesar kon zijn frustratie niet onderdrukken. Het kwam allemaal door die verdraaide stadswal. In zijn Gallische Oorlog geeft hij een beschrijving van de muren die hem weerhielden van het innemen van de hoofdstad van de Bituriges. Hier is de vertaling van Vincent Hunink.

Lees verder “Murus Gallicus”

Het antieke Jemen

Een dromedaris uit Jemen (Institut du monde arabe, Parijs)

Ik ben nog nooit in Jemen geweest. En ik denk dat het ook niet meer zal gebeuren. Dus dit blogje gaat over een gebied dat ik niet ken uit eigen waarneming. Het is echter ook een gebied dat hoort bij de oude wereld, zelfs al lag het aan de uiterste grens, waar het Mediterrane handelsnetwerk aanknoopte bij het netwerk rond de Indische Oceaan. Dat maakte het antieke Jemen belangrijk.

Het was een vanouds welvarend gebied. Zó welvarend dat de Grieken en Romeinen het aanduidden als het Gelukkige Arabië. Het is te hopen dat de bewoners dat nooit hebben gehoord, want het is bekend dat zij zich niet beschouwden als Arabieren. Om te beginnen woonden de Jemenieten in steden en waren ze landbouwers; ze waren, anders dan althans een deel van de Arabieren, geen nomaden. En ze spraken geen Arabisch. Die taal, die rond 1000 v.Chr. werd gesproken in zuidelijk Syrië en Jordanië, verspreidde zich in de IJzertijd naar het zuiden, maar vooralsnog niet naar Jemen.

Lees verder “Het antieke Jemen”

Wat is een krokotta?

Een Tasmaanse tijger (Sheffield, Tasmanië)

Wie een antieke tekst leest en stuit op een woord dat hij niet kent, zal hetzelfde doen als wie in een Nederlandse tekst een vreemd woord tegenkomt: het woordenboek erop naslaan. Maar wat als de lexicograaf het ook niet weet? Neem het dier dat in de Romeinse Keizertijd de krokotta heette.

Ktesias en Strabon

De eerste mij bekende vermelding is van Ktesias, een Griekse schrijver die een tijd aan het Perzische hof verbleef en nogal wat over India vertelt. Voor het goede begrip zeg ik er even bij dat de Grieken op dat moment het verschil tussen India en Afrika niet kenden. Wat wij beschouwen als twee landen werd bij hen bewoond door één volk, de donkere Ethiopiërs. Toen de mannen van Alexander de Grote later de Indus zagen, dachten ze dat het de Nijl was. Ook zeg ik erbij dat Ktesias niet altijd even goed onderscheid maakt tussen de harde feiten en vertelsels die hij aan het hof heeft gehoord.

Lees verder “Wat is een krokotta?”