Het einde van de Nasriden

De leeuwenfontein van het Alhambra, het paleis van de Nasriden

In het vorige stuk zagen we dat er voortdurend wisselende loyaliteiten en conflicten waren in de buitenlandse politiek van de Nasriden. Conflicten waren er ook over de troonopvolging. Menig sultan stierf een onnatuurlijke dood, zoals Mohammed II in 1302. Zijn opvolger Mohammed III, de derde sultan van Granada, was berucht om zijn wreedheid en zou zijn vader mogelijk naar de volgende wereld hebben geholpen door hem gif toe te dienen. Ismail I, de vijfde sultan van Granada, werd om het leven gebracht door een van zijn neven, naar verluidt omdat ze ruzie hadden over het bezit van een slavin.

De achtste sultan, Mohammed V, was na een vijfjarige regering genoodzaakt zijn toevlucht te zoeken bij de Mariniden in Fez, terwijl zijn koninkrijk bestierd werd door Ismail II en kort daarna door Mohammed VI. In 1362 zou Mohammed V terugkeren naar Al-Andalus nadat koning Peter I van Castilië sultan Mohammed VI naar Sevilla had gelokt en gedood. Koning Peter deed het hoofd cadeau aan de terugkerende Mohammed V.

Lees verder “Het einde van de Nasriden”

Middeleeuws Jeruzalem

Rotskoepel, Jeruzalem

[Dit is het laatste van drie blogjes over wat een toerist kan bekijken in Jeruzalem. Het eerste was hier.]

Middeleeuwen

Met de Middeleeuwen kom ik buiten mijn specialisme, maar ik wil toch nog wat dingen noemen. Uit deze tijd zijn immers ook allerlei bouwwerken en monumenten bekend die je als toerist niet wil missen.

Aan het kerkje van het graf van Maria, even buiten de stad, heb ik speciale herinneringen. We wandelden er met een groepje geen werkelijk overdreven religieuze mensen binnen, maar iedereen werd tegelijk stil en bleef luisteren naar de monnik die er aan het zingen was. Maria is hier vanzelfsprekend niet begraven geweest. Hier is echter wel het graf van koningin Melisende, een van de machtigste vrouwen uit het Koninkrijk Jeruzalem.

Lees verder “Middeleeuws Jeruzalem”

Het Byzantijnse Rijk (3): Diminuendo

Alexios I Komnenos (Bode-museum, Berlijnl)

In mijn eerste blogje over het Byzantijnse Rijk gaf ik een algemene typering. In het tweede schetste ik de vroege bloeiperiode, de door de Avaren en Arabieren ingeleide crisis en het herstel onder de Macedonische dynastie. Op deze bloeiperiode volgde een periode van verval: de laatste van de drie perioden waarin historici het millennium van Byzantijnse geschiedenis onderverdelen.

Crisis

Door de val van Sirmium was de landweg tussen Constantinopel en West-Europa afgesloten en het Byzantijnse Rijk, met zijn eeuwige grensconflicten in het oosten, ontwikkelde zich anders dan de koninkrijken in het westen. Er bleven handelscontacten, veelal via Italiaanse steden als Amalfi en Venetië. Geleidelijk aan kregen die meer invloed, zodat de handel in de Byzantijnse wereld niet langer het monopolie was van de Byzantijnen zelf. De beginnende handelsconflicten werden aangewakkerd toen de paus en de patriarch van Constantinopel in 1054 elkaar verketterden over de natuur van de Heilige Geest. Een volgend probleem was de opkomst van Byzantijnse aristocratische families, die maar weinig bereid waren hun privébelangen ondergeschikt te maken aan het algemeen belang.

Lees verder “Het Byzantijnse Rijk (3): Diminuendo”

Precolumbiaanse kunst

Azteekse watergodin uit Mexico

Ongetwijfeld woedt er discussie over de vraag of we de geschiedenis van de Amerika’s vóór de komst van Columbus nog moeten aanduiden als “precolumbiaans”. Zoals alle historische periodiseringen verheldert én verdoezelt ook dit etiket. Ja, de komst van mensen van overzee was een schok, een breuk. Nee, er waren continuïteiten.

Schok en continuïteit

De klap van de Spaanse aanwezigheid was in elk geval onvoorstelbaar. De conquistadores kwamen met schepen, paarden, kanonnen, christendom, gouddorst en het pokkenvirus. De mensen in Midden-Amerika, die leefden in wat wij het Chalcolithicum zouden noemen, konden zich geen voorstelling maken van wat hun te wachten stond. Vermoedelijk begrepen ze het evenmin nadat Hernán Cortés, samen met de Tlaxcalteken en de Texcoca’s, de hoofdstad Tenochtitlan had verwoest. De ervaren schok schiep ruimte voor de snelle verspreiding van het christendom en de Spaanse taal.

Lees verder “Precolumbiaanse kunst”

Hooglied (3): Een Egyptische wasf

Een Egyptische dame, van top tot teen (Neues Museum, Berlijn)

[Mijn goede vriend Richard Kroes werpt een blik op het Hooglied. Het eerste deel van dit stuk was hier.]

Zoals gezegd is het gedicht van Al-Marrar ibn Munqidh een millennium jonger dan het Hooglied. De volgende Egyptische tekst is duizend jaar ouder, maar heeft ook de vorm van een wasf. Het is te vinden op een papyrus vol liefdesliederen die zich momenteel bevindt in Dublin en bekend staat als Chester Beatty Papyrus 1.

Uniek is mijn zuster, ze heeft geen gelijke:
gracieuzer dan alle andere vrouwen.
Zie haar, als Sirius die opkomt
aan het begin van het nieuwe jaar;
glanzend, kostbaar, met een lichte huid,
lieflijk haar ogen als zij kijkt.
Zoet haar lippen wanneer zij spreekt,
zij gebruikt niet teveel woorden.
Lang van hals, blank van borst,
haar haar echt lapis lazuli,
haar armen meer dan goud,
haar vingers lotussen.
Liefelijk haar tred als zij loopt over de grond
zij heeft mijn hart veroverd in haar omhelzing.

Lees verder “Hooglied (3): Een Egyptische wasf”

De Friese vrijheid

Een blijde (Fries Museum, Leeuwarden)

De drie maanden die ik in 2018 doorbracht in Friesland behoren tot de gelukkigste van mijn leven. Ik heb er een zwak aan overgehouden voor het Fries Museum in Leeuwarden. En omdat ik de Middeleeuwen interessant vind zonder er heel veel van te weten, was ik blij dat er een expositie was over de Friese landen in de Late Middeleeuwen: Vrijheid, Vetes, Vagevuur. Voor het goede begrip: de Friese landen grensden rond 1000 in het zuidwesten aan de Rijn en in het oosten aan – naar keuze – de Dollard, de Jade, de Elbe of de Deense istmus. Het gaat in elk geval om het gebied langs de Waddenzee.

De Karolingen hadden de regio onderworpen en gekerstend, maar ze behield een zekere onafhankelijkheid. Echte onderwerping van het gebied zal voor de Ottoonse, Salische en Staufische vorsten ook weinig prioriteit hebben gehad. Het gebied lag perifeer. Bovendien grensde het aan zee, konden de bewoners zich betrekkelijk eenvoudig verplaatsen en had je er weinig aan de ruiterlegers die destijds het voornaamste instrument waren om gezag af te dwingen. Het zal keizer Sigismund niet heel zwaar zijn gevallen om in 1417 de de facto Friese vrijheid in een oorkonde ook de iure te erkennen. Een iets jongere tekst, het Fivelgoër handschrift, zegt het poëtisch:

De Friezen zijn vrij, zowel de geborenen als de ongeborenen, zolang de wind van de wolken waait en de wereld bestaat.

Lees verder “De Friese vrijheid”

Manuscripten in Nijmegen

Sculptuur uit Herwen (Valkhof, Nijmegen)

In museum het Valkhof in Nijmegen is momenteel de expositie “Moving Stories” te zien. Die toont hoezeer het antieke rivierenland een migratiegebied was en spiegelt dit aan de ervaringen van hedendaagse migranten. De tentoonstelling is goed ontvangen – lees maar hier of daar – maar ik voor mij was er niet enthousiast over.

Mijns inziens bleven het twee halve verhalen. Bij de moderne migratie lag de nadruk op vluchtelingen, wat maar één soort migranten is. Bij de Oudheid had meer aandacht kunnen zijn voor seizoensmigratie. Dat laatste om twee redenen. In de eerste plaats omdat het verweiden van kuddes in voorindustriële samenlevingen de grote, permanente onderstroom van bewegende mensen is geweest. Het was echt heel belangrijk. En in de tweede plaats (en iets minder belangrijk): als het waar is dat Noviomagus niet, zoals ooit gedacht, “nieuwe markt” betekent maar “het nieuwe veld”, en dus tegengesteld is aan Senomagus, “het oude veld”, dankt Nijmegen zijn naam zelfs aan seizoensmigratie.

Lees verder “Manuscripten in Nijmegen”

De wereldkaart van Ptolemaios

Ptolemaios’ Geografie (Gutenbergmuseum, Mainz)

Vorige week was ik in Mainz en we bezochten het Gutenbergmuseum. Als u het niet kent, moet u er zeker heen gaan. Nergens ter wereld zie je op één plek zoveel wiegedrukken (boeken gedrukt vóór 1500) bij elkaar. Leuke teksten ook, zoals de uitgave van het Corpus Iuris die een van Gutenbergs leerlingen vervaardigde (een ander exemplaar is in Zutphen), teksten van Erasmus en Luther (akkoord: post-1500), de Germania van Tacitus en natuurlijk bijbels, gedrukt door de uitvinder zelf.

Ook het bovenstaande boek is er: een uitgave van PtolemaiosGeografie, een fundamenteel werk. Onze reconstructie van de antieke topografie gaat er voor een belangrijk deel op terug. De landkaarten zijn beroemd. Hierboven ziet u één voorbeeld, maar er zijn in Ptolemaios’ Geografie diverse kaarten opgenomen.

Lees verder “De wereldkaart van Ptolemaios”

Herenhul

Herenhul

Even ten zuiden van Apeldoorn, achter Ugchelen, ligt het Herenhul: een niet al te grote open plek in het bos, op een oostelijke uitloper van de Veluwe (de “Hoge Bank”), vlakbij de Asselse Heide, waar in de Middeleeuwen klapperstenen werden gedolven om ijzer uit te winnen. Het was ook niet ver van de weg van Holland naar de IJsselvallei, die min of meer parallel loopt aan de huidige A1. De autosnelweg loopt rakelings langs het Herenhul en blokkeert vanuit Apeldoorn bezien de toegang; je rijdt er het makkelijkste heen vanuit Beekbergen en moet een stukje wandelen. Het is hier.

Omdat het niet heel bereikbaar is, was ik er nog nooit geweest en ik zou er ook nooit heen zijn gegaan als Sander Hurenkamp er niet over had geschreven in zijn Canon van Apeldoorn. Er is weinig te zien en de grote kei die er nu staat is er later geplaatst, maar dit was de plek waar de graaf van Gelre recht kwam spreken. Later was dat de taak van de hertog van Gelre, nog later van de vertegenwoordiger van de Habsburgse vorsten en tot slot van rechters van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Het laatste vonnis schijnt te dateren uit 1620. De vonnissen werden hier ook voltrokken: de Hoge Bank was ook een galgenberg.

Lees verder “Herenhul”

De historische canon

Stelt je voor dat astronomen een canon zouden opstellen van wat iedereen over hun vak moest weten. Zou dat een overzicht opleveren van sterrenbeelden? Nee natuurlijk. Ze zouden de telescoop, de periodieke terugkeer van kometen, radioastronomie en zwaartekrachtgolfdetectors noemen. Een wetenschap onderstreept haar belang immers niet met de objecten die ze onderzoekt, maar met de ontdekte patronen. En haar vooruitgang blijkt uit vernieuwende methoden, nieuwe soorten inzicht en nieuwe bijdragen aan andere disciplines.

Het is, dacht ik althans, logisch je niet te presenteren met de onderzoeksobjecten. Presenteer een wetenschap als wetenschap. De canon die de Commissie Van Oostrom voor de Nederlandse geschiedenis heeft opgesteld, beperkt zich echter wel tot de objecten en draagt zo bij aan het beeld dat geschiedvorsing geen echte wetenschap is. Het gaat om hunebedden, de Romeinse limes, Karel de Grote en wat dies meer zij. Onderwerpen, kortom, die zich lenen voor een blogje hier of een causerie daar, maar die niet tonen waarom geschiedenis een wetenschap is. Hieronder is mijn alternatief.

Lees verder “De historische canon”