
Onlangs zag ik in de supermarkt hoeveel soorten olijfolie leverbaar waren, en toen dacht ik aan overvloed en aan de “hoorn des overvloeds”: de cornucopia. Dit oude mythologische symbool is vanaf de Renaissance gedegradeerd tot decoratie, maar het bezit een diepere betekenis. Maar eerst de mythe.
Geitenhoorn
Over het ontstaan van de “hoorn des overvloeds” is weinig discussie. Hij stamt uit de Grieks-Romeinse mythologie. Het Latijnse cornucopia is een samentrekking van de woorden cornu (hoorn) en copia (voorraad) en het voorwerp heette in het oorspronkelijke Grieks Keras Amaltheias, de “hoorn van Amaltheia”. Dat was de geit die de jonge oppergod Zeus voorzag van melk. Toen één van haar hoorns afbrak vulde Zeus deze met allerlei rijkdommen en gaf hem aan de godin Tyche, de menselijke fortuin. Naast het roer (als richtinggever van het menselijk bestaan) en het “rad van fortuin” is de cornucopia een van de goddelijke attributen van Vrouwe Fortuna.









Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.