De papyri van Herculaneum

De papyri van Herculaneum, waarvan u er in 2007 enkele gezien kunt hebben in het Nijmeegse Valkhofmuseum, moeten voor classici een tantaluskwelling zijn. De geleerden weten dat deze teksten bestaan, willen er dolgraag bij maar kunnen dat niet. De boekrollen zijn namelijk gevonden in een Romeins landhuis dat in het jaar 79 na Chr. door de Vesuvius is verwoest. De kwetsbare papyrusrollen zijn volledig verkoold.

Om ze te lezen, moeten onderzoekers de beschadigde rollen eerst afrollen, wat het gevaar met zich meebrengt dat ze verpulveren. Men is dus terughoudend en daarom zijn er nog veel onbeantwoorde vragen. We weten bijvoorbeeld nog niet om hoeveel teksten het gaat. De schattingen lopen uiteen van de 650 tot 1100 werken.

Lees verder “De papyri van Herculaneum”

De mysteriën van Mithras

Reconstructie van een tempel voor Mithras (Musée royal de Mariemont, Morlanwelz)

Ik vertelde gisteren over de expositie Le Mystère Mithra in het Musée royal de Mariemont in Morlanwelz. Daarin behandelde ik het astrologische aspect van de tauroktonie-reliëfs. Daarnaast vatte ik de mythologie samen, zoals moderne onderzoekers die reconstrueren. Ik gaf verder aan dat de vereerders van Mithras zich vermoedelijk niet zoveel hebben bekreund om een doctrine. Ook een consistente verklaring van de kosmos is niet wat ze gezocht zullen hebben. Wat was die Mithrasreligie nu eigenlijk?

Mysteriecultus?

Het boekje Het Mithras-mysterie, dat toelichting geeft op de tentoonstelling, stelt de vraag waarom godsdiensthistorici het überhaupt een mysteriecultus noemen. Goede vraag. De term is gemunt door christelijke schrijvers uit de Romeinse tijd. Ze plaatsten daarmee andere culten – Demeter, Kybele, Isis, de grote goden van Samothrakè, Jupiter Dolichenus – in één hokje. Het is dus een externe. polemische term.

Lees verder “De mysteriën van Mithras”

Mithras: mysterie en mythe

Mithras doodt de stier (Nationaal Museum, Boedapest)

Ooit kreeg ik mail van iemand die een boek wilde schrijven over Mithras. Als hij had aangetoond dat het christendom slechts een derivaat was, zo schreef hij, had hij wraak genomen op de paters die zijn jeugd hadden verziekt.

Tja.

Als je een rekening met het christendom wil vereffenen, prima. Er valt beslist een boom over op te zetten. Maar als je dat doet, laat dan het verleden erbuiten. Wie dat benut om in het heden een punt te scoren, misbruikt het.

Dit heb ik destijds maar niet geschreven. Ik vermoedde een trauma. In plaats daarvan heb ik literatuurverwijzingen gegeven, inclusief een verwijzing naar de website van Roger Pearse. Die maakt korte metten met het misverstand dat het christendom op een of andere manier leentjebuur heeft gespeeld bij de verering van Mithras.

Zou ik de mail vandaag moeten beantwoorden, ik zou verwijzen naar de expositie in het Musée royal de Mariemont in Morlanwelz. Voor Nederlanders: dit schitterende museum, gelegen in een al even schitterend park vol zeldzame bomen, toont de fenomenale collectie van multimiljonair Raoul Waroqué, die haar in 1917 naliet aan de Belgische staat. Het dorpje Morlanwelz vindt u halverwege Bergen en Charleroi.

Lees verder “Mithras: mysterie en mythe”

De messiaanse maaltijd

De eindtijd, zoals afgebeeld in het Bachkovo-klooster. De drie aartsvaders zitten links.

In deze reeks, waarin ik het Nieuwe Testament probeer te plaatsen in zijn joodse context, waren we beland in een al acht maanden durende subreeks over de Bergrede, en daarbinnen zijn we bezig met het Onze Vader. Vorige week kondigde ik aan dat ik zou terugkomen op de bede om het dagelijks brood. Er is geen enkele reden die niet letterlijk te nemen, maar er is vrijwel zeker ook een overdrachtelijke betekenis. Ik schreef

dat het woord dat we als “dagelijks” weergeven, een hapax is, een woord dat slechts één keer in de antieke letteren voorkomt. Het is dus moeilijk om ἐπιούσιος zomaar te vertalen. Mogelijk is het een verwijzing naar een toekomstige maaltijd, als de mensen in de Eindtijd mogen aanschuiven bij een door de messias aangeboden maaltijd.

Lees verder “De messiaanse maaltijd”

Geld, cultuur en welzijn (4)

Afbeelding van abundantia, “welvaart” (Antikensammlung, Munchen)

[Vierde en laatste deel van een recensie, geschreven door Dirk-Jan de Vink, van Daniel Hoyer, Money, Culture, and Well-Being in Rome’s Economic Development, 0-275 CE (2018). Het eerste deel is hier.]

‘Sweeping statements’

Hoe verder we in het boek komen, hoe wiebeliger de redeneringen worden. Meer en meer krijg je de indruk dat er circulariteit in de redeneringen kruipt. Of dat ‘the absence of evidence’ wordt gezien als ‘the evidence of absence’. Zoals bij het vrijwel ontbreken van inscripties die aangeven dat een gebouw met overheidsgeld is gerealiseerd. Daar mag je niet uit afleiden dat de overheid zich financieel afzijdig hield als het om bouwprogramma’s gaat.

Het gaat Hoyer erom de ‘causal chain’ in kaart te brengen. Welk samenspel van factoren is verantwoordelijk voor de verhoogde output van de economie? Wat is de volgorde van de oorzaken die de economische neergang veroorzaken? Met als achterliggende gedachte dat bepalende factoren voor economische groei, bij een neergang minder krachtig zouden moeten werken. De auteur heeft een punt als hij de machtswisseling in de derde eeuw duidt als militaire macht die in de plaats treedt van elitaire macht. Dan verdwijnen ook de elitaire ‘giften’. Zijn stelling is dat de afnemende bereidheid van de elite om iets terug te doen voor de samenleving, een kettingreactie veroorzaakte. Het lukt in mijn ogen niet om dat aannemelijk te maken.

Lees verder “Geld, cultuur en welzijn (4)”

Geld, cultuur en welzijn (3)

Klinkende munt uit Dyrrhachion (Museum van Durrës)

[Derde deel van een recensie, geschreven door Dirk-Jan de Vink, van Daniel Hoyer, Money, Culture, and Well-Being in Rome’s Economic Development, 0-275 CE (2018). Het eerste deel is hier.]

Het monetair systeem

Wanneer Hoyer in hoofdstuk 3 over numismatiek begint – het bewijsmateriaal ontleend aan munten – raakt hij echt op dreef. Contant geld is de ruggengraat van het monetaire systeem, aangevuld met kredietfaciliteiten. Gaat het geld eenmaal rollen, dan percoleert het door de hele samenleving. Het passeert de handen van investeerders, producenten en consumenten. Investeringen in productiemiddelen, infrastructuur en transportmiddelen leiden tot een grotere ‘output’ van de economie.

De overheid voorziet in kleine denominaties om te faciliteren dat ook kleine transacties plaats kunnen hebben. Bovendien, als de staat niet waakt over de geldvoorraad, dan gaan mensen de kleine muntjes vervangen door namaakgeld. En dat ondermijnt het vertrouwen in het geldstelsel als geheel. Overigens is dit een ander standpunt dan de traditionele visie dat de overheid zich alleen bekommerde om de eigen uitgaven, die betaald werden met zelf geslagen geld.

Lees verder “Geld, cultuur en welzijn (3)”

Geld, cultuur en welzijn (2)

Reconstructie van een inscriptie (op naam van Plinius de Jongere) met een schenking aan de stad Como (Museo nazionale della civiltà romana, Rome)

[Tweede deel van een recensie, geschreven door Dirk-Jan de Vink, van Daniel Hoyer, Money, Culture, and Well-Being in Rome’s Economic Development, 0-275 CE (2018). Het eerste deel is hier.]

Te rade bij sociale wetenschappen

Een klacht van de auteur is dat kwantificerende oudhistorici en maatschappelijk georiënteerde oudhistorici langs elkaar heen werken. Om tegenstellingen te overbruggen gaat hij zelf te rade bij de sociale wetenschappen, in het bijzonder economie en politicologie. Verder maakt Hoyer – zeer beperkt – uitstapjes naar pre-industriële grootmachten als het Chinese Keizerrijk en het Indiase Mogolrijk.

De auteur betrekt nadrukkelijk het welzijn van mensen bij zijn onderzoek. Dat wil zeggen: de mate waarin zij in hun behoeften kunnen voorzien, hun gezondheid, levensverwachting, toegang tot kennis, inclusiviteit van de samenleving en de mate waarin mensen invloed hebben op hun eigen leefomstandigheden. Een interessante vraag in dat verband is: welke omstandigheden bepalen dat mensen een betere kwaliteit van leven ervaren? Door deze insteek maakt het boek een moderne indruk.

Lees verder “Geld, cultuur en welzijn (2)”

Geld, cultuur en welzijn (1)

Het Romeinse Rijk behoorde tot de grootste, rijkste en meest stabiele rijken in de wereldgeschiedenis. Hoe valt het economisch succes van het Romeinse Rijk te verklaren? Dat is de vraag die Daniel Hoyer wil beantwoorden in Money, Culture, and Well-Being in Rome’s Economic Development, 0-275 CE (2018). Hij beperkt zich tot pakweg de eerste drie eeuwen van de jaartelling. En bovendien tot het westelijk deel van het Romeinse Rijk, inclusief de Afrikaanse provincies. De derde eeuw is van belang omdat toen economische stagnatie optrad. Handig als je hypotheses over bepalende factoren voor economische groei wilt toetsen.

Doel en doelgroep

Het boek is op het niveau van alinea’s helder geschreven, bondig en ter zake. Als je het letterlijk voorleest, heb je een hoorcollege. De structuur is minder doorwrocht en maakt een rommelige indruk. Een blik op de koppen en subkoppen geeft geen goed voorgevoel. Die indruk wordt al lezende helaas bevestigd. En laten we wel zijn, de titel is ook niet bepaald om in te lijsten.

Lees verder “Geld, cultuur en welzijn (1)”

Woorden uit het Gallisch

La Mure

Een tijdje geleden heb ik een Gallisch woordenboek gekocht en ik heb dat inmiddels ook gelezen. Ik weet dat dit vrij pervers klinkt – je leest toch ook het telefoonboek niet? – maar ik kan u geruststellen. Het Dictionnaire de la langue gauloise van Xavier Delamarre is niet zomaar een woordenboek. Het biedt een overzicht van de ongeveer duizend bekende woorden uit de Gallische taal, plus uitleg hoe we de betekenis kennen. Dat komt voor een belangrijk deel doordat het Gallisch deel uitmaakt van de Indo-Europese taalfamilie, meer precies van de deelfamilie van de Keltische talen. Die kennen we goed, want er zijn nog altijd sprekers van enkele westelijke Keltische talen.

Een voorbeeld uit het boek van Delamarre is het Gallische woord branos. We kennen het uit namen als Brannovices (een stam) en Branodunum (het huidige Brandon bij de Saône). In het Oudiers, het Cornisch en het Bretoens zijn overeenkomstige woorden, zoals de persoonsnaam Brian. Die woorden betekenen allemaal “raaf” en kunnen ook dienen om aanvoerders aan te duiden. Als de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius ergens een oorlogsleider Braneus noemt, geeft hij dus niet diens naam weer maar zijn titel. We kennen uit Griekse bronnen trouwens nog drie Keltische aanvoerders met deze titel, die de Grieken weergaven als brennos.

Lees verder “Woorden uit het Gallisch”

Hatra

De buitenmuur rond de stad en de binnenmuur rond het heiligdom van Hatra

De naam “Hatra” is Aramees en betekent waarschijnlijk zoiets als “omheining”. Het moet verwijzen naar de muur (temenos) rond de tempel van de zonnegod Šamaš. De Hatrenen zelf noemden de stad Beit Elaha, “huis van god”. Er is geen bewijs voor bewoning van de plaats vóór de Parthische tijd (c.140 v.Chr. – c. 225 na Chr.), al kunnen verscheidene beelden uit de daaraan voorafgaande eeuw dateren, toen het gebied behoorde tot het Seleukidische Rijk.

Gelegen tussen enerzijds de vruchtbare vlakten van Assyrië in het oosten en de vallei van de Eufraat in het westen, was Hatra een belangrijk handelscentrum, vergelijkbaar met Palmyra. Handel was destijds vaak gecentreerd rond heiligdommen – denk aan de Wierookroute over het Arabische Schiereiland – en ook de tempel van Šamaš zal zo hebben gefunctioneerd. Hatra had hierdoor contacten met de hele wereld. Het verbaast niet dat er allerlei mensen woonden: afstammelingen van de oude Assyriërs en Babyloniërs, Arameeërs uit Syrië, Griekse en Macedonische veteranen, Iraniërs, en dit alles onder een Arabische dynastie. Hatra geldt daarom als de eerste Arabische stadstaat, maar je mag de vraag stellen wat daarmee is bedoeld.

Lees verder “Hatra”