Johannes de Doper en het christendom

Bethanië, waar Johannes de Doper Jezus zou hebben gedoopt

Ik heb de afgelopen tijd de teksten over Johannes de Doper doorgenomen: de aankondiging van zijn geboorte, zijn prediking en het bericht van Jezus aan zijn leermeester. Verder blogde ik over de joodse rituele baden, een gebruik dat Johannes overnam en aanpaste tot een eenmalige handeling om aan geven dat iemand tot inkeer was gekomen en klaar was voor de Jongste Dag. Al eerder had ik geschreven over twee aspecten van Johannes’ executie: dat Salome niet de zwoele verleidster van de westerse traditie was en dat  speculator een interessant latinisme is. Vandaag: wat er na Johannes’ dood gebeurde.

Al tijdens Johannes’ leven verkondigde Jezus dezelfde boodschap: de eindtijd brak aan, God zelf zou de wereld persoonlijk regeren, de mensen moesten tot inkeer komen en geloof hechten aan dat goede nieuws. Anders dan zijn mentor liet Jezus de mensen niet naar de Jordaan komen, maar trok hij het land in. Een verschil was dat voor Jezus nogal wat “hoge” titels in omloop waren: “Mensenzoon” en “zoon van God” gaan vrijwel zeker op Jezus’ eigen tijd terug, en dat geldt vermoedelijk ook voor messias. Nadat ook Jezus was geëxecuteerd zetten zijn leerlingen het doopritueel voort. En nu deed zich een probleem voor.

Lees verder “Johannes de Doper en het christendom”

Geliefd boek: The Last Mughal

Een nieuwe interessante schrijver ontdekken is altijd leuk. Mij gebeurde dat met de Schotse William Dalrymple (1965, niet te verwarren met Theodore Dalrymple). Hij studeerde in Cambridge. Ik zal zijn eerste boek In Xanadu. A Quest (1989) in de Amsterdamse Boekhandel hebben gekocht. Het is het enthousiaste reisverhaal – human interest ontbreekt niet – over een tocht van Jeruzalem naar de Chinese stad Xanadu. Dalrymple was pas vierentwintig toen hij het boek schreef. Daarna ben ik hem blijven volgen. De schrijver heeft zich ontwikkeld tot een narratieve historicus die leesbaar en beeldend schrijft. Voor ieder boek doet hij grondig onderzoek. Ook vindt hij het essentieel dat hij de plaatsen waarover hij schrijft zelf bezoekt, en dat is te merken.

Dalrymple woont al heel lang in Delhi. Waarom vertelt hij zelf:

I never intended to come to India. I originally set out to be an archaeologist in the Middle East, but the dig I was assigned to in Iraq closed down — purportedly due to a nest of British spies. So, I joined a friend who was heading to India. I had no particular connection to the country, but when I arrived, it was one of those moments in life when everything changes. Thirty years later, I’m still here. A constantly changing kaleidoscope of things has kept me attached, and a whole variety of careers have been facilitated by being here. My first job, teaching, took me from the Himalayas down to the far southern tip of country. By the time I was two stops in, India had unveiled itself in all its complexity and beauty — I was addicted.

Lees verder “Geliefd boek: The Last Mughal”

Het begin van de Oudheid

Sumerisch echtpaar (door de vandalen vergeten toen ze het museum in Bagdad plunderden)

Objectieve kennis kan niet bestaan, maar als mensen met diverse achtergronden aan de hand van dezelfde data en dezelfde methoden tot dezelfde conclusies komen, zitten we aan de veilige kant. En je krijgt betere informatie als je meer en uiteenlopender data in je analyse betrekt. Klinkt logisch, gebeurt onvoldoende. De oudheidkundige opleidingen zijn te kort. Daarnaast zijn er twee andere problemen, namelijk dat inzichten achter betaalmuren liggen en dat het daardoor niet mogelijk is het publiek normaal te informeren. Daarom twijfel ik al een tijdje aan de zin van mijn activiteiten en keerde ik terug naar het handboek waarmee ik over oude geschiedenis leerde, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek.

Ik blogde er al eens over – een, twee, drie – en een van de auteurs, Van der Spek, reageerde al. Deze reeks kan leuk worden. Vandaag: het begin van de Oudheid. Ofwel de overgang van de laatste fase van de Prehistorie, het Chalcolithicum, naar de Bronstijd.

Lees verder “Het begin van de Oudheid”

Het Numidisch en het Proto-Berber

Een Numidische ruiter (Musée national des antiquités, Algiers)

Een ruim jaar geleden – het was ten tijde van de verkiezingen – reisde ik door Algerije en korte tijd daarna door Tunesië. Je loopt er van de ene naar de andere Romeinse stad; er zijn er uit de Maghreb ongeveer 500 bij naam bekend, wat aanzienlijk meer is dan de 60 uit Gallië. Dit was een van de verstedelijkste gebieden uit de oude wereld.

T-steden

Op een gegeven moment viel me op dat ontzettend veel plaatsnamen, zowel antieke als moderne, beginnen met een t-klank. Systeem kon ik er niet in ontdekken. Het kon gaan om een havenstad als Tipasa, om een heuvelfort als Tiddis en om een bronnenheiligdom als Thubursicum, maar ook om steden als Thugga, Tebessa, Thysdrus, Thuburbo Maius, Thagaste en Thamugadi. De /t/ lijkt wel universeel te zijn.

Lees verder “Het Numidisch en het Proto-Berber”

Het Gilgameš-tablet in de Green-collectie

Kleitablet met een deel van de tekst van het Epos van Gilgameš (niet het stuk dat ik hieronder beschrijf, overigens; Museum van Hattusa)

Twee weken zonder stukje over de Green-collectie is twee weken niet geleefd, dus vandaag een aflevering in onze reeks over hoe we niet moeten omgaan met de Oudheid. Korte samenvatting van het voorafgaande: de Amerikaanse verzamelaar Steve Green heeft een gigantische collectie oudheden aangelegd om een bijbels museum op te richten. We hoeven hem niet van altruïsme te verdenken: je koopt oudheden, wacht tot ze meer waard zijn, schenkt ze aan een je eigen museum en profiteert van de belastingaftrek. De Green-collectie ging nog een stap verder. Ze betaalde oudheidkundigen om over de voorwerpen te publiceren, wat de waarde opdreef. Dit was niet alleen financieel aantrekkelijk. Het betekende ook dat mensen die aan de bel hadden moeten trekken, op de eigen loonlijst stonden en een prikkel hadden om de andere kant op te kijken. Inderdaad, de Green-collectie had geleerd van de Enron-affaire.

Hoewel Green zijn best had gedaan de toezichthouders te neutraliseren, kwam uit dat hij veel materiaal had gekocht op de zwarte markt. (Wat dat betekent leest u hier.) Inmiddels is er geschikt: een miljoenenboete en teruggave van kleitabletten aan Irak en papyri aan Egypte. Van sommige voorwerpen, zoals een handvol snippers van de Dode-Zee-rollen, is inmiddels vastgesteld dat het vervalsingen zijn. Maar de Green-collectie heeft nog een laatste kaart in de mouw: je kunt natuurlijk rechtszaken beginnen tegen degenen die jou het materiaal hebben verkocht zonder te zeggen dat het illegaal was.

Lees verder “Het Gilgameš-tablet in de Green-collectie”

Het belang van Buijtendorp (2)

Tom Buijtendorp heeft de laatste jaren naam gemaakt met enkele publicaties waarin hij de twee in het vorige stukje beschreven methoden toepast. Zo combineerde hij de informatie die we de afgelopen eeuw over Romeins Voorburg hebben verworven met wat we vernemen uit de opgravingsrapporten die twee eeuwen geleden door Caspar Reuvens zijn geschreven. Het leverde een lijvig proefschrift op, waarin Buijtendorp de inzichten van de archeologie en de vaardigheden van de geschiedvorser combineerde.  U zegt wellicht dat dat vanzelf spreekt, maar neem van mij aan: de gemiddelde Nederlandse archeoloog is geen archiefrat. Archivistiek komt in de archeologische opleidingen niet aan de orde.

Oude data en nieuwe speculaties

Ook in andere boeken heeft Buijtendorp alle bekende data – archeologische vondsten, kronieken en archivalia – gecombineerd. In Caesar in de Lage Landen herhaalt hij bijvoorbeeld de reconstructie van de grenzen van de gebieden van de Belgische stammen, gebaseerd op de middeleeuwse bisdomsgrenzen. Dat is heel negentiende-eeuws onderzoek, waarvan de resultaten volledig zijn ingeburgerd. Ze worden daarom als vanzelfsprekend aangenomen, en het is goed dit type onderzoek eens te herhalen om te zien wat het met de inzichten van nu oplevert. Minimaal leert de lezer dat die grenzen helemaal niet zo zeker zijn als de historische atlas suggereert.

Lees verder “Het belang van Buijtendorp (2)”

Het belang van Buijtendorp (1)

De Waal als vlechtende rivier

Wie zich bezighoudt met Nederland in de Romeinse tijd, kampt met een gierend gebrek aan data. Zeker, de archeologische depots liggen behoorlijk vol, maar om van vondsten te komen tot een reconstructie van een oude samenleving is interpretatie nodig. Die vindt plaats aan de hand van andere vondsten, vergelijking met andere voorindustriële culturen en enkele honderden Latijnse en Griekse teksten, waarvan de meeste vrij kort. Die vergen eveneens uitleg. Je krijgt weleens de indruk dat oudheidkundigen geschreven bronnen naar believen letterlijk nemen, afdoen als literair motief, interpreteren als atypisch of presenteren als onverwachte bevestiging van wat ze al vermoedden. Die indruk is onterecht, want tekstuitleg is gebonden aan hermeneutische regels. Er is echter wel speelruimte, dus de indruk is begrijpelijk.

Samenvattend: de data zijn onvoldoende en ambigu. Dat maakt het lastig ze om te zetten in informatie – data die zijn beoordeeld en gecombineerd. Zeg maar puzzelstukjes die aan elkaar zijn gelegd.

Lees verder “Het belang van Buijtendorp (1)”

Josephus over Johannes de Doper

Johannes de Doper: fresco uit 1380-1360, nu in het Byzantijnse Museum van Thessaloniki

De afgelopen weken heb ik op zondag geblogd over Johannes de Doper. We hebben diverse bronnen over het optreden van de mentor van Jezus van Nazaret.

  • Ik beschreef de aankondiging van Johannes’ geboorte, zoals beschreven in Lukas 1, in het stukje over de hoorn der redding.
  • Ik behandelde Marcus2-9 in de context van de joodse rituele baden, een handeling waarmee iemand steeds weer zijn rituele reinheid kon herstellen; Johannes’ doopsel leek erop maar gebeurde maar één keer.
  • Uit de bron Q is er het overzicht van Johannes’ prediking , die bekendstaat als het “first Baptist block” (Matteüs 3.7-12 || Lukas 3.7-9, 15-18). Lukas’ weergave bevat een inlas met een verrassend universalistische strekking.
  • Uit  Q komt ook Jezus’ oordeel over zijn leermeester: het “second Baptist block” (Lukas 7.18-35 || Matteüs 11.2-19)., waarover ik vorige week al schreef.
  • Het verhaal van de executie (Marcus 6.14-29) heb ik al eens behandeld in een stukje over Salome, die niet de wulpse verleidster was die de westerse traditie ervan heeft gemaakt, en in een stukje over het ongebruikelijke Latijnse woord speculator. (Ik vind dit laatste een van de aardigste stukjes die ik ooit schreef.)
  • Volgende week wil ik ingaan op de ontmoeting tussen Jezus en de Doper zoals beschreven in het evangelie van Johannes (Johannes 1.19-42), op een staartje uit het tweede Baptist Block en op de relatie tussen de leerlingen van de twee mannen nadat beide waren geëxecuteerd (Handelingen 19.1-7).

Lees verder “Josephus over Johannes de Doper”

Geliefd boek: Tegen de terreur

Onlangs stond op deze blog het boek Rusland tegen Napoleon – De strijd om Europa 1807-1814. Hoe interessant dit ook moge zijn, ik dacht “weer van het zelfde”.

Toevallig heb ik onlangs een zeer leesbaar boek van een Nederlandse professor geschiedenis, Beatrice de Graaf, gelezen, Tegen de terreurdat net een zeer onderbelichte tijd belicht die er vlak na komt: wat gebeurde er NA Napoleon, zowel een eerste maal met de verbanning naar Elba (en de intocht van Tsaar Alexander in Parijs, waar het genoemde Rusland tegen Napoleon mee eindigt), en vooral een tweede maal na Waterloo.

Fascinerend. Het is een onderbelichte tijd, die, voor zover al beschreven, kleur gegeven is door Franse historici, die hier niet geheel objectief over waren.

Lees verder “Geliefd boek: Tegen de terreur”

Het Belevi-mausoleum

Het Belevi-mausoleum

Ik had het over de Babylonische Oorlog en mijn oud-docent Bert van der Spek, tevens auteur van het handboek waaraan ik een reeks wijd, herinnert me er terecht aan dat de ambities van Antigonos Eénoog en Seleukos de Overwinnaar niet zó verschillend waren. Ze wilden allebei een zo groot mogelijk gebied regeren, ruwweg zoals Alexander had gedaan, en Seleukos is daarin eigenlijk verder gekomen dan Antigonos. Als er een verschil is, is het dat Antigonos’ poging plaatsvond toen het Alexanderrijk nog iets van een levende herinnering was, terwijl Seleukos het veertig jaar na de dood van Alexander probeerde, toen de verdeeldheid in feite een al voldongen feit was geworden.

Seleukos, die heerste over een groot deel van Azië, kreeg zijn kans in 281 v.Chr., toen hij in een conflict verzeild raakte met Lysimachos, een andere opvolger van Alexander. Deze had vanuit Thracië een rijk opgebouwd rond de Egeïsche Zee. Efese was voor hem een residentie en daar wilde hij worden bijgezet. Zijn grafmonument stond veertien kilometer verderop op de plek die Belevi heet. Hij zou er alleen niet worden begraven.

Lees verder “Het Belevi-mausoleum”