De brug over de Kwai (10)

De auteur in 1945
De auteur in 1945

[Deze weken plaats ik op mijn blog het verhaal met de oorlogsherinneringen van dhr Dick van Zoonen. Een overzichtspagina is daar.]

De bevrijding

In Tamoeang was niet veel te doen. We moesten een diepe droge gracht om het kamp heen graven van vier meter diep en breed, en viermaal 500 meter lang. Op de hoeken kwamen pillboxen met schietopeningen naar buiten en ook naar binnen. Het zag ernaar uit dat de Jappen ons hierin bij elkaar zouden drijven als de geallieerden dichtbij zouden komen. De Jappen konden ons dan makkelijk in bedwang houden en eventueel allemaal dood schieten. De geallieerden zaten echter nog ver, bij Rangoon, bijna 1000 km van ons kamp. Wel hoorden we regelmatig geallieerde bommenwerpers overvliegen.

Als er geen achterstand op het werk was kregen we ongeveer eens per maand een amateurcabaretvoorstelling. Op een augustusavond in 1945, terwijl wij net zo’n cabaretvoorstelling hadden, kwam plotseling een Engelse sergeant-majoor het toneel ophollen om te vertellen dat de Japanse kampcommandant liet mededelen dat de oorlog afgelopen was. Hierop werd spontaan het God Save the King en het Wilhelmus gezongen. We hebben die nacht niet meer geslapen.

Lees verder “De brug over de Kwai (10)”

De brug over de Kwai (9)

De auteur in 1945
De auteur in 1945

[Deze weken plaats ik op mijn blog het verhaal met de oorlogsherinneringen van dhr Dick van Zoonen. Een overzichtspagina is daar.]

Houthakken

In Nong Pladuk zaten wij niet erg lang. Een keer werden wij met honderd man met een trein met een reservebrug 80 km de jungle ingestuurd om de brugdelen in de jungle te verbergen. Kennelijk moesten deze brugdelen dienen voor eventuele reparaties na bombardementen van de grote brug over de rivier de Kwai.. Dat karwei duurde twee dagen.

In november 1944 moest een ploeg van vijfonderd man de jungle in om hout te hakken, brandhout voor de stoom locomotieven. Ik was één van die vijfhonderd, allen Hollanders. Onze officieren waren toen al van ons gescheiden en in aparte kampen gezet. We hadden wel onze eigen sergeants en sergeant-majoors en ook per vijfhonderd man een dokter. Deze leiding was erg belangrijk om de orde te bewaren, te zorgen dat er niet te veel gestolen werd, dieven te bestraffen (met stokslagen) en om te zorgen voor hygiëne en voor eerlijke verdeling van het eten. Dit soort discipline is misschien ook de reden geweest dat de krijgsgevangenen het er in het algemeen veel beter afbrachten dan de Aziatische koelies, die de Jap ook in grote aantallen (162.000) inzette op de spoorlijn. Wij hadden 20% doden, de koelies veel meer.

Lees verder “De brug over de Kwai (9)”

De brug over de Kwai (8)

De auteur in 1945
De auteur in 1945

[Deze weken plaats ik op mijn blog het verhaal met de oorlogsherinneringen van dhr Dick van Zoonen. Een overzichtspagina is daar.]

Basiskampen

Het eerste basiskamp waar ik kwam was het kamp Chungkai (60 km van het beginpunt), een groot kamp voor naar schatting 5000 man. Na enkele weken werden we per trein naar Nong Pladuk vervoerd. Na weer drie maanden werd het Nakhon Pathom, een kamp 20 km ten oosten van Nong Pladuk, 50 km ten westen van Bangkok, met 10.000 gevangenen. Algauw kwam het bericht dat de spoorlijn klaar was.

Op 17 oktober ontmoetten de spijkerploegen die aan beiden uiteinden begonnen waren elkaar bij km 257. De Jap had toen ineens veel minder mensen nodig. Van de oorspronkelijk 60.000 gevangenen werd de helft uitgezocht om naar Japan te gaan voor werk in de kolenmijnen. De Jap zocht daarvoor bij voorkeur fitte mensen uit die er niet Indisch uitzagen. Waarom ik niet uitgekozen werd weet ik niet, maar ik bleef in Thailand.

Lees verder “De brug over de Kwai (8)”

De brug over de Kwai (7)

De moeder en broer van de auteur op een foto die midden 1942 is gemaakt in hun eerste kamp voor burgergeinterneerden. Deze is later als ansicht verstuurd en bereikte de auteur na een jaar in Thailand.
De moeder en broer van de auteur op een foto die midden 1942 is gemaakt in hun eerste kamp voor burgergeinterneerden. Deze is later als ansicht verstuurd en bereikte de auteur na een jaar in Thailand.

[Deze weken plaats ik op mijn blog het verhaal met de oorlogsherinneringen van dhr Dick van Zoonen. Een overzichtspagina is daar.]

Martonna (zomer 1943)

Na drie maanden Tamarkan was het werk klaar en werden de gevangenen elders ingezet. Met vijfhonderd man gingen we op stap, eerst 60 km met het werktreintje, een soort vrachtwagen op treinwielen, daarna 60 km lopen. We kwamen langs het grote houten viaduct van Wangpo (bestaat nu nog). We liepen 12 tot 15 km per dag met in je rugzak alles wat je bezat. Veel was dat niet. Een half versleten uniform, een slaapzak, een klamboe, een slaapmatje, een paar schoenen, een kussensloop, twee pannetjes, een veldfles, een paar puttee‘s (beenwindselen) en een boek. Veel meer zal het niet geweest zijn. Op het werk liep je meestal alleen in afgeknipte uniformbroek met riem, verder niets, meestal ook geen schoenen.

Lees verder “De brug over de Kwai (7)”

De brug over de Kwai (6)

De auteur, Dick van Zoonen, in 1941
De auteur, Dick van Zoonen, in 1941

[Deze weken plaats ik op mijn blog het verhaal met de oorlogsherinneringen van dhr Dick van Zoonen. Een overzichtspagina is daar.]

Psychische gesteldheid

Ik ben eigenlijk nooit bang geweest, want we waren er altijd van overtuigd dat de oorlog binnen een paar maanden voorbij zou zijn en natuurlijk ook dat wij de oorlog zouden winnen.

Achteraf bekeken was dit eigenlijk niet zo vanzelfsprekend. De oorlog is een dubbeltje op zijn kant geweest als je de geschiedenis naleest.  Achteraf bezien is er ook een reële dreiging geweest dat de Japanners ons bij een geallieerde landing in de buurt, dood zouden schieten, maar dat geloofden wij niet, net als de joden in Europa eigenlijk niet geloofden dat de Duitsers hen dood gingen maken.

Lees verder “De brug over de Kwai (6)”

Een puzzel opgelost (4)

Kültepe (K): Paleis van W
Kültepe (Kaneš): Paleis van Waršama. De foto is gemaakt door een reisgenoot van me, maar ik weet niet meer wie. Op mijn eigen foto’s staat alleen maar gras.

In de voorgaande stukjes heb ik uitgelegd dat chronologie een wat vergeten maar fundamenteel deelgebied vormt van de geschiedvorsing, dat voor Mesopotamië een solide chronologie van koningsjaren kan worden opgesteld die reikt tot 1420 v.Chr. en dat er ook een “zwevend blok” van ruim vijf eeuwen is waarvan we niet precies weten hoe groot het gat is tot het meer solide deel van de chronologie. Dit zwevende blok kan op slechts vijf manieren worden gedateerd: het laatste jaar kan 1499 zijn (en dan is het gat met het solide deel nog geen tachtig jaar), maar het kan ook 1651 zijn (en dan liggen het zwevende en vaste deel van de Mesopotamische chronologie ruim twee eeuwen van elkaar af). Voor uw gemak is hier nog eens dee PDF die Kees Huyser, wetenschapsvoorlichter bij het Nikhef, voor dit stuk maakte.

Kaneš

Het begin van de oplossing kwam uit de omgeving van Kayseri in Turkije. Daar ligt Kültepe, de antieke stad Kaneš, waar de Assyriërs een handelspost hadden. Zij dateerden hun uitgebreide correspondentie aan de hand van de in het tweede stukje al genoemde limmu’s. Dit deel van de lijst, die al langer bekend was, is in de laatste jaren uitgegroeid tot 255 jaarnamen en hier bleek de oplossing te zitten. Uiteindelijk is de gestage, weinig opzienbarende accumulatie van data het beste middel om de wetenschap verder te brengen.

Lees verder “Een puzzel opgelost (4)”

Een puzzel opgelost (3)

De dynastieën van Ur, Isin, Larsa en Babylon.
De dynastieën van Ur, Isin, Larsa en Babylon.

Na twee stukjes over het belang van chronologie en over dat deel van de Mesopotamische chronologie dat solide is, komen we dan nu bij het eigenlijke probleem: de chronologie van de eerste helft van het tweede millennium ofwel de Midden-Bronstijd. Voor uw gemak is hier een mooie PDF die een overzicht biedt, gemaakt door Kees Huyser, wetenschapsvoorlichter bij het Nikhef.

Koningslijsten

Aan bronnen geen gebrek. De Babylonische Koningslijst A kan nu worden aangevuld met de Babylonische Koningslijst B, die informatie geeft over onder andere de Eerste Dynastie van Babylonië. De beroemdste heerser van dit vorstenhuis is Hammurabi, die alle rivaliserende koningen uitschakelde en heel Mesopotamië verenigde. Voor ons prettig is dat we de namen van die rivaliserende koningen kennen en niet zelden ook hun regeringsjaren, waardoor we synchronismen hebben die betrekking hebben op verschillende steden. Zo is het zestigste jaar van Rim-Sin van Larsa het dertiende van Hammurabi van Babylon. Andere tijdgenoten waren Šamši-Adad van Assyrië en Zimrilim van Mari, die ik nu slechts noem omdat ik ze in het volgende stukje nodig heb; voor het moment is het synchronisme tussen Hammurabi van Babylon en Rim-Sin van Larsa het belangrijkste.

Lees verder “Een puzzel opgelost (3)”