Kroisos

Kroisos op de brandstapel (foto Louvre)

Kroisos was koning van Lydië, ergens in het midden van de zesde eeuw v.Chr. Hij is beroemd om de zelfs naar antieke maatstaven flauwe mop dat bij gezanten naar Delfi stuurde met de vraag of hij Perzië moest aanvallen, waarop het orakel antwoordde dat hij een groot koninkrijk ten onder zou doen gaan. Optimistisch begon Kroisos aan de oorlog om te laat te ontdekken dat zijn eigen rijk ten onder ging. De ondergang van Lydië is een historisch feit waarvan vaak wordt beweerd dat dit in 547 v.Chr. is gebeurd, maar de datering is gebaseerd op een slecht leesbaar kleitablet waarop een rare vorm van het woord “Lydië” zou kunnen staan en is militair-strategisch onwaarschijnlijk. We weten het weer eens niet.

De ondergang van Kroisos maakte grote indruk op zijn tijdgenoten. De man had fenomenale geschenken gegeven aan de god van Delfi en het was bepaald ondankbaar van de goden dat ze niet wat meer had gedaan voor hun goedgeefse vereerder. De Griekse dichter Bakchylides beweert dat toen Kroisos door de Perzen terechtgesteld werd, de goden hem meenamen naar het land van de Hyperboreërs. Dit motief kennen we ook uit andere Griekse verhalen: als onschuldige mensen gedood dreigen te worden, nemen de goden hen weg. De Hyperboreërs leefden overigens in het hoge noorden, voorbij de noordenwind, in wat een soort gelukzalig dodenrijk is. Bakchylides ontkent dus de dood van Kroisos niet.

Lees verder “Kroisos”

Maand van de Bijbel

Mozes (Gevelsteen, Mozeskerk, Amsterdam)

Ik weet niet waar de mode vandaan komt om denkers, dichters, boeren en buitenlui des vaderlands aan te stellen, maar we blijken een theoloog des vaderlands te hebben. Een soort ambassadeur dus die de bestudering van systemen van wereldbeschouwing – zoals het cliché wil – op de kaart moet helpen zetten. De theoloog des vaderlands heet Samuel Lee en gaf onlangs een interview aan De Volkskrant omdat vandaag de Maand van de Bijbel begint.

U zult aan de openingszin al wel gemerkt hebben dat ik moeite heb met mensen des vaderlands en de trouwe lezers van deze blog weten dat ik ook niet blij word van maanden des dinges. Vaak is de geboden informatie vooral aandachttrekkerij en dient ze niet de werkelijke verspreiding van inzicht. De doublure van een Romeinenweek naast de Week van de Klassieken moge dit illustreren. Die schreeuwerigheid lijkt dit keer echter te ontbreken en bovendien: afgezien van een uitglijder over Moeder Teresa zegt Lee een paar interessante dingen.

Lees verder “Maand van de Bijbel”

Het graf van Marcus Mallius

Inscriptie uit Herwen: het graf van een soldaat Mallius (Valkhofmuseum, Nijmegen)

Herwen, vlakbij Lobith aan de Rijn, is de moderne naam van een plaats waarvan de naam in de Romeinse tijd werd geschreven als Carvium. (De eerste klank kan heel goed een harde /h/ zijn geweest, zoals in Cananefaten, dat ook wel met een H werd gespeld.) Toen bij Herwen in 1938 een recreatieplas werd gegraven, vonden de arbeiders een Latijnse inscriptie, die momenteel is te zien in het Valkhofmuseum in Nijmegen.  Op de dijk bij de vindplaats is tegenwoordig een replica te zien.

Zoals gebruikelijk is de tekst van de inscriptie beschadigd – ik vraag me af of er wel Genua staat in de tweede regel – en zoals al even gebruikelijk bestaat de tekst voor een groot deel uit afkortingen:

M Mallius
M f Galer Genua
mile leg I | Rusonis
anno XXXV stip XVI
Carvio ad molem
sepultus est ex test
heredes duo f c

Lees verder “Het graf van Marcus Mallius”

Fenicisch scheepswrak

(© D. Gration / Universiteit van Malta)

Waarom wist ik dit niet? Dat er bij Gozo een Fenicisch scheepswrak is gevonden? Oké, er zijn verzachtende omstandigheden. Eén: de ontdekking is alweer dertien jaar oud, van 2007. Twee: ik was nog nooit op Gozo. Maar het is er dus: een scheepswrak, lading en alles erbij, zevenentwintig eeuwen oud en gevonden in een baai in het zuidwesten van het eiland, voor een plek die Xlendi heet. En het is belangrijk, want zoveel Fenicische scheepswrakken zijn er nou ook weer niet, al is er vorig jaar eentje bij gekomen voor de Spaanse oostkust.

Ik begrijp dat het wrak bij Gozo op ruim honderd meter diepte ligt, wat betekent dat je er niet zomaar even naartoe zwemt. De meeste wrakken die onderwaterarcheologen bergen, liggen op minder dan zestig meter diepte en ook daar moet een duiker rekening houden met caissonziekte. Dit alles bemoeilijkt het onderzoek. Het komt erop neer dat de archeologen bij Gozo in acht minuten afdalen, twaalf minuten lang werken en dan terugkeren naar boven. Onnodig te zeggen dat het lastig is zo de vondsten en hun vindplaats normaal te registreren. De onderzoekers fotografeerden het materiaal dus voortdurend en maakten zo langzaam een driedimensionele kaart van de gezonken boot en haar lading.

Lees verder “Fenicisch scheepswrak”

MoM | Antiquarisme

Justus Lipsius’ uitgave van het boek van Martinus Smetius

Het is moeilijk voor te stellen hoe groot de mentale impact is geweest van de ontdekking van Amerika en de omzeiling van Afrika. In de eerste helft van de zestiende eeuw werden Europese geleerden geconfronteerd met tal van nieuwe zaken: planten als de aardappel en de tomaat, wonderlijke dieren als lama’s en buideldieren, nieuwe mineralen, specerijen, volken en landen. Sommige bizarre verhalen uit antieke bronnen bleken waar te kunnen zijn, en daardoor ontstonden nogal wat onduidelijkheden. Waar lag de grens tussen feit en fictie? Als Herodotos’ verhaal over de omzeiling van Afrika waar kon zijn, waarom zou zijn verhaal over goudbewakende griffioenen dan onwaar zijn? Elke geleerde trachtte orde te scheppen in de informatiewarboel en het daartoe meest voor de hand liggende middel was het verzamelen van observaties. De zestiende eeuw werd zo de tijd van rariteitenkabinetten en curiosacollecties. Alleen door al het nieuwe nauwkeurig te bestuderen kon een grens worden getrokken tussen feit en fictie, waarna de nieuwe gegevens konden worden gecombineerd met de bestaande.

Antiquarisme

Lange tijd was er geen scherpe grens geweest tussen antiquiteiten en rariteiten. Het waren niet uitsluitend boeren in afgelegen dorpen die meenden dat aardewerk, net als fossielen, spontaan groeide in de grond. Nog in de achttiende eeuw waren er verzamelaars die meenden dat de stenen pijlpunten en klingen die in de bodem werden gevonden, elfenwapens waren. De grenzen tussen Griekse en Romeinse oudheden, prehistorische artefacten, fossielen en andere bijzondere voorwerpen waren onduidelijk, zodat men in oudheidkundig bedoelde collecties ook biologische curiosa en meteoren kon aantreffen. Geleidelijk ontstonden er echter specialismen en begonnen verzamelaars zich toe te leggen op deelgebieden: de Grieks-Romeinse Oudheid bijvoorbeeld, waarbinnen men zich dan kon specialiseren op gemmen, inscripties, vazen, militaria, sculptuur of voorwerpen uit een regio als Etrurië of Romeins Egypte. Vrijwel elke Europese vorst bezat een muntencollectie.

Lees verder “MoM | Antiquarisme”

Rhenus bicornis

De splitsing van Rijn en Waal bij Millingen

Vorige week moest ik op een ochtend even in Nijmegen zijn en omdat er nogal wat tijd zou verstrijken tot mijn volgende afspraak, besloot ik een eindje te gaan fietsen. Het werd een mooi tochtje. Het Nederlandse rivierenlandschap is altijd mooi en het stuk richting Duitsland kende ik nog niet.

Even ten westen van Millingen ligt de splitsing van de Rijn en de Waal. Zie boven. Links de Waal, richting Nijmegen, rechts de Rijn, richting Arnhem. Ik vind het – om er eens wat clichés tegenaan te gooien – erg indrukwekkend hoe de enorme watermassa’s hier voort stromen onder een lage hemel. De splitsing heeft zich in de loop der tijden wat verplaatst maar het zal er in de Oudheid niet heel anders uit hebben gezien en ik denk dat dit punt voor de Romeinen, die maar weinig rivieren kenden die groter waren dan de Rijn (de Donau en de Nijl zijn de enige kandidaten) nog indrukwekkender zal zijn geweest dan voor ons. De officieren die begin 19 v.Chr. verantwoordelijk waren voor de stichting van Nijmegen zullen erover naar huis hebben geschreven.

Lees verder “Rhenus bicornis”

Wanneer een unprovenanced document wél kan worden uitgegeven

Lijst met voorraden, geschreven voor satraap Bessos (de latere koning Artaxerxes V) (foto Khalili-verzameling)

Een antieke tekst die zomaar opduikt in de oudheden handel geldt als unprovenanced. Dat wil zeggen dat onbekend is waar zo’n snipper papyrus of zo’n perkamentfragment vandaan komt. Dan kan het een vervalsing zijn, zoals de Artemidorospapyrus of het Evangelie van de Vrouw van Jezus, om twee recente voorbeelden te noemen.

Unprovenanced papyri, die via eBay of Facebook of de andere kanalen van de zwarte markt te koop zijn, zijn niet per se vals. Ze zijn gewoon niks. Het zijn data waar een wetenschapper niets mee kan beginnen, vergelijkbaar met het resultaat van een laboratoriumproef waarvan opstelling, werkwijze en materialen niet zijn genoteerd. De wetenschapper die zich ermee bezighoudt verspilt energie, tijd, intellect en gemeenschapsmiddelen. Een wetenschappelijke publicatie van een unprovenanced papyrus heeft uitsluitend nut voor de eigenaar, die bij verkoop een hogere prijs kan vragen.

Lees verder “Wanneer een unprovenanced document wél kan worden uitgegeven”