Het oudhistorisch handboek

De auteur van een handboek heeft het in één opzicht makkelijk. Hij schrijft voor een publiek van eerstejaarsstudenten die ervoor hebben gekozen een bepaalde studie te doen. Je zou deze doelgroep, omdat ze het belang van het vak niet ter discussie stelt, wetenschapspositief kunnen noemen. Deze welwillende houding heeft als gevolg dat de auteur geen bladzijden hoeft te besteden aan uitleg van waartoe dat vak dient. Hij kan het boek gewoon tjokvol stoppen met conclusies. Dat het handboek dient voor een bepaald vak, geeft bovendien een duidelijke begrenzing. Zo, met een afgebakend vakterrein en een positieve doelgroep, kan een handboek zijn doel dienen: het is de basis voor werkcolleges, waarin studenten leren dat wat een handboekauteur schrijft, wordt tegengesproken door andere geleerden.

Geen consensus

Dat is niet omdat een handboekauteur niet alles weten kan, al speelt ook dat een rol. Veel belangrijker is dat er over veel zaken geen consensus is. Ik lees bijvoorbeeld zojuist dat Filippos II van Macedonië wegens een privéruzie werd vermoord. Misschien is dat zo, maar de voornaamste bron over de moord zegt expliciet dat de moordenaar wegrende naar enkele klaar gezette paarden, meervoud, wat de mogelijkheid opent dat er sprake was van een handlanger, een complot en een politiek motief. Er is dus discussie mogelijk en de auteur van een handboek presenteert alleen zijn eigen keuzes.

Dat is al moeilijk genoeg. Als de handboekauteur het makkelijk heeft door een heldere doelgroep, afbakening en doel, wil dat nog niet zeggen dat het ook in andere opzichten eenvoudig is.

Lees verder “Het oudhistorisch handboek”

Interview met Daan Nijssen

Vandaag verschijnt het boek Het wereldrijk van het Tweestromenland van Daan Nijssen. Het is een geschiedenis van het antieke Nabije Oosten, een thema dat enerzijds belangrijk en boeiend is, maar anderzijds lastig. Veel van die namen, plaatsen en volken zijn ons immers vreemd. Nijssen, die online al publiceerde op zijn eigen blog en op Sargasso en die dus weet wat hij doet, heeft het kunststukje toch geflikt: een leesbaar boek over een van de grootste oude beschavingen.

Als de gezondheidssituatie beter was geweest, zou er vandaag een presentatie zijn geweest in het Rijksmuseum van Oudheden, maar zo heeft het niet mogen zijn. Het alternatief is per livestream; u leest er hier meer over en kunt zich daar aanmelden. Per e-mail heb ik hem geïnterviewd.

Lees verder “Interview met Daan Nijssen”

Een prijs voor Mischa Meier

Er zijn allerlei redenen om literaire prijzen te negeren. Om te beginnen zijn er teveel valse voorwendselen. Onder het mom iets te doen aan cultuur, tuigt de boekenbranche een circus op van nominaties voor long en short lists en wat er nog meer voorafgaat aan de prijsuitreiking. Het doel is het creëren van aandacht voor een zo beperkt mogelijk aantal boeken, aangezien dat op voorraad valt te houden. Voorraden zijn namelijk duur. Geen kwaad woord over de hardwerkende boekverkoper, maar hoe smaller het aanbod, hoe beter voor de winkel en hoe smaller onze cultuur.

Non-fictie

Daarnaast zijn er de non-fictie-prijzen. Die dienen nogal eens om betrekkelijk kleine clubs een persmomentje te geven. De biologenclub reikt een prijs uit voor het beste biologieboek en zo voort. Helaas kent zo’n specialistenclub zelden de eisen voor verantwoorde non-fictie. Nu zal ik meteen erkennen dat termen als Public Understanding of Science, Public Awareness of Science en Public Engagement with Science onaantrekkelijk zijn, maar wetenschappers verwoorden daarmee serieuze inzichten over de wijze waarop ze zoveel mogelijk mensen zo snel mogelijk in contact brengen met zo recent mogelijke inzichten. (Stomtoevallig blog ik er maandag over omdat ik PUS, PAS en PES nodig heb voor een stukje van woensdag.)

Lees verder “Een prijs voor Mischa Meier”

Geliefd boek: Coming through Slaughter

Alles wat een geheim in zich draagt, blijft intrigeren

Tientallen jaren geleden, bij het lezen van het boek Hear me talkin’ to ya. The story of jazz by the men who made it, stuitte ik op de naam Buddy Bolden. Wat zijn collega’s over de trompetspeler vertellen, intrigeerde me:

Mutt Carey:

When you come right down to it, the man who started the big noise in jazz was Buddy Bolden. Yes, he was a powerful trumpet player and a good one too. I guess he deserves credit for starting it all. (…) King Bolden was one fine-lookin’ brown-skin man, tall and slender and a terror with the ladies.

Albert Gleny

Bolden was crazy from wine and women and vice versa. Sometimes he would have run away from the women. When he went mad, he would walk up and down the street talking to the wrong people – foolish – about this gal and that gal.

Lees verder “Geliefd boek: Coming through Slaughter”

De Rechte Weg

De Rechte Weg in Damascus

Eind vorig jaar ben ik begonnen aan een reeks waarin ik het Nieuwe Testament doorneem zonder me al teveel te bekreunen om latere christelijke interpretaties, terwijl ik wel probeer uit te vissen wat een Joodse lezer ervan zou hebben gedacht. Ik heb geen idee welke kant die reeks op gaat, maar zolang het denkbaar is dat een oudhistoricus in een boek over Petrus wél de westerse tradities bekijkt maar niet de Aramese uitleg of de joodse context, staat de zin van mijn exercitie buiten kijf. Omdat ik de proloog van het Johannesevangelie, het kerstverhaal volgens Lukas en het begin van het Matteüsevangelie al heb behandeld, vandaag Marcus.

Het tweede en eerste evangelie

In uw Bijbel is Marcus het tweede evangelie, omdat de kerkvader Augustinus meende dat het een uittreksel was van Matteüs, het eerste evangelie. In feite is dit het oudste evangelie. Amerikaanse onderzoekers plaatsen het meestal kort na 70 n.Chr. omdat er een voorspelling in staat van de val van Jeruzalem en correcte voorspellingen doorgaans ná de gebeurtenissen worden opgeschreven; Europese onderzoekers denken eerder dat iedereen die de krant las de gebeurtenis kon zien aankomen en plaatsen het evangelie kort voor 70.

Lees verder “De Rechte Weg”

Het goud van Macedonië

Gouden krans uit Stavroupolis (Archeologisch Museum van Thessaloniki)

Al aan het begin van zijn regering toonde de Macedonische koning Filippos II dat hij even slim als onvoorspelbaar was. In 359 v.Chr. veroverde hij de stad Amfipolis, die behoorde tot de Atheense invloedssfeer. De Atheners wilden de stad graag terug, waarop Filippos zei dat hij dan de havenstad Pydna in ruil wilde hebben. De Atheners stemden in en stonden hem Pydna af. Daarmee hadden ze een basis in de noordelijke wateren minder en was het moeilijker om de oorlog met Macedonië te hernemen. Filippos had daarna geen reden meer om Amfipolis nog af te staan.

Het aardige van die stad was dat er grote wouden waren, waar het Atheense scheepstimmerhout vandaan kwam, en goudmijnen. Door het verlies was Athene serieus afgezwakt. De ooit machtige stad, die al te maken had gehad met een door de Perzen gesteunde opstand onder de bondgenoten, was nu definitief een mogendheid van het tweede plan. En voor Macedonië begon een mooie toekomst. We zien die aan het goud in de graven.

Lees verder “Het goud van Macedonië”

Caesar verovert Corfinium

Portret van Caesar uit Priene

In de nacht van 16 op 17 december 50 v.Chr. (11/12 januari volgens de Romeinse kalender), was Julius Caesar Italië binnengevallen door de Rubico over te trekken. Dat was het begin van de Tweede Burgeroorlog. Hij was namelijk gouverneur van wat ik gemakshalve even zal aanduiden als Gallië en de Povlakte, en door met een leger zijn provincie te verlaten, was hij formeel in opstand tegen de Senaat.

Ik wijdde er al een stukje aan en beschreef in een tweede stukje hoe Caesar langs de Adriatische kust oprukte naar het zuidoosten, terwijl zijn kolonel Marcus Antonius de Apennijnen overtrok richting Umbrië. Met de inname van Arezzo stelde hij Caesars aanvoerlijnen vanuit Gallië veilig. Ondertussen evacueerden de consuls en hun generaal Pompeius, die hun macht zagen afbrokkelen, de hoofdstad. Alleen in het zuiden konden ze nog soldaten rekruteren. Ik was in deze reeks gekomen tot Caesars inname van Ascoli op 8 januari (5 februari op de Romeinse kalender). Wat gebeurde er in de daarop volgende weken?

Lees verder “Caesar verovert Corfinium”

Boeken, boeken, boeken

Een klein jaar geleden kreeg ik van een weldoener bovenstaande boeken uit de Budé-reeks cadeau, fijne uitgaven van klassieke teksten met Franse vertaling. Als ik de waarde van die schenking niet zou kennen, werd die me wel duidelijk toen ik onlangs twee exemplaren aanschafte en €180 kwijt was. Deze weldoener is echter niet de enige die me een plezier deed. Een bevriende classicus gebruikte de lockdown om zijn boekenbezit door te lopen en wat stofnesten af te stoten. Zo belandde het een en ander bij mij. Ik ben drie dagen bezig geweest het uit te zoeken. Gelukkig deed mijn goede vriend Richard, die net aan het verhuizen is, me een boekenkast cadeau. Nog een weldoener.

Ontdekkingen

Het is grappig te zien wat er zoal bestaat. Van sommige boeken zou ik het bestaan nooit hebben vermoed. De historicus in mij was blij te ontdekken dat Tim Cornell een moderne, driedelige uitgave heeft verzorgd van de fragmenten van de wat minder bekende Romeinse historici (Fragments of the Roman Historians). Ook heb ik nu toegang tot het Polybios-commentaar van F.B. Walbank, een schat aan informatie over een van de knapste historici uit de Oudheid. Ik ben bovendien nu de gelukkige bezitter van een recente vertaling van Curtius RufusGeschiedenis van Alexander van Macedonië. Allemaal ontdekkingen.

Lees verder “Boeken, boeken, boeken”

Geliefd boek: De zwarte met het witte hart

De eerste tien jaar van mijn leven was ik niet zwart. Ik was op veel manieren anders dan de mensen om mij heen, maar donkerder was ik niet. Dat weet ik. Er is een dag geweest waarop ik een verkleuring gewaarwerd. Later, toen ik dan eenmaal zwart wás, ben ik weer verschoten.

Zo begint De zwarte met het witte hart, Arthur Japins prachtige vertelling van een wonderlijke geschiedenis. Twee Ashanti-prinsen, Kwasi en Kwame, werden in 1837 cadeau gedaan aan onze koning Willem I. De Trans-Atlantische Slavenhandel was afgeschaft, maar de Nederlanders misten de inkomsten. Generaal-majoor Verveer sloot namens onze regering een deal met de Ashanti: zij zouden jaarlijks duizenden soldaten leveren aan het Nederlands-Indisch leger. De Ashanti-koning leverde slaven en krijgsgevangenen uit de omliggende regio’s die van de Nederlanders een voorschot kregen waarmee ze zichzelf vrij konden kopen. Dit voorschot dienden ze uit hun soldij terug te betalen. Omdat hun soldij hiervoor niet toereikend was, bleven ze vaak tot hun al dan niet voortijdige dood in Nederlandse dienst. Als onderpand voor deze verkapte slavernij werden de beide prinsjes geschonken aan onze koning. In Nederland kregen zij een opleiding.

Lees verder “Geliefd boek: De zwarte met het witte hart”

Hoplieten

Hoplietenveldslag op het Nereïdenmonument uit Xanthos (British Museum, Londen)

Misschien moet ik eens een reeksje beginnen over typische antieke begrippen die steeds blijven terugkeren, hoewel er eigenlijk prima Nederlandse woorden voor zijn. Zoals de “hopliet”. In onze eigen taal kun je zo iemand prima aanduiden als een zwaarbewapende. Er zijn weinig situaties waarin het nodig is veel specifieker te zijn.

We hebben het over de Griekse soldaten uit de archaïsche en klassieke tijd, dus laten we zeggen tussen 800 en 300 v.Chr. Ze droegen een groot, zwaar schild (de aspis), een helm, harnas, scheenplaten, een zwaard en een speer. Hun gevechtslinie heet een falanx: lange rijen dicht op elkaar gepakte soldaten, waarbij elke hopliet zijn schild aan zijn linkerkant zó droeg dat hij de rechterkant van de man links van hem dekte.

Lees verder “Hoplieten”