Een lepel uit Cyprus

Lepel (Cyprusmuseum, Nicosia)

Zoals de trouwe lezers weten, werk ik momenteel aan een project om de duizenden digitale foto’s online te plaatsen die mijn zakenpartner en ik in de loop der jaren hebben gemaakt. Dat gebeurt in Leeuwarden. Omdat ik mijn energie en tijd daar maximaal wil inzetten, heb ik een huisje gehuurd en een comfortabel luchtbed neergelegd in Harlingen. Zo ben ik in drie kwartier van mijn huis op kantoor of weer terug. Veel meer dan slapen en douchen doe ik in Harlingen niet, maar ik heb er een keuken waar ik ook weleens iets kook.

Ik heb uit Amsterdam één lepel mee genomen. In alles het tegendeel van de lepel hierboven, die is opgegraven in Afendrika, op die lange landtong die zich in het noordoosten van Cyprus uitstrekt naar Iskenderun. Het voorwerpje, dat de vorm heeft van een meisje dat met een hoepel aan het zwemmen is, is te zien in het Cyprusmuseum in Nicosia. Het dateert uit de derde of tweede eeuw v.Chr.

Lees verder “Een lepel uit Cyprus”

MoM | Grote stappen, snel thuis

“Claudius Civilis”, leider van de opstand der “Batavieren”: een gevelsteentje bij mij in Amsterdam om de hoek herinnert me dagelijks aan het Gelderse geschiedbeeld (alleen als ik in Amsterdam ben natuurlijk)

Afgelopen vrijdag sprak ik op een middelbare school over de Lage Landen in de Romeinse tijd en daar heb ik onder meer verteld dat de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden zich ooit, tijdens de Tachtigjarige Oorlog, een Bataafse voorgeschiedenis heeft aangemeten. Dat ik dit vertelde was niet zonder risico, want ook jonge mensen weten genoeg van de “Tijd van ontdekkers en hervormers” om te herkennen dat dit beeld van het verleden nooit kan zijn ontstaan tijdens de Opstand. Degenen die zich destijds verzetten tegen Filips II waren natuurlijk niet dom en zouden nooit een parallel hebben gekozen die impliceerde dat ze, net als de Bataven, de strijd gingen verliezen. Dit beeld van het verleden moet ergens anders zijn ontstaan, en inderdaad: het is veel ouder. De identificatie met de Bataven stamt vermoedelijk uit de Gelderse Oorlogen. U leest hier meer over het ontstaan van het vanaf de zestiende eeuw steeds populairder geworden Gelderse geschiedbeeld.

Waarom vertelde ik het dan, als het niet waar is? Het antwoord is simpel: omdat mijn les ging over de limes en omdat ik weinig zou winnen door me te verliezen in de minutiën der Gelderse historie. Los daarvan was ik in Oud-Beijerland, waar ik wél mocht veronderstellen dat de leerlingen wisten wat er in het naburige Den Briel was gebeurd maar niet mocht aannemen dat ze zouden weten wie Karel van Egmont was. Met grote stappen was ik snel thuis.

Lees verder “MoM | Grote stappen, snel thuis”

Ex luna scientia

Ex luna scientia is natuurlijk de allermooiste neolatijnse uitdrukking die er is. Dankzij de maan is de wetenschap ontstaan – u weet wel, de empirische cyclus is uitgevonden toen de Babyloniërs nadachten over maansverduisteringen. De maan inspireerde Ptolemaios, Copernicus, Galilei en Kepler. En ook: het maanonderzoek haalde in de jaren zestig het beste uit wetenschappers naar voren.  Zoals Kennedy zei:

We choose to go to the moon in this decade and do the other things, not because they are easy, but because they are hard, because that goal will serve to organize and measure the best of our energies and skills.

De maan inspireert de wetenschap. Ex luna scientia. Mocht u even niet paraat hebben waar u dat ook alweer las: het was het motto waarmee de Apollo-13 uitvloog. Star Trek knipoogde er liefdevol naar door Ex astris scientia te maken tot motto van Starfleet Academy.

Lees verder “Ex luna scientia”

Klassieke literatuur (6b): filosofie

Parmenides (Museum van Velia)

[Bij mijn mail zat een tijdje geleden de vraag welke klassieke teksten en vertalingen ik mensen zou aanraden. In deze onregelmatig verschijnende reeks zal ik een vooral persoonlijk antwoord geven. Wie zich er werkelijk in wil verdiepen, kan het beste aan een universiteit aanschuiven bij een cursus als deze. Voor de Latijnse literatuur is er bovendien Piet Gerbrandy’s Het feest van Saturnus. Voor de Griekse en christelijke literatuur is zo’n boek er niet. Vandaag vervolg ik met een stukje over de antieke filosofie – deel één was hier en het vervolg is al daar.]

Het zijnde is. Het niet-zijnde is niet. Dat klinkt logisch maar het is toch wat problematisch, althans dat was het voor de Griekse denker Parmenides van Elea (c. 500 v.Chr.). In een lang, gedeeltelijk overgeleverd gedicht betoogde hij dat als dit waar zou zijn, er geen verandering kon bestaan, aangezien dan bijvoorbeeld iets dat niet is verandert in iets dat is, of andersom. Denk maar aan een groeiende boom: er is meer, meer, meer hout – wat betekent dat er meer, meer, meer zijnde is en minder, minder, minder niet-zijnde. En dat kan natuurlijk niet.

Lees verder “Klassieke literatuur (6b): filosofie”

Pingjum

De dijk rond Pingjum

De trouwe lezers van deze blog weten dat ik graag een eind ga fietsen en dat ik momenteel een klus heb in Leeuwarden, dus het lag in de rede dat ik eens zou schrijven over dit mooie vlakke land. Vorige week moest ik in Harlingen zijn en omdat het een mooie avond was, besloot ik naar Makkum te rijden, waar ik als kind eens ben wezen logeren. Onderweg kwam ik door Pingjum, waar ik vorig jaar al doorheen was gekomen, op weg van Schagen naar Groningen. Een bord over de “Pingjumer Gulden Halsband” had toen mijn aandacht getrokken maar omdat het die dag nog een eind rijden was, had ik het gelaten wat het was. Vorige week had ik wat meer tijd.

In dit deel van Friesland leefden al in de IJzertijd mensen op de wat hogere kleiplaten, die ze zelf ook nog wat verder verhoogden: de eerste terpen, waarvan de Romeinse auteur Plinius de Oudere een mooie beschrijving heeft gegeven. Na de derde eeuw n.Chr. werd het gebied echter leger en vermoedelijk ook natter. Vanaf pakweg Bolsward stroomden twee waterwegen naar het noorden: de Boorne of Middelzee liep oostwaarts langs Sneek en dan noordwaarts langs Leeuwarden naar de Waddenzee terwijl de Marne noordwestwaarts liep en ergens halverwege de huidige Afsluitdijk en Harlingen in zee uitstroomde. De twee waterwegen, die in de loop der tijden allebei zijn ingepolderd, vormden de zuidelijke grens van Westergo en ik vermeld nog even dat Bonifatius om het leven kwam aan de Boorne (dus niet in Dokkum).

Lees verder “Pingjum”

MoM | Pretendenten

Balas en zijn echtgenote Kleopatra (Metropolitan Museum, New York)

In het vijfde boek van ZosimosNieuwe geschiedenis, die u hier online kunt lezen in een Engelse vertaling, is het wonderlijke verhaal te lezen van een zekere Tribigild. Deze Germaanse leider trok eind vierde eeuw n.Chr. een tijdje als plunderaar door het westen van Turkije. De schade die hij aanrichtte leidde tot de val van Eutropios, de rechterhand van keizer Arkadios, die niet in staat bleek een antwoord te formuleren op de militaire dreiging. Hij werd kortstondig opgevolgd door een legercommandant die Gainas heette. Deze slaagde er echter niet in zijn macht werkelijk te vestigen – de Synesios over wie ik ooit schreef wijdde kort na 400 een heuse sleutelroman aan de gebeurtenissen – en verdween al snel van het toneel.

Zosimos is er zeker van dat Tribigild en Gainas een overeenkomst hadden gesloten: de eerste zou plunderend rondtrekken, de tweede zou hem geen strobreed in de weg leggen, er zou een crisis zijn en Gainas kon dan de macht overnemen van Eutropios. De vraag is hoe Zosimos dat kon weten, al was het maar omdat ze deze overeenkomst niet van de daken geschreeuwd zullen hebben.

Lees verder “MoM | Pretendenten”

Een unieke kerel

Grafsteen uit het geplunderde museum van Apamea

Je vindt nog ’s wat als je bezig bent met je oude foto’s. Bovenstaande inscriptie was ooit te zien in het geplunderde museum bij de Syrische stad Apamea. De grafsteen van een Romeinse soldaat. Er gaan er dertien van in een dozijn: hier hebt u er nog een stuk of dertig, behorend dezelfde museumcollectie en daar heeft u een stukje dat ik ooit blogde over een ander exemplaar. Vrijwel alle soldaten behoorden bij hetzelfde legeronderdeel, het Tweede Legioen Parthica, de strategische reserve van het Romeinse Rijk. Het onderdeel was in de eerste helft van de derde eeuw n.Chr. enkele keren in Syrië gestationeerd. Allemaal niks bijzonders.

Als mijn zakenpartner en ik foto’s hebben gemaakt, benut ik de avond meestal om ze een naam te geven zodat we het materiaal later makkelijk kunnen terugvinden. Op een mooie novemberavond in 2008 las ik snel de naam van de soldaat, die blijkbaar Marius heette of misschien Carius. (Voor niet-latinisten: het eerste woord, Mario, betekent “voor Marius”, al is de eerste letter erg beschadigd.) Hij werd drieënveertig jaar oud en diende er ruim eenentwintig. Twee trompetters plaatsten de gedenksteen. Nog steeds niets bijzonders en ook de constatering dat hij een “unieke kerel” was, is niet uitzonderlijk. Hooguit was de naam van de overledene wat kort, maar in de derde eeuw raakte de aloude driedelige Romeinse naam in onbruik, dus zo vreemd was dat nou ook weer niet.

Lees verder “Een unieke kerel”