Laurierblad

Bronzen laurierblad (Museum van Aquincum, Boedapest)

Aquincum is de Romeinse voorganger van Boeda, dat op zijn beurt de westelijke is van de twee steden die tegenwoordig samen Boedapest heten. De antieke nederzetting was, zoals zoveel antieke nederzettingen, meer een conglomeratie dan een op één plaats geconcentreerde stad: een militaire kamp, een bestuurlijk centrum, een civiel gedeelte en uiteraard de nodige grafsteden. Die laatste waren nog lang in gebruik – er is immers continuïteit van bewoning tot op de huidige dag.

In een van de graven van Aquincum is het bovenstaande bronzen laurierblad gevonden. Het graf in kwestie bevatte vooral voorwerpen uit de Avaarse periode (c.560-c.800), zoals een ijzeren schaar, een toen al antiek Romeins naaidoosje en een gesp. Het laurierblad was, net als het naaidoosje, al antiek toen het aan de overleden werd meegegeven. En niet zomaar antiek: het stamt uit de Bronstijd.

Lees verder “Laurierblad”

De zeven keurvorsten

De zeven keurvorsten (Grashaus, Aken)

Het was niet mijn planning afgelopen woensdag naar Heerlen te gaan, maar ik had voor mijn werk onverwacht foto’s nodig en daarvoor moest ik naar het Thermenmuseum. Ik had een fiets bij me en omdat je die niet tussen 16 en 18 uur mag meenemen in de trein, kon ik niet meer snel naar Amsterdam terug. Ik kon dus net zo goed een eind gaan fietsen en zo spoelde ik aan in Aken.

Vlakbij de Dom (met de graven van Karel de Grote en Otto III) staat het zogenaamde Grashaus, het oudste raadhuis van wat in feite de eerste hoofdstad van Duitsland is geweest. Het is althans waar ooit de vorsten werden gekroond en hun opwachting maakten. Op de gevel van het Grashaus zijn de oudste afbeeldingen te zien van de zeven Keurvorsten: de aartsbisschoppen van Trier, Keulen en Mainz, de koning van Bohemen, de hertog van Saksen, de markgraaf van Brandenburg en de paltsgraaf van het Rijnland. Dit zevental diende, als de koning overleed, een nieuwe heerser te kiezen, die dan later naar Rome ging om ook de keizerkroon te bemachtigen. U ziet hierboven links de drie geestelijke vorsten (met bisschopsstaf), middenin de koning (met de Heilige Lans), en rechts de drie andere wereldlijke vorsten (met zwaarden).

Lees verder “De zeven keurvorsten”

Het vernieuwde Thermenmuseum

Het Thermenmuseum

Het economische zwaartepunt van de Lage Landen lag in de Romeinse tijd in het zuiden van die Lage Landen, bij de villa’s op de lössgronden. In Nederland telde eigenlijk alleen Zuid-Limburg een beetje mee. Noordelijker waren er de arme Kempen, nog wat noordelijker waren de forten van het rivierenlandschap (de limes dus), nog noordelijker waren de gebieden waar de Limburgse boeren hun vee naartoe lieten verweiden en helemaal in het noorden waren de terpen en wierden. Omdat het zuiden het zwaartepunt vormde, is het Thermenmuseum in Heerlen eigenlijk hét centrum van Romeins Nederland, zeker nu ook het Limburgs archeologisch provinciaal depot hier wordt gevestigd en er een belangrijk restauratieatelier is. Als u eens een fijn weekendje weg wil, combineer Heerlen dan met Tongeren. Aken en Maastricht zijn ook wel aardig, trouwens.

Het Thermenmuseum heeft een geweldige collectie, prachtig ontsloten ook, en je ziet er een van de grootste ruïnes uit de Benelux: een Romeins badhuis. Beter hebben we het in Nederland niet.

Lees verder “Het vernieuwde Thermenmuseum”

Parthisch schot

Parthisch schot (British Museum, Londen)

Simon Stevin wist al dat de talen van de wereld zijn te verdelen in twee groepen. Aan de ene kant is er een zeer kleine verzameling talen die mooi, nuttig, bruikbaar en goed zijn; aan de andere kant staan de overbodige talen. De eerste verzameling bestaat uit één element, het Nederlands. De andere verzameling, die ruim 6500 elementen telt, bestaat uit alle andere talen. Nu is het denkbaar dat er in die andere talen woorden voorkomen die in onze taal niet bestaan. Meestal heb je die woorden natuurlijk ook helemaal niet nodig, maar soms valt er iets over te nemen dat het Nederlands alleen maar nog rijker en beter maakt.

Toegegeven, dit lijkt een beetje op een gedachtenexperiment, zoals je ook kunt mijmeren over de wijze waarop je zou kunnen communiceren met buitenaards leven. Maar toch: dat er voor ons bruikbare woorden in die overbodige talen zouden kunnen zitten, is niet een helemaal theoretische mogelijkheid. Het komt werkelijk voor en een voorbeeld wordt genoemd op de website van Onze Taal: het Nederlands heeft geen woord voor l’esprit d’escalier.

Lees verder “Parthisch schot”

Een kroon van de Hunnen

Kroon (Nationaal Museum van Hongarije, Boedapest)

Ik heb het er weleens eerder over gehad: in musea vind je veel aardewerk omdat dit materiaal niet makkelijk écht kapot te krijgen is – het breekt hooguit – en ook niet zó kostbaar is dat je er bijvoorbeeld voor terugloopt om het uit een brandend huis te halen. Goud is iets anders. Als een dorp is verwoest, door mensenhanden of door natuurgeweld, gaan mensen daar nog eens naartoe om het edelmetaal veilig te stellen. Sieraden zijn daardoor in museumcollecties ondervertegenwoordigd.

In vaktermen: er is een c-transformatie geweest, een culturele handeling die ervoor zorgt dat het bodemarchief geen gewone weergave is van wat er ooit is geweest. (Je hebt ook n-transformaties, een natuurlijk proces dat er bijvoorbeeld voor zorgt dat organisch materiaal makkelijker verdwijnt dan bijvoorbeeld bakstenen of aardewerk.)

De kroon hierboven is dus zeldzaam, te zien in het Nationaal Museum in Hongarije.

Lees verder “Een kroon van de Hunnen”

MoM | Hoe mol ik een debat?

Kültepe (Kaneš): Paleis van Waršama (en u leest hier maar waarom het belangrijk is)

Ergens rond 2005 of 2006 werd ik uitgenodigd om in het Allard Pierson-museum te spreken over wetenschapscommunicatie. Om me voor te bereiden sprak ik met twee journalisten, die allebei een verschijnsel noemden dat ik vaag kende en waarvan ik destijds ook een voorbeeld kon noemen, maar dat ik nooit had geïdentificeerd als probleem: de wetenschapper die een publieksboek schrijft om zijn gelijk te halen nadat hij de wetenschappelijke discussie heeft verloren.

Dat was dus in 2005 of 2006. Het internet was al niet meer weg te denken en op de bijeenkomst in het museum is zeker ook gesproken over het simpele gegeven dat we niet konden doorgaan met “populariseren” alsof we nog leefden in de jaren tachtig.  Dat de Wikipedia zou uitgroeien tot een plek waar wetenschappers buiten de officiële kanalen om zouden proberen hun gelijk te halen, was toen echter nog ondenkbaar. Het gebeurt echter wel degelijk, zoals bij de chronologie van Mesopotamië.

Lees verder “MoM | Hoe mol ik een debat?”

De aqedah

De aqedah (Byzantijns reliefje uit het Nationaal Museum in Beiroet)

Nog even een stukje naar aanleiding van iets dat ik eergisteren schreef over het offerdier, waarvan de poten waren gebonden. Ik moest ineens denken aan de aqedah, het “vastbinden” van de jonge Isaak door Abraham, de aartsvader. Het verhaal wordt verteld in Genesis 22 en begint met het onthutsende bevel van God dat Abraham zijn enige zoon moet offeren op een bergtop. Voor het goede begrip: dit soort offers kwamen in de oude wereld voor maar golden binnen het jodendom als volkomen onaanvaardbaar.

Isaak zei: “Wij hebben wel vuur en hout, maar waar is het offerdier?”
Abraham antwoordde: “God zelf zal wel voor het offerdier zorgen, mijn zoon.”
En samen gingen zij verder. Toen zij de plaats bereikt hadden die God hem had aangewezen, bouwde Abraham daar een altaar, stapelde er het hout op, bond zijn zoon Isaak vast en legde hem op het altaar, boven op het hout. Toen Abraham echter zijn hand uitstak naar het mes om daarmee zijn zoon de keel af te snijden, riep de engel van Jahwe hem van uit de hemel toe: “Abraham, Abraham!”
En hij antwoordde: “Hier ben ik.”
Hij zei: “Raak de jongen met geen vinger aan en doe hem niets! Ik weet nu dat gij god vreest, want gij hebt Mij uw zoon, uw enige, niet willen onthouden.”
Abraham keek om zich heen en bemerkte een ram, die met zijn horens in het struikgewas vastzat. Hij greep de ram en droeg die als brandoffer op, in plaats van zijn zoon.

Lees verder “De aqedah”