Zelfinterview

Als het goed is, ligt vanaf vandaag Het visioen van Constantijn in de winkel, een boek waarin classicus Vincent Hunink en ik een bekende oudheidkundige puzzel presenteren: hoe kon een heidens visioen veranderen in een christelijke legende? Een volledig antwoord is er niet maar we gebruiken de puzzel om en passant te wijzen op de problemen waar een oudheidkundige mee wordt geconfronteerd. In een kort vraaggesprek interviewen we elkaar.

Jona: Je had zin in het vertalen van de Lofrede van 310, de tekst waarin het heidense visioen wordt gepresenteerd, omdat dit het hoge stijlregister betrof en laatantieke welsprekendheid. Wat is daar zo speciaal aan?

Vincent: Het is een genre dat wij eigenlijk niet meer kennen. Ook wie tegenwoordig een speech houdt tegenover de koning of minister-president zal zich uitdrukken in min of meer “gewoon” Nederlands. Maar in deze antieke speeches gaan echt alle remmen los. De redenaar pakt breed uit en hanteert alle talige middelen die hij kent om zijn lofzang te zingen. Of juist om onwelkome details te verdoezelen. Ik vond het spannend om te kijken of ik die talige “grandeur” enigszins in taal van nú kon uitdrukken, zonder te belanden in de valkuil van oubollig Nederlands. Of dat gelukt is mag de lezer beoordelen.

Lees verder “Zelfinterview”

Wat zijn heidenen?

Apollo, Minerva en Mercurius: vierde-eeuws reliëf uit Lauterbourg (Straatsburg, Palais Rohan)

Als het goed is, is vandaag Het visioen van Constantijn in de boekhandels aangekomen, het boek dat ik maakte met Vincent Hunink en dat gaat over de vraag hoe een heidens visioen kon veranderen in een christelijke legende. U bestelt het hier (levert landelijk) of bij uw plaatselijke boekhandel en hieronder hebt u een stukje uit de inleiding.

***

De bekering van Constantijn betekende – wat er ook gebeurd moge zijn – het einde van het heidendom. Maar wie waren die heidenen eigenlijk? Het begrip komt uit de joods-christelijke wereld, waarin alle niet-medegelovigen over één kam werden geschoren, hoewel de niet-joden en niet-christenen zichzelf nooit definieerden als heidenen.

Ze vereerden de goden van hun eigen stad en van de Romeinse staat. Ook betoonden ze eer aan de keizer. Sommige volken hadden eigen godheden – zo hadden de Egyptenaren hun Isis, de Galliërs hun Grannus en de Bataven hun Magusanus – en daarnaast hadden bepaalde beroepsgroepen eigen culten. Over dit bonte geheel werd verschillend gedacht, maar niemand noemde zichzelf heiden. In Het visioen van Constantijn gebruiken we het woord alleen omdat het nu eenmaal ingeburgerd is. Dat bewijst overigens eens te meer in welke mate het in de vierde eeuw doorgebroken christendom het latere denken blijft beïnvloeden.

Lees verder “Wat zijn heidenen?”

Postumus

Munt van Postumus (Metropolitan Museum, New York)

Zoals ik gisteren vertelde, was het rond het jaar 260 n.Chr. onrustig aan de Romeinse Rijngrens. Diverse stammen deden invallen in het imperium, waaronder de Franken. Ze werden bij Empel (vlakbij Den Bosch) verslagen door een zekere Postumus, misschien een Bataaf.

Diens overwinning was reëel genoeg om zijn manschappen ertoe te brengen hem uit te roepen tot keizer van een nieuw, onafhankelijk Gallisch Keizerrijk. Dat bleek een blijvertje. Postumus verzekerde de Rijngrens en introduceerde bovendien – er is geen bron die het vermeldt, maar er zijn archeologische vondsten – een nieuw type grensverdediging. Behalve de keten van forten langs de Rijn, de aloude limes, kwam er verder in het binnenland een tweede reeks versterkingen, bijvoorbeeld langs de weg van Amiens via Tongeren, Maastricht en Heerlen naar Keulen. Zo lagen er cavalerie-eenheden in Arras, Kortrijk en Tongeren.

Lees verder “Postumus”

Een muntschat uit Reims

Muntschat (Musée Saint-Remi, Reims)

Als u zegt dat het plaatje hierboven er niet heel spectaculair uitziet, dan hebt u gelijk. Het ziet er niet heel spectaculair uit. En eigenlijk is het ook niet zo spectaculair. Maar toch: het gaat om een Romeins kruikje, gevonden in de buurt van Reims, waar niet minder dan 280 zilverstukken in zaten. Ze dateerden uit de tijd van keizer Vespasianus (r.69-79) tot en met Gallienus (r.253-268) en de jongste munt was geslagen in 258 of het jaar erna. Die jongste munt is belangrijk, aangezien ze een aanwijzing is voor het moment waarop het geld is begraven.

U kunt zich het scenario voorstellen: iemand bracht, om hem of haar moverende redenen, zijn spaargeld in veiligheid en begroef het op een plek waar hij het kon terugvinden. De waarde is niet helemaal vast te stellen, want in de derde eeuw n.Chr. was de inflatie erg hoog, maar het moet gaan om een aanzienlijk kapitaal. De eigenaar is echter nooit terug gekomen om het op te halen.

Lees verder “Een muntschat uit Reims”

Livius Nieuwsbrief | April 2018

Dit is de 151e aflevering van de Livius Nieuwsbrief met nieuws over de Oudheid. Ruim 7000 abonnees ontvangen de nieuwsbrief elke maand gratis; voor adreswijzigingen en afmeldingen volstaan uitsluitend mailtjes naar nieuwsbrief@livius.nl.

Jona Lendering (redactie)

======================================

WEEK VAN DE KLASSIEKEN, ROMEINENWEEK

De Week van de Klassieken is inmiddels begonnen, met als thema “Wat is wijsheid?” U leest er hier alles over. Eind deze maand is de Romeinenweek, waarover u daar alles leest. En als u wil weten waarom het dubbel moet, dan vindt u de verklaring hier.

Om althans een brug te slaan tussen de twee evenementen, vindt in het Rijksmuseum van Oudheden “Oog op de Oudheid” plaats, dat aanstaande dinsdag van start gaat. U kunt nog inschrijven: daar. Het belooft echt goed en interessant te worden.

Lees verder “Livius Nieuwsbrief | April 2018”

Masada

De belegeringsdam van Masada

Bij het besturen van hun provincies werkten de Romeinen traditioneel samen met de oude lokale elites, die enerzijds het prestige hadden om hun onderdanen te bewegen Romeinse bestuursmaatregelen te aanvaarden en anderzijds op Romeinse steun waren aangewezen om aan de macht te blijven. Meestal koketteerden de notabelen met hun vriendschap met de machthebbers en namen ze de uiterlijke vormen van de romanisering al snel over: de Bataafse leider Kivilaz noemde zich trots Julius Civilis. Wie hogerop wilde, volgde het voorbeeld van de lokale elite, en binnen een generatie of twee, drie kon een gebied onherkenbaar veranderd zijn.

De Joodse Oorlog die in 66 n.Chr. begon, toont dat het mechanisme ook weleens faalde. De elite die de Romeinen in 6 n.Chr. had verwelkomd was de Romeinen behulpzaam geweest, maar een ongebruikelijk hoge belastingdruk had de gewone mensen doen verarmen en tot onrust gebracht. Daar kwam nog bij dat de Joodse godsdienst het mogelijk maakte klachten te verwoorden op een religieuze wijze die door de Romeinen niet werd begrepen: messianisme, eschatologie, apocalyptiek. Na de verwoesting van Jeruzalem moest de pacificatie opnieuw beginnen, en er was vrijwel geen elite meer om mee samen te werken.

Lees verder “Masada”

Tayma

Inscriptie uit Tayma: “Geplaatst door Sasag, de zoon van Abdosiris, de zoon van Qursan”.

De Tayma-oase ligt in het noordwesten van het huidige Saoedi-Arabië, langs de handelsroute die ooit van Yathrib (Medina) en Khaibar leidde naar de Duma-oase en Mesopotamië. Oeroude qanats (ondergrondse waterleidingen) en de stenen die ooit de velden afbakenden, duiden op een landbouweconomie die vrij complex was.

Archeologen vonden ook “Qurayya painted ware”, een type aardewerk dat in het laatste kwart van het tweede millennium v.Chr. is vervaardigd. Het wijst op handelscontacten die reikten tot in de Araba, de vallei op de grens van Jordanië en Israël tussen de Dode Zee en de Rode Zee. De Taymanieten hebben misschien dadels, aluin en steenzout verkocht en zullen daarvoor wel koper terug hebben gekregen. Een inscriptie met de naam van koning Ramses III (r.1184-1152) bewijst dat ook Egyptische kooplieden Tayma wisten te vinden

Lees verder “Tayma”