Factcheck: de rib van Sint-Nikolaas

Ikoon van Nikolaas van Myra (Basiliek, Bari)

Het Sinterklaasjournaal besteedt er geen aandacht aan, maar er is nieuws over Sint-Nikolaas, goedheiligman, ketterpletter, bisschop van Myra alsmede beschermheilige van Amsterdam. Het nieuws: zondag zal een stukje van een van zijn ribben worden overgebracht naar de Amsterdamse Nikolaasbasiliek. Het botfragment is afkomstig uit de Abdij van Egmond.

Is dat botje echt?

Het is verre van mij daar de draak mee te steken. De verering van Sint-Nikolaas staat voor een waarde die minimaal overweging verdient: dat het goed is te geven aan mensen die niets terug kunnen geven. Daarom, zo lezen we in de Nieuwe Catechismus (vraag 25), geeft Sinterklaas aan kleine kinderen en is het een feest voor volwassenen. De vraag of het Egmondse botmateriaal werkelijk afkomstig is van de op 6 december 342 ontslapen bisschop, is niettemin een legitieme.

Lees verder “Factcheck: de rib van Sint-Nikolaas”

Boekentips voor de feestdagen

Muurschildering bij Nineveh, Irak

[U hebt nog een paar dagen voor uw Sint-Nikolaas-aankopen. Mijn boekhandelaar geeft u wat tips. Het eerstgenoemde boek ben ik momenteel zelf aan het lezen en ik vind het erg prettig. JL]

Over het ontstaan en bestaan van het christendom in een wereld van heidenen en Joden schreef de Vlaamse auteur Daniël de Waele het boek Ontluikend Christendom. Cultuurgeschiedenis van een nieuwe religie in de Griekse-Romeinse wereld.

Emeritus hoogleraar Emily Hemelrijk maakte een vertaling van haar eerder in het Engels uitgegeven boek over Romeinse vrouwen. Verborgen levens, publieke figuren gaat over de rol van vrouwen in allerlei openbare functies, en waar we uit de meeste geschreven bronnen geen informatie over krijgen.

Lees verder “Boekentips voor de feestdagen”

Nubië

Standbeelden van Nubische koningen uit Dukki Gel (Museum van Kerma). Let op de dubbele uraeus-slang op het voorhoofd. Deze staat voor de twee culturen en de twee koninkrijken langs de Nijl.

Ik vermoed dat als Luuk de Blois en Bert van der Spek het handboek waarnaar ik (om uit mijn mentale impasse te geraken) ben teruggekeerd, anno 2021 zouden bewerken, ze meer aandacht zouden besteden aan Nubië. Eén reden is dat er inmiddels in het Drents Museum een expositie is geweest die duidelijk het belang toonde van het koninkrijk in het huidige Soedan. Als de auteurs het niet al wisten, kenden ze dat belang wel sinds hun bezoek aan Assen. Nubië was een IJzertijdkoninkrijk dat in zijn eigen recht belangrijk was.

Een andere reden is dat de corridor langs de Nijl meer dan vroeger in de belangstelling staat. De DNA-revolutie zijnde een hermeneutische revolutie, moeten we aannemen dat ideeën langs de rivier zijn gemigreerd. Ik schrijf “aannemen” omdat ik zelf geen voorbeelden noemen kan die kunnen dienen als bewijs. De auteurs van Een kennismaking met de oude wereld (allebei hoogleraar) zouden, als ze hun boek nu moesten herzien, de middelen hebben het wel uit te zoeken. Van ziektekiemen weten we zeker dat ze langs de Nijl naar het noorden kropen. Dat zal dus ook wel zijn gebeurd met prettigere zaken.

Lees verder “Nubië”

Caesar in Orikon

Een van de torens van Orikon

Als ik zeg dat het 7 januari was en toevoeg dat het was in het jaar waarin Gaius Julius Caesar (voor de tweede keer) en Publius Servilius Isauricus consuls waren, en als ik dat omreken naar wat wij 1 december 49 v.Chr. noemen, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Hij was bezig een bruggenhoofd te bouwen in wat nu Albanië heet.

De schepen die hem hadden overgevaren – zoals gezegd: te weinig – voeren meteen terug naar Brindisi om de rest van legioenen en de ruiterij over te zetten. Deze operatie liep echter weinig succesvol. De plaatselijke commandant van de Senaatstroepen, Marcus Calpurnius Bibulus, had vernomen van Caesars oversteek en voer uit om de terugvarende transportvloot te onderscheppen. (Deze Bibulus was in 59 v.Chr. Caesars collega-consul geweest.) Bibulus wist dertig schepen te bemachtigen en liet ze met bemanning en al in brand steken. Een nogal drastische methode om Caesars zeelieden af te schrikken. Vervolgens versterkte hij alle havens, in de hoop een eventuele tweede aanvalsgolf vóór te zijn.

Lees verder “Caesar in Orikon”

Hunebed van de dag: D52 (Diever)

Hunebed D52 bij Diever

Het op twintig na zuidelijkste hunebed in Nederland is ook een van de mooiste. Ik heb het over hunebed D52, even ten noordoosten van Diever. Met een breedte van 4¾ meter en een lengte van 14½ meter was is het best wel groot. Het aardewerk is te dateren tussen 3250 en 2975 v.Chr. en tegenwoordig in het Hunebedcentrum in Borger.

Archeoloog Albert van Giffen, die het naast dit hunebed gelegen landgoed Heezeberg bezat, heeft het graf in 1953/1954 laten restaureren, zodat de bezoeker een redelijk beeld heeft van het geheel. Toen ik er was, bleek dat iemand er bloemen had neergelegd.

Hunebed D52 bij Diever

Hunebed D52 heeft gezelschap van een vierhonderd meter verderop gelegen “steenkist”: een klein, uit de tijd van de hunebedbouwers daterend graf zonder dekstenen. Er zouden twee mensen bijgezet zijn geweest, samen met wat pijlpunten, bijlen, trechterbekers en een kraal van barnsteen. In zijn Gids voor de hunebedden  schrijft Wijnand van der Sanden dat, voordat Van Giffen in 1973 op de begraafplaats van Diever ter aarde werd besteld, zijn kist opgesteld heeft gestaan op de heuvel met de steenkist, zodat zijn collega’s hem daar de laatste eer konden komen bewijzen.

Het schijnt dat aan de andere kant van Diever hunebed D52a heeft gelegen, maar dat is al in de achttiende eeuw gesloopt. De grote stenen waren in een tijd van paalworrm te nuttig bij de versterking van waterwerken. De dekheuvel schijnt echter nog herkenbaar te zijn en omdat er weleens scherven zijn gevonden, zou de heuvel ter plekke bekend staan als de Pottiesbargien, “potjesberg”. Ik ben er niet geweest maar Evert van Ginkel vertelt erover op Hunebeddeninfo.nl.

Dit was het laatste hunebed dat ik heb bezocht. Zoals ik al schreef: het mooiste was voor het laatste bewaard. Hunebed D52 was een mooie afsluiting van mijn fietstochtjes, maar natuurlijk niet het einde van deze reeks. We hebben nog twintig trechterbekergraven te gaan.

Meer weten over de Trechterbekercultuur?

Google Earth: hier. Bezocht op 20 augustus  2021, fietsend van Steenwijk naar Hoogeveen.

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

De niet zo grote volksverhuizingen

(klik=groot)

Het landkaartje hierboven circuleert in allerlei varianten op het internet. Het is ook te vinden in allerlei boeken. Steeds opnieuw een akelig grote hoeveelheid pijlen, die allemaal staan voor een akelig grote hoeveelheid barbarenstammen die West-Europa bedreigen. Dat beeld is de akelige erfenis van het akelige negentiende-eeuwse idee, alleen nog verdedigd door de Leidse historicus Rutte, dat het West-Romeinse Rijk ten onder zou zijn gegaan ten gevolge van de Grote Volksverhuizingen.

Niemand gelooft dat nog. Daarvoor hebben serieuze historici, van Pirenne tot Meier, voldoende serieus onderzoek naar gedaan. Maar dat kaartje blijft terugkomen. Het heeft nu eenmaal het voordeel van de eenvoud. Het klopt echter voor geen meter. Voor geen centimeter zelfs.

Lees verder “De niet zo grote volksverhuizingen”

Storm op zee (of niet)

Zomaar een schip (Qasr Libya)

Gisteren noemde ik dat er in de klassieke poëzie nogal wat stormen op zee zijn. Het begint al te waaien in de Odyssee en als Vergilius zijn eigen epos schrijft, plaatst hij de noodzakelijke orkaan meteen aan het begin. Het zijn slechts twee voorbeelden. In de lange prozateksten – zeg maar de antieke keukenmeidenroman – behoort de storm op zee eveneens tot het standaardrepertoire. Een auteur die geen noodweer beschreef, verried dat hij het schrijversvak niet volledig meester was. Je kunt het vergelijken met het exclusus amator-gedicht dat een Griekse of Romeinse auteur op zijn repertoire behoorde te hebben: zo iemand moest een jeremiade kunnen schrijven over een aan straat gezette minnaar, anders was het gewoon geen goede dichter. Het heeft niet zoveel zin aan te nemen dat er in ’s mans biografie werkelijk een relatiecrisis is geweest. Of dat werkelijk iedere Griekse of Romeinse schipper moest rekenen op de speciale aandacht van de stormgoden.

De auteur van de Handelingen van de apostelen kende zijn klassieken. Ik heb tien jaar geleden al eens geblogd over een goed geplaatst citaat van de Griekse tragicus Euripides. Vandaag wil ik het hebben over de storm op zee die de auteur van Handelingen inlast. Hier zijn wat passages in de onlangs verschenen NBV21-vertaling. De situatie: Paulus is gearresteerd, beroept zich op de keizer en wordt nu door een Romeinse officier naar Rome begeleid. Na te zijn vertrokken van Kreta belandt men in de storm.

Lees verder “Storm op zee (of niet)”

Hunebed van de dag: D31 (Exloo-Zuid)

Hunebed D31 bij Exloo

Laten we er geen doekjes om winden: één hunebed moet het minst interessante zijn en ik denk dat het hunebed D31 is. Het ligt even ten zuiden van Exloo op een helling in het bos. De aanzet van de dekheuvel die er ooit overheen lag, zou nog herkenbaar zijn maar ik heb die zelf niet herkend.

Het grafmonument is niet groot: zeven meter lang en 3¼ meter breed. Ik kan zelf geen hunebed bouwen. Ik ben nooit verder gekomen dan in Archeon duwen tegen zo’n rolling stone. Dus ik doe het de hunebedbouwers allemaal niet na, maar toch, om eerlijk te zijn, daar bij Exloo maakten ze zich er wat makkelijk vanaf. En inmiddels is dit prehistorische monument ook nogal beschadigd. Wetenschappelijk onderzoek van de kelder is vooralsnog achterwege gebleven. Herman Clerinx typeert het in Een paleis voor de doden als ruïne.

Lees verder “Hunebed van de dag: D31 (Exloo-Zuid)”

Lucanus over Caesars oversteek naar Albanië

Romeins oorlogsship (quadrireme) op een munt uit Patras (Museum für antike Schifffahrt, Mainz)

Als ik u zeg dat het 4 januari was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Gaius Julius Caesar (voor de tweede keer) en Publius Servilius Isauricus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 28 november 49 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag morgen 2069 jaar geleden?”

Hij was bezig met de overtocht van de Adriatische Zee. Kort daar voor was hij aangekomen in Brindisi in de hak van Italië en zoals we al zagen waren daar meer manschappen dan zomaar mee te nemen waren op de schepen – waarvan er te weinig waren. Desondanks waagde hij zich aan de oversteek. Op 5 januari (29 november 49) zette hij voet aan wal in Palasë in het huidige Albanië.

Lees verder “Lucanus over Caesars oversteek naar Albanië”

Ibn Khaldun

Standbeeld van Ibn Khaldun in Tunis

Toen ik in mijn boek Vergeten erfenis pleitte voor aandacht voor de oud-oosterse en Arabische bijdragen aan de Europese cultuur, stuitte ik op allerlei interessante geleerden waarvan ik dacht “daar zou ik meer over willen weten”. Denk aan de Ibn Firnas en de Al-Haytham waarover ik onlangs blogde. Of Ibn Khaldun (1332-1406), over wie ik destijds alleen opmerkte dat zijn Muqaddima (“inleiding”) het begin had kunnen zijn van een vorm van sociale wetenschap, maar dat het werk geen navolging kreeg. Ik attendeerde er verder op dat de man zijn werk kon doen dankzij het vorstelijk mecenaat van allerlei vorsten.

Dat mecenaat, dat was zowel de reden waarom de wetenschap kon bloeien als de reden waarom het niet méér werd. Terwijl de wetenschapsbeoefening zich in het Europa van de Nieuwe Tijd ontwikkelde tot een zelfstandige “bedrijfstak” met een financiering die los stond van de wensen van deze of gene vorst, was de middeleeuwse wetenschapper in veel gevallen een hoveling die bedreven was in de kunst der stroopsmeerderij. Wetenschap was geen collectieve en daardoor duurzame activiteit, maar de kwetsbare hobby van enkelingen. Zoals Ibn Khaldun. Dat hij geen navolgers had, zal ermee te maken hebben gehad dat er daartoe ergens een vorst moest zijn die belang stelde in de ontluikende sociale wetenschap. Omdat die ontbrak kreeg Ibn Khaldun pas aandacht in de negentiende eeuw.

Lees verder “Ibn Khaldun”