Historische hernoemingen

Artemis en Apollo doden de kinderen van Niobe (Glyptothek, München)

Een paar weken geleden deed iemand me een oud kinderboek cadeau, gewijd aan Jan Pieterszoon Coen. Degene die het me gaf, vroeg zich af hoe lang de Coentunnel nog Coentunnel zou heten en we vroegen ons af of de Coentunnel wel was vernoemd naar de Slachter van Banda. En we hadden het erover dat we eigenlijk niet goed wisten wat we ervan moesten denken. Ja, dat de Amsterdamse Stalinlaan in 1956 is omgedoopt tot Vrijheidslaan, dat was wel logisch. Stalin was niet alleen een tiran maar er was ook voldaan aan de voorwaarde dat mensen dat wisten. Er moet enig historisch bewustzijn bestaan, er moet enige ijking van historische feiten aan eigentijdse normen zijn, voordat het gaat schuren en een straat wordt hernoemd. Het Vondelpark wordt pas hernoemd als meer mensen Hierusalem verwoest kennen.

Griekse mythen

Ik was het gesprek eigenlijk alweer vergeten toen ik gisteren, dinsdag dus, eraan dacht dat het Apolloproject is vernoemd naar een Grieks-Romeinse godheid die een stuk of wat verkrachtingen op zijn geweten heeft. Nooit eerder bij stilgestaan. Het huidige Artemisproject is vernoemd naar de zus van Apollo, die erop toezag dat de jager Aktaion door zijn eigen honden werd verscheurd. Broer en zus moordden ook de kinderen van Niobe uit, zes meisjes en zes jongens.

Lees verder “Historische hernoemingen”

Curtius of Anchouros?

Olielampje (Rheinisches Landesmuseum, Trier)

De Romeinse geschiedschrijver Titus Livius kan het vaak aardig vertellen. Hier is, in de vertaling van mw. Van Katwijk-Knapp, een verhaal uit het zesde boek van zijn Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad:

In hetzelfde jaar zakte, naar men zegt, ten gevolge van een aardbeving of een andere natuurkracht ongeveer in het midden van het Forum de grond tot een onpeilbare diepte weg, waardoor een reusachtige kloof ontstond. Iedereen droeg aarde aan, maar men zag geen kans die bodemloze afgrond te vullen. Ten slotte gingen ze zich op aanwijzing van de goden afvragen wat de grootste kracht van het Romeinse volk uitmaakte; want, zo verkondigden de zieners, dat moest daar geofferd worden, als ze wilden dat het Romeinse Rijk eeuwig zou blijven voortbestaan.

Volgens het verhaal wees Marcus Curtius, een voortreffelijke jonge krijgsman, hen terecht: hoe konden ze eraan twijfelen of er iets goeds bestond dat meer karakteristiek was voor de Romeinen dan wapens en moed? … Hij hief de handen ten hemel, strekte ze toen uit naar de gapende kloof in de aarde en naar de schimmen van de onderwereld, en wijdde zich ten dode. Daarna besteeg hij in volle wapenrusting zijn paard, dat zo schitterend mogelijk was opgetuigd, en wierp zich in de afgrond. Een menigte van mannen en vrouwen gooide wijgeschenken en vruchten op hem neer.

Lees verder “Curtius of Anchouros?”

Traditionskern

Frankische mantelgesp (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Ik ben al weken bezig met het lezen van de Getica van de Byzantijnse auteur Jordanes, een tekst over de geschiedenis van de Goten waarvan onlangs een mooie en goed ontvangen becommentarieerde vertaling is verschenen van de hand van de Gentse oudheidkundigen Peter Van Nuffelen en Lieve Van Hoof. Er is een hoop over te zeggen, zoals dat de tekst teruggaat op een ouder origineel. Of dat ze begint met verhalen over de vroege geschiedenis van de Goten, die ooit hadden gewoond op “Scandza”, een eiland tegenover de Weichsel, onder leiding van een koning Berig. Er volgen beschrijvingen van migraties naar en langs de Weichsel naar Skythië, waar ze leefden onder een koning Filimer, en vervolgens naar Mysië, Thracië en Dacië. Daarvandaan barstten de Visigoten en Ostrogoten later het Romeinse Rijk binnen.

Oorsprongsgeschiedenis

Dit is een oorsprongsgeschiedenis waarvan we er meer kennen. Een ander voorbeeld is de Geschiedenis van de Franken van Gregorius van Tours. En weer een ander voorbeeld is de Geschiedenis van de Langobarden van Paulus de Diaken. En of het nu gaat om Goten, Franken of Langobarden, ze bewegen allemaal van de randen van de aarde naar de Mediterrane wereld. We hebben diverse van zulke geschiedwerken en ze bevatten allemaal dezelfde curieuze mengeling van bijbelse geschiedenis, citaten uit Griekse en Romeinse auteurs, én eigen tradities van de volken.

Lees verder “Traditionskern”

Bergrede (4)

Jezus met de Wet van Mozes (Catacombe van Domitilla, Rome)

De Bergrede, waarover ik al enkele keren eerder blogde (een, twee, drie, vier), bestaat uit een proloog van zaligsprekingen, gevolgd door een reeks aanscherpingen van de Wet van Mozes:  “Jullie hebben gehoord dat…” wordt dan gevolgd door “en ik zeg zelfs…”. Verder zijn er oproepen om het goede niet te doen voor de bühne maar vanuit overtuiging, eenvoudig te zijn in gebed, anderen niet te veroordelen – kortom, volmaakt te zijn zoals God volmaakt is.

Eén van de aanscherpingen is deze (Matteüs 5.33-37, Nieuwe Bijbelvertaling):

Jullie hebben ook gehoord dat destijds tegen het volk werd gezegd: “Leg geen valse eed af, voor de Heer gedane geloften moeten worden ingelost.” En ik zeg jullie dat je helemaal niet moet zweren, noch bij de hemel, want dat is de troon van God, noch bij de aarde, want dat is zijn voetenbank, noch bij Jeruzalem, want dat is de stad van de grote koning; zweer evenmin bij je eigen hoofd, want je kunt nog niet één van je haren wit of zwart maken. Laat jullie ja ja zijn, en jullie nee nee; wat je daaraan toevoegt komt voort uit het kwaad.

Lees verder “Bergrede (4)”

De Olympische Spelen

Een coach, twee worstelaars en een scheidsrechter (Nationaal Museum, Athene)

O ja, de Olympische Spelen, die zijn er ook nog. Er zullen de komende dagen wel weer commentatoren zijn die het een Griekse uitvinding noemen. Dat zegt vooral iets over de negentiende-eeuwse gewoonte om alles te voorzien van een Grieks antecedent. Ook onze democratie zou uit Griekenland komen, hoewel ze feitelijk is ontstaan in onze waterschappen en de middeleeuwse standenvergaderingen. Trouwens, ons systeem is, vanuit oud-Grieks perspectief bezien, op z’n best een gecontroleerde oligarchie. Dat wij het laatste woord niet hebben over staatsverdragen, zou een Athener maar vreemd hebben gevonden.

Griekse Olympische Spelen

Zoiets is het ook met de Olympische Spelen: een verzonnen antiek antecedent voor een wezenlijk modern iets. De kloof tussen de twee is groot. De Griekse Olympische Spelen waren alles wat hun moderne naamgenoot nou net verafschuwen. De toenmalige sportwedstrijden waren bijvoorbeeld niet internationaal, maar exclusief Grieks. Niet-Grieken waren simpelweg niet welkom. Voor de koningen van Macedonië, die beweerden uit de Griekse stad Argos te komen, wilde men wel een uitzondering maken toen dat om politieke redenen opportuun was.

Lees verder “De Olympische Spelen”

De Protocollen van de Wijzen van Zion

Ophef, een jaar of drie geleden, over de website van de NOS, waar de joodse miljardair-filantroop George Soros was getypeerd als invloedrijke bemoeial met tentakels in de wereldpolitiek. Protesten, beschuldigingen van antisemitisme, een NOS die het aanvankelijk niet wilde corrigeren, een NOS die dat later wel deed. Het antisemitische aspect, waarvan ik in het midden laat of een NOS-medewerker het beoogde, is de aanname dat joden de wereldpolitiek naar hun hand zouden zetten. Die aantijging komt uit De Protocollen van de Wijzen van Zion, een beruchte vervalsing uit het laatste jaar van de negentiende eeuw.

Klaas Smelik, tot voor kort hoogleraar Hebreeuws in Gent, wijdde in 2011 een boek aan de bizarre geschiedenis van deze invloedrijke antisemitische tekst: De zeven levens van de Protocollen van de Wijzen van Zion. Het verscheen in een (nog leverbare) Nederlandse versie en een zo te zien niet meer leverbare Vlaamse versie. Smelik behandelt het ontstaan van de tekst in Russische kringen in Parijs, de wijze waarop het schotschrift naar tsaristisch Rusland kwam en daar na de Revolutie van 1917 aan invloed won, de verspreiding in de westerse wereld (Henri Ford!), het gebruik in het Derde Rijk, de huidige populariteit in het Midden-Oosten en tot slot de curieuze draai in New Age-kringen.

Lees verder “De Protocollen van de Wijzen van Zion”

De wereldkaart van Ptolemaios

Ptolemaios’ “Geografie” (Gutenbergmuseum, Mainz)

Vorige week was ik in Mainz en we bezochten het Gutenbergmuseum. Als u het niet kent, moet u er zeker heen gaan. Nergens ter wereld zie je op één plek zoveel wiegedrukken (boeken gedrukt vóór 1500) bij elkaar. Leuke teksten ook, zoals de uitgave van het Corpus Iuris die een van Gutenbergs leerlingen vervaardigde (een ander exemplaar is in Zutphen), teksten van Erasmus en Luther (akkoord: post-1500), de Germania van Tacitus en natuurlijk bijbels, gedrukt door de uitvinder zelf.

Ook het bovenstaande boek is er: een uitgave van PtolemaiosGeografie, een fundamenteel werk. Onze reconstructie van de antieke topografie gaat er voor een belangrijk deel op terug. De landkaarten zijn beroemd. Hierboven ziet u één voorbeeld, maar er zijn in Ptolemaios’ Geografie diverse kaarten opgenomen.

Lees verder “De wereldkaart van Ptolemaios”

Curio in Africa

Juba (Louvre, Parijs)

In het eerste stukje schreef ik dat Gaius Scribonius Curio in de zomer van 49 v.Chr. Sicilië verzekerde voor Caesar. Daarna stak hij over naar Afrika met vijfhonderd Gallische ruiters en het Vijftiende en het Zestiende Legioen, twee eenheden die in 53 v.Chr. waren gelicht toen Rome ook het door Ambiorix verslagen Veertiende moest vernieuwen. Het Vijftiende was in Italië gebleven om deel te nemen aan Crassus’ expeditie tegen de Parthen en was meteen naar Caesar overgelopen toen deze de Rubico was overgestoken; over eerdere avonturen van het Zestiende weten we niets. Veel gevechtservaring lijken de mannen echter niet te hebben gehad.

Schermutselingen

Curio landde bij Kaap Bon en rukte in slechts drie dagen op door het achterland van het verwoeste Karthago tot hij aankwam bij de rivier de Medjerda, waar zijn tegenstander op hem wachtte: Publius Attius Varus. Hij verdedige Utica, de hoofdstad van de provincie Africa.

Tijdens de eerste schermutselingen wist Curio een graanvloot te onderscheppen. Nu had hij de middelen voor een rustig beleg van Utica. Inderdaad rukte hij daarheen op, maar hij vergat zijn flank te dekken en werd verrast door een Numidisch leger, gestuurd door koning Juba. De Gallische cavalerie wist de vijandelijk ruiterij echter terug te drijven.

Lees verder “Curio in Africa”

Curio in Italië

Portret van een Romein (eerste eeuw v.Chr.; British Museum)

Als ik u zeg dat het 20 augustus was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Marcellus en Lentulus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 20 juli 49 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag gisteren 2069 jaar geleden?” Het antwoord is dat we dat niet weten maar dat het de dag was waarop Curio om het leven kwam.

Caesars kolonel

We zijn Gaius Scribonius Curio al een paar keer tegengekomen. Kort nadat Caesar de Rubico was overgetrokken, had hij Curio uitgestuurd naar Gubbio, waar het garnizoen van Senaatstroepen de strijd niet aandurfde en deserteerde. Enkele weken later, toen Caesar in Rome was aangekomen en enkele bestuursmaatregelen nam, wees hij Curio aan als nieuwe gouverneur van Sicilië. Zoals gezegd was het eiland van groot belang, omdat hier een groot deel van het graan van de stad Rome vandaan kwam.

Met niet minder dan vier legioenen en duizend man Gallische cavalerie slaagde Curio erin de eerdere gouverneur, Cato, te verdrijven. Deze vluchtte naar de provincie Africa, het huidige Tunesië, en Curio kreeg na Caesars overwinning te Ilerda toestemming of opdracht Cato te achtervolgen. De operatie moet zijn voorbereid, want je schudt niet zomaar even een vloot van 112 schepen uit de mouw.

Lees verder “Curio in Italië”

De laatste dagen van Plinius de Oudere

Romeinse villa aan zee; wandschildering uit Stabiae

Laten we eerlijk zijn: archeologen zéggen dat ze heel goed zonder teksten kunnen – zeker Lewis Binford was op dit punt vrij expliciet – maar in de praktijk vinden ze het altijd leuk als ze iets vinden waarop een tekst valt los te laten. Nederlandse en Vlaamse archeologen zijn in dit opzicht overigens vrij gematigd. Toen ze onlangs bij Valkenburg (ZH) een Romeinse legioenskamp vonden, hadden ze kunnen roeptoeteren dat ze de plek hadden opgegraven waarvandaan Caligula zijn legionairs naar het strand had laten marcheren om schelpen te zoeken, maar voor zover ik weet hebben ze die claim, die niet eens zó gek zou zijn, niet gedaan. Elders gaan echter alle remmen los.

Zoals in Israël, waar archeologen elke vondst met de Bijbel in verband brengen, of in Italië, waar ze een algemeen principe hanteren dat er alleen maar dingen in de grond zitten die ook staan vermeld in geschreven bronnen. Twee voorbeelden daarvan hebben te maken met de Romeinse admiraal en encyclopedist Plinius de Oudere, wiens schedel zou zijn gevonden terwijl ook een van zijn manschappen zou zijn opgegraven. De vondsten hebben echter evenveel te maken met Plinius als sokken met computers, of kunst met Marc Chagall, of een boek met een stoomlocomotief.

Lees verder “De laatste dagen van Plinius de Oudere”