Livius Nieuwsbrief | Oktober

liviusDit is de 134e aflevering van de Livius Nieuwsbrief met nieuws over de Oudheid. De nieuwsbrief is gratis; voor adreswijzigingen en afmeldingen volstaan uitsluitend mailtjes naar nieuwsbrief@livius.nl.

Jona Lendering (redactie)

========================

HUISHOUDELIJKE MEDEDELING

De Livius Nieuwsbrief, die inmiddels ruim elf jaar bestaat, heeft nu een kleine 6200 abonnees, die we nooit zullen lastigvallen met abonnementsgelden of advertenties. Maar één keer per jaar bedelen we – en dat is vandaag.

Uw redacteur is per maand ongeveer drie dagdelen bezig met de Nieuwsbrief: uren waarin hij niet kan werken voor de Livius-vennootschap en in feite leeft op de kosten van de vennoten. Die doen daar niet moeilijk over, maar als u hun geste wil beantwoorden en in hun kosten wil delen, kunt u een donatie doen op rekeningnummer

IBAN NL26 INGB 0670 7911 21
t.n.v. Livius,
o.v.v. Ondersteuning Nieuwsbrief.

Dank u wel. (Als u niet in Nederland woont: BIC/SWIFT INGBNL2A.)

======================================

HET MOOISTE VAN DE MAAND

In onze erkend subjectief “het mooiste van de maand” genoemde rubriek dit keer het bericht over een Grieks-joods grafschrift uit Egypte.

======================================

EGYPTE EN HET OUDE NABIJE OOSTEN

Opvallend weinig nieuws uit Egypte en het Nabije Oosten deze maand, maar er is een boeiend artikel over Egyptische doodsoorzaken. En verder zijn opgravingsresultaten uit Giza en Matariya.

In het Nabije Oosten: monumentenbeheer in Iran, een nieuw museum in Irak en opgravingsresultaten in Kültepe en Van,

======================================

BLOED-OUDHEDEN

Iedereen is verontwaardigd over de verwoesting van ons erfgoed in Libië, Egypte, Syrië en Irak, maar waar gaat het nu eigenlijk om? Daan Nijssen legt het uit in zijn reeks “Verloren Oudheid: Kalhu, Dur-Sharrukin, Nineveh en het Mesopotamische koningsideaal.

En verder: de strijd tegen smokkelaars in Irak; Russische archeologen in Syrië; de situatie in Karchemish; uw redacteur zag een foto; en vervalsers slaan hun slag.

======================================

DE OUDE GRIEKEN

Het Antikythera-mechanisme is een soort planetarium vol tandwielen dat is opgedoken voor de kust van het Griekse eiland. Nu is er ook menselijk botmateriaal gevonden.

En verder: Magnesia, Euromos, Hala Sultan Tekke (bij Larnaka), Kourion en een hellenistisch beeld van Kybele in Kurul.

======================================

ROME EN ZIJN RIJK

Een tijdje geleden werd in Vagnari in Italië het skelet van iemand geïdentificeerd die, afgaande op zijn DNA-materiaal, uit oostelijk Azië afkomstig moest zijn. Het was de eerste keer dat zoiets echt bewezen kon worden en sindsdien weten archeologen dat “een Chinees in het westen” bestaan kan. Dat leidde tot een hype toen deze maand oosters-ogende skeletten werden vermeld in Londen. De Volkskrant bracht het terug tot normale proporties en toen verprutste de koppenmaker het.

Omgekeerd doken er Romeinse munten op in Japan. (Glas kenden we al.)

In de stad zelf: elke vijf jaar wordt de roterende eetzaal van Nero wel ergens in Rome geïdentificeerd. Ook dit keer hangt het van de misschiens en mogelijks aan elkaar.

Ook in de stad zelf: technologie om de catacomben driedimensioneel te documenteren.

De identificatie van het slagveld bij Abritus, waar keizer Decius in 251 sneuvelde.

Er komt steeds meer duidelijkheid over de Justiniaanse Epidemie, die een belangrijke rol speelde bij het einde van de Oudheid.

En verder: Vulci, restauratie van een standbeeld, de tuinen van Petra, sculptuur uit dezelfde stad, een Romeins “zwitsers officiersmes”, Tieion en Ravenna.

======================================

BENOORDEN DE ALPEN

Klein nieuws uit Peer en over het badhuis van de Romeinse villa van Meerssen.

Uw redacteur sprak over de manier waarop we de limes, die niet meteen wordt herkend als ons eigen erfgoed, kunnen beschermen tegen wetenschapsscepsis.

Erve Eme, een van de weinige plaatsen in Nederland waar u kennis kunt nemen van het Frankische verleden, lijkt in de problemen te raken.

Het maandelijkse lijstje uit Groot-Brittannië: Romeinse slingerstenen bij Burnswark in Schotland, Dorset, mijnen in Kent, een straat bij Rochester en een Angelsaksisch paleis bij Sutton Hoo. De Kasteel van Amstel-prijs voor het nieuwsbericht waarmee op de schandaligste wijze naar aandacht wordt gehengeld, gaat naar dit artikel, waarvan de stompzinnigheid geen toelichting behoeft.

======================================

ISRAËL

Zo rolt de wereld: we vinden een heiligdom in Lachis, maar dat is nog niet genoeg – als in een latere bewoningsfase daarboven een toilet is aangebracht, is dat het bewijs dat men (om zo te zeggen) schijt had aan dat heiligdom. Dat is dan weer bewijs dat de bijbelse beschrijving van de monotheïstische hervormingen van Hizkia authentiek zijn. Want de Bijbel móet in Israël tot elke prijs gelijk hebben.

Ook bij opgravingen in Gezer is het gelijk van de Bijbel de enige vraag die relevant lijkt te zijn.

De laatste jaren is er progressie bij het lezen van verkoolde boekrollen. Meestal gaat het dan om Herculaneum, maar dit keer is het een manuscript van Leviticus.

Staat Alexander de Grote op het Huqoq-mozaïek? In elk geval leuke plaatjes. Om helemaal blij van te worden.

Stukken marmer op de stort? Dat moet uit de Tempel komen! Iets realistischer: een gewicht met de naam van een hogepriesterlijke familie. Nog realistischer: een goudstuk uit Jeruzalem waar geen slingers en guirlandes aan bevestigd hoeven worden.

En verder: Samaria.

======================================

OVERIG

Wat doe je als archeologisch opgravingsbedrijf als de opdrachtgever niet betaalt? Een ingewikkeld verhaal, maar het gaat in feite om een dubbele vraag: willen wij dat onze kinderen genieten kunnen van het erfgoed en, zo ja, wat hebben wij daarvoor over?

En verder: antiek gerst, de taal der Sabeeërs in Jemen.

======================================

BOEKEN

De boekenrubriek in de Livius Nieuwsbrief wordt verzorgd door@ Roel Salemink van de Amsterdamse Athenaeumboekhandel, die u de boeken snel zal leveren als u gebruik maakt van de onderstaande links.

Imperial Triumph. The Roman World from Hadrian to Constantine, door Michael Kulikowski, is een overzichtswerk van de politieke en militaire geschiedenis van het Romeinse Rijk van de tweede tot en met de vierde eeuw na Christus en sluit wat betreft inhoud en stijl mooi aan bij het boek van Mary Beard (SPQR) dat eindigt in het begin van de derde eeuw. Nu met een speciale prijs van 29,95.

Piet Gerbrandy vertaalde de hymnen van de vierde eeuwse bisschop Synesios van Kyrene (370-413) Dans die het heelal omkranst. Negen Hymnen aan de Ene. De gedichten vormen de diepste gedachten van Synesios over het mysterie van het universum, over god en mens, geest en ziel, energie en materie. Zie hier voor een leesfragment.

Uit het Deens vertaald is het boek van Maria Hansen met de titel The Spolia Churches of Rome. Recycling Antiquity in the Middle Ages. Het vormt een praktische en goed geïllustreerde gids langs vele kerken in Rome die (deels) zijn opgebouwd uit materiaal afkomstig van antieke gebouwen en monumenten, ook wel spolia genoemd. Onmisbaar bij een bezoek aan de eeuwige stad.

Jörg Rüpke, hoogleraar en bekend antiek godsdiensthistoricus schreef een overzichtswerk over religie in de Oudheid, van de IJzertijd in de negende eeuw tot en met de vestiging van het christendom in de vierde eeuw na christus: Pantheon. Geschichte der Antiken Religionen.

Hippokrates. Meister der Heilkunst door Hellmut Flashar is een biografie van de man die in de vijfde en vierder eeuw voor Christus in de Griekse wereld al was uitgegroeid tot beroemde arts en ook in onze tijd door zijn vele geschriften van grote invloed zou blijven.

======================================

EN TOT SLOT

De Antwerpse tekenaar Ken Broeders voltooide onlangs zijn zevendelige stripverhaal over Julianus de Afvallige.

Toota witharsechwanoo!

======================================

Oude nieuwsbrieven zijn te raadplegen via de nieuwspagina van het Rijksmuseum van Oudheden en bij Aantekeningen bij de Bijbel. Als u de nieuwsbrief wil steunen, kunt u een donatie doen op rekeningnummer IBAN NL26 INGB 0670 7911 21 t.n.v. Livius, o.v.v. Ondersteuning Nieuwsbrief. Dank u wel. (Als u niet in Nederland woont: BIC/SWIFT INGBNL2A.)

Meer weten over de Oudheid? Neem een abonnement op Ancient History Magazine. Het net verschenen zesde nummer is gewijd aan het archaïsche Rome.

Limes en scepsis (4)

Gereconstrueerde Romeinse brug in Leidschendam, bedoeld om aan te geven dat hier het Corbula-kanaal lag.
Gereconstrueerde Romeinse brug in Leidschendam, bedoeld om aan te geven dat hier het Corbula-kanaal lag.

[Ik heb woensdag in Utrecht op een bijeenkomst over de Romeinse limes gesproken over de vraag hoe we wetenschapsscepsis vóór kunnen zijn. In het eerste deel legde ik uit wat wetenschapsscepsis is, in het tweede wees ik op de punten waar de limes kwetsbaar is en in het derde vertelde ik iets over het eerste van drie niveaus waarmee ik de communicatie zó zou willen aanpakken dat we scepsis vermijden.]

Het tweede niveau

Zo komen we bij het tweede niveau, waar we het wetenschappelijk proces uitleggen. Soms gebeurt dit al, zoals wanneer wordt uitgelegd wat dendrochronologie is. Tegelijk kan er meer en ik hoop dat u me toestaat dat ik verwijs naar eigen werk: in het tijdschrift dat ik redigeer, Ancient History Magazine (neem een abonnement!), hebben we een vaste rubriek “How do they know?” waarin we wat dieper ingaan op de methoden. Wat is, om eens iets te noemen, een koolstofdatering en wat is een reservoireffect? De lezers reageren daar heel positief op en ik zie geen reden waarom we aan de limes deze verdieping niet eveneens zouden aanbieden.

Om een voorbeeld te geven: bij het Corbulo-kanaal wordt verteld dat Tacitus schrijft dat het is gegraven in het jaar 47 terwijl de dendro-dateringen suggereren dat het later is gebeurd. Leg maar uit waarom je uit één en dezelfde tekst de door de auteur genoemde datum niet gelooft maar de rest van zijn informatie – dat Corbulo gouverneur was, dat soldaten het kanaal groeven – kritiekloos overneemt. Op deze wijze toon je mensen iets van het oudheidkundig ambacht en maak je duidelijk dat de oudheidkundige disciplines wetenschappen zijn en dat een vakopleiding belangrijk is. Ik denk dat de Nijmeegse aquaductenkwestie vermeden had kunnen worden als het publiek duidelijker geïnformeerd was geweest over de aard van de oudheidkundige bewijsvoering – dat het bewijs voor de aanwezigheid van een aquaduct niet was gebaseerd op aanwezige data maar op vergelijking.

Lees verder “Limes en scepsis (4)”

Limes en scepsis (3)

De fundamenten van een toren bij de poort van het limes-fort te Aardenburg
De fundamenten van een toren bij de poort van het limes-fort te Aardenburg

[Ik heb woensdag in Utrecht op een bijeenkomst over de Romeinse limes gesproken over de vraag hoe we wetenschapsscepsis vóór kunnen zijn. In het eerste deel legde ik uit wat wetenschapsscepsis is en in het tweede wees ik op de punten waar de limes kwetsbaar is.]

Een informatie-overaanbod

Terwijl er steeds meer hoogopgeleiden komen, mensen die scherpe kritiek kunnen formuleren én de wegen kennen om het de wetenschap moeilijk te maken, is de limes een betrekkelijk nieuw project, met enkele hierboven beschreven kwetsbaarheden. Gelukkig zijn we niet de enigen die te maken hebben met wetenschapsscepsis en is er, vanuit de wetenschapscommunicatie en -journalistiek, verkend hoe we daarmee moeten omgaan. In feite is de vraag “waarom geloven mensen niet zomaar wat de wetenschap zegt?” de prikkel geweest voor de professionalisering van de diverse vormen van voorlichting.

Lees verder “Limes en scepsis (3)”

Limes en scepsis (2)

De citadel van Velkiko Tarnovo (Bulgarije)

De citadel van Veliko Tarnovo (Bulgarije)

[Ik heb woensdag in Utrecht op een bijeenkomst over de Romeinse limes gesproken over de vraag hoe we wetenschapsscepsis vóór kunnen zijn. In het eerste deel legde ik uit wat wetenschapsscepsis is.]

Gerechtvaardigde argwaan

De limes is een betrekkelijk jong project. Een kwart eeuw geleden hadden nog maar weinig mensen ervan gehoord. Het woord viel ergens in de erfgoedwetgeving, dus helemáál onbekend was hij niet, maar er was een Commissie Van Oostrom voor nodig om de limes te doen inburgeren: de Romeinse Rijksgrens is een van de vijftig “vensters” op het verleden in de canon van de Nederlandse geschiedenis.

Ik geloof niet dat de limes op dit moment diepgevoelde weerzin oproept, maar het project is kwetsbaar voor al dan niet terechte kritiek. Ik wil nu enkele kwetsbaarheden noemen en de eerste daarvan is dat de oudheidkunde als geheel kwetsbaar is geworden. Er zijn teveel idiote dingen gebeurd: de claims van de Israëlische archeologen die inmiddels zó vaak het gelijk van de Bijbel opgroeven dat zelfs de Evangelische Omroep niet meer gelooft dat archeologie een serieus te nemen vak is, de hypes rond Amfipolis en het graf van Nefretite, de “special pleading” om Hannibal over een bepaalde Alpenpas te krijgen, de drie grote papyrologische schandalen van de laatste jaren.

Lees verder “Limes en scepsis (2)”

Limes en scepsis (1)

De bovenloop van het Nijmeegse aquaduct op het terrein van Museumpark Orientalis
De bovenloop van het Nijmeegse aquaduct op het terrein van Museumpark Orientalis

Ik heb al eens eerder geschreven over de Nijmeegse aquaductenaffaire. Samengevat komt die erop neer dat enkele Nijmegenaren er niet zo gelukkig mee waren dat de gemeente het Romeinse aquaduct – herkenbaar als een verzameling meertjes, kanaaltjes en een dijk – beter wilde ontsluiten voor bezoekers. Sommige Nijmegenaren betwijfelden of er wel een aquaduct was geweest en een van hen wees erop dat er geen Romeinse vondsten waren gedaan. Die waren, zo zei hij, nodig om te concluderen dat er sprake was van een Romeins aquaduct.

De zaak kreeg enige bekendheid toen Sjors van Beek erover schreef in De groene Amsterdammer en de dagbladen er ook aandacht aan besteedden. Toen de Radbouduniversiteit weigerde een uitspraak te doen over de wetenschappelijkheid van het rapport waarin was geconcludeerd dat de verzameling meertjes, kanaaltjes en dijk een aquaduct was geweest, knalde de zaak verder naar het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit. En toen de Nijmeegse Rekenkamer ook twijfel uitsprak, waren de rapen helemaal gaar. De gemeenteraad ging uiteindelijk niet in op de kritiek.

Lees verder “Limes en scepsis (1)”

Oorlogskind (16) Een grote boerderij

ben_1943

[Ik doe het zelf even wat rustiger aan en geef het woord aan mijn vader, die vertelt wat hij als kind in de oorlog heeft meegemaakt. Het eerste deel is hier en een overzicht is daar.]

De boerderij van Snelting lag midden in het dorp. Ervoor was een grote tuin, ik denk een meter of vijftig lang. Aan de straat was een mooie toegangspoort en daarachter een breed pad naar het huis. Links was de bloementuin en rechts de moestuin. De boerderij was van het T-type: een dwars geplaatst voorhuis waar gewoond werd en daar aan de achterkant tegenaan gebouwd het bedrijfsgedeelte. Op de deel stonden ongeveer tien melkkoeien en ook nog een stuk of vijftien jonge dieren. Aan de andere kant was de paardenstal, met drie paarden. Voor die tijd was het een grote boerderij. In het varkenshuis lagen zo’n twintig varkens.

Middenin het dorp stond ook de kerk en als je vanaf het kerkplein naar de boerderij keek, dan wist je dat Snelting een machtige boer was geweest. Een heel indrukwekkende voorgevel: vijf grote ramen op de begane grond met een dubbele voordeur daartussen en op de eerste verdieping zes ramen op een rij en daarboven nog een grote kap met kleine raampjes.

Lees verder “Oorlogskind (16) Een grote boerderij”

Oorlogskind (15) Een idylle

Sneltingshof
Sneltingshof

[Ik doe het zelf even wat rustiger aan en geef het woord aan mijn vader, die vertelt wat hij als kind in de oorlog heeft meegemaakt. Het eerste deel is hier en een overzicht is daar.]

De maanden die toen volgden herinner ik me als een prachtige tijd. Op de boerderij hadden wij de tijd van ons leven, we mochten de varkens voeren, helpen met het verzorgen van de koeien, we keken toe bij het melken en… we gingen ook een klein beetje naar school. Maar laat ik vooraan beginnen.

Op 11 januari kwamen we dus ’s avonds aan bij de boerderij van Snelting in Megchelen. We kwamen binnen in een grote woonkeuken en moesten een oude mevrouw en een oude man die vreselijk dik was, een hand geven. Dat waren de oude boer en boerin Snelting. Dan waren er een jonge man en jonge vrouw die een jongetje op schoot had. Die moesten we “Oom Jan” en “Tante Sientje” noemen.

Later heb ik begrepen dat mevrouw en meneer Snelting geen kinderen hadden en dat Sientje hun nichtje was. Die was in dat huis in-getrouwd met haar man Jan Essink en die zouden later de boerderij overnemen. Jan was dus de eigenlijke boer. Maar mijn vader heette ook Jan, dus dat was nogal lastig. Daarom werd mijn vader daar Piet genoemd.

Lees verder “Oorlogskind (15) Een idylle”