Alexander de Grote in Sousa (2)

De troonzaal in Sousa

In het vorige blogje vertelde ik hoe Alexander de Grote de capitulatie van de Perzische hoofdstad Sousa in ontvangst nam. Het paleis lag op een plateau dat hoog uitstak boven het hete maar vruchtbare rivierdal. De Perzen hadden op dat plateau – door de wind bewaaid en iets koeler dan het rivierdal – een immens terras aangelegd, dat met dertien hectare groter was dan dat van bijvoorbeeld Persepolis. Het paleis zelf had een omvang van vier hectare, de twintig meter hoge troonzaal niet meegerekend.

De luxe was groter dan de Macedoniërs ooit hadden gezien. Verbaasd dronken ze uit bekers van glas, aten ze van marmeren borden en openden ze deuren met klinken van lapis lazuli. Het moet hebben geleken op de beschrijving uit het Bijbelboek Ester:

Draperieën van fijn linnen, wit en blauwpurper van kleur, waren aan albasten zuilen bevestigd met roodpurperen koorden van byssus en zilveren ringen; op een mozaïekvloer van porfier, albast, parelmoer en gekleurde stenen stonden rustbanken van goud en zilver. Er werd wijn geschonken in gouden bekers, die allemaal verschillend waren, en er was koninklijke wijn in overvloed, zoals men dat bij een koning mag verwachten.noot Ester 1.6-7; NBV21.

Lees verder “Alexander de Grote in Sousa (2)”

Alexander de Grote in Sousa (1)

Perzische decoratie uit Sousa (Louvre, Parijs)

In onze reeks over Alexander de Grote waren we vorige maand vertrokken uit de grote stad Babylon en op weg gegaan naar Sousa. Zoals wel vaker in de oude geschiedenis kennen we de plannen van de generaal niet en moeten we die afleiden uit wat hij feitelijk deed. Het is plausibel dat de Macedoniërs de diverse hoofdsteden van het Perzische Rijk wilden plunderen, want dat hebben ze gedaan, maar eigenlijk weten we dat niet. Alexanders biograaf Ploutarchos vertelt:

Toen hij door Babylonië trok verbaasde hij zich vooral over een kloof waaruit onophoudelijk vuur opsteeg als uit een bron, en over de stroom van nafta die zo groot was dat hij niet ver van die kloof een meer vormde. Dit nafta leek op asfalt, maar was zo licht ontvlambaar dat het, al voordat de vlam het bereikte, ontbrandde door de vuurgloed, en dikwijls ook de lucht ertussen deed ontvlammen.noot Ploutarchos, Alexander 35.1-2; vert. Hetty van Rooijen.

Lees verder “Alexander de Grote in Sousa (1)”

Zes vragen aan Bert van der Spek

De “Arched Room” in het British Museum, waar Van der Spek kleitabletten kan bestuderen.

De trouwe lezers van deze blog kennen inmiddels de rubriek waarin dit de vierde aflevering is: ik wil de aandacht weghalen bij de gemakzuchtige stukken over archeologische vondsten en de ongefundeerde parallellen tussen toen en nu, en terugleggen bij het eigenlijke wetenschappelijke proces. Vandaag is het woord aan oudhistoricus Bert van der Spek, aan wiens handboek ik eerder een reeks blogjes wijdde, maar die meer heeft gedaan dan alleen een handboek maken.

**

Wat bestudeert u?
De geschiedenis van Babylonië na de verovering door Alexander de Grote in 331 v.Chr., die de zgn. Hellenistische periode inleidde. Veruit de meeste bronnen over deze periode zijn in het Grieks gesteld (geschiedschrijvers die soms eeuwen later leefden, Griekse inscripties). Daardoor hebben veel oudhistorici (die veelal opgeleid zijn als classici) door een Griekse bril naar het Hellenistische Nabije Oosten gekeken.  Ik probeer de in het Babylonisch geschreven bronnen bij het onderzoek te betrekken.

Lees verder “Zes vragen aan Bert van der Spek”

Bleef Paulus in Rome? (2)

Paulus (Teseum, Tongeren)

In het vorige blogje legde ik uit dat het archeologisch onderzoek onder de Sint-Paulus buiten de Muren niet hielp om vast te stellen of Paulus na zijn gevangenschap in Rome in die stad was gebleven. De traditie geeft echter een duidelijk antwoord: Paulus is onthoofd tijdens de vervolging door Nero, die plaatsvond na de grote brand van Rome. Die woedde in de zomer van 64 en afgaand op het verslag van Publius Cornelius Tacitus liet de keizer enkele christenen levend verbranden. De bevolking, voegt Tacitus toe, was verontwaardigd over deze onmenselijke straf. Er is geen vermelding van Paulus.

Clemens en Ignatius: geen Rome, geen Nero

De marteldood van Paulus is echter in een oude bron vermeld: de Eerste Brief van Clemens. Die dateert vermoedelijk uit de laatste jaren van de eerste eeuw, misschien een tikje later.

Lees verder “Bleef Paulus in Rome? (2)”

Bleef Paulus in Rome? (1)

De sarcofaag die sinds de tweede eeuw (?) wordt aangewezen als graf van Paulus

Omdat ik op zondag graag blog over het Nieuwe Testament, schrijf ik vandaag weer over de apostel Paulus. Die maakte verschillende reizen, waarvan verslag wordt gedaan in de Handelingen van de Apostelen. In zijn eigen brieven verwijst Paulus ook wel naar die reizen. De Handelingen eindigen met zijn aankomst in de stad Rome, waar hij moest wachten op de behandeling van het hoger beroep in een rechtszaak; dat duurde blijkbaar twee jaar.noot Handelingen 28.30. Omdat bekend is dat Paulus contact heeft gehad met gouverneur Festus en koning Herodes Agrippa II, die we scherp kunnen dateren, mogen we aannemen dat Paulus op z’n laatst in het voorjaar van 61 arriveerde in Rome. In zijn Brief aan de Romeinen vertelt Paulus dat hij van plan is verder te reizen naar Spanje.noot Romeinen 15.23-24. Hij zou in het voorjaar van 63 zijn reis dus hebben kunnen voortzetten.

Het graf van Paulus

Heeft hij die reis werkelijk gemaakt? Tja. De christelijke traditie wil dat hij is onthoofd ten tijde van Nero’s vervolging van de christenen in Rome. Paulus’ graf wordt even buiten het historisch centrum aangewezen, in de door keizer Constantijn de Grote gebouwde Sint-Paulus buiten de Muren (ook wel: “buiten de veste”). Daar hebben archeologen in 2002-2003 de ruimte rond het graf onderzocht. In de oudste fase, dus ten tijde van Constantijn, lag het graf in de apsis, maar in 390 lieten de toen regerende keizers Theodosius I, Arcadius en Valentinianus II de kerk compleet herbouwen. De aanleiding was vermoedelijk wateroverlast.

Lees verder “Bleef Paulus in Rome? (1)”

De Grote Piramide

De Grote Piramide

Het liefst zou ik eens bloggen over de piramiden, over wat de Egyptenaren daar zoal van dachten en over de vraag waarom ze die grafmonumenten überhaupt construeerden. Welbeschouwd zijn het immers de eerste gebouwen die de derde dimensie verkenden. Dat spreekt voor ons vanzelf maar was ooit een nieuwe gedachte. Daar ga ik ook nog weleens over schrijven, maar ik wil eerst een ander onderwerp behandelen: hoe de Grieken erover dachten. Ze beschouwden de Grote Piramide als een van de zeven wereldwonderen, en omdat ik de meeste al eens heb beschreven (een, twee, drie, vier, vijf) wil ik vandaag numero zes afvinken. Nummer zeven komt ook nog weleens.

Twee Griekse teksten zijn hierbij relevant: een vijfde-eeuwse beschrijving door Herodotos van Halikarnassos en een veel jongere door Diodoros van Sicilië.

Lees verder “De Grote Piramide”

Cicero in beeld & boek

Cicero (Uffizi, Florence)

Je bent ongeveer zeventien, je zit op het gymnasium en je hebt Latijn in je pakket. Dan ben je vanaf volgende week bezig met de voorbereiding van je eindexamen, en dat betekent dat je een hoop Cicero zult moeten lezen. Ik heb dat lange tijd een vervelende kerel gevonden. Oké, zijn toespraak ter verdediging van Caelius was onderhoudend, ondanks vrouwonvriendelijkheid zelfs grappig, en ik begreep dat zijn filosofische werken voor de West-Europese traditie belangrijk zijn geweest, maar dat was het wel zo’n beetje. Mijn belangstelling voor de wijsbegeerte is niet groot, wat ik weleens rechtvaardig met het gelegenheidsargument dat als je kijkt naar wat filosofen zoal over vrouwen hebben gezegd, je sceptisch wordt over verdere bedenksels. Dat is flauw, en ik doe er de blogs van Kees Alders mee tekort, en bovendien is het onaardig tegenover mijn neef, die al jong goed nadacht en inmiddels – zegt de trotse oom – staat ingeschreven aan Parijs VIII. Maar Cicero’s werken: ik heb ze in de kast staan, maar lange tijd weinig bekeken.

Een Romeinse dood

Te weinig. Mijn oordeel is gaan schuiven. Om te beginnen: Cicero’s dood. Hij had vijanden gemaakt en moordenaars kwamen met hem afrekenen. (Een ervan was ooit nog eens in een rechtszaak door Cicero bijgestaan.) Cicero hoopte in een landhuis bij de zee rust te vinden, ontdekte dat het daar niet veilig was en keerde terug naar het schip waarmee hij was aangekomen. Onderweg zag hij de moordenaars aankomen

Lees verder “Cicero in beeld & boek”

Kuifje en de mijnen van koning Salomo

Een jeugd zonder Kuifje is net een tikje minder leuk dan een jeugd met de jonge reporter, en ik vermoed dat althans de oudere lezers van deze blog het bovenstaande plaatje wel herkennen. Inderdaad, het komt uit Kuifje en de Zonnetempel.

De titelheld en zijn vrienden Haddock en Zonnebloem zijn gevangen genomen door Inka’s en zullen levend worden verbrand, maar Kuifje weet dat er een zonsverduistering zal zijn, en speldt de Inka’s op de mouw dat de Zon de executies verbiedt. Het morbide verhaal wordt nergens te zwaar op de hand doordat professor Zonnebloem in de veronderstelling verkeert dat hij figurant is in een filmopname. Zijn van alle realiteitszin gespeende commentaar houdt het verhaal prettig verteerbaar.

Lees verder “Kuifje en de mijnen van koning Salomo”

Zonsverduistering

Zichtbaarheid van de zonsverduistering van 12 augustus 2026 volgens de Franse IMCCE. De grijze lijn geeft de smalle strook aan waar de zonsverduistering totaal is.

Vandaag (12 augustus) vindt een zonsverduistering plaats die in de namiddag ook in Nederland goed waarneembaar zal zijn. De smalle strook waarin de zon totaal wordt verduisterd begint bij de Siberische kust (nabij Tajmyr) en passeert iets ten zuiden van de noordpool achtereenvolgens het oostelijke deel van Groenland, het westelijke deel van IJsland, de Atlantische Oceaan, Noord-Spanje en eindigt boven de Balearen. In Nederland is deze zonsverduistering niet totaal maar bij het maximum (ongeveer een uur voor zonsondergang) zal ongeveer 88½% van de zonneschijf door de maan worden bedekt zodat slechts nog maar een smalle sikkel van de zonneschijf overblijft.noot In Utrecht begint de zonsverduistering om 19:17, vindt het maximum plaats om 20:11 en eindigt de verduistering om 21:03, slechts enkele minuten voor zonsondergang. Elders kunnen de tijdstippen enkele minuten afwijken.

Zonsverduisteringen verklaard

Een zonsverduistering vindt plaats wanneer de maan tijdens nieuwe maan precies (of bijna precies) tussen de aarde en de zon kruipt. De smalle kegelvormige schaduw van de maan valt dan op het aardoppervlak en waarnemers op of nabij de centrale lijn zien dan dat de maan voor enkele minuten de zonneschijf bedekt. Als de schijnbare grootte van de maan groter is dan die van de zon wordt de gehele zonneschijf bedekt en spreekt men een totale verduistering; is de schijnbare diameter van maan iets kleiner dan die van de zon dan wordt de zonneschijf niet geheel bedekt en ziet men een felle ring rondom de maan. Deze wordt een ringvormige zonsverduistering genoemd.noot Soms kan een zonsverduistering beginnen als een ringvormige zonsverduistering, dan overgaan in een totale zonsverduistering en weer eindigen als een ringvormige zonsverduistering: deze wordt een ringvormig-totale of een hybride zonsverduistering genoemd.

Lees verder “Zonsverduistering”

Zes vragen aan Gert Knepper

Vollgraff aan het werk op het Domplein in Utrecht (1934)

De trouwe lezers van deze blog kennen inmiddels de rubriek waarin dit de derde aflevering is: ik wil de aandacht weghalen bij de gemakzuchtige stukken over archeologie en de ongefundeerde parallellen tussen toen en nu, en terugleggen bij het eigenlijke wetenschappelijke proces. Vandaag is het woord aan classicus Gert Knepper, die weleens eerder schreef voor deze blog en geen onbekende is in de reageerpanelen van deze blog.

***

Wat bestudeert u?
De afgelopen jaren heb ik me beziggehouden met een onderzoek naar het leven van de Nederlandse classicus Carl Wilhelm Vollgraff (1876-1967, z’n achternaam spreek je gewoon op z’n Nederlands uit), met de bedoeling om diens biografie te schrijven.

Lees verder “Zes vragen aan Gert Knepper”