E.P. Wegener (1908-1958) (4)

Dr. Eefje Prankje Wegener

[Eefje Prankje Wegener was een van de belangrijkste Nederlandse papyrologen. Ze is wat vergeten geraakt. Papyroloog Klaas A. Worp (KNAW) ontdekte dat haar leven interessant genoeg was voor een eigen biografie (noot 1). Vandaag de vierde aflevering van een vijfdelige gastbijdrage van Klaas Worp, waarvan het eerste deel hier was.]

Register van de huizen in Leiden

De situatie van de universiteit in de oorlog moet van nadelige invloed zijn geweest voor het papyrologische werk van Eefje Prankje Wegener (hierna “EPW”). Voor zover dit nu nog valt na te gaan, had zij na haar promotie geen baan en beschikte zij “dus” over veel “vrije” tijd. Dat kan dan ook de verklaring zijn voor het feit dat ze in de jaren 1944-1945 met ir. H.A. van Oerle aan een geheel andere exercitie is begonnen. Tot op de dag van vandaag is niet bekend, hoe zij in contact is gekomen met de architect Van Oerle, die toen al bekend stond voor zijn grote interesse voor de geschiedenis van Leiden (noot 21). Ook hij beschikte over veel vrije tijd vanwege de schaarste aan opdrachten, waardoor hij alle tijd had voor archiefonderzoek (noot 22). Naar alle waarschijnlijkheid zal het contact via EPWs universitaire begeleiders tot stand gekomen zijn.

Lees verder “E.P. Wegener (1908-1958) (4)”

E.P. Wegener (1908-1958) (3)

Dr. Eefje Prankje Wegener

[Eefje Prankje Wegener was een van de belangrijkste Nederlandse papyrologen. Ze is wat vergeten geraakt. Papyroloog Klaas A. Worp (KNAW) ontdekte dat haar leven interessant genoeg was voor een eigen biografie (noot 1). Vandaag de derde aflevering van een vijfdelige gastbijdrage van Klaas Worp, waarvan het eerste deel hier was.]

Study tour naar Parijs, Londen en Oxford

Vermoedelijk op aanbeveling van haar leermeester Van Groningen kreeg Eefje Prankje Wegener (hierna “EPW”) een toelage van het Fruin-fonds om in Parijs, Oxford en Londen bij gerenommeerde papyrologen in de leer te gaan (noot 13). In Parijs werkte ze onder de hoede van Prof. P. Collart, mej. G. Rouillard, mr. A. Dain en Prof. P. Collinet. Zij woonde in Parijs op de Rue de Charonne 94 (XIe arrondissement) (noot 14). In Londen werkte ze samen met mr. Theodore Cressy Skeat (1907-2003). Hij was als curator papyrorum verbonden aan het British Museum. En samen publiceerden zij een in het British Museum bewaarde papyrus voor de eerste keer in een omvangrijk (23 pp.) artikel in The Journal of Egyptian Archaeology 21 (1935), pp. 224-247 (zie hieronder de bibliografie, no. 2).

Lees verder “E.P. Wegener (1908-1958) (3)”

E.P. Wegener (1908-1958) (2)

Dr. Eefje Prankje Wegener

[Eefje Prankje Wegener was een van de belangrijkste Nederlandse papyrologen. Ze is wat vergeten geraakt. Papyroloog Klaas A. Worp (KNAW) ontdekte dat haar leven interessant genoeg was voor een eigen biografie (noot 1). Vandaag de tweede aflevering van een vijfdelige gastbijdrage van Klaas Worp, waarvan het eerste deel hier was.]

Middelbare school in Wassenaar

Op 3 juli 1922 arriveerde het gezin op Weteringlaan 4 (later 6). Merkwaardig genoeg staat in het bevolkingsregister bij Eefje Prankje Wegener het huisnummer 9 doorgestreept en is dat vervangen door een 7. Of er sprake is van een verhuizing of een omnummering van de huisnummers is niet duidelijk, maar het adres “Weteringlaan 7” zal later in deze geschiedenis vaker opduiken. Verder valt op, dat de Burgerlijke Stand van Wassenaar aanvankelijk enige moeite had met de naam “Prankje”, gezien het feit dat in eerste instantie “Froukje” werd genoteerd; een naams-element dat later (ook al weer) is doorgehaald en vervangen door “Prankje”.

Lees verder “E.P. Wegener (1908-1958) (2)”

E.P. Wegener (1908-1958) (1)

Dr. Eefje Prankje Wegener

[Bij het schrijven van mijn boekje over de wedloop tussen de vervalsers en de onderzoekers van papyri, Bedrieglijk echt, kon ik altijd advies vragen aan prof.dr. Klaas A. Worp (KNAW). Hijzelf werkte in die tijd aan een geschiedenis van de Nederlandse papyrologie, waarin ook dr. Eefje Prankje Wegener voorkwam. Haar leven bleek interessant genoeg voor een eigen biografie (noot 1). Deze dagen dus een gastbijdrage van Klaas Worp.]

Dr. Eefje Prankje Wegener (hierna “EPW”) geniet bekendheid en waardering bij twee niet erg omvangrijke groepen bewonderaars: enerzijds bij papyrologen, anderzijds bij enkele Leidse “Lokalhistoriker”. Deze biografische schets bevat twee aspecten, enerzijds een beschrijving van haar werk en carrière als papyroloog en anderzijds de korte periode tijdens de Tweede Wereldoorlog, waarin zij voor ir. H.A. van Oerle de belangrijkste bijdragen heeft geleverd ten behoeve van de totstandkoming van het zogenaamde “Register van de huizen in Leiden 1581-1585-1601” (noot 2). Haar biografie begint natuurlijk bij haar ouders, haar geboorte in Amsterdam en haar jeugd in Rotterdam en Wassenaar.

Lees verder “E.P. Wegener (1908-1958) (1)”

MoM & misverstand: Natuurgodsdiensten

Standbeeld uit Ain Ghazal, even ten noorden van Amman, ongeveer 8000 v.Chr. Tot de ontdekking van een beeld in Şanli Urfa gold dit als de oudste vrijstaande sculptuur ter wereld. Het mythologisch-religieuze karakter staat met zo’n dubbel lichaam niet ter discussie (Archeologisch Museum van Amman)

Natuurgodsdiensten zijn de oudste vorm van religie. Zegt men. Vóór de moderne wetenschap bestond verklaarde de primitieve mensheid namelijk alle natuurverschijnselen als goddelijk ingrijpen. En nog eerder, vóór de mens begreep dat er goden bestonden, zag de oermens overal vage en ambigue natuurkrachten. Althans, dat dachten antropologen en godsdiensthistorici aan het eind van de negentiende eeuw. Zij meenden ook dat de oermens de vruchtbaarheid van het land had geïdentificeerd met die van de vorst. Vandaar dat de Graalkoning in een verwoest land leefde zolang de wond in zijn lendenen niet was genezen.

Koningsmoord

In natuurgodsdiensten was het niet onlogisch ’s konings vruchtbaarheid zo geconcentreerd mogelijk in te zetten: als men elk jaar een andere heerser aanstelde, maximaliseerde men diens vermogen de natuur te doen uitlopen en de oogst overvloedig te laten zijn. Aan het einde van het jaar moest de koning dan dood. Vandaar dat in zoveel Griekse mythen en sagen de koning akelig aan zijn einde komt: Herakles verbrandde, Agamemnon bezweek aan bijlslagen, Pelias werd geslacht.

Lees verder “MoM & misverstand: Natuurgodsdiensten”

De ganzen van het Capitool

De ganzen van het Capitool (reliëf uit het museum van Ostia)

Een van de oudste data uit de Romeinse geschiedenis die we precies kennen is 18 juli 387 v.Chr., de dag waarop de Romeinen aan het riviertje Allia, even ten noorden van hun stad, een nederlaag leden tegen een leger van Gallische Senonen. Het kan ook 386 zijn geweest en misschien is dat iets plausibeler om een reden die ik zo zal uitleggen.

Wat die Galliërs daar deden, is onbekend, al staat vast dat ze enkele maanden later in dienst waren van Dionysios, de alleenheerser van Syracuse. Dat deze contact met ze heeft gelegd via een bevriende Griekse stad aan de Adriatische Zee, ze als huurlingen in dienst heeft genomen en ze heeft gevraagd om, als ze toch naar hem op weg waren, ook even het land van de langzaam steeds belangrijkere stad Rome te plunderen, en dat ze daarbij wat succesvoller waren dan voorzien, is denkbaar. De Romeinse traditie houdt het er overigens op dat de Galliërs op zich niets tegen de Romeinen hadden maar dat een Romeinse gezant de furor Gallicus over zijn stad afriep door het volkenrecht te schenden.

Lees verder “De ganzen van het Capitool”

Het graf van Damasistrate

Grafreliëf van Damasistrate (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)

Athene heeft diverse mooie musea maar het mooiste (en grootste) is toch echt het Nationaal Archeologisch Museum. Hier zijn wat foto’s die mijn zakenpartner en ik er bij diverse gelegenheden hebben gemaakt. Ook het bovenstaande, puntgaaf bewaarde grafreliëf, vervaardigd rond 330 v.Chr., is daar te zien. Net zo oud als bijvoorbeeld deze bokser.

Het is gevonden in Piraeus, een voorstad van Athene, beroemd om zijn drie havens. Een overleden mevrouw Damasistrate zit op een prachtige troon (let op het sfinxje!) en schudt de hand van haar echtgenoot Polykleides. Die houdt in zijn linkerhand een strigilis vast, een instrument dat de Grieken en Romeinen gebruikten om olie van het lichaam te schrapen. Je ziet ze wel vaker op grafreliëfs en ze zijn ook in graven gevonden, dus de weduwnaar is afgebeeld met de grafgift die hij met de urn heeft begraven.

Lees verder “Het graf van Damasistrate”

Misverstand: Pasargadai

Graf van Cyrus, Pasargadai

In de verzameling misverstanden die tijdens de corona-lockdown op deze blog is gegroeid, was zelden sprake van kwaadwillendheid. Veel mensen weten niet beter. Slechts een enkele keer is er sprake van werkelijk kwaad opzet en één van die gevallen betreft de hoax dat de Iraanse autoriteiten Pasargadai, de eerste hoofdstad van het Perzische Rijk, onder water zouden willen zetten.

Pasargadai was de residentie van koning Cyrus de Grote, die overleed in 530 v.Chr. Vrijwel zeker door natuurlijke oorzaken, want uit de kleitabletten blijkt dat zijn zoon de regeringstaken al eerder had overgenomen; misschien gesneuveld op een of andere oostelijke campagne. We weten het niet goed. In elk geval is Cyrus begraven in Pasargadai, in een relatief bescheiden graf op loopafstand van zijn paleis. De plek werd voor moderne Iraniërs een lieu de mémoire toen de laatste sjah daar in 1971 voor een kwart miljard dollar verspijkerde aan een feestje voor alle gekroonde hoofden ter wereld. De sjah had iets met Cyrus, die hij, op overigens oneigenlijke gronden, beschouwde als eerste heerser van een land dat zich had gecommitteerd aan de mensenrechten.

Lees verder “Misverstand: Pasargadai”

Textiel uit Egypte

Christelijk-Dionysische scène (eigen collectie Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

De Oudheid is vaak kleurloos. De fleurige verf die er ooit voor zorgde dat standbeelden, reliëfs en tempels fonkelden in de zon, is in de loop der eeuwen verbleekt. Pas in de negentiende eeuw ontdekten kunsthistorici dat antieke sculptuur en architectuur buitengewoon bont beschilderd waren geweest. Het vooroordeel dat alles ooit was gemaakt van stralend wit marmer, leeft echter nog in talloze stripverhalen en films.

De antieke kleurenpracht is dan ook wat moeilijk voorstelbaar, maar een enkele keer beschikken oudheidkundigen over voorwerpen waarop de antieke kleuren zijn bewaard. Zoals op het Egyptische textiel dat momenteel, nu de coronasluiting van de musea voorbij is, wordt tentoongesteld in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden.

De expositie is alleen al een bezoek waard omdat het materiaal niet zo vaak wordt geëxposeerd. Blootstelling aan licht doet de kleuren immers vervagen.

Lees verder “Textiel uit Egypte”

Doornik

De kathedraal van Doornik

Doornik, daar wilde ik altijd al eens naartoe. Even in heel grote stappen heel snel thuis: het Romeinse gezag implodeerde in de vroege vijfde eeuw en lokale heersers namen de macht over. Velen van hen hadden voorouders in het Overrijnse, maar ze waren loyale dienaren van de keizer. Aanvankelijk zullen ze hebben verwacht dat het Romeinse staatsapparaat zich zou herstellen maar na pakweg 430 moet duidelijk zijn geweest dat het niet zo zou zijn.

Wie waren ze nu? Waren ze Romeinen, in de steek gelaten door de centrale overheid? Waren ze Franken? Of nog iets anders? In elk geval waren ze op zichzelf aangewezen en moeten er netwerken zijn ontstaan van samenwerkende leiders. Die netwerken konden overigens nog steeds door de Romeinse keizer worden aangestuurd: keizer Majorianus (r.457-461) betaalde via een tussenpersoon, Aegidius, forse bedragen aan de Frankische vorst Childerik, die er lokale heren mee wierf. (De enkele jaren geleden ontdekte Schat van Lienden is op dit punt relevant.) Majorianus’ poging het gezag in Gallië te herstellen liep op niets uit en de feitelijke winnaar was Childerik, die met Romeins geld zijn volgelingen verder aan zich had gebonden.

Lees verder “Doornik”