Alexander de Grote in Babylon (2)

Gereconstrueerde muur van Babylon

[Tweede van vier blogjes over het verblijf van Alexander de Grote in Babylon. Het eerste was hier.]

Alexander wist niet beter of de stad die hij op het punt stond in te nemen, Babylon, was de grootste ter wereld. Ze was omgeven door een stadsmuur van honderd meter hoog. Dat had althans de Grieks onderzoeker Herodotos van Halikarnassos geschreven en ook Aristoteles was van mening dat de muren eerder een compleet land omringden dan een enkele stad. Zulke verdedigingswerken waren zelfs voor het leger dat Tyrus had ingenomen te hoog.

Onderhandelingen

De Babylonische Astronomische Dagboeken bewijzen dat de koning van Macedonië het niet wilde laten aankomen op een belegering. Al in een vroeg stadium opende hij onderhandelingen. Daarbij probeerde hij zich te presenteren als een goede Babylonische vorst, een attitude die hij tot het einde van zijn leven heeft bewaard. Hier is de tekst van zo’n dagboek.

Lees verder “Alexander de Grote in Babylon (2)”

Alexander de Grote in Babylon (1)

Het paleis van Nebukadnezar in Babylon

Elke soldaat in het leger van Alexander de Grote had gehoord van de hoofdstad van het aloude koninkrijk Babylonië, een stad die weliswaar ruim twee eeuwen eerder door de Perzische koning Cyrus de Grote was veroverd, maar nog altijd een van de belangrijkste culturele centra op aarde was: Babylon!

Rijkdom

“In geen land ter wereld gedijt Demeters geschenk zo welig”, had de Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos geschreven, om te specificeren dat er wel twee- tot driehonderd keer zoveel graan werd geoogst als gezaaid. Dat was  grof overdreven, maar de reële vijftienvoudige opbrengst maakte de regio wel degelijk tot het welvarendste agrarische gebied van de oude wereld. De Babyloniër Berossos schreef trots:

Lees verder “Alexander de Grote in Babylon (1)”

De Martelaren van Gorcum

Cesare Fracassini, De martelaren van Gorcum

Nog net geen dertig was hij toen hij in 1868 overleed, aan buiktyfus. De verder tamelijk onbekende Italiaanse kunstschilder Cesare Fracassini leeft in Rome voort als een borstbeeld op de Monte Pincio en in de naam van een straat in de wijk Flaminio. Wat echter vooral aan hem herinnert is één van zijn opera magna: een schilderij dat de bezoeker van de Vaticaanse Musea onmiddellijk zal opvallen vanwege het enigszins kitscherige, maar ook nogal wrede karakter. Het toont de executie van de Martelaren van Gorcum en werd door Fracassini geschilderd in 1867, het jaar waarin deze negentien geestelijken heilig werden verklaard.

Slachtoffers van religieuze fanatici

Hoe zat dat nu ook alweer met die martelaren? Wie waren zij, en hoe kwam het dat ze in de nacht van 8 op 9 juli 1572 op zo’n gruwelijke wijze (door ophanging aan de nokbalk van een schuur nabij Den Briel) om het leven kwamen? We weten daar relatief veel over, want een en ander is uitvoerig beschreven in de overwegend door rooms-katholieken opgestelde geschriften over datgene, wat gezien werd als een goed voorbeeld van religieuze opofferingsgezindheid.

Lees verder “De Martelaren van Gorcum”

De Tempel voor de Vrede

De Tempel voor de Vrede

Het zal u in het vorige blogje al zijn opgevallen dat wat een plein leek, werd aangeduid als Tempel van de Vrede. Dat is omdat het Latijnse templum niet alleen verwijst naar een gebouw, maar ook naar een ruimte die was afgebakend om zieners de vlucht van de vogels te laten observeren. Zo’n templum was een vierkant stuk grond dat met een bepaalde formule in gebruik was genomen.noot Varro, De Latijnse taal 7.8.

De Tempel van de Vrede was dus een vierkante ruimte, aan alle zijden omgeven door galerijen met pilaren uit grijs en roze Egyptisch graniet, met de hoeken gericht naar de hoofdwindstreken, ongeveer een hectare groot. Om een beeld te krijgen van de afmetingen: de huidige Torre dei Conti staat op wat vroeger de noordpunt was en de SS. Cosma e Damiano staat op de zuidhoek. Ik weet niet of de vergelijking met de Vrijdagmarkt in Gent voor veel lezers iets verheldert, maar dat plein heeft dezelfde oriëntatie en afmetingen.

Lees verder “De Tempel voor de Vrede”

De Keizerfora

Het centrum van Rome met de Keizerfora (Museo nazionale della civiltá romana, Rome)Voor ik u vandaag meeneem naar de Tempel voor de Vrede in Rome, eerst even een woord over de grotere stedenbouwkundige context, namelijk die van de zogeheten Keizerfora.

De Keizerfora

Het eerste daarvan was het Forum van Caesar waarover ik al eens eerder blogde. Het lag ten noorden van het Forum Romanum. Later had keizer Augustus daar een derde forum aan toegevoegd. De Grieks-Romeinse geograaf Strabon van Amaseia was onder de indruk van de nieuw aangelegde pleinen:

Als je langs het oude Forum gaat en ziet hoe het ene forum na het andere zich daarnaast uitstrekt, en als je de basilieken ziet en de tempels en het Capitool en de kunstwerken daar en op de Palatijn en in de Porticus van Livia, dan zou je alles daarbuiten makkelijk kunnen vergeten. Zo overweldigend is Rome.noot Strabon, Geografie 5.3.8; vert. Simone Mooij.

Lees verder “De Keizerfora”

Voor-westerse geschiedenis (12) “cattle culture”

Kastor en Polydeukes komen terug van een veediefstal (Schathuis van Sikyon, Delfi)

Deze reeks over de voor-westerse wereld heet zo omdat ze gaat over de tijd vóór het concept van “het westen” ontstond en omdat ze gaat over de diepere historische structuren en processen – zeg maar aan de omstandigheden die voorafgaan aan de keuzes waarmee individuen geschiedenis maken. Iets minder abstract: deze reeks gaat over een agrarische samenleving. En zoals u weet valt de landbouw uiteen in akkerbouw en veeteelt.

Toen ik onlangs een nog te plaatsen blogje over het jaarritme voorbereidde, realiseerde ik me dat ik het daarin vooral had over de akkerbouw. Herders kwamen alleen in het voor- en najaar aan de orde, als zij de kuddes verplaatsten van een akkerbouwersdorp naar een ongebruikt stuk land en weer terug. Over deze veetelers aan de rand van de samenleving valt wel iets te weten: hoewel het archeologisch bewijs indirect is (textiel, zuivel…), duiken herders regelmatig op in de geschreven bronnen. Naast deze vorm van gemengd bedrijf bestonden er echter ook pure veetelerssamenlevingen, de zogeheten “cattle cultures”, die we eigenlijk alleen kennen door etnografische parallellen.

Lees verder “Voor-westerse geschiedenis (12) “cattle culture””

Petrus in Rome (1)

Petrus (Agoramuseum, Athene)

Ik merkte vorige week terloops op dat we feitelijk niet weten wat er is geworden van Petrus na zijn verblijf in Antiochië. Ik kreeg de terechte opmerking dat allerlei antieke bronnen vertellen dat Petrus was in Rome, waar ook zijn graf wordt aangewezen in (of beter: onder) de Sint-Pietersbasiliek. Dit is interessante materie, en dit blogje groeide als vanzelf.

De bronnen

De informatie over Petrus’ optreden na de kruisiging komt erop neer dat hij als een van de eersten verkondigde dat Jezus was opgestaannoot 1 Korintiërs 15.5; Lukas 24.34; Johannes 21.1-14. en dat hij een rol speelde in de jonge kerknoot Galaten 1.18; Galaten 2.7-9. of daar zelfs leiding aan gaf. noot Handelingen 1.15-12.18. Ik verklap geen geloofsgeheim als ik vertel dat Petrus in Antiochië ruzie kreeg met Paulus.noot Galaten 2.11-14. De rotskerk die in Antiochië wordt toegeschreven aan Petrus, is als gebouw jonger, en de toeschrijving zelf is nog veel jonger.

Lees verder “Petrus in Rome (1)”

Faits divers (55) mopperblog

Chrysippos (Museo archeologico nazionale, Napels)

Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer gemopper op de journalistiek, twee petities voor bedreigde geesteswetenschappelijke instellingen, maar ook een leuk einde.

Caesar in Tongeren

Al een tijdje ligt de hypothese op tafel dat de Eburonen van koning Ambiorix het Romeinse Veertiende Legioen van Julius Caesar hebben verslagen in de omgeving van Berg, een piepklein en – u raadt het al – hoog gelegen kerkdorpje onder de rook van Tongeren. Tot de argumenten voor die hypothese behoren dat de naam Atuatuca, die wordt gebruikt voor zowel de plaats van de Romeinse nederlaag als het latere Romeinse stadje, over maar een korte afstand verplaatst hoeft te zijn; verder, dat er een oude cultusplaats was; bovendien dat er zoveel munten zijn gevonden dat aannemelijk is dat dit de centrale plaats was van de Eburonen. Ik heb er eerder over geschreven en steeds als ik op weg ben van Maastricht naar Tongeren, fiets ik even over die bult in de hoop archeologen tegen te komen.

Lees verder “Faits divers (55) mopperblog”

Ibn al-Wardi over de Pest

De Umayyadenmoskee in Damascus, waar moslims, christenen en joden in 1349 samen hun gebeden uitspraken.

Abū Ḥafs Zayn al-Dīn ʻUmar ibn al-Muẓaffar Ibn al-Wardī, kortweg Ibn al-Wardi, was een Palestijnse geschiedschrijver en filosoof. Hij is geboren rond 1290 en overleden aan de Pestepidemie die in 1348/1349 door de Levant trok. Harde demografische cijfers ontbreken, maar er zijn aanwijzingen dat de Zwarte Dood in Egypte en Syrië nog erger was dan in West-Europa: ruim 42% van de bevolking zou zijn overleden aan de “haastige ziekte”.

Ibn al-Wardi beschreef de epidemie die hem het leven zou kosten in zijn Essay over het verloop van de Pestilentie. De tekst begint met een kort gebed, beschrijft dan de opmars van de ziekte, en gaat vervolgens over in een smeekbede en een (gedeeltelijk poëtische) beschrijving van de menselijke reacties, en eindigt met een nieuwe smeekbede.

Lees verder “Ibn al-Wardi over de Pest”

Haus der Geschichte, Bonn

Hitler (let op het armpje; Haus der Geschichte, Bonn)

Duitsland heeft nogal wat geschiedenis en daarom is het Haus der Geschichte der Bundesrepublik Deutschland in Bonn nogal groot. Sinds een half jaar heeft het een nieuwe vaste opstelling. Die vernieuwing is ook voor een Nederlander of Vlaming interessant, want een fors deel van de Duitse geschiedenis is wereldgeschiedenis. Los daarvan: in Nederland is de oprichting van het Nationaal Historisch Museum uitgelopen op een farce en in Brussel bestaat al een interessant Huis van de Europese Geschiedenis. Ik wilde eens weten hoe de Duitsers het geblunder uit Nederland hadden vermeden en hoe hun aanbod zich verhield tot dat in Brussel, dus ik ben er in Bonn vorige week eens langs gegaan.

Eerst maar even een vergelijking met de mislukking in Nederland. Die had natuurlijk alles te maken met de directie: kunsthistorici in plaats van historici. De minachting voor de geschiedwetenschap was er echter al eerder. Het doel van het Nationaal Historisch Museum was immers expliciet politiek: het versterken van de nationale identiteit. Wetenschappers – en dus ook geschiedwetenschappers – zijn er echter niet om de politiek te dienen. Het project had dus zelfs niet mogen beginnen, maar er waren genoeg Nederlandse historici die voor 200 miljoen hun wetenschappelijke autonomie wel wilden opgeven, en dus heeft de klucht bizar lang geduurd. Wat je verder ook mag denken van de in Bonn gemaakte keuzes: men heeft in elk geval niet de Duitse nationale identiteit willen versterken, en dat is alvast een geruststelling.

Lees verder “Haus der Geschichte, Bonn”