De slag bij de Hondenkoppen (1)

Filippos V (Numismatisch Museum, Athene)

Toen Hannibal de veldslag bij het Trasimeense Meer had gewonnen, gaf hij zijn manschappen opdracht de wapenrustingen aan te trekken van de gesneuvelde legionairs. Het staat vast dat hij bij een latere veldslag, die bij Zama, zijn soldaten opstelde in de voor de Romeinse legioenen typerende drievoudige slaglinie. Anders gezegd: hij nam aspecten over de Romeinse manier van oorlogsvoering. Die was dan ook superieur, zoals bleek tijdens de Tweede Macedonische Oorlog, waarin de tot dan toe onverslaanbaar geachte Macedonische falanx het onderspit dolf.

In 200 v.Chr. brak voor de tweede keer oorlog uit tussen Rome en Macedonië. Sinds koning Filippos V in 215 een verdrag met Hannibal had gesloten waren de relaties niet al te best en na de Tweede Punische oorlog stuurden sommige Romeinse politici aan op een campagne aan de overzijde van de Adriatische Zee. De grote vraag is waarom zij dat deden. Een vredesverdrag was ook in de Oudheid een vredesverdrag en Filippos had de bestaande overeenkomst niet geschonden.

Lees verder “De slag bij de Hondenkoppen (1)”

Hannibal in de Alpen

Karthaagse afbeelding van een olifant op een grafstèle (Musée national de Carthage)

In het najaar van 218 v.Chr. trok de Karthaagse veldheer Hannibal in vijftien dagen over de Alpen. Het was slechts één deel van één van de vele militaire operaties in de Tweede Punische Oorlog, die op zijn beurt weer deel uitmaakte van een langdurig conflict tussen Karthago en Rome.

Laten we eerlijk zijn: de route die Hannibal over de Alpen nam, is een kwestie van niks. Maar het is wel iets dat tot de verbeelding spreekt. Zeg immers “Karthago” en de mensen denken aan Hannibal. En zeg “Hannibal” en de mensen zien olifanten voor zich die moeizaam trekken door de besneeuwde Alpen. Niet dat er werkelijk veel sneeuw lag, overigens.

Maar goed, Hannibals tocht vanuit de vallei van de Rhône naar de Povlakte is een van de weinige thema’s uit de oude geschiedenis waarvan iedereen een beeld heeft. Alle reden om er een boek over te schrijven. En daar ben ik onlangs aan begonnen.

Lees verder “Hannibal in de Alpen”

Ambiorix

Een aarden wal bij Kanne-Caestert

Cassius Dio was een voorname senator uit de vroege derde eeuw n.Chr., afkomstig uit een van de oostelijke provincies. Hij was geïnteresseerd in geschiedenis en schreef een overzicht van de groei en het (zijns inziens) verval van het Romeinse Rijk. Daarbij behandelde hij ook Julius Caesars verovering van de Lage Landen.

De legioenen hadden Gallië al onder de voet gelopen en waren al overgestoken naar Brittannië toen Caesar in de winter van 54/53 v.Chr. te maken kreeg met een inheemse opstand, aangevoerd door Ambiorix, de vorst van de Eburonen, een stam in de Maasvallei. Diens eerste aanvalsdoel was het pas geformeerde Veertiende Legioen. Het was gestationeerd in Atuatuca, de naam die later gegeven zou worden aan Tongeren. Daar zijn geen Romeinse resten uit die tijd; een alternatief is dat het legioen zich bevond bij Kanne-Caestert, op het Belgische gedeelte van de Sint-Pietersberg, maar dan is het weer wat vreemd hoe de naam zeventien kilometer (een dagreis) kan zijn verplaatst. Enfin, we bevinden ons ergens in de Haspengouw.

Lees verder “Ambiorix”

De eerste zeeslag bij Marseille

Reliëf van een antieke zeeslag (Vaticaanse Musea, Rome)

Als ik u zeg dat het 27 juni was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Marcellus en Lentulus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 28 mei 49 v.Chr. op onze kalender, dan vindt u dat een wat flauw intro. Ik kondigde immers gisteren al aan dat u vandaag zou belanden in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” En dit keer gaat het eigenlijk niet over Caesar, maar vooral over het beleg van Marseille.

U herinnert zich dat Caesar deze stad voor zich had willen winnen om zijn aanvoerlijnen richting Iberië veilig te stellen. Tijdens de onderhandelingen was Lucius Domitius Ahenobarbus, een generaal in dienst van de Senaat, naar de stad gekomen en hij had alles in staat van verdediging had gebracht. De belegering was begin april begonnen en duurde dus alweer een week of zeven toen de verdedigers een uitval deden. Caesars kolonels, die de belegering voortzetten terwijl hun generaal op weg was gegaan naar Spanje, hadden schepen laten bouwen om te verhinderen dat de belegerden overzee zouden uitbreken. Caesar zelf vertelt, in de vertaling van Hetty van Rooijen:

Lees verder “De eerste zeeslag bij Marseille”

De slag bij Ilerda

De Pyreneeën

Als ik u zeg dat het 26 juni was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Marcellus en Lentulus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 27 mei 49 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” En dat, dames en heren, was niets minder dan de slag bij Ilerda. Dat is de stad die tegenwoordig Lérida heet (in het Spaans) of Lleida (in het Catalaans).

Zoals Caesar in Gallië het imperium had, dat wil zeggen het recht gezag uit te oefenen, had Pompeius dat in Iberië. Alleen had deze generaal, de grote vernieuwer van het Romeinse staatsrecht, besloten dat hij het gezag indirect zou uitoefenen, via zogeheten legaten. Toen Caesar Italië was binnenviel, had Pompeius ervoor gekozen met de Senaat naar Griekenland te gaan om extra legers op te bouwen; zijn vijf Spaanse legioenen had hij overgelaten aan Lucius Afranius en Marcus Petreius. Caesar had in Italië geconcludeerd dat hij een generaal zonder leger had in het oosten en een leger zonder generaal in het westen, en had besloten eerst daarmee af te rekenen. Een voorhoede, gecommandeerd door Gaius Fabius, verzekerde de passen over de Pyreneeën en na een oponthoud in Marseille was ook Caesar zelf naar Catalonië gekomen.

Lees verder “De slag bij Ilerda”

Anatolische talen

Inscriptie van Suppiluliuma II in Hiërogliefisch Luwisch (Hattusa)

Onderwijs over het Indo-Europees en de bijbehorende geschiedenis zou, zoals de Leidse taalkundige Stefan Norbruis onlangs stelde in een proefschrift over de Anatolische talen, standaardonderdeel moeten zijn van het middelbare-school-curriculum. De ontdekking van deze oertaal is een van de grootste prestaties uit de negentiende-eeuwse geesteswetenschappen. Hier is alvast een filmpje waarover ik nog eens zal bloggen.

In de twintigste eeuw is geprobeerd de samenleving van de eerste sprekers te reconstrueren. Dat kan door bijvoorbeeld te kijken naar de gedeelde woordenschat. Daarin zijn bijvoorbeeld diverse namen aanwezig voor flora en fauna, die een aanwijzing vormen voor een Urheimat, terwijl de woorden voor bijvoorbeeld koning, ploeg en wiel duiden op zaken die archeologisch terug te vinden zijn: koningsgraven, landbouw en wagens.

Lees verder “Anatolische talen”

Loog Herodotos over de slag bij Himera?

Het slagveld bij Himera op een mistige dag

De Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos is een subtiele auteur. Over Babylon zegt hij bijvoorbeeld dat mensen die er niet zijn geweest, wel niet zullen geloven wat hij vertelt, daarmee suggererend dat hij er wel is geweest. Hij schrijft ook ergens dat in zijn tijd een bepaald standbeeld er nog was, waarmee hij hetzelfde insinueert. In de achttiende eeuw vermoedde Edward Gibbon al dat Herodotos’ beschrijving van de culturele hoofdstad van het oude Nabije Oosten onmogelijk correct kon zijn. De opgravingen en de uitgave van tienduizenden kleitabletten hebben dat vermoeden bevestigd. Herodotos geeft onjuiste informatie te goeder trouw door – het is ook voor Egypte en de Skythen vastgesteld – maar hij suggereert wel dat hij het allemaal zelf heeft gezien.

Die misleidende autoriteitsclaim maakt Herodotos kwetsbaar voor het verwijt een leugenaar te zijn. Maar dat is nu net de verkeerde manier om ernaar te kijken. De vraag naar de juistheid van zijn informatie (hij doet zijn best) is een andere dan die naar de oprechtheid van zijn zelfpresentatie (misleidend). Ik had gehoopt dat dit onderscheid inmiddels wel bekend zou zijn bij degenen die zich professioneel bezighouden met de vader van de journalistiek, maar dat bleek weer eens te optimistisch. “Herodotus lied about famous Greek battle against Carthage, new study finds”, lezen we hier. Het verouderde frame wordt weer afgestoft. En dat terwijl het onderzoek in kwestie gewoon interessant is.

Lees verder “Loog Herodotos over de slag bij Himera?”

Pinksteren

Een laatantieke synagoge uit Galilea (Sepforis)

Het is pinksterzondag, dus u kon raden over welke passage uit het Nieuwe Testament ik blog. Inderdaad. Hier is ’ie, Handelingen 2.1-13 in de Nieuwe Bijbelvertaling. De “ze” uit de eerste regel verwijst naar de Twaalf, die in de voorafgaande passage weer op sterkte is gebracht na de dood van Judas.

Toen de dag van het Pinksterfeest aanbrak waren ze allen bij elkaar. Plotseling klonk er uit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag, dat het huis waar ze zich bevonden geheel vulde. Er verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten, en allen werden vervuld van de heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven.

Vlammen

De kunstgeschiedenis grossiert in afbeeldingen van de vrome mannen met vlammetjes bovenop hun hoofd.

Lees verder “Pinksteren”

Handboeken, “companions” en encyclopedieën

Stik, mijn computer heeft kuren. En mijn laptop is niet waar ik ben. Ik maak het mezelf dus even makkelijk: u krijgt weer een van de filmpjes die ik onlangs maakte toen ik in zelfquarantaine was. Deze aflevering van “Zit een oudheidkundige met de rug naar een boekenkast” gaat over oudheidkundige boeken in het algemeen.

Handboek

Een oudheidkundige studie begint in principe met het knal uit de kop leren van een handboek, waarna de student op werkcolleges leert dat het allemaal ook heel anders valt uit te leggen en verneemt dat er problemen en complicaties zijn bij het proces van kennisverwerving.

Lees verder “Handboeken, “companions” en encyclopedieën”

Asterix en co

Er zijn twee soorten stripverhalen over de oude wereld, namelijk stripverhalen over de oude wereld die gaan over de oude wereld en stripverhalen over de oude wereld die niet gaan over de oude wereld. Het verschil is het gebruik van anachronismen.

Enkele voorbeelden van stripverhalen die echt gaan over de oude wereld – meer precies: de Romeinse keizertijd – zijn Marini’s reeks De adelaars van Rome, Ken Broeders’ reeks Apostata, en Gilles Chaillets reeks De laatste profetie. Je kunt ook denken aan Alex van Jacques Martin. Ik bespreek ze in dit filmpje in de bloedstollende reeks “Zit een oudheidkundige met de rug naar een boekenkast”.

Lees verder “Asterix en co”