De tien invloedrijkste antieke teksten

Justinianus kondigt de codificatie van het Romeins Recht aan. Miniatuur uit de Mainzer editie van 1477, waarvan een exemplaar (vastgebonden aan een ketting) is te zien in de Librije van de Walburgiskerk in Zutphen.

Een tijdje geleden blogde ik over de wijze waarop oudheidkundigen documenteren  hoe Domitianus’ toepassing van de Fiscus Judaicus op ons nog steeds invloed uitoefent. Hoe er, met andere woorden, vormende werking uitgaat van de antieke samenleving op de hedendaagse. Nog anders gezegd: een enkele keer is de Oudheid relevant voor onze samenleving.

Invloed en inspiratie

Ik kreeg n.a.v. dat blogje de vraag of er meer voorbeelden waren. Ja. Die zijn er. Zie mijn boekje Vergeten erfenis. Daarin toon ik enkele structurerende elementen. Toen ik onlangs een paar dagen quarantaine in acht moest nemen, heb ik bovendien filmpjes gemaakt over antieke teksten die op zich misschien niet invloedrijk zijn, maar wel aspecten van de antieke samenleving documenteren waarvan vormende werking uitgaat. De trouwe lezers kennen die teksten al, want ik heb er eerder over geblogd: deel een, deel twee, deel drie, deel vier.

Lees verder “De tien invloedrijkste antieke teksten”

Bestormde Hannibal La Mure?

La Mure

Zoals ik in een eerder stukje al schreef, heb ik de coronacrisis gebruikt om twee boeken over Karthago te schrijven. De vergeten oorlog gaat over de Eerste Punische Oorlog (264-241 v.Chr.) en verschijnt in maart. De presentatie van Hannibal in de Alpen is op woensdagmiddag 19 januari. Het boek gaat over de onmogelijkheid vast te stellen waar de Karthaagse generaal met z’n olifanten de Alpen is overgestoken. Ik benut die vraag om te tonen hoe veelkleurig mijn vak is.

In het eerste filmpje legde ik uit dat onze reconstructie van Hannibals krijgsplan afhankelijk is van de plek waar hij de Rhône overstak en in het tweede filmpje had ik het over het lokaliseren van antieke stammen. In het derde filmpje sta ik in op de heuvel voor het kasteel van La Mure en bespreek ik de vraag of het IJzertijdfort ook het fort was dat door Hannibals manschappen stormenderhand is ingenomen.

Lees verder “Bestormde Hannibal La Mure?”

Het Onze Vader (3)

Reliëf met iemand in gebed (Makthar)

Ik had vorige week een beginnetje gemaakt met het Onze Vader, een onderdeel van de Bergrede uit het Matteüsevangelie (6.9-15), ook bekend is uit het evangelie van Lukas (11.2-4) en de Didache 8. Ik heb erop gewezen dat er allerlei criteria zijn waaraan valt af te lezen dat het Aramese origineel mogelijk teruggaat op Jezus zelf. Het is in elk geval ouder dan de drie bronnen waarin de tekst is overgeleverd. Vandaag iets meer over de inhoud, die bestaat uit enkele simpele verzoeken:

  1. dat Gods koninkrijk komt,
  2. dat er dagelijks brood zal zijn,
  3. dat schulden worden vergeven,
  4. dat men niet beproefd zal worden.

Lees verder “Het Onze Vader (3)”

Domitianus (20): De Albaanse Berg

De uil van Minerva (Vaticaanse Musea, Rome)

Wie Rome kent, kent de Albaanse Berg. Het is onmogelijk de dode vulkaan niet te zien. De Romeinen meenden dat de stichters van hun stad, Romulus en Remus, afkomstig waren uit een oudere stad op de berghellingen gelegen zou hebben. Daar was ook het heiligdom waar de Latijnse steden sinds mensenheugenis samen Jupiter vereerden. Een echte lieu de mémoire en eigenlijk een logische plek voor Domitianus om een buitenhuis te bouwen. Daarin was hij niet anders dan keizer Augustus, die zijn huis had gebouwd op de Palatijn, waar Romulus Rome had gesticht en al diverse belangrijke tempels stonden.

Keizerlijke villa

De Via Appia liep ruwweg langs Domitianus’ nieuwe villa, dus hij kon in enkele uren terug zijn in de stad, die hij in de verte zag liggen. Tegelijk was de Albaanse Berg ver genoeg om te vluchten voor het kabaal en de stank van de stad en haar honderdduizenden bewoners. Opnieuw niets vreemds. Zijn voorganger Tiberius had een buitenverblijf op Capri, Nero verkoos Antium, Hadrianus bouwde een parkachtig huis bij Tivoli. Elke Romeinse senator bezat wel een paar landhuizen, dus waarom de keizer niet?

Lees verder “Domitianus (20): De Albaanse Berg”

Thalatta, thalatta

De Aras (de antieke Araxes)

We hadden Xenofon vorige week achtergelaten in een besneeuwd Armenië. Volgens de meeste commentatoren trok hij van Cizre via Bitlis naar Muş. Daarna groeit de verdeeldheid. De Duitse krijgshistoricus Otto Lendle veronderstelt dat de huurlingen bij het bereiken van de bovenloop van de Aras stroomopwaarts naar het westen trokken tot ze bij Erzurum kwamen. Daar sloegen ze af naar het noorden. Andere commentatoren gaan ervan uit dat de soldaten de Aras oostwaarts volgden en dat de wending naar het noorden een eind stroomafwaarts plaatsvond. De samenstellers van de Landmark-Xenofon houden het op een punt 130 km ten oosten van Erzurum maar ik heb ook een theorie gezien die de bocht naar het noorden nog eens 130 km verder plaatst, op de grens van het huidige Turkije en Armenië.

De Çoruh

Hoe dat ook zij, na allerlei onprettige ontmoetingen met bergstammen die de Griekse huurlingen wilden tegenhouden, bereikten Xenofons mannen de rivier Çoruh. Hierover bestaat onder de diverse commentatoren weer consensus. De  soldaten trokken stroomopwaarts en kwamen bijvoorbeeld langs de plek waar nu de stad Ispir staat. Ze wisten dat ze zich nu bevonden in het achterland van de Griekse steden langs de Zwarte Zee, maar waar precies, was onduidelijk. Daardoor wordt het ook voor ons weer onduidelijk vanaf het moment dat ze de bij Bayburt de bronnen van de Çoruh hadden bereikt.

Lees verder “Thalatta, thalatta”

Was Hannibal bij Rochefort?

Zoals de trouwe lezers van deze blog weten, heb ik de coronacrisis gebruikt om twee boeken over Karthago te schrijven. Het tweede – chronologisch het eerste – verschijnt in maart, heet De vergeten oorlog en gaat over de Eerste Punische Oorlog (264-241 v.Chr.). Het eerste boek – chronologisch het tweede – heet Hannibal in de Alpen en gaat over de onmogelijkheid vast te stellen waar de Karthaagse generaal met z’n olifanten de Alpen is overgestoken. Het verschijnt min of meer nu.

Voor het goede begrip: de vraag waar Hannibal de Alpen overstak, is irrelevant. Het heeft desondanks niet aan wetenschappers ontbroken die beweerden de locatie van Hannibals Kraftakt te kennen. Meestal hadden ze al vastgesteld welke pas het moest wezen, en bogen ze daarna de weinige data zo dat die bij hun hypothese paste. Men redeneerde dus naar een conclusie toe. Aangezien de data niet alleen schaars zijn maar ook ambigu, passen ze bij elke hypothese en is er dus nul bewijs voor wat dan ook. Dit is gewoon slechte wetenschap.

Lees verder “Was Hannibal bij Rochefort?”

Een cesuur in de geschiedenis

Perzische gouden schaal (Reza Abbasi-museum, Teheran)

In het negentiende-eeuwse beeld van de geschiedenis vormt de totstandkoming van het Perzische wereldrijk en de hereniging van het oude Nabije Oosten onder één vorst, waarover ik onlangs blogde, een cesuur. Griekenland wist namelijk buiten dit wereldrijk te blijven en daar begon de geschiedenis opnieuw. Met een beschaving die, zo meende men destijds, humanistischer, rationeler, creatiever was dan die van het Nabije Oosten. Die zou religieus, mystiek, obscurantistisch en behoudend zijn geweest.

Een logisch vooroordeel

Dat beeld was in de negentiende eeuw niet onlogisch. In 1822 ontcijferde Champollion het hiërogliefenschrift, rond 1850 slaagde Rawlinson erin het Babylonische spijkerschrift te ontraadselen. Archeologie in het Ottomaanse Rijk was moeilijker dan in Italië. Er was lange tijd simpelweg weinig informatie. Bovendien verdeelden de universiteiten, de innovatieve Berlijnse voorop, de bestudering van de Oudheid over afdelingen die waren gewijd aan hetzij klassieke, hetzij Semitische letteren. De Babylonische literatuur kwam zo op dezelfde afdeling als de Hebreeuwse. Zodoende kwam bij de bestudering van het spijkerschriftmateriaal de nadruk als vanzelf te liggen bij de voor Bijbelstudie relevante teksten. Dat de onderzoekers het eerst teksten publiceerden met een religieuze inslag, versterkte het vooroordeel dat de oosterlingen mystiek van aard waren geweest.

Lees verder “Een cesuur in de geschiedenis”

Domitianus (19): Domitia Longina

Domitia Longina (British Museum, Londen)

In een eerder stukje haalde ik de harteloze woorden aan waarmee de Romeinse geschiedschrijver Tacitus het optreden van Domitianus typeerde: hij hield zich vooral met zijn prinselijke taken bezig in zoverre het overspel en ontucht betrof. Zijn geliefde heette Domitia Longina en was een dochter van generaal Corbulo. Ze scheidde al snel van haar echtgenoot Aelius Lamia om te trouwen met Domitianus. Die bekleedde inmiddels het ambt van consul.

Het machtsspel

Het is maar de vraag in hoeverre de relatie, zoals Tacitus insinueert, voortkwam uit wellust. In 70 was het geen uitgemaakte zaak dat Vespasianus een dynastie zou stichten. Hij was nog in Alexandrië en in het noorden heerste Sabinus. Hij is nu een voetnoot bij de Bataafse Opstand, maar dat perspectief ontbrak in 70. Een huwelijk tussen Domitianus en Domitia verzekerde Vespasianus van de steun van de machtige Domitii.

Lees verder “Domitianus (19): Domitia Longina”

Hunebed van de dag: D43 (Emmen)

Hunebed D43 bij Emmen

Het op zes na zuidelijkste hunebed in Nederland is een rare snoeshaan. D43 is werkelijk kolossaal. Waar een lengte van een meter of vijftien voor zo’n trechterbekergrafmonument al heel aanzienlijk is, strekt de buitenkrans van zwerfkeien zich hier uit over een afstand van een ruim veertig meter. De krans is bijna zeven meter breed. Hunebed D43 is eigenlijk een beetje een on-Drents grafmonument: een zogeheten langgraf, ofwel een hunebed zonder dekstenen. Die kennen we eigenlijk vooral uit Duitsland. Dit is de meest westelijke en het enige binnen de Nederlandse grenzen.

Langgraf

In feite plaatsten de hunebedbouwers hier twee graven in één lange, gedeelde steenkring. De lokale naam is dan ook De Grafkelders, meervoud. De ingesloten graven zijn dan weer wat aan de kleine kant: het noordelijke, met de ingang naar het oosten, meet 4½ bij drie meter en het zuidelijke, met de ingang naar het westen, is ruim acht meter lang en bijna drie meter breed. Binnen de krans liggen ze ruwweg in elkaars verlengde, zich uitstrekkend van noord naar zuid, wat voor hunebedden ongebruikelijk is. Meestal zijn ze op het oosten gericht.

Lees verder “Hunebed van de dag: D43 (Emmen)”

Domitianus (18): I Minervia

Grafsteen van een soldaat van I Minervia (Römisch-Germanisches Museum, Keulen)

Bovenstaande inscriptie is niet te zien op de door de lockdown vooralsnog verborgen expositie over de Romeinse keizer Domitianus (r.81-96) in het Rijksmuseum van Oudheden. Ze komt uit het Römisch-Germanisches Museum. U kunt zich echter de moeite te besparen naar Keulen te reizen, want dat museum is nog dichter dan dat in Leiden. Het wordt namelijk verbouwd.

De tekst van inscriptie EDCS-01200105:

D(is) M(anibus) C(aius) Iul(ius) Maternus
vet(eranus) ex leg(ione) I M(inervia) viv(u)s sibi
et Mari(a)e Marcellinae
coiiugi dulcissim(a)e
castissim(a)e obitae f(ecit)

Dat wil zoiets zeggen als dat Gaius Julius Maternus, veteraan van het Eerste Legioen Minervia, tijdens zijn leven deze grafsteen heeft gemaakt voor Maria Marcellina, zijn overleden, liefste en onbaatzuchtigste echtgenote. De vierde regel bevat een leuke spelling: het woord coniugi is gespeld als coiiugi, wat suggereert dat men in het Rijnland de /n/ tussen twee klinkers uitsprak als /j/.

Lees verder “Domitianus (18): I Minervia”