De slag in het Teutoburgerwoud (5)

Slingerstenen, gevonden bij Kalkriese: bewijs voor de aanwezigheid van lichtbewapende soldaten in Romeinse dienst

[Er is een nieuwtje over de slag in het Teutoburgerwoud. Maar eerst een verslag van wat daar gebeurde. In het eerste en tweede stukje beschreef ik hoe de Romeinen het gebied van de Main en Lippe veroverden. Het derde deel bestond uit het verslag van Velleius Paterculus, het vierde bood de problematische informatie van Cassius Dio en eindigde met de constatering dat de Romeinen door een smalle corridor moesten trekken.]

Zoals gezegd was de Romeinse weg over de smalle strook droog land tussen de heuvels van het Wiehengebirge en de moerassen niet gemakkelijk, maar veel keuze hadden de Romeinen niet. De opstand die “een eind verderop” uitbrak, vond namelijk vrijwel zeker plaats bij de vier jaar eerder onderworpen Chauken aan de monding van de Eems. Vanaf de plaats waar Varus vertrok, vermoedelijk bij Minden, kon hij alleen oprukken over de genoemde smalle strook. Nogmaals de vertaling van Gé de Vries:

Lees verder “De slag in het Teutoburgerwoud (5)”

De slag in het Teutoburgerwoud (4)

Kalkriese, vandaag de dag; rechts werd, op de dag dat we deze foto maakten, nog onderzoek gedaan

[Er is een nieuwtje over de slag in het Teutoburgerwoud. Maar eerst een verslag van wat daar gebeurde. In het eerste en tweede stukje beschreef ik hoe de Romeinen het gebied van de Main en Lippe veroverden. Het derde deel bestond uit het verslag van Velleius Paterculus. We weten echter meer.]

In zijn selectie van de gebeurtenissen concentreert Velleius Paterculus zich op de verraderlijkheid van een onmenselijke vijand “die behalve een stem en ledematen niets menselijks hadden”, op de moed van de soldaten en op het feit dat sommige officieren het hoofd niet koel hielden. Het resultaat is meer een pleitrede dan geschiedschrijving, temeer daar het is gebaseerd op de verslagen van ooggetuigen die, zoals te verwachten viel, alleen konden vertellen wat ze hadden gezien in hun eigen sector van het slagveld.

Cassius Dio, die twee eeuwen later schreef, biedt wel een echt overzicht. Zijn bron, een auteur die de verslagen van enkele ooggetuigen met kennis van zaken tot een geheel wist te smeden, is vermoedelijk Plinius de Oudere, een cavalerie-officier die zich een generatie na de gebeurtenissen in het Rijnland bevond, overlevenden van de ramp hielp bevrijden en een Geschiedenis van de Germaanse oorlogen schreef. Hoewel Dio een nauwgezet auteur is, lijkt hij bepaalde informatie niet goed te hebben begrepen en maakt hij soms vergissingen als hij aanvullende informatie biedt. Dat is ook gebeurd in zijn verslag van het gevecht. De vertaling is van Gé de Vries.

Lees verder “De slag in het Teutoburgerwoud (4)”

De slag in het Teutoburgerwoud (3)

Varus (Römisch-Germanisches Zentralmuseum, Mainz)

[Er is een nieuwtje over de slag in het Teutoburgerwoud. Maar eerst een verslag van wat daar gebeurde. In het eerste en tweede stukje beschreef ik hoe de Romeinen het gebied van de Main en Lippe veroverden. Hier is het verslag van de gevechten van Velleius Paterculus, dat volgt op zijn beschrijving van een oorlog op de noordelijke Balkan.]

Hij had deze oorlog nog maar nauwelijks voltooid, toen de ongelukstijding uit Germanië kwam: Varus was dood, drie legioenen, evenveel eskadrons en zes cohorten waren afgeslacht. Het was alsof de enige gunst die het Noodlot ons bewees, eruit bestond dat deze slag ons niet werd toegebracht terwijl onze leider [Tiberius] elders bezig was. Zowel de oorzaak van de ramp als de persoonlijkheid van de gouverneur vragen om een toelichting.

Quinctilius Varus stamde uit een eerder beroemde dan adellijke familie. Hij was een zachtmoedig man, rustig in zijn optreden, enigszins traag van lichaam en geest, meer gewend aan de kalmte van het kamp dan aan actieve krijgsdienst. Dat hij niet afkerig was van geld, bleek in Syrië, waar hij gouverneur was geweest: arm betrad hij een rijke provincie, rijk verliet hij een verarmd gewest. Toen hij aan het hoofd van het leger in Germanië stond, beeldde hij zich in dat de mensen daar – die behalve een stem en ledematen niets menselijks hadden en die zelfs niet te bedwingen waren met geweld – door rechtspleging tot beschaving konden worden gebracht. Met deze intentie trok hij naar het hart van Germanië, waar hij (alsof hij te maken had met mannen die eraan waren gewend van vrede te genieten) de zomer in zijn rechterstoel doorbracht met rechtspraak en het afhandelen van formaliteiten.

Lees verder “De slag in het Teutoburgerwoud (3)”

De slag in het Teutoburgerwoud (2)

Maquette van Haltern

[Er is een nieuwtje over de slag in het Teutoburgerwoud. Maar eerst een verslag van wat daar gebeurde. In het eerste stukje beschreef ik hoe de Romeinse generaals Drusus en Tiberius het gebied van de Main en Lippe veroverden.]

Met de annexatie van de valleien van de Main en Lippe kwam een einde aan de eerste fase van de Romeins-Germaanse Oorlog. De Gallische provincies waren veiliggesteld en zouden in de volgende jaren een economische transformatie ondergaan. Tot dan toe was het tribuut in natura afgedragen aan de over heel Gallië verspreid gelegerde legioenen. Nu die naar de Rijn waren verplaatst en werden gevoed vanaf beide oevers van de Rijn, konden de Romeinen de belasting in Gallië contant gaan innen, wat betekende dat de boeren voor de markt moesten gaan produceren om aan het benodigde muntgeld te komen. Dat pakte uit als stimulans voor de economie. De steden zouden groeien, er kwamen betere wegen en in het stroomgebied van de Maas nam de productiviteit van de akkerbouw snel toe. De bevolking moet het buitengewoon moeilijk hebben gehad in deze jaren, maar na een kwart eeuw produceerde de economie van het Maasland voldoende om de legioenen aan de Rijn te voeden, zodat de valleien van de Main en de Lippe in theorie zouden kunnen worden opgegeven.

Lees verder “De slag in het Teutoburgerwoud (2)”

De slag in het Teutoburgerwoud (1)

Gezichtsmasker van een Romeinse helm, gevonden te Kalkriese

Uiteindelijk is het een kwestie van psychologie. De oudhistoricus is getraind om te gaan met tekortschietende bronnen en kent geen correcte interpretaties, hooguit aannemelijkere en mindere aannemelijke. En die past hij voortdurend aan. Geschiedenis is, met een bekend woord van Geijl, “een discussie zonder eind”. De archeoloog heeft een overvloed aan ambigue data en is getraind om die ambiguïteit te verminderen door zoveel mogelijk bij de concrete vondsten te blijven. Geef de historicus en de archeoloog dezelfde teksten en vondsten – bijvoorbeeld de Romeinse militaire voorwerpen bij het Duitse Kalkriese en de teksten over de slag in het Teutoburgerwoud – en ze komen, extreem gezegd, tot tegengestelde conclusies. De historicus ziet geen bezwaar in de gelijkstelling van de vondsten aan het uit de teksten bekende gevecht, omdat hij weet dat het morgen weer kan worden aangepast, terwijl er voor de archeoloog nooit voldoende vondsten zullen zijn. Ook het rijke archeologische materiaal is voor dit type vraag namelijk altijd te weinig.

Vandaag het eerste van zeven stukjes over de zojuist genoemde slag in het Teutoburgerwoud. Er is namelijk een interessant nieuwtje te melden dat een nieuwe verbinding van de twee soorten bewijsmateriaal mogelijk zou kunnen maken. Maar eerst eens een verhaal, gebaseerd op teksten.

Lees verder “De slag in het Teutoburgerwoud (1)”

MoM | Scheepswrakken

Scheepswrakken door de eeuwen heen

Eerst maar even een woord over het diagrammetje hierboven, dat het aantal Mediterrane scheepswrakken uit de diverse eeuwen weergeeft. Ik haal het uit een powerpoint die ik zo te zien in februari 2016 heb gemaakt maar die teruggaat op veel ouder materiaal. Misschien heb ik het plaatje gemaakt voor de Livius.org-website en daar later weer verwijderd. Op zoek naar een betere afbeelding vond ik het echter online terug in de Wikipedia, maar nu met als maker een zekere RafaelG. Heb ik iets van hem overgenomen? Nam hij iets over van mij? Het kan me verder weinig schelen, maar ik noem het even.

Het gaat in elk geval om de onderliggende cijfers, en die zijn afkomstig van A.J. Parker en voor het eerst gepubliceerd in een artikel van de Cambridge-historicus Keith Hopkins, over wie ik al eens eerder blogde. Dat artikel heette “Taxes and Trade in the Roman Empire”, verscheen in 1980 in het Journal of Roman Studies en de universitaire betaalmuur vindt u hier. De gepresenteerde cijfers zijn gebruikt om te beargumenteren dat de crisis van de derde eeuw n.Chr. een economische kant had.

Lees verder “MoM | Scheepswrakken”

Romeins vlees

Het zal u geruststellen dat consumptie toch veilig is

Een tijdje geleden blogde ik over Romeins kannibalisme en ik wees erop dat in antieke steden nogal wat varkens en honden rondiepen, dieren die de gewoonte hebben afval te eten. Ze golden in het oude Nabije Oosten niet voor niets als onrein. Het was, zo schreef ik, dan ook “niet zo vreemd dat bijna de helft van alle bekende amuletten betrekking heeft op maagkramp”. Ik voegde toe dat de Romeinen geen verband legden tussen maagkramp en het eten van vlees dat, toen het nog op vier poten rondwandelde, afval had gegeten.

Daarop ontspon zich een discussie over het koken en bakken van vlees. Koken en bakken dienen immers om voedsel eetbaar dat eigenlijk niet zo goed eetbaar is, alsnog geschikt te maken voor menselijke consumptie. Ik legde de kwestie voor aan Manon Henzen van Eet!Verleden uit Nijmegen. Als Manon het niet zou weten, weet niemand het.

Lees verder “Romeins vlees”