Alle hunebedden

Hunebed D54 bij Havelte

Het beste was dus tot het laatste bewaard. Deze zomer vinkte ik de drie laatste exemplaren af op mijn lijstje van hunebedden. Anderhalf jaar daarvoor had ik het plan opgevat ze allemaal eens te bezoeken. Dat plan beloofde immers leuke fietstochtjes voor de perioden zonder lockdown, en dat in een van de mooiste gebieden van Nederland: Drenthe. Het laatste deel van de buit haalde ik binnen op 20 augustus in Havelte, waar twee van die oude grafmonumenten zijn, en in Diever, waar ook hunebeddenvorser Albert van Giffen (1884-1973) begraven ligt. Dit drietal behoorde tot het mooiste en lag in een zonovergoten, schitterend landschap. Fiets van Diever verder via de radiotelescoop van Dwingeloo en je dag is goed.

Trechterbekercultuur

Vermoedelijk ten overvloede: hunebedden zijn van enorme zwerfkeien gemaakte grafmonumenten en behoren tot de zogeheten Trechterbekercultuur. Die moet u tussen 3350 en 2750 v.Chr. plaatsen, dus terwijl in Egypte de Naqada-tijd overgaat in het Oude Rijk en terwijl in Mesopotamië de stedelijke cultuur zich ontwikkelt. De bouw van de hunebedden staat daarvan los, maar Drenthe was via Roemenië, waarvandaan de hunebedbouwers incidenteel metaal importeerden, verbonden met het Nabije Oosten.

Lees verder “Alle hunebedden”

Geliefd boek: The Voyage of the Beagle

Charles Darwin (Natural History Museum, Londen)

De belangrijkste wetenschappelijk reis van de negentiende eeuw was misschien wel de vijfjarige tocht die Charles Darwin maakte aan boord van het zeilschip de Beagle. Darwin was pas 22 jaar oud toen het schip eind 1831 uit Engeland vertrok. Hij was een enorme geluksvogel dat hij deze reis op dat tijdstip kon maken. Zo waren er net nieuwe geologische inzichten gepubliceerd die hem hielpen bij zijn eigen waarnemingen. Was hij tien jaar later geweest dan zou waarschijnlijk iemand anders zijn ontdekkingen hebben gedaan. Wetenschappelijk succes berust soms op geluk en toeval.

Tijdens de wereldreis van de Beagle bracht hij overigens de meeste tijd op het vasteland door, vooral in Zuid-Amerika. Hij werkte hard en was voortdurend op expeditie, altijd bezig planten en dieren te verzamelen. In 1839 publiceerde Darwin met groot succes zijn reisverslag The Voyage of the Beagle. Het is een innemend boek, geschreven door een intelligente, goed observerende jongeman maar nog zonder vastomlijnde toekomstplannen.

Lees verder “Geliefd boek: The Voyage of the Beagle”

De werken van Barmhartigheid

Adam Elsheimer, Philemon en Baucis

Afgelopen week ging ik naar Gent om het gerestaureerde Lam Gods te bekijken. Tijdens de uitleg die men gaf, viel me op hoe men uitlegde wat het christendom was. Die vraag houdt me eerlijk gezegd nogal bezig, aangezien in mijn omgeving, seculier als die is, kinderen opgroeien en ik eigenlijk wel zou willen weten hoe je hun iets kunt vertellen over oude kunstwerken. Zo’n kruisiging kan nog zo mooi geschilderd zijn, het blijft een naar gezicht, zo’n verminkt menselijk lichaam. Kun je niet-christelijke mensen uitleggen wat dat is? Trouwens, wat is überhaupt een god?

De Sint-Baafs-kathedraal koos ervoor het christendom niet uitsluitend te presenteren met zijn wonderlijke verhaal over zondeval, kruisdood en het verzoenend bloed van het Lam Gods, maar benadrukte dat het christendom ook stond voor concrete sociale actie: vluchtelingen herbergen en hongerigen voeden. We zijn hier op het terrein van de werken van barmhartigheid.

Lees verder “De werken van Barmhartigheid”

Cato’s vijgen en het klimaatonderzoek

De Derde Punische Oorlog werd onvermijdelijk toen Massinissa, de koning van Numidië, te machtig werd en dreigde Karthago in te nemen. Romes beleid was erop gericht in Afrika geen al te machtige staat te laten ontstaan. Om die reden had het Karthago geholpen toen het tijdens de Huurlingenoorlog dreigde te verliezen. Om die reden had het Sardinië aan Karthago ontnomen toen het de Huurlingenoorlog had gewonnen. En om die reden had het Massinissa lange tijd gesteund. Maar in 149 was er geen andere mogelijkheid meer dan voorwaartse verdediging: annexatie.

De vijgen van Cato

Het uitbreken van de Derde Punische Oorlog zal wel voor eeuwig geassocieerd blijven met de Romeinse politicus Cato de Oudere. Deze zou zijn toespraken steeds hebben beëindigd met de opmerking dat hij voor het overige van mening was dat het beter was als Karthago niet langer bestond. Bij één gelegenheid zou hij tijdens een Senaatsvergadering enkele vijgen hebben getoond die pas drie dagen eerder zouden zijn gekocht op een Afrikaanse markt. Niebuhr, de grondlegger van de Romeinse geschiedenis als wetenschap, schijnt de eerste te zijn geweest die erop attendeerde dat zeilschepen er doorgaans wat langer dan drie dagen over doen om van Tunesië naar Midden-Italië te varen. Mijn leermeester P.W. de Neeve gebruikte het vijgenverhaal als voorbeeld dat je de bronnen niet kritiekloos moet geloven.

Lees verder “Cato’s vijgen en het klimaatonderzoek”

Egypte in Antwerpen, of: de Levende Zon der Belgen

De Egyptische tempel in de Antwerpse dierentuin

Een kleine maand geleden was ik in Antwerpen, waar ik al jaren de dierentuin eens wilde bezoeken. Verschillende gebouwen zijn, zoals een park van een ruime eeuw oud betaamt, gebouwd in historische stijl. De ingang van het reptielenhuis/aquarium lijkt op een Romeins tempeltje, er is een café in Louis XVI-stijl en ik zag een okapi komen uit een gebouw in Moorse stijl. Het leukst is echter de Egyptische tempel die Charles Servais in 1856 ontwierp en die u hierboven ziet.

Zoals alle Nachleben is ook in Antwerpen de inspiratie oppervlakkig en niet  wezenlijk. Ze beperkt zich tot een façade. Het eigenlijke gebouw is niet uit Egyptische steen opgetrokken en heeft zelfs de structuur van een Romeinse basilica. Dat maakt natuurlijk niet uit: het oog wil ook wat en het oogt uitstekend. De ontwerper van de schilderingen, de oriëntalist L. Delguer, baseerde zich dan ook op tekeningen van de Duitse egyptoloog Richard Lepsius.

Lees verder “Egypte in Antwerpen, of: de Levende Zon der Belgen”

De literatuurlijst bij het handboek

Mommsen (Humboldt-Universität, Berlijn)

Ik heb nu al een paar keer geblogd over de handboekstof voor oudhistorici, maar hoorde dat de begeleidende werkcolleges niet overal meer bestaan. Ook hoorde ik dat het voorkomt dat docenten geen tijd toegewezen krijgen om zich voor te bereiden. Het tweede is nog erger dan het eerste. Een docent die is gespecialiseerd in, pakweg, de laat-Romeinse stad, moet zich inlezen als het gaat over, pakweg, het Macedonische koningschap of de Midden-Bronstijd. Krijgt zo’n docent die voorbereidingstijd niet, dan is er grote kans dat hij terugvalt op kennis uit zijn eigen handboekencollege. Dan verstrekt hij zijn studenten dus verouderde informatie. Dat is intens jammer, want veel geschiedenisstudenten specialiseren zich na hun eerste jaar in een ander tijdvak. Over de Oudheid hebben ze dan eigenlijk alleen verouderde informatie gekregen.

Goed academisch onderwijs – waarmee ik weinig van doen heb maar waar ik wel bezorgd over ben – veronderstelt een docent die breed overzicht heeft. Het veronderstelt bovendien werkcolleges om de stof te bespreken. Misschien dat het gebrek aan discussie nog valt te compenseren met een goed hoorcollege. Ik wil zelfs nog aannemen dat zo’n hoorcollege digitaal kan. Maar die docent, die moet wel zijn tijd krijgen om zich te voorbereiden.

Lees verder “De literatuurlijst bij het handboek”

Caesar dictator

Marcus Lepidus (British Museum, Londen)

Als ik u zeg dat het ergens in oktober was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Marcellus en Lentulus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar september 49 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

In zijn Commentaren op de Burgeroorlog vertelt hij het zelf. Hij was vertrokken vanuit Tarraco , waar hij een landdag had voorgezeten, en op weg gegaan richting Marseille. Zijn kolonels Decimus Brutus en Gaius Trebonius waren nog steeds bezig met het beleg van de havenstad. Eenmaal aangekomen

vernam Caesar dat [in Rome] een wetsvoorstel was ingediend om een dictator te benoemen, en dat praetor Marcus Lepidus hem als dictator had aangewezen.

Lees verder “Caesar dictator”

De Zuilen van Hercules (in Drenthe)

De Zuilen van Hercules, even bezuiden Groningen.

Het zal u niet onbekend zijn dat de Griekse halfgod Herakles nogal een macho was, hoewel hij méér was dan alleen een krachtpatser. Het was eigenlijk een karakter dat naar believen viel in te vullen: als tragische figuur, zoals in SofoklesHerakles, of als een soort Jerommeke, zoals in EuripidesAlkestis. Ik moet altijd denken aan Batman, een personage dat in de stripverhalen worstelt op de grens van goed en kwaad, terwijl er ook een campy TV-serie is vol knap geacteerde en bizarre scènes.

Omdat ook andere volken mannetjesputtergoden vereerden, zagen de Grieken hun Herakles overal terug. De Griekse onderzoeker Herodotos vermeldt bijvoorbeeld een Egyptische god die hij gelijkstelt aan Herakles. Het is niet helemaal duidelijk of dat Shu, Chonsu of Herisjef is. De laatste kreeg zijn offers in een stad die later Herakleopolis heette en heeft misschien de beste papieren.

Lees verder “De Zuilen van Hercules (in Drenthe)”

Geospatiale analyse en migratie

Een gekooide en een vrije patrijs (Folklore-museum, Amman)

In een eerder stukje heb ik verteld over lucht- en satellietfotografie, in een tweede stukje heb ik beschreven hoe LIDAR daaraan een derde dimensie toevoegde. Vandaag wil ik het combineren met de DNA-revolutie.

De naam “DNA-revolutie” is eigenlijk verkeerd. De voornaamste consequentie van het inzicht dat mensen in het verleden enorm beweeglijk zijn geweest, is dat er aanpassingen moeten komen aan de hermeneutiek, dat wil zeggen de uitleg van antieke cultuuruitingen. Waar mensen reizen, reizen hun ideeën immers mee, en die mobiliteit van ideeën dwingt oudheidkundigen tot nieuwe interpretatiewijzen. Een onderzoeker zou een Latijnse tekst van een auteur uit de stad Rome traditioneel het liefst hebben geïnterpreteerd door te kijken naar taaluitingen uit Centraal-Italië en, als het zo niet wilde, uit de West-Romeinse wereld. Het was immers niet bijster aannemelijk dat er veel verhelderende parallellen te vinden zouden zijn in bijvoorbeeld de Aramese literatuur, die vér weg was geschreven en in een andere taal. Nu ideeën zo mobiel blijken, is het criterium van geografische en talige afstand (de hermeneutische horizon) komen vervallen.

Lees verder “Geospatiale analyse en migratie”

De Bergrede (6)

Olijfboom (Neot Kedumim)

Vandaag even een stukje in mijn reeks over het Nieuwe Testament, meer specifiek over de Bergrede, nog meer specifiek over één van de zaligsprekingen waarmee de Bergrede begint. In de Nieuwe Bijbelvertaling luidt Matteüs 5.5:

Gelukkig de zachtmoedigen,
want zij zullen het land bezitten.

Dat is een echo van Psalm 37.

Wie nederig zijn, zullen het land bezitten
en gelukkig leven in overvloed en vrede.

Die psalm bevat verder een schets van de wereld die zal komen: doe het goede, stoor je niet teveel aan het kwade, want het zal uiteindelijk verdwijnen, geen zondaar overleeft. Utopie, natuurlijk.

Lees verder “De Bergrede (6)”