Robert Nouwen, Rome & de Lage Landen (2)

De bovenloop van het Nijmeegse aquaduct op het terrein van Museumpark Orientalis

[Tweede deel van de tekst van mijn toespraakje bij de presentatie van Rome en de Lage Landen van Robert Nouwen, afgelopen zaterdag in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Het eerste deel was hier.]

Wetenschapscommunicatie

Zoals u misschien weet staat het kantoor van dit museum één straat verder, in het huizenblok waar ooit Simon Stevin woonde. Een museumkantoor kan niet op een nobeler plek staan, want Stevin was een van de eersten die nadacht over de wijze waarop je wetenschappelijke inzichten het beste kon delen. Nouwen is een waardige opvolger van Stevin.

In de ideale situatie leggen wetenschappers hun werk zelf uit. Wim van Es kon dat, maar niet iedereen is zo getalenteerd. Bovendien is wetenschapscommunicatie inmiddels een specialisme op zich, met als doel zoveel mogelijk zo accuraat mogelijke inzichten zo snel mogelijk zo goed mogelijk bij zoveel mogelijk zo relevant mogelijke mensen te laten aankomen. Idealiter:

Lees verder “Robert Nouwen, Rome & de Lage Landen (2)”

Robert Nouwen, Rome & de Lage Landen (1)

Afgelopen zaterdag werd in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden het boek Rome en de Lage Landen van de Belgische historicus, archeoloog en museumdirecteur Robert Nouwen ten doop gehouden. Dat is een heel belangrijk boek: de eerste synthese over dit onderwerp in een halve eeuw. Ik heb vorig jaar opgetreden als meelezer van het manuscript, en mocht bij de presentatie een toespraakje houden. Uiteraard deed ik dat maar wat graag. Dit is wat je noemt: de eer hebben iets te mogen doen.

Maar er was een probleem. Al vóór de presentatie waren verschillende mensen verbijsterd over het bescheiden karakter van de presentatie. Iemand noemde de locatie een “derderangszaaltje”, en inderdaad: de Tempelzaal in het museum had meer voor de hand gelegen dan de Trajanuszaal. We hadden ook kunnen uitwijken naar de Waalse Kerk. Bij een zo belangrijk boek beleg je een symposium met een dozijn hoogleraren uit binnen- en buitenland. Je nodigt het NOS-journaal uit en de koning, die immers de bekendste historicus van Nederland is, en die ook het eerste exemplaar aannam van de Wereldgeschiedenis van Nederland. Wij oudheidkundigen zijn toch niet minder dan andere historici?

Lees verder “Robert Nouwen, Rome & de Lage Landen (1)”

Faits divers (47)

Het Byzantijnse fort van Madauros

Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer: de chronologie van Egypte, Charax, restauratietechniek, een superbelangrijk boek, beschadigd erfgoed en – het wordt een gewoonte – de bedreigde geesteswetenschappen.

Kenneth Kitchen

Als u deze blog leest, houdt u van geschiedenisboeken, waarin de resultaten van wetenschappelijk onderzoek worden gepresenteerd. Sommige onderwerpen trekken wat meer de aandacht, andere wat minder, en in die tweede categorie valt zeker het onderzoek naar de antieke chronologie. (Ik heb weleens een boek voorgesteld met de titel “hoe oud is het?” maar geen uitgever durft eraan te beginnen.) Maar een juiste chronologie is verondersteld bij alle andere onderzoek.

Lees verder “Faits divers (47)”

De werken van Herakles (4)

De Farnese Hercules (Museo archeologico nazionale, Napels)

[Vierde van vijf blogjes die Dieter Verhofstadt schreef over de traditie van de Twaalf Werken van de halfgod Herakles. Het eerste blogje was hier.]

Nu we in de voorgaande blogjes de geschreven traditie hebben bezien, kunnen we ons richten op de wijze waarop de mythe van Herakles en zijn twaalf werken iconografisch is geëvolueerd.

Vaasschilderkunst en hellenisme

De afzonderlijke werken van Herakles vinden we op tal van vazen, daterend vanaf de zesde eeuw v.Chr. Bekend zijn de vele Attische vazen die zijn gevonden in Etruskische opgravingen, en die worden toegeschreven aan de “Schilder (van) Antimenes”. Bij hem vinden we de Nemeïsche leeuw, de Hydra, het Erymanthisch zwijn en Kerberos.

Lees verder “De werken van Herakles (4)”

De werken van Herakles (3)

Herakles en Hippolyte (Musée de Mariemont, Morlanwelz)

[Derde van vijf blogjes die Dieter Verhofstadt schreef over de traditie van de Twaalf Werken van de halfgod Herakles. Het eerste blogje was hier.]

Hellenistische mythografie

Een belangrijke schakel tussen de in het vorige blogje beschreven poëtische traditie over Herakles en de latere mythografie vormt de vijfde-eeuwse auteur Hellanikos van Lesbos. In zijn genealogische en chronografische werken, waaronder de Atthis (een geschiedenis van Athene), behandelde hij Herakles niet als epische protagonist, maar als een iemand die is ingebed in dynastieke en lokale geschiedenis. Hoewel Hellanikos geen expliciete lijst of systematische behandeling van de werken van Herakles biedt, documenteert hij varianten en afwijkende tradities, vooral in genealogische en regionale details. Deze manier van ordenen – zonder harmonisering – leverde latere mythografen het materiaal waarmee ze selecties en canonieke structuren konden vormen. Bovendien draagt Hellanikos bij aan een bredere geografische contextualisering van Herakles’ daden: spelen diens eerste werken zich nog af op de Peloponnesos, dan is de uitwijking naar omringende streken een teken van een verder uitdijende Griekse invloedssfeer.

In de derde eeuw v.Chr. verschijnt het hellenistische epos van Jason en de Argonauten, opgetekend door Apollonios van Rhodos. Bij hem vinden we verwijzingen naar de hydra, het zwijn, de gordel, de appels en de vogels.noot Hydra: 4.1393. Zwijn: 1.122. Gordel: 2.774. Appels: 4.1393. Vogels: 2.1074. Opvallend genoeg zijn dat, afgezien van de hydra, werken die in andere bronnen ontbreken. Herakles neemt in dit gedicht tijdelijk de leiding van de Argonauten op zich, maar verlaat hen spoedig weer om zich aan zijn echte taak te wijden. De twaalf werken dienen als achtergrond voor de Argonauten, als een zich parallel voltrekkende mythe.

Lees verder “De werken van Herakles (3)”

De tweede broodvermenigvuldiging

De Damascuspoort in Gerasa, een van de steden in de Dekapolis

Een nieuwe zondag, een nieuw blogje over het Nieuwe Testament, en ik ga verder waar ik onlangs was gebleven. Toen behandelde ik de wonderbaarlijke broodvermenigvuldiging: het verhaal van de vijf broden en de twee vissen. Ik wees er toen op dat het Marcusevangelie nóg zo’n verhaal bevat. Het is vrijwel identiek.

Toen er op een keer weer een grote menigte bijeen was, en ze niets meer te eten hadden, riep hij de leerlingen bij zich en zei tegen hen: “Ik heb medelijden met al die mensen, want ze zijn nu al drie dagen bij me en hebben niets te eten. Als ik hen met een lege maag naar huis stuur, raken ze onderweg uitgeput; sommigen zijn immers van ver gekomen.”noot Marcus 8.1-3; NBV21.

Lees verder “De tweede broodvermenigvuldiging”

Toerist in Alicante

Alicante, Castell de Santa Bàrbara

Over Alicante, de havenstad waaraan ik deze zesde aflevering van mijn narcistisch winterfeuilleton wijd, is een hoop te vertellen. Historisch bezien gaat het om twee plaatsen: het huidige Alicante, dat ligt aan de voet van het 160 meter hoge Castell de Santa Bàrbara, en een antieke stad op een uur wandelen ten noordoosten van het huidige centrum. Deze plek heet tegenwoordig Tossal de Manises, en het gaat om een gebied van ongeveer drie hectare met een Romeins badhuis, marktplein, woonhuizen, stadsmuur en een islamitisch grafveld.

Drie namen voor twee plaatsen

De Latijnse naam voor deze plaats was Lucentum, waarin het woord lux zit, “licht”. Dat zal wel verwijzen naar een landschappelijk fenomeen dat stralend wit was. In het Grieks heette de stad, gesticht door Hannibals vader Hamilkar Barka, Akra Leukè, “de witte burcht”. De Romeinse geschiedschrijver Titus Livius vermeldt bovendien een fort, waarvan de naam meestal wordt weergegeven als Castrum Album, wat opnieuw “de witte burcht” betekent. Die lezing lijkt ingegeven door de betekenis van het Griekse Akra Leukè, en de aanname is dat het gaat om dezelfde plek.

Lees verder “Toerist in Alicante”

Manicheeërs in China

Schijf met manichese motieven (Wereldmuseum, Leiden)

Het manicheïsme is een verdwenen godsdienst uit de Late Oudheid. De stichter was de Mesopotamische profeet Mani (216-274 na Chr.), die onderwees dat het universum was verdeeld in twee strijdige kampen, de kwade materiële wereld (“de Duisternis”)  en de goede wereld van de geest (“het Licht”). Dit dualisme deelde het manicheïsme met het Perzische zoroastrisme. Daarnaast accepteerde het elementen uit het neoplatonisme, het rabbijnse jodendom, de gnosis, de hellenistische godsdiensten van Mesopotamië en het vroege christendom. Mani beschouwde zich als de Trooster (Parakleet) die in het Johannes-evangelie wordt aangekondigd.noot Johannes 14.16. Mani kende ook de Indische godsdiensten en er zijn in de manichese geschriften ook boeddhistische elementen aan te wijzen.

Van Mani naar China

Het manicheïsme ontstond in het nog jonge Sassanidische Rijk, geregeerd door een dynastie die als voorvader een belangrijke priester van Anahita had. De eerste koningen waren geen scherpslijpers en kunnen Mani’s opvattingen, die een synthese vormden van alle binnen het rijk bestaande ideeën, hebben beschouwd als nuttig om eenheid te scheppen.

Lees verder “Manicheeërs in China”

Een dynastiek monument

Beeld van een Romeinse keizer (Oud Museum, Cherchell)

In mijn reeks over de laatste jaren van Julius Caesar blogde ik onlangs over zijn testament, waarin hij zijn achterneef Gaius Octavius adopteerde. De jongeman zou, behalve een enorm fortuin, de naam Gaius Julius Caesar erven en aan het hoofd van de familie Julius komen staan. Geld en naam en familie waren, in combinatie met een nietsontziend cynisme, voldoende om zijn oudoom/adoptiefvader te imiteren en eveneens een putsch uit te voeren. Als keizer Augustus regeerde hij nog veertig jaar en het moet gezegd: hij bracht de rust waar de Romeinse bevolking sinds het begin van de Tweede Burgeroorlog naar snakte.

Overal verrezen standbeelden. Niet alleen tijdens zijn leven, ook daarna, want zijn opvolgers legitimeerden zich door te verwijzen naar de stichters van de dynastie: Augustus en zijn adoptiefvader Caesar. Misschien is het bovenstaande beeld een voorbeeld. Het probleem is: het hoofd ontbreekt. Het kan dus Augustus voorstellen, maar ook iemand anders, en dan komt keizer Claudius (r.41-54) in aanmerking, omdat het beeld tijdens zijn regering is vervaardigd.

Lees verder “Een dynastiek monument”

De verledens van Spanje (3)

Romeins en Arabisch Spanje bij elkaar in Málaga

Wat ik met de twee voorgaande blogjes (een, twee) heb willen vertellen, is dat het beeld van het verleden van Spanje verandert doordat de wind uit een andere politieke en culturele hoek is gaan waaien, wat een beetje de dagelijkse omgang is met het verleden, terwijl er tegelijk ook echte wetenschappelijke ontwikkelingen zijn: nieuwe technieken, nieuwe vragen, nieuwe data, nieuwe onzekerheden, nieuwe hypothesen. Die leiden overigens en gelukkig niet meteen tot nieuwe conclusies.

Je mag voor de toekomst verwachten dat onderzoekers, nu er allerlei nieuwe bioarcheologische technieken zijn, zullen gaan kijken naar de routes waarlangs herders hun kuddes verweidden. Mij zou het niet verbazen als vee over grotere afstanden blijkt te zijn verplaatst dan we zouden verwachten aan de hand van de bekende cañadas, want dat is in elk geval elders in Europa bewezen: denk aan de Romeinse herders die van Schotland naar Zuid-Engeland kwamen. Dat documenteert dan ook weer de verspreiding van ideeën. De DNA-revolutie is vooral een hermeneutische revolutie, net wat u zegt.

Lees verder “De verledens van Spanje (3)”