Robert Nouwen, Rome & de Lage Landen (1)

Afgelopen zaterdag werd in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden het boek Rome en de Lage Landen van de Belgische historicus, archeoloog en museumdirecteur Robert Nouwen ten doop gehouden. Dat is een heel belangrijk boek: de eerste synthese over dit onderwerp in een halve eeuw. Ik heb vorig jaar opgetreden als meelezer van het manuscript, en mocht bij de presentatie een toespraakje houden. Uiteraard deed ik dat maar wat graag. Dit is wat je noemt: de eer hebben iets te mogen doen.

Maar er was een probleem. Al vóór de presentatie waren verschillende mensen verbijsterd over het bescheiden karakter van de presentatie. Iemand noemde de locatie een “derderangszaaltje”, en inderdaad: de Tempelzaal in het museum had meer voor de hand gelegen dan de Trajanuszaal. We hadden ook kunnen uitwijken naar de Waalse Kerk. Bij een zo belangrijk boek beleg je een symposium met een dozijn hoogleraren uit binnen- en buitenland. Je nodigt het NOS-journaal uit en de koning, die immers de bekendste historicus van Nederland is, en die ook het eerste exemplaar aannam van de Wereldgeschiedenis van Nederland. Wij oudheidkundigen zijn toch niet minder dan andere historici?

Lees verder “Robert Nouwen, Rome & de Lage Landen (1)”

Een dynastiek monument

Beeld van een Romeinse keizer (Oud Museum, Cherchell)

In mijn reeks over de laatste jaren van Julius Caesar blogde ik onlangs over zijn testament, waarin hij zijn achterneef Gaius Octavius adopteerde. De jongeman zou, behalve een enorm fortuin, de naam Gaius Julius Caesar erven en aan het hoofd van de familie Julius komen staan. Geld en naam en familie waren, in combinatie met een nietsontziend cynisme, voldoende om zijn oudoom/adoptiefvader te imiteren en eveneens een putsch uit te voeren. Als keizer Augustus regeerde hij nog veertig jaar en het moet gezegd: hij bracht de rust waar de Romeinse bevolking sinds het begin van de Tweede Burgeroorlog naar snakte.

Overal verrezen standbeelden. Niet alleen tijdens zijn leven, ook daarna, want zijn opvolgers legitimeerden zich door te verwijzen naar de stichters van de dynastie: Augustus en zijn adoptiefvader Caesar. Misschien is het bovenstaande beeld een voorbeeld. Het probleem is: het hoofd ontbreekt. Het kan dus Augustus voorstellen, maar ook iemand anders, en dan komt keizer Claudius (r.41-54) in aanmerking, omdat het beeld tijdens zijn regering is vervaardigd.

Lees verder “Een dynastiek monument”

Het joodse tweegodendom

Als een Perzische koning een vizier had en als een Romeinse keizer een praetoriaanse prefect had, dan was het alleen maar logisch dat God zelf eveneens beschikte over een rechterhand. Het antieke jodendom kende dus een tweede, jongere of lagere godheid. Dat denkbeeld past niet goed bij het moderne idee dat de joden monotheïsten waren, maar het tweegodendom is goed gedocumenteerd: in het land van Israël en daarbuiten, bij diverse joodse stromingen, vanaf de tweede eeuw v.Chr. tot in de Vroege Middeleeuwen. Tweegodendom was destijds zeker niet verwaarloosbaar.

Over dit onderwerp publiceerde de Duitse godsdiensthistoricus Peter Schäfer in 2017 Zwei Götter im Himmel. Ik las vorige maand de drie jaar later verschenen Engelse vertaling, Two Gods in Heaven, waarin hij ook ingaat op kritiek op het oorspronkelijke boek. Schäfer biedt een overzicht van het tweegodendom, waarbij hij zich beperkt tot de joodse receptie vanaf het Bijbelboek Daniël tot en met de laatantieke mystiek en de Babylonische Talmoed. De christelijke receptie, dat Jezus van Nazaret die tweede godheid was, behandelt hij slechts zijdelings.

Lees verder “Het joodse tweegodendom”

Ontcijferd: Kryptisch-B

De Vierde Grot van Qumran, waar de teksten in Kryptisch-B zijn aangetroffen.

Eén van de meest tot de verbeelding sprekende soorten oudheidkundig onderzoek is de ontcijfering van een onbekend schrift, zoals de hiërogliefen, de diverse soorten spijkerschrift, het Lineair-B en – nog niet zo lang geleden – het Lineair Elamitisch. Dit type werk veronderstelt altijd een grote verzameling teksten, omdat het denkbaar is dat je een ontcijfering bedenkt die weliswaar consistent is, maar desondanks niet correct. Pas als je een fors corpus hebt, kun je zien of je oplossing klopt en is verificatie denkbaar. Van het nog niet ontcijferde Lineair-A zullen we de ontcijfering nog wel beleven, omdat het corpus nog altijd groeit, maar het Byblosschrift zal wel eeuwig een raadsel blijven. Al kunnen we natuurlijk een keer geluk hebben.

Kryptisch-B

Dat gold bijvoorbeeld voor het Kryptisch-B, dat we alleen kennen uit twee Dode-Zee-rollen, 4Q362 en 4Q363, plus enkele passages in andere rollen waar de klerken middenin een Hebreeuwse tekst een stukje schreven in Kryptisch-B. Dat geheimschrift is onlangs ontcijferd door de Groningse onderzoeker Emmanuel Oliveiro. Maar hoe pak je zoiets aan als je eigenlijk nauwelijks voldoende data hebt?

Lees verder “Ontcijferd: Kryptisch-B”

Een vaas die fluit

Een fluit in de vorm van twee kruikjes, versierd met een panfluitist; Vicus-cultuur (Musée du Quai Branly, Parijs)

De trouwe lezers van deze blog weten dat ik een groeiende belangstelling heb voor Precolumbiaans Amerika, dus de Nieuwe Wereld vóór Columbus. Natuurlijk is dat eigenlijk dezelfde interesse als mijn belangstelling voor de Oudheid of het Midden-Oosten: een andere wereld die je dwingt na te denken over de wereld waarin je zelf woont. Mijn groeiende belangstelling voor Precolumbiaans Amerika is echter ongestructureerd. Ik lees weleens wat, maar ik ben nooit in Mexico of Peru geweest, en moet het vooral doen met wat ik oppik in volkenkundige musea.

In het Musée du Quai Branly in Parijs zag ik voorwerpen die ik maar zal aanduiden als fluitende vazen. Ze bestaan uit twee kruikjes, waarvan de een open is en de ander gesloten, zij het dat die uitloopt op een fluit. Die is vaak versierd en kan dan bijvoorbeeld de vorm hebben van een mannetje of een vogel of iets anders. De twee vaasjes zijn verbonden door een buisje. Als je nu water giet in het open vaasje, loopt het door het buisje naar het andere kruikje, waar het de lucht wegperst door de fluit. Je kunt die fluitende vazen ook een beetje schudden, dan maken ze (denk ik) korte piepgeluiden.

Lees verder “Een vaas die fluit”

Het scheiden der wegen

Schema van het scheiden der wegen (klik=groot)

Het is niet voor het eerst dat ik schrijf over het scheiden van de wegen van joden en christenen. Voor negentiende-eeuwse christenen was dat simpel: er was een Oud Verbond en omdat de joden Jezus van Nazaret niet hadden erkend als messias, was er een Nieuw Verbond, waarin de joden als verbondsvolk waren vervangen door de christenen. En voor joden was het ook al simpel: christendom was monotheïsme voor de export, maar niet het onversneden echte spul. Beide groepen – de negentiende-eeuwse christenen en de negentiende-eeuwse joden – claimden het tempeljodendom als hun eigen erfgoed en meenden dat de andere religie zich van de rechte leer had afgesplitst.

De geschiedenis van het christendom werd lange tijd eigenlijk even simpel voorgesteld. Ooit was er een zuivere kerk geweest, waar links en rechts aftakkingen van waren, met één orthodoxe stroming die in een rechte lijn vanaf de apostelen ging naar het eigen kerkgenootschap.

Lees verder “Het scheiden der wegen”

Judas Iskariot

De dood van Judas Iskariot (Koninklijke Bibliotheek, Den Haag)

Mijn goede vriend Richard attendeerde me onlangs op een kort filmpje waarin een franciscaner monnik het revolutionaire karakter van het christendom beter samenvatte dan ik ooit eerder hoorde. Kijk, zei de man, niets is makkelijker dan te houden van Jezus. Die geneest mensen, doet wonderen en lijdt in jouw plaats. Iedereen zou sympathie voelen voor zo’n weldoener. Een goede christen, zo zei de monnik, voelt echter eveneens sympathie voor Judas. Ik heb nooit een oudhistoricus zó scherp horen uitleggen hoe vernieuwend het christendom is geweest.

Wat weten we echter over Judas, behalve dat zijn naam inmiddels synoniem is voor verraad? U raadt het al: we weten niet veel. Eigenlijk maar twee dingen. Eén: Judas behoorde tot Jezus’ inner circle, de Twaalf: de mannen dus die, na de grote kosmische ommekeer die Jezus en zijn volgelingen verwachtten, leiding zouden moeten geven aan het herstelde Israël. Twee: Judas leverde Jezus uit aan de autoriteiten in Jeruzalem. Aan die twee stukjes informatie kunnen we toevoegen dat de auteurs van het Nieuwe Testament al onzeker waren over Judas’ beweegredenen.

Lees verder “Judas Iskariot”

Het Senaatsgebouw in Rome (1)

Het door Julius Caesar gebouwde Senaatsgebouw

Een van de opvallendste gebouwen op het Forum Romanum, althans in de huidige staat, is het Senaatsgebouw, de Curia. Het ziet eruit als een grote bakstenen kubus. Daarvóór lag het Comitium, waar vertegenwoordigers van het volk zich bij officiële gelegenheden verzamelden.

Senaat en Volksvergadering

Volgens de staatsrechtelijke fictie die is verwoord in de formule Senatus PopulusQue Romanus (S.P.Q.R.), regeerden “Senaat en Volk van Rome” samen over het wereldrijk. Comitium en Senaatsgebouw vormden daarom hét bestuurscentrum van de Mediterrane wereld – althans in theorie. In de praktijk was het de keizer die het beleid bepaalde. Het échte hart van het imperium was dan ook het Auditorium op de Palatijn, waar de vorst overlegde met zijn adviseurs.

Ook al had de Senaat in de Keizertijd nog maar weinig invloed, toch deed de heerser er goed aan het college met respect te bejegenen. De zeshonderd multimiljonairs die er zitting in hadden, konden het ook iemand die dertig legioenen commandeerde immers knap lastig maken.

Lees verder “Het Senaatsgebouw in Rome (1)”

Khalchayan

Portret uit Khalchayan (Nationaal Museum. Tasjkent)

Eerst even wat aardrijkskunde. Baktrië is de oude naam van het grensgebied tussen Oezbekistan en Afghanistan. De voornaamste stad is tegenwoordig Termez, waar de Vriendschapsbrug de twee landen verbindt. De rivier onder die brug heet Amurdar’ya maar is in Europa bekender onder de antieke naam Oxus, een gelatiniseerde versie van de Griekse vorm van het Sogdische Waxš, “wild”. Het is een vruchtbaar gebied, deels door irrigatie, deels door de aanvoer van water uit bergrivieren, en een daarvan is de Surkhandar’ya, die zich bij Termez met de Oxus verenigt. Het stroomdal is al even vruchtbaar.

Rond 135 v.Chr. vestigden zich hier de Yuehzi-nomaden, die afkomstig waren uit wat ik gemakshalve China zal noemen. Hun migratie is een van de vele voorbeelden van de quasi-eeuwige beweging van nomadische groepen van Manchurije naar het westen. In Baktrië woonden de nieuwkomers te midden van Sogdiërs, Saken en de afstammelingen van Perzische kolonisten en de Griekse huurlingen die Alexander de Grote hier had achtergelaten, met daartussen nog wat verdwaalde Indiërs. Een volgend, in Baktrië geformeerd leger trok later, in de eerste decennia van onze jaartelling, verder naar het zuiden en vestigde het Kushana-rijk in de Punjab.

Lees verder “Khalchayan”

III Augusta, het garnizoen van de Maghreb (1)

De veldtekens van III Augusta (Koninklijke musea voor kunst en geschiedenis, Brussel)

De legioenen uit de vroege Keizertijd gaan terug op eenheden uit de late Republiek. Ze zijn vrijwel allemaal geformeerd door Julius Caesar of Octavianus. Het Derde Legioen, dat later de bijnaam Augusta zou krijgen, is een uitzondering. Het is in 43 v.Chr. in het veld gestuurd door consul Gaius Vibius Pansa. De nummers één tot en met vier waren toen, in de laatste jaren van de Republiek, gereserveerd voor de legers van de consuls. Pansa nam dus een eerste en een derde legioen mee toen hij oprukte naar Modena op de Povlakte om te strijden tegen Marcus Antonius. Een tweede en een vierde legioenen gingen mee, gecommandeerd door consul Aulus  Hirtius. Ook in het gezelschap: Octavianus, met een privéleger.

Het drievoudige leger won. Beide consuls kwamen echter om het leven. Octavianus was nu ineens meester van een heel groot leger, marcheerde op Rome en eiste de macht. Zo simpel.

Lees verder “III Augusta, het garnizoen van de Maghreb (1)”