De slag aan de Granikos (1)

De Granikos

Het was nieuws over de Oudheid, eind december, en dus overdreven of op een andere manier twijfelachtig. Het is immers oudheidkunde. En ja hoor. De archeologen die eind december bekend maakten dat ze de plek hadden gevonden waar Alexander de Grote zijn eerste overwinning op de Perzen had behaald, hadden niets te melden dat we niet al heel, heel lang wisten. Het riviertje, de Granikos van toen ofwel de huidige Biga, is allang geïdentificeerd, Alexanders route eveneens, net als de vlakte waar is gevochten.

We hadden, kortom, weer eens een gevalletje oudheidkundige desinformatie bij de hand: archeologen die, op het moment dat journalisten hun aandacht hadden bij kerstmis en niet kritisch waren, zaten te hengelen naar aandacht. Dat getuigt niet alleen van een abnormaal lage professionele standaard, maar is in dit geval bovendien gewoon ronduit dom. Er zijn namelijk nogal wat mensen die weleens een boek over Alexander hebben gelezen. Als je de kluit belazeren wil, doe het dan niet waar iedereen (behalve journalisten) het herkent. De archeologen schoten dus weer eens fijn in hun eigen voet.

Lees verder “De slag aan de Granikos (1)”

Wat is een krokotta?

Een Tasmaanse tijger (Sheffield, Tasmanië)

Wie een antieke tekst leest en stuit op een woord dat hij niet kent, zal hetzelfde doen als wie in een Nederlandse tekst een vreemd woord tegenkomt: het woordenboek erop naslaan. Maar wat als de lexicograaf het ook niet weet? Neem het dier dat in de Romeinse Keizertijd de krokotta heette.

Ktesias en Strabon

De eerste mij bekende vermelding is van Ktesias, een Griekse schrijver die een tijd aan het Perzische hof verbleef en nogal wat over India vertelt. Voor het goede begrip zeg ik er even bij dat de Grieken op dat moment het verschil tussen India en Afrika niet kenden. Wat wij beschouwen als twee landen werd bij hen bewoond door één volk, de donkere Ethiopiërs. Toen de mannen van Alexander de Grote later de Indus zagen, dachten ze dat het de Nijl was. Ook zeg ik erbij dat Ktesias niet altijd even goed onderscheid maakt tussen de harde feiten en vertelsels die hij aan het hof heeft gehoord.

Lees verder “Wat is een krokotta?”

Gymnosofisten

Boeddha als naakte wijze (Gogdara)

Voor ik vandaag begin, eerst even een petitie: Cardiff, oude geschiedenis deze maand. De sloop van de oudheidkundige instituten gaat gewoon verder.

***

Hebt u getekend? Dan gaan we nu beginnen.

Gymnosofisten

Een gymnosofist is, letterlijk, een naakte wijze of een wijze naaktloper. Het Griekse woord duikt voor het eerst op in beschrijvingen van de Indische campagne van Alexander de Grote in 327-325 v.Chr. Volgens een door Ploutarchos overgeleverde anekdote ondervraagt hij tien gymnosofisten die allemaal slimme antwoorden geven.noot Ploutarchos, Leven van Alexander 64. Het verhaal, dat wat folkloristisch aandoet, is ook bekend van een papyrus in Bern, die dateert uit de eerste eeuw v.Chr.

Lees verder “Gymnosofisten”

Was de Griekse godsdienst polytheïstisch?

Een deel van de Elgin Marbles (British Museum, Londen)

Laat ik het maar meteen toegeven: de kop boven deze blog is gekozen om de aandacht te trekken. Als de wet van Betteridge hier van toepassing is, luidt het antwoord op de vraag immers “nee” – maar dat antwoord is dan wel in strijd met wat altijd over de Griekse godsdienst horen en lezen. In elk geval: al zal mijn conclusie straks toch misschien wat teleurstellen, ik hoop wel dat u nog even doorleest. Want die conclusie komt pas aan het eind.

Wat is een theós?

Laten we het er eerst over eens zijn dat we met een polytheïstische godsdienst bedoelen: een godsdienst waarbij de aanhangers ervan geloven in meer dan één god. Gold dat voor de godsdienst van de oude Grieken?

Lees verder “Was de Griekse godsdienst polytheïstisch?”

Alexander de Grote in Troje

De landingsplaats van Alexander de Grote in Azië: Troje

In het voorjaar van 334 v.Chr. stak Alexander de Grote de Hellespont over van Europa naar Azië: zijn oorlog tegen het Perzische Rijk was begonnen. Of beter: zijn rol in het conflict was begonnen, want de strijd was al eerder losgebarsten en er was al een Macedonische strijdmacht in Azië aanwezig. Gecommandeerd door de oude generaal Parmenion had die aanzienlijke successen geboekt, maar de Perzische legers hadden hem teruggedreven. Met 10.000 man was zijn leger slechts een voorhoede geweest van een hoofdmacht die, door de moord op koning Filippos en de troonsbestijging van Alexander, vertraagd aankwam. Evengoed had Parmenion een bruggenhoofd geschapen, zodat Alexanders leger makkelijk kon oversteken.

Zijn leger telde 48.000 man. Daar kwam naar schatting nog zo’n 16.000 man ondersteunend personeel bij, zodat in totaal 64.000 mensen deelnamen aan de Aziatische campagne. Ter vergelijking: het leger waarmee Julius Caesar in 58 v.Chr. begon aan de verovering van Gallië telde ongeveer 34.000 legionairs. Veel van Alexanders manschappen zouden niet terugkeren: ze sneuvelden of bleven achter in een van de garnizoenssteden die Alexander in het oosten zou stichten.

Lees verder “Alexander de Grote in Troje”

Berossos

Oannes, een van de zeven wijzen (Allard Pierson-museum, Amsterdam)

Binnenkort verschijnt mijn boek over Filon van Byblos, een auteur uit de Romeinse tijd die in het Grieks schreef over de Feniciërs. Dat spel met identiteiten is leuk, en de door hem navertelde mythen werpen licht op allerlei interessante zaken. Dus ik denk dat het een boeiend boek is, al is het misschien iets voor fijnproevers. De relevante fragmenten zijn bovendien vertaald door Hein van Dolen, dus het is zeker leuk. U bestelt het boek hier.

Berossos

Maar ik wil het over Filon niet te lang hebben. Hij was namelijk niet de enige antieke auteur die “zijn” volk voorstelde aan het Griekstalige publiek. Flavius Josephus deed het voor de Joden en Manethon deed het voor de Egyptenaren. En Berossos deed het voor de Mesopotamiërs.

Lees verder “Berossos”

Parmenion versus Memnon

Macedonische helm (Nationaal Museum, Kopenhagen)

Nu ik werkende weg ben beland in een soort van geschiedenis van Alexander de Grote – een overzichtspagina is inmiddels hier – is het geen slecht idee eens te vertellen hoe de oorlog tussen Macedonië en het Achaimenidische Rijk eigenlijk begon. Over de aanleiding heb ik het al eerder gehad: dat was het Perinthos-incident. Filippos II consolideerde zijn koninklijke macht in Macedonië door externe expansie, die hem het goud opleverde waarmee hij machtige aristocraten voor zich won. Die expansie moest vroeg of laat stuiten op Perzische vitale belangen – zoals de doorvaart van de Zwarte naar de Egeïsche Zee. De inname van Perinthos in 340 v.Chr. was voor de Perzische koning Artaxerxes III Ochos onacceptabel en dus stuurde hij troepen naar Europa. Voor het eerst, lijkt het, sinds de dagen van Xerxes. In elk geval: na die vernedering besloot Filippos het Perzische Rijk aan te vallen.

Parmenion valt aan

De oorlog begon serieus in het voorjaar van 336, toen een Macedonisch leger, aangevoerd door generaals Parmenion en Attalos, overstak naar Azië. De expeditie leek eenvoudig. Artaxerxes III Ochos was in september 338 opgevolgd door Artaxerxes IV Arses en het Perzische imperium was verscheurd door troonstrijd. Terwijl de rebellen Chababash en Nidin-Bel de macht grepen in Egypte en Babylonië, trok een derde rebel, de Perzische edelman Artašata, vanuit Armenië op naar de Perzische hoofdsteden. Alsof de chaos nog niet groot genoeg was, had het rijk na de dood van de betrouwbare generaal Mentor van Rhodos ook geen onomstreden militaire leider. De satrapen in Klein-Azië waren verdeeld over de vraag wie hem zou opvolgen.

Lees verder “Parmenion versus Memnon”

De Nok-beschaving

Een kopje met drie gezichten (Musée du Quai Branly, Parijs)

Het NRC Handelsblad publiceerde dit weekend een interview met Zenab Badawi, auteur van An African History of Africa, dat ik al eerder vermeldde. Ik had in dat interview wat kritischer vragen verwacht. Badawi is namelijk wél geïnteresseerd in het verleden, maar haar boek wemelt van de slordigheden en redenatiefouten. Eén daarvan staat in geschiedenisjargon bekend als naïef positivisme: de aanname dat geschreven bronnen én accuraat én representatief zijn. De meeste mensen herkennen wel het eerste probleem (de bevooroordeeldheid van deze of gene bron), maar niet het tweede (de incompleetheid). Badawi is zo iemand. Ze volgt datgene waarover ze informatie heeft en schept zo een verhaal over het verleden, maar het verhaal is niet representatief voor het geheel. Sta me nog een jargonterm toe: An African History of Africa is, hoe sympathiek ook, niet objectadequaat. Een journalist mag daar best vragen over stellen. Je bent een krant hoor.

De Nok-beschaving

Een van de onderwerpen die Badawi overslaat, is de Nok-beschaving. Voor wie deze blog leest omdat ’ie belangstelling heeft voor de Oudheid: Hanno, de Karthaagse zeeman die een ontdekkingsreis maakte langs de westkust van Afrika, had daarmee contact toen hij de monding van de Niger passeerde. Het is ook een van de gebieden waarover W. F. G. Lacroix zijn mooie boek Africa in Antiquity schreef, waarin hij aantoonde dat de Grieks-Romeinse geograaf Ptolemaios betrouwbare informatie weergaf, gebaseerd op de mondelinge tradities waar een zeeman aan de monding van de grote rivieren kennis van kon nemen.

De Nok-cultuur wordt meestal door middel van thermoluminescentie gedateerd tussen 800 v.Chr. en 200 na Chr., met een “aanloopfase” waarover ik het nog zal hebben. Ze is dus even oud als de Nubische culturen van Napata en Meroë. Een respectabele context, zou je zeggen, maar Nok wordt doodgezwegen. En niet alleen door Badawi, hoewel die zegt het “complete verhaal” te willen vertellen.

Lees verder “De Nok-beschaving”

Nesaïsche paarden

Een Nesaïsch paard (Persepolis)

De Nesaïsche paarden, wat zijn dat nou weer? Allerlei bronnen noemen ze, van de Griekse onderzoeker Herodotos in de vijfde eeuw v.Chr. tot de Babylonische Talmoed in de zevende eeuw na Chr. Eén ding is hierbij duidelijk: de edele dieren kwamen van de zogeheten Nisaïsche vlakte, die zich ergens in het Zagrosgebergte moet hebben bevonden, dus in het westen van het huidige Iran. Dat is het gebied waar ooit de Meden woonden.

Vermoedelijk lag die vlakte ergens langs de grote weg vanuit Mesopotamië via Behistun naar Hamadan (oude Ekbatana), maar zeker is dat niet, aangezien er een anekdote bestaat dat de Romeinse generaal Marcus Antonius, toen hij het Parthische Rijk aanviel, Nesaïsche paarden zag.noot Strabon, Geografie 14.9.4. Dat suggereert een meer noordelijke locatie. De naam helpt ons niet veel verder, want Nisâya is Perzisch voor “bewoond gebied”.

Lees verder “Nesaïsche paarden”

Hellenistisch Lycië

Het Letoön

[Dit is het vierde van een vijftal korte blogjes over Lycië; het eerste was hier.]

De onafhankelijkheid van Lycië (landkaart) is eigenlijk nooit meer hersteld en de plaatselijke cultuur begon te verdwijnen in de late vierde eeuw. De jongste Lycische inscriptie is geschreven in het laatste kwart van die eeuw. Toen het Perzische Rijk na 338 v.Chr. begon te desintegreren, werden de Lyciërs niet opnieuw zelfstandig, maar onderworpen door de Macedonische koning Alexander de Grote, die in de winter van 334/333 door het land marcheerde. Er was lokaal verzet, maar Alexanders ondercommandant Nearchos maakte daaraan een einde.

Een lijst van buitenlandse heersers geeft een beeld van de volgende, chaotische fase van de Lycische geschiedenis. Na de dood van Alexander in 323 werd het gebied achtereenvolgens geregeerd door zijn generaal Antigonos, door Ptolemaios I Soter (vanuit Egypte), door een broer van Kassandros van Macedonië, en vanaf 275 door de zoon van Ptolemaios, Ptolemaios II. De Ptolemaiën regeerden bijna een eeuw lang over Lycië, maar in 197, tijdens de Vijfde Syrische Oorlog, nam de Seleukidische koning Antiochos III de Grote de macht over. Die verloor hij echter weer tijdens de Syrische Oorlog tegen de Romeinen, die in 188 de regio toewezen aan hun bondgenoot Rhodos.

Lees verder “Hellenistisch Lycië”