De Romeinse “war lord” Aetius (1)

Aetius (Museum Bourges)

Twitter, daar stonden ooit best leuke dingen op, zoals de draadjes van de Gentse oudhistoricus Jeroen Wijnendaele over de Late Oudheid. Hier is er weer eens een, voor u vertaald in het Nederlands. Het origineel is hier.

***

1. Vandaag of morgen, maar dan in 454 na Chr., vermoordde keizer Valentinianus III zijn magister militum Aetius, de hoogste Romeinse commandant in de westelijke provincies van het Romeinse Rijk. Een eeuw later zou de geschiedschrijver Prokopios zowel Aetius als diens rivaal Bonifatius “de laatste der Romeinen” noemen, als een eretitel. Hun carrières waren feitelijk die van war lords, die enorme schade hadden toegebracht aan de westelijke helft van het Romeinse Rijk.

Lees verder “De Romeinse “war lord” Aetius (1)”

De eerste Baiuvaren (2)

Schildbeslag van een Baiuvaarse krijger (Archäologische Staatssammlung, München)

[Dit is het tweede deel van Josine Schrickx’ blogje over de vroegste teksten over de Baiuvari, de zesde-eeuwse bewoners van wat nu Beieren heet. Het eerste was hier.]

Fredegar

Bij de volgende passage uit het lemma in de Thesaurus Linguae Latinae bevinden we ons buiten de eigenlijke tijdsgrens van dat project, die ligt rond 600 na Chr. Het komt volgende fragment komt uit de Kroniek van Fredegar, die dateert uit de tweede helft van de zevende eeuw:

Lees verder “De eerste Baiuvaren (2)”

De snelle arabisering van de Maghreb

Maghrebijnse munt, vroege achtste eeuw (Raqqada, Kairouan)

[Laatste van zeven blogjes over de arabisering van de Maghreb. Het eerste was hier.]

Er is een wonderlijk verschil tussen landen als Syrië en Egypte enerzijds en de Maghreb anderzijds: in de oostelijke landen bleef, toen de Arabieren kwamen, de laat-Romeinse bevolking nog lange tijd herkenbaar, terwijl ze in de Maghreb snel verdween. Anders geformuleerd: in de Levant (en ook op het Iberische Schiereiland, trouwens) waren nog eeuwenlang niet-Arabisch sprekende, joodse of christelijke groepen aanwezig, maar in de Maghreb was dat fors minder. Waarom?

Steden en nomaden

Het kan samenhangen met de inbedding van de steden in het grotere economische systeem. In het oosten waren de steden oeroud en was de hele sociaal-economische wereld gebaseerd op steden. In Tunesië, Algerije en Marokko waren de Fenicische en Numidische steden weliswaar ontstaan vóór de Romeinen, maar pas groot gemaakt toen de Romeinen begonnen met de systematische kolonisatie van de Hautes Plaines. Ze waren veel minder dominant en met de demografische neergang van de Late Oudheid verschoof het economisch zwaartepunt naar de nomadische Berbers.

Lees verder “De snelle arabisering van de Maghreb”

De Maghreb in de Late Oudheid (1)

Latijnse ostrakon uit Timgad, waarin iemand met een Berbernaam een transactie dateert aan de hand van een Vandaalse koning

Toen Augustinus in 430 in Hippo Regius overleed, belegerden de Vandalen zijn stad, die ze kort daarna bezetten. Karthago volgde in 439. Onder leiding van Geiserik stichtten de Vandalen een eigen koninkrijk binnen de grenzen van het aloude Romeinse imperium. De tijden waren aan het veranderen.

Eén van de redenen waardoor het zo ver had kunnen komen, is dat het keizerlijk hof in Ravenna en Constantinopel lang weinig belangstelling had gehad voor de Maghreb. De Duitse oudhistoricus Mischa Meier typeert het als een proces van terugtrekking.

Lees verder “De Maghreb in de Late Oudheid (1)”

Het Rijk van Toulouse (2)

Gesp uit de tijd van het Rijk van Toulouse (Musée de la romanité, Nîmes)

Het Rijk van Toulouse, waaraan ik mijn vorige blogje wijdde, was expansief. Aan de gebieden in Aquitanië die Theodorik I toegewezen had gekregen, voegden hij en zijn opvolgers het nodige toe. Ze hadden vooral belangstelling voor de Languedoc ofwel Narbonensis, waar ze toegang zouden krijgen tot de Middellandse Zee. Het was van begin af aan het beleid van de keizer (of wie er in Italië ook maar beleid maakte) om de verovering van de Languedoc te verhinderen, maar in 461 verwierf Theodorik II de voornaamste stad Narbonne desondanks toch. De Visigotische vorsten wisten bovendien de hand te leggen op andere delen van Zuidwest-Frankrijk.

Tegelijk speelden ze een belangrijke rol in de verdediging van het Romeinse Rijk tegen minder geromaniseerde volken, waarvan de Hunnen het opvallendst zijn: in 451 vochten Visigotische troepen op de Catalaunische Velden voor de Romeins generaal Aetius tegen Attila. Niet veel later steunde Theodorik II keizer Avitus (r.455-457) door op het Iberische Schiereiland te strijden tegen de Sueben, die zich moesten terugtrekken naar Galicië in het noordwesten. De les die de Visigoten leerden was dat Iberië klaar lag om te worden veroverd.

Lees verder “Het Rijk van Toulouse (2)”

Het Rijk van Toulouse (1)

In Toulouse geslagen munt van Valentinianus III (Residenzschloss, Dresden)

Achteraf geloof ik dat er, toen ik kort na 1990 een afstudeerscriptie schreef waarin ik de romanisering van het Iberisch Schiereiland vergeleek met de arabisering, iets gaande was dat je zou kunnen aanduiden als het ontstaan van een nieuwe visie op laatantiek Iberië. Je zou het zelfs een revolutie mogen noemen, als die term niet zo vaak werd misbruikt. Feit is dat een traditioneel beeld werd omgekeerd en dat daarbij twee boeken centraal stonden: Roger Collins’ Early Medieval Spain (1983) en zijn The Arab Conquest of Spain, 710-797 (1989).

Het waren geen volmaakte boeken. Collins had de neiging economische factoren te bagatelliseren, met de overigens overtuigende toelichting dat er over bijvoorbeeld de belastingheffing in het Rijk van Toledo weinig méér bekend was dan dat ze had bestaan. Toch heb ik de boeken met veel plezier gelezen, niet het minst omdat Collins lef toonde en alles op z’n kop zette. Eerdere auteurs hadden laatantiek Iberië getypeerd als een geïsoleerd gebied; Collins benadrukte het tegendeel. Eerdere auteurs hadden beweerd dat het Rijk van Toledo gescheiden rechtsstelsels voor Germanen en Romeinen had gehad, volgens Collins was het één rechtssysteem.

Lees verder “Het Rijk van Toulouse (1)”

De wereld van Clovis

Eerst een “disclaimer”: ik ben geen historicus, gewoon een lezer. Wat ik hier dus schrijf ten goede en kwade over De wereld van Clovis hoeft Jeroen Wijnendaele zich niet aan te trekken, wat hij zo al niet zal doen. Een recensie schrijf je vooral voor jezelf, als een samenvatting, en om je eigen gedachten nog eens te ordenen. De wereld van Clovis is zo’n recensie alvast meer dan waard.

Kriskras door Gallië

Tijdens de lectuur moest ik vaak terugdenken aan De ontdekking van Frankrijk van Graham Robb. Die was per fiets kriskras door Frankrijk gereden en had daarover een soort reisverslag geschreven, verrijkt met historische wetenswaardigheden over de streken die hij doortrapte. Die aanpak deed zeer chaotisch aan en ik vorderde traag in het werk. Het beeld over Frankrijk was eerder troebeler geworden dan helderder. Er was niet zoiets als een homogene hexagon die zich chronologisch of geografisch proper gestructureerd liet ontdekken, laat staan snel veroveren, in militaire of cognitieve zin. Dat was precies de boodschap die Robb wilde brengen en dus vroeg ik me af of hij die hermetische vorm gekozen had om de inhoudelijke kern kracht bij te zetten. Zo ja, dan was het een meesterwerk in de non-fictie.

Lees verder “De wereld van Clovis”

De antieke watermolen

Reconstructie van een door een watermolen aangedreven zaagmachine (Schloss Schallaburg)

Het is wel eens beschouwd als een van de grootste historische canards: het idee dat de watermolen pas in de Middeleeuwen zou zijn uitgevonden. Het bewijs dat ze al in de Oudheid watermolens kenden, is echter overstelpend. Waar en hoe ze precies zijn uitgevonden is niet helemaal duidelijk, maar we weten wel het een en ander.

Je hebt namelijk twee dingen nodig: waterraden om een as te laten draaien en tandwielen om die rotatie om te zetten in de beweging van bijvoorbeeld een zaag. De herkomst van het tandwiel ken ik niet, maar om een waterrad te bedenken, heb je een flinke rivier nodig met een gestage stroom. Daarmee kom je eigenlijk automatisch uit bij de Eufraat, Tigris en Nijl.

Lees verder “De antieke watermolen”

Romeins Lyon

Het altaar van de drie Gallische provincies in Lyon (Thermenmuseum, Heerlen)

Ik ben gisteravond aangekomen in Lyon. Een oude stad, met een voor-Romeins verleden. Er zijn hier twee Keltische nederzettingen geïdentificeerd, waarschijnlijk bewoond door de stam van de Segusiavi; ze gaan terug op de vroege La Tène-tijd, zeg maar 450 v.Chr. De ene nederzetting was een oppidum, een heuvelfort, op de westelijke oever van de Saône; deze locatie staat bekend als Fourvière. De andere nederzetting lag op de landtong tussen de Saône en de Rhône. Deze vroege stad heette mogelijk Lugudunon (“heuvel van Lugus”). Die naam is in elk geval aangetroffen op een munt uit 42 v.Chr. Het moge duidelijk zijn dat de Latijnse naam Lugdunum daarvan is afgeleid.

Het vroege Lyon lag dus aan de samenvloeiing van twee belangrijke rivieren. De Saône verbond de regio met de Moezel en de Rijn, en de Rhône leidde in de richting van de Boven-Donau. We kunnen ons het vroege Lyon voorstellen als een handelscentrum. Dat wordt bevestigd door de aanwezigheid van Italische amforen en Grieks aardewerk.

Lees verder “Romeins Lyon”

Verdeeld en herenigd China

Hofdame (Tang-dynastie; Museum für Kunst und Gewerbe, Brussel)

[Dit is laatste van drie blogjes over de geschiedenis van China. Het eerste was hier. In de tussentijd zijn we alweer een stap verder met de tijdcategorieën: als het goed is, zitten ze nu netjes achter een uitklapraampje. Bedankt Kees!]

Verdeeldheid

In de vroege derde eeuw na Chr. kwam een einde aan de Han-dynastie. Al sinds de jaren 180 was er onrust en streden war lords om de macht; in 220 trad de laatste Han-keizer af. Het is aantrekkelijk een verband te leggen met het einde van het klimaatoptimum. En zoals het Romeinse Rijk in de derde eeuw een crisis doormaakte, zo geraakte ook China in de problemen. De tijd tussen 220 en 280 staat bekend als de Periode van de Drie Koninkrijken.

Lees verder “Verdeeld en herenigd China”