Karthago

Het toilet van Venus (Bardo-museum, Tunis)

Als u dit leest, zit ik vermoedelijk in de tram naar de ruïnes van Karthago, niet ver van het huidige Tunis. Misschien komen we vandaag nog in het Bardo-museum, waar bovenstaand mozaïek is te zien van een dame die, na te hebben gebaad, haar toilet aan het maken is. Ze heeft al een band in haar haar gevlochten en heeft haar oorbellen al ingedaan. Van rechts komt een bediende aanlopen met een spiegel, van links presenteert een dienares een schaal met sieraden. Helemaal links en rechts zijn allerlei voorwerpen te zien die een mens in het badhuis nodig had, zoals speciale houten schoenen, kannen met water, een waterbekken en een handdoek.

Afbeeldingen als deze waren in Romeins Africa heel populair en schijnen te worden geïnterpreteerd als een soort vervolg op de geboorte van Venus uit de golven. Deze afbeelding van het “Toilet van Venus” zou uit de tweede helft van de vierde eeuw of het begin van de vijfde eeuw stammen.

Lees verder “Karthago”

Numidië

Timgad (foto Christian Jongeneel)

De Numidiërs waren de mensen die woonden in het gebied ten westen van Karthago. Er waren twee regio’s, bewoond door de Massyliërs in het noordoosten van het huidige Algerije en de Masaeisyliërs in het noordwesten. Ik weet er vrijwel niets van. Daarom zit ik, tegen de tijd dat u dit leest, in het vliegtuig naar Tunis, van waaruit ik Karthago wil bezoeken om daarna richting Algiers te reizen. Daar hoop ik ten tijde van de verkiezingen te zijn, dus wie weet wat we gaan beleven.

Om de waarheid te zeggen heeft mijn reis iets van een vlucht. Ik heb twee krankzinnig drukke maanden achter de rug. Ik werk aan een boek. Mijn vorige boek is donderdag gepresenteerd. Mijn huis wordt verbouwd – ze zijn er al anderhalf jaar mee bezig – en de rust die ik zoek, wordt me juist daar waar je denkt jezelf te kunnen zijn, het luidruchtigst ontnomen. Afgelopen woensdag, nadat ik ook onverwacht een nieuwe computer had moeten kopen en installeren, bedacht ik dat ik behoefte had aan vakantie; dat heb ik niet vaak en komt schokkend snel nadat ik verfrist terug was gekomen van mijn schrijfzomer in Gemmenich. Kortom, ik ga op reis om, door iets nieuws te leren, de accu op te laden.

Lees verder “Numidië”

Hoe lezen we Oud-Egyptisch?

Dat was dus een leuk gesprek, alweer ruim een jaar geleden, in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden: egyptologe, bling-specialiste, archeologe, schrijfster en door-en-door leuk mens Sigrid van Roode legde me voor de camera’s uit hoe de oude Egyptische taal is ontcijferd. Een deel van haar betoog kent u misschien wel, zoals het verhaal van de cartouches en de rol van Champollion. Een ander deel is misschien wat minder bekend, zoals het belang van kwantificatie van het aantal tekens. Plus de betekenis van het woord wiwi.

Lees verder “Hoe lezen we Oud-Egyptisch?”

Een nieuw oude Persefone

Archaïserend reliëf uit Korinthe

Zoals ik afgelopen zondag vertelde, zijn de hellenistische koninkrijken ontstaan tijdens de burgeroorlogen na de dood van Alexander de Grote. Ik vertelde ook dat de elites in deze rijken zich legitimeerden met de Griekse cultuur. Er ontstond een canon van klassieke vormen, geïnspireerd door het idee van Aristoteles dat alles een doeloorzaak had. In Griekenland was de ware kunst in wat wij de Archaïsche Periode noemen ontstaan en gegroeid, terwijl ze had gebloeid in wat wij de Klassieke Periode noemen.

De kunst had zich verder ontwikkeld. De hellenistische sculptuur is soms heel barok – zie de Laokoöngroep of het Pergamonaltaar – en neigt soms zelfs tot rococo, zeker in Alexandrië. Beschreven met de natuurmetafoor die ik zojuist gebruikte, was dit, na de groei en de bloei, alleen te beschouwen als verval. Een Winckelmann beschouwde de hellenistische kunst (die in de achttiende eeuw overigens nog niet zo werd genoemd) dan ook als inferieur. Ik heb al eens geblogd over de klucht rond de Venus van Milo.

Lees verder “Een nieuw oude Persefone”

MoM | De historische canon

Stelt u zich voor dat een groep astronomen een canon zou opstellen van wat iedereen over hun vak zou moeten weten. Zou dat een overzicht opleveren van Grote Beer, Orion, Zuiderkruis en de tekens van de Dierenriem? Of een lijst van Algol, Bethel, Capella, Deneb, Electra en Fomalhaut? Nee natuurlijk. Astronomen zouden de saros, de telescoop, de periodieke terugkeer van kometen, de roodverschuiving, de radioastronomie, de oerknal en de zwaartekrachtgolven-detectors noemen. Een wetenschap onderstreept haar belang immers niet met de objecten die ze heeft onderzocht, want dat zijn er ontelbaar veel. De waarde van een wetenschap zit in de patronen die ze ontdekt; haar vooruitgang blijkt uit steeds weer nieuwere technieken en methoden.

Het lijkt logisch je niet teveel te presenteren met de onderzoeksobjecten en een wetenschap te presenteren als wetenschap. De canon die de Commissie Van Oostrom voor de Nederlandse geschiedenis heeft opgesteld, beperkt zich echter wel tot de objecten en draagt zo bij aan het beeld dat geschiedvorsing geen echte wetenschap is. Het gaat dus om de hunebedden, de Romeinse limes, Willibrord, Karel de Grote en zo voort. U vindt de hele lijst hier. Het zijn allemaal onderwerpen die zich prima lenen voor een verstrooiend blogje hier of een amusante causerie daar, maar je moet er met een objectenlijst niet van opkijken als mensen gaan denken dat geschiedenis gewoon het ene ding na het andere is. Het leek me zinvoller een canon op te stellen waarmee de geschiedvorsing zich wél toont als wetenschap. Ik presenteer dus een kleine veertig dingen waarvan ik zou willen dat meer mensen er iets van wisten.

Lees verder “MoM | De historische canon”

Waarom klassieken? (4)

Het theater van Dionysos in Athene.

Geen van de auteurs uit het Alexandrijnse pantheon der Griekse letteren leefde na 300 v.Chr. Al in de derde eeuw was op deze wijze afgebakend wat klassiek zou worden: wat aan Alexander de Grote voorafging verdiende navolging, wat erop volgde was op z’n best van onduidelijke waarde.

Er zouden nog talloze belangrijke boeken worden geschreven, maar ze zouden nooit zo populair worden als de teksten van vóór Alexander. Nieuwe genres, zoals literaire brieven, liefdesgeschiedenissen, idyllen, biografieën en satiren, zouden nooit de status verwerven die het heldendicht, de lyriek en de tragedie bezaten. Dit gebrek aan populariteit heeft ervoor gezorgd dat deze teksten minder goed zijn overgeleverd dan het klassieke materiaal.

Lees verder “Waarom klassieken? (4)”

Waarom klassieken? (3)

Ptolemaios I Soter (Metropolitan Museum, New York)

Eén van de plaatsen waar de Griekse beschaving na Alexanders veroveringen voet aan de grond kreeg, was het Egyptische Alexandrië, de hoofdstad van het koninkrijk dat generaal Ptolemaios voor zichzelf had opgebouwd. In Babylonië had hij de soms wel twee millennia oude bibliotheken gezien waarin alle menselijke kennis zou worden bewaard. Alexander had het belang ervan meteen onderkend en delen laten kopiëren voor Aristoteles, die altijd al had aangedrongen op het aanleggen van bibliotheken en soortgelijke inventariseringen van bestaande kennis.

Geïnspireerd door de Griekse filosofie en een Babylonisch voorbeeld had Ptolemaios het Mouseion gesticht. Daar konden de werken worden geconsulteerd van de navolgenswaardige auteurs uit het Griekenland van de vijfde en vierde eeuw, alsmede vertalingen van oosterse teksten, zoals de astronomische waarnemingen uit Babylon, de Bijbel, stukken Egyptische mythologie en praktische curiosa als het reisverslag van de Karthaagse ontdekkingsreiziger Hanno. Het concrete belang van vooral de Griekse literatuur was immens: de stabiliteit van de Griekse bestuurskaste in het Ptolemaïsche Rijk werd erdoor gewaarborgd, en dat droeg op haar beurt bij aan de rust in het koninkrijk.

Lees verder “Waarom klassieken? (3)”