Robert Nouwen, Rome & de Lage Landen (1)

Afgelopen zaterdag werd in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden het boek Rome en de Lage Landen van de Belgische historicus, archeoloog en museumdirecteur Robert Nouwen ten doop gehouden. Dat is een heel belangrijk boek: de eerste synthese over dit onderwerp in een halve eeuw. Ik heb vorig jaar opgetreden als meelezer van het manuscript, en mocht bij de presentatie een toespraakje houden. Uiteraard deed ik dat maar wat graag. Dit is wat je noemt: de eer hebben iets te mogen doen.

Maar er was een probleem. Al vóór de presentatie waren verschillende mensen verbijsterd over het bescheiden karakter van de presentatie. Iemand noemde de locatie een “derderangszaaltje”, en inderdaad: de Tempelzaal in het museum had meer voor de hand gelegen dan de Trajanuszaal. We hadden ook kunnen uitwijken naar de Waalse Kerk. Bij een zo belangrijk boek beleg je een symposium met een dozijn hoogleraren uit binnen- en buitenland. Je nodigt het NOS-journaal uit en de koning, die immers de bekendste historicus van Nederland is, en die ook het eerste exemplaar aannam van de Wereldgeschiedenis van Nederland. Wij oudheidkundigen zijn toch niet minder dan andere historici?

Lees verder “Robert Nouwen, Rome & de Lage Landen (1)”

De Zeven Wonderen van België

Doopvont van Reinier van Hoei (Sint-Lambertuskerk, Luik)

Ik houd van fietstochtjes en eigenlijk interesseert het me niet zoveel waar ik begin en eindig. Ik ben weleens langs alle hunebedden gefietst; aan die ouwe stenen valt weinig te ontdekken, maar het is prettig fietsen in Drenthe en Groningen. Ook ben ik weleens om Vlaanderen gereden, doelloos maar tevreden. Mijn fietstocht rond Nederland is bijna voltooid. Het klassieke kwartet AalstPeutieZwevezeleGenoelselderen heb ik al binnen. En zoals het gaat: onderweg ontdek je links een mooi kasteel en rechts een smakelijk streekgerecht.

Een ander reisdoel-dat-geen-doel-is-maar-tussenstop-in-een-tochtje: de Zeven Wonderen van België. Ik begrijp dat het lijstje een halve eeuw geleden is gemaakt als een publiciteitscampagne om toeristen te lokken. Die zullen zich zeker niet bekocht hebben gevoeld: het is een mooi lijstje, waarin Vlaanderen en Wallonië elk met drie kunstwerken zijn vertegenwoordigd en Brussel met één. Ook chronologisch is het mooi verdeeld.

Lees verder “De Zeven Wonderen van België”

Het museum van Oudenburg

Het Romeinse fort Oudenburg rond 325 na Chr.

In de jaren zeventig van de tweede eeuw na Chr. plunderden Chauken (*Hauhae ofwel “hooghemers”, zeg maar de bewoners van de wierden in Groningen) het Vlaamse kustgebied. Daar woonden de zogeheten Menapiërs: een oeroude naam die de Romeinen bleven gebruiken voor de bewoners van een gemeente die ze bestuurden vanuit Doornik. We zouden niets van de Chaukische plundertocht hebben geweten als de Romeinse generaal die tegenmaatregelen trof, Didius Julianus, in 193 niet een paar weken keizer zou zijn geweest, waardoor we beschikken over zijn biografie. Er waren al wat forten langs de Noordzee, maar nu maakten de Romeinen echt werk van de kustverdediging. In deze context moeten we het fort plaatsen van Oudenburg.

Een fort uit de vierde eeuw

Het plaatje hierboven toont hoe het er uitzag in de vierde eeuw: een zes meter hoge muur die inmiddels was opgetrokken uit steen, een brede gracht en torens waarop de soldaten geschut konden plaatsen. Binnen de muren waren een badhuis, een lazaret, een stafgebouw, werkplaatsen, voorraadschuren, een huis voor de commandant en de gebouwen waar de soldaten overnachtten. Er leefden ook vrouwen in het fort, maar hun status is onduidelijk.

Lees verder “Het museum van Oudenburg”

Faits divers (37)

Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer werkelijk van alles wat. Daarom heet het ook “faits divers” natuurlijk.

Babylonische kronieken

Afgelopen dinsdag belde de post aan met een pakje. “Leg maar op de trap”, zei ik over de intercom, want ik verwachtte niks. Wat later ontdekte ik dat de baksteenzware zending wel degelijk voor mij was: het was Babylonian Chronographic Texts from the Hellenistic Period van Bert van der Spek e.a. Vaste lezers van deze blog kennen Van der Spek als de auteur van het handboek dat ik een tijdje geleden in 170 stukjes heb besproken.

Lees verder “Faits divers (37)”

Caesar bij Atuatuca: Berg?

Berg

Archeologie en teksten, dat is een ongemakkelijk huwelijk. Ik heb hier weleens uitgelegd waarom archeologen volgens mij wat al te makkelijk veronderstellen dat de Drususgrachten in Nederland hebben gelegen. Soms missen archeologen een kans om hun vakbroeders, de classici, te helpen: de vondsten in Velsen kunnen niet én bij een castra behoren én bij een castellum genaamd Flevum. Tenzij we het Latijn niet goed begrijpen, en het zou leuk zijn als archeologen eens over woordbetekenissen discussieerden met hun collega’s. Eerstgenoemden hebben laatstgenoemden iets te bieden. Ook de opgravingen van Herwen en Heerlen bieden meer mogelijkheden tot samenwerking dan momenteel worden waargemaakt.

Sommige dingen waren vroeger beter dan nu. De opleidingen waren bijvoorbeeld langer. De studieduurbekorting van de jaren tachtig beroofde archeologiestudenten van een eerlijke kans vertrouwd te raken met teksten – zelfs in vertaling. Andere dingen zijn tegenwoordig dan weer beter dan vroeger: archeologiestudenten leren veel meer over technieken en raken met meer data vertrouwd. Ook dat leidt echter weg van vertrouwdheid met de antieke bronnen. En dan ontstaat het gevaar dat je eerdere inzichten als vanzelfsprekend overneemt, zonder te weten dat classici en oudhistorici die inmiddels hebben weerlegd. Er is geen bewijs dat Hadrianus ooit in Voorburg is geweest, wat de plaatselijke VVV ook beweert, en het is hoogst discutabel Nijmegen als stad te typeren, wat de plaatselijke VVV ook beweert.

Lees verder “Caesar bij Atuatuca: Berg?”

Hak om, die boom

West-Europa, dus zeg maar onze cultuur, is ontstaan in de Frankische tijd. Zoals Jeroen Wijnendaele onlangs in zijn boek over koning Clovis benadrukte, ontstond in de Late Oudheid een politieke eenheid die niet primair op de Middellandse Zee was gericht. Onze taal (ons meest identiteitvormende erfgoed) stamt af van het Frankisch, de oudste laag in onze literatuur is Frankisch, het christendom verspreidde zich in de Frankische tijd. Maar hoe is de kerstening verlopen?

Er zijn allerlei vrome legendes, waarvan iedereen eigenlijk ook wel weet dat het alleen maar vrome legendes zijn. Elk mirakelverhaal veronderstelt immers dat de lieve god de natuurwetten opschortte ten behoeve van deze of gene patiënt, en zoiets hoeven we zelfs niet te overwegen. Tegelijk: op een zeker moment was het christendom aanwezig en het moet ergens vandaan zijn gekomen. En ook: sommige gebeurtenissen zijn voldoende gedocumenteerd om plausibel te zijn. Het lijdt bijvoorbeeld geen twijfel dat bewoners van Oostergo in 754 of 755 aan de Boorne een Frankisch leger hebben aangevallen en dat daarbij de stokoude aartsbisschop Bonifatius van Mainz om het leven kwam.

Lees verder “Hak om, die boom”

Vijf dagen Brussel

Brussel, Botanische Tuin

Het idee was om, net als vorig jaar, eind januari een paar dagen te gaan fietsen. Ook om te zien of ik voldoende was gerevalideerd. Vlaanderen leek een mooie bestemming, maar de wind zat in de verkeerde hoek en er was regen voorspeld. Zodat we besloten een hotel in Brussel te nemen, een stad waar zó veel te zien is dat je er moeiteloos twee weken kunt doorbrengen. Bovendien is de treinverbinding vanuit Amsterdam sinds kort sterk verbeterd. En omdat ik het idee heb dat Nederlanders te weinig in België komen, doe ik hier verslag. Misschien inspireert het u tot een bezoek aan de Europese hoofdstad.

Stripverhalen

Ons hotel: Ibis City Centre. Centraal gelegen, opvallend aardig personeel en tussen drie metrostations (Sint-Katelijne, Beurs en De Brouckère), waardoor de hele stad in een oogwenk te bereiken is. Met wat geluk kijk je uit op de Sint-Katelijne-kerk, maar dit keer hadden we niet zoveel geluk. Wel een fijn stille kamer. De Ancienne Belgique is trouwens op loopafstand maar mijn reisgenote zag niets in Front 242, dus dat hebben we maar even gelaten zoals het is.

Lees verder “Vijf dagen Brussel”

Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis

Mummieportret (achttiende dynastie)

Men zegt dat geen geringere kunstenaar dan Edgar P. Jacobs zich eens een nacht heeft laten opsluiten in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis te Brussel. Ik heb het niet gecontroleerd. Het is echter zeker een feit dat zo’n beetje elke Belgische striptekenaar wel ergens een object uit het museum in z’n werk heeft verstopt. U kent Hergé, u kent het beeldje van het gebroken oor en u kent de mummie van Rascar Capac. De museumwinkel verkoopt een aardig boek, Museum in strip. Museumstukken als figuranten in een stripverhaal (1996), waarin tientallen voorbeelden zijn gedocumenteerd.

Die striptekenaars hadden groot gelijk, want er is geen betere plek om inspiratie op te doen. Er is hier van alles te zien, van zo’n standbeeld van Paaseiland tot glaswerk, van islamitische kunst tot een maquette van het oude Rome, van oosterse iconen tot precolumbiaans aardewerk, met daartussenin dan nog Nervische munten, een totempaal en gobelins. Binnenkort gaan nieuwe afdelingen open over gebruiksvoorwerpen uit de negentiende eeuw en over de Belgische art nouveau en art deco. Je kunt in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis moeiteloos een dag dwalen, en het fijne is: anders dan in het Louvre blijft het overzichtelijk.

Lees verder “Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis”

De V2 op cinema Rex (2)

Cinema Rex na de inslag van de V2

[Tweede deel van Dirk Zwysens artikel over de V2-aanvallen op Antwerpen. Het eerste was hier.]

Op 16 december 1944 werden de geallieerden in de Ardennen compleet verrast door operatie Wacht Am Rhein, Hitlers laatste wanhopige offensief in het westen. Ook hier was Antwerpen het doel. Het onrealistische plan zou de stad geen moment bedreigen. Toch werd die zestiende ecember een gitzwarte dag in de Antwerpse geschiedenis.

De V2 op de cinema Rex

Die middag zaten heel wat burgers en militairen in cinema Rex (vandaag cinema UGC op de De Keyserlei) te genieten van The Plainsman, een western met Gary Cooper. Om 15u23 werd de zaal opgeschrikt door een felle lichtflits. Onmiddellijk daarna kwam onder hels lawaai het plafond naar beneden. Muren stortten in en het balkon belandde op de toeschouwers eronder.

Lees verder “De V2 op cinema Rex (2)”

De V2 op cinema Rex (1)

De eerste ingeslagen V1 bij het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, Antwerpen

Na vier jaar oorlog was het in 1944 duidelijk dat de partij met het meeste materieel de strijd zou winnen. Geconfronteerd met de schier onuitputtelijke stroom voertuigen en wapens, brandstof en munitie die de geallieerden konden produceren, zag het er voor Duitsland niet goed uit. Het enige wat de Duitsers na D-Day konden doen, was proberen de toestroom van dit materieel te saboteren.

Dat lukte deels: hoewel het Duitse front in Normandië eind juni in elkaar stortte, was het vernielde Cherbourg nog een maand lang onbruikbaar. De garnizoenen van Lorient en Saint-Nazaire hielden hun havens tot het einde van de oorlog uit handen van de geallieerden. Door de vlotte opmars door Frankrijk en België in augustus kwam het front steeds verder te liggen van de beperkte aanvoerhavens. Het offensief dreigde te stokken omdat voorraden honderden kilometers moesten afleggen over slechte wegen.

Lees verder “De V2 op cinema Rex (1)”