De Chauken (2)

Masker uit Middelstum (Museum Wierdenland, Ezinge)

[Tweede deel van een artikel over de Chauken. Het eerste is hier.]

De eerste terpen en wierden zijn ontstaan in de vijfde eeuw v.Chr. Ze werden sindsdien steeds verder verhoogd en vergroot. Stond er aanvankelijk één boerderij, later konden er diverse huizen staan (zoals in Ezinge) of zelfs hele dorpen (bijvoorbeeld Feddersen Wierde). De vergroting was deels doordat de bewoners actief klei neerlegden, maar ook doordat allerlei soorten afval en mest bleven liggen. Dat verklaart waarom terpenaarde zou vruchtbaar is en men in de negentiende en vroege twintigste eeuw de kunstmatige woonheuvels ging afgraven.

Chauken en Romeinen

De eerste keer dat de Chauken in de geschiedenis opduiken, is als de Romeinse generaal Drusus ze onderwerpt. Volgens Cassius Dio, wiens verslag dateert uit de derde eeuw na Chr., gebeurde dit in 12 v.Chr.; Drusus’ tijdgenoot Titus Livius plaatst het een jaar later, maar dit deel van zijn geschiedwerk is alleen over in uittrekselvorm en niet per se betrouwbaar. Enkele jaren later, in 5 na Chr., dwong Drusus’ broer, generaal Tiberius (de latere keizer), de Chauken tot het betalen van een schatting. Velleius Paterculus was ooggetuige:

Lees verder “De Chauken (2)”

Het Trechterbekergrafveld van Dalfsen

De opgraving van Dalfsen (uit Henk van der Velde e.a., “Making a Neolithic Non-Megalithic Monument” (2022)

Sommige wegen in de Lage Landen zijn eeuwen-, eeuwenoud. Ze zijn regelmatig te herkennen aan rijen graven, zoals de weg van het Drentse Exloo naar Odoorn langs de hunebedden D31, D33, D34 en D35. Op de Veluwe kennen we de Hessenweg, in Duitsland is er de Hellweg van Krefeld aan de Rijn naar Maagdenburg, en in wat nu België is kennen we de IJzertijdweg die we Chaussée Brunehaut noemen.

Door het Overijsselse Dalfsen liep ook zo’n weg, ruwweg langs het riviertje de Vecht, naar het oosten. Er is wel aangenomen dat het Romeinse leger van generaal Tiberius in 4 na Chr. over deze route naar de Eems is opgerukt. De weg was toen al drie millennia oud. Al in de Trechterbekertijd woonden hier mensen die door een uitgestrekt handelsnetwerk in contact stonden met verre landen. Niet alleen voorwerpen, maar ook ideeën reisden zo door het oude Europa.

Lees verder “Het Trechterbekergrafveld van Dalfsen”

Is Velsen Flevum?

De Romeinse vlootbasis van Velsen (Graham Sumner)

Het gaat over Flevum, dus het is interessant. Archeoloog Arjen Bosman heeft bij Velsen een enorm groot Romeins kamp ontdekt, een castra. U leest er in De Volkskrant meer over. Nu waren er al heel lang twee Romeinse kampen bekend, die archeologen meestal aanduiden als Velsen-1 en Velsen-2. Het nieuwtje is nu dat Velsen-2 zich veel verder naar het westen uitstrekte dan men aannam.

Het ontstaan van Velsen-1 is met jaarringen te dateren rond 15 na Chr. en lijkt in verband te staan met een vlootexpeditie van prins Germanicus richting Eems. Het einde wordt geplaatst rond 28 na Chr., omdat de Friezen toen in opstand kwamen. Ik blogde er al eens over. Velsen-2 werd lange tijd geplaatst in de jaren veertig, toen keizer Caligula in Katwijk was en generaal Corbulo probeerde de Friezen te onderwerpen. Een groot Velsen-2 past daar goed bij.

Lees verder “Is Velsen Flevum?”

Varsseveld en Varus’ veld

Welkom in Varsseveld, gelegen in de Achterhoek tussen Doetinchem en Winterswijk. Volgens een verzonnen etymologie zou die naam zijn afgeleid van Varus’ veld. Het zou de plaats zijn van de slag in het Teutoburgerwoud.

Daar kun je om lachen. Het is inderdaad gegoropiseer. Van de andere kant: helemáál uit de lucht gegrepen is het niet. Varsseveld ligt niet ver van de Oude IJssel, een stroom die heel wel de belangstelling van de Romeinen gehad kan hebben omdat er ijzeroer te vinden is. Het Romeinse leger had goede contacten met de plaatselijke Chamaven.

Lees verder “Varsseveld en Varus’ veld”

De slag in het Teutoburgerwoud (6)

Een van de in de slag in het Teutoburgerwoud omgekomen Romeinen (Kalkriese Museum)

[Er is een nieuwtje over de slag in het Teutoburgerwoud. Maar eerst een verslag van wat daar gebeurde. In het eerste en tweede stukje beschreef ik hoe de Romeinen het gebied van de Main en Lippe veroverden. Het derde deel bestond uit het verslag van Velleius Paterculus en het vierde en vijfde boden de problematische informatie van Cassius Dio. Vandaag de afloop.]

De Romeinen probeerden verder te marcheren, maar werden van alle kanten bestookt. Wellicht bereikten ze, na de bovenloop van de Eems te zijn overgestoken, op de derde dag de vlakte – vol door regen gezwollen waterlopen – waar nu de stad Münster is. Daar achter begon een groot moeras waardoor Lucius Domitius Ahenobarbus tien jaar eerder een knuppeldam had aangelegd die eindigde bij de Lippe. Als de legionairs die zouden bereiken waren ze op veiliger terrein, want ook de Germanen konden zich niet eenvoudig een weg banen door het moeras.

Het mocht echter niet zo zijn. De Romeinse legermacht desintegreerde voordat ze de knuppeldam bereikte. Tacitus vermeldt een droom van generaal Germanicus, waarin deze Varus bij Ahenobarbus’ knuppeldam in het moeras ziet. Cassius Dio schrijft:

Lees verder “De slag in het Teutoburgerwoud (6)”

De slag in het Teutoburgerwoud (5)

Slingerstenen, gevonden bij Kalkriese en gelost tijdens de gevechten in het Teutoburgerwoud

[Er is een nieuwtje over de slag in het Teutoburgerwoud. Maar eerst een verslag van wat daar gebeurde. In het eerste en tweede stukje beschreef ik hoe de Romeinen het gebied van de Main en Lippe veroverden. Het derde deel bestond uit het verslag van Velleius Paterculus, het vierde bood de problematische informatie van Cassius Dio en eindigde met de constatering dat de Romeinen door een smalle corridor moesten trekken.]

Zoals gezegd was de Romeinse weg over de smalle strook droog land tussen de heuvels van het Wiehengebirge en de moerassen niet gemakkelijk, maar veel keuze hadden de Romeinen niet. De opstand die “een eind verderop” uitbrak, vond namelijk vrijwel zeker plaats bij de vier jaar eerder onderworpen Chauken aan de monding van de Eems. Vanaf de plaats waar Varus vertrok, vermoedelijk bij Minden, kon hij alleen oprukken over de genoemde smalle strook. Nogmaals de vertaling van Gé de Vries:

Lees verder “De slag in het Teutoburgerwoud (5)”

Friezen en Franken (2)

Frankische mantelgesp (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)
Vermogende Franken droegen mantelspelden als deze (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

In het vorige stukje behandelde ik, aan de hand van de boeken van Luit van der Tuuk, de Friezen: de bewoners van het gebied langs de Noordzeekust vanaf Walcheren tot de Deense istmus. Dit keer wil ik het hebben over de tweede groep in de Lage Landen: de Franken. Dit is een van de stamfederaties die in de derde eeuw na Chr. zijn ontstaan uit oudere stammen: de Amsivariërs langs de Eems, de Chattuariërs langs de Hase, de Chamaven in de Achterhoek. Archeologisch is er geen verschil met de bewoners van het oude Drenthe, waarvan we de naam niet kennen. Misschien hoorden de Tubanten er eveneens bij en gingen ook de Chauken en Friezen op in deze federatie toen zij in de derde eeuw het kustgebied verlieten en het binnenland introkken.

De nieuwe federatie heet, misschien wel naar een van de deelnemende stammen, de Saliërs, de “Salische Franken”.Er waren meer groepen Franken. Ook de oude Bructeren uit het Roergebied en de Chatten van het Taunusgebergte werden Frankisch genoemd.

In het midden van de vierde eeuw trokken de Salische Franken het Romeinse Rijk binnen. Generaal Julianus – de latere keizer – stond ze toe zich te vestigen in wat nu Brabant heet. Ze waren overigens niet de eersten: uit aardewerkstudies waarover ik al eerder blogde, weten we dat al in de derde eeuw mensen vanuit Drenthe naar het Scheldegebied verhuisden. Door deze migraties verschoof de Taalgrens naar waar ze nu ligt.

Lees verder “Friezen en Franken (2)”

De Chamaven (1)

De grote rivieren voor het graven van de Gelderse IJssel; in groen de grenzen van de gouw Hamaland.
De grote rivieren voor het graven van de Gelderse IJssel; in groen de grenzen van de gouw Hamaland.

Nu ik regelmatig in Zutphen werk – op het moment dat dit stukje geautomatiseerd online gaat worstel ik om een trein te halen – raak ik ook geïnteresseerd in het verleden van Gelderland. Over Erve Eme schreef ik al, het belangrijke Living History-park dat een van de weinige plekken is dat ons eigen, Frankische verleden documenteert. Als vanzelf raakte ik ook geïnteresseerd in het verdere verleden, toen de Chamaven in dit gedeelte van Nederland woonden. Ze zijn weinig meer dan een naam.

Zoals alle Germaanse stammen zijn de Chamaven vooral bekend uit Griekse en Romeinse bronnen. De eerste auteur die over hen schrijft, is de Romeinse historicus Tacitus, die hun land van herkomst ergens ten noorden van de Beneden-Rijn situeert.

Lees verder “De Chamaven (1)”

Germaans aardewerk

Germaans aardewerk uit Kontich
Germaans aardewerk uit Kontich (België)

De bovenstaande grauwe pot fotografeerde ik op de jubileumexpositie van de Antwerpse Vereniging voor Romeinse Archeologie, waarover ik gisteren blogde. Hij is opgegraven in Kontich en lijkt te dateren uit de late tweede eeuw of de eerste helft van de derde eeuw. Het voorwerp is heel anders dan het gelijkmatige, op pottenbakkersschijven gemaakte aardewerk dat normaal was in de Romeinse tijd. Deze pot is met de hand gevormd en geïmporteerd van buiten het imperium.

Lange tijd zouden archeologen het hierbij hebben gelaten. Als keramiek werd opgegraven – zeker in een Griekse of Romeinse context – keek men vooral naar de artistieke eigenschappen. Als het beschilderd was of gevormd in mallen was het mogelijk het aardewerk te dateren, wat weer handig was om de opgraving te dateren. Veel meer deed men er echter niet mee. Met grauw aardewerk als dit, dat dus ergens tussen 175 en 250 is vervaardigd, was men snel klaar.

Lees verder “Germaans aardewerk”

De slag bij Flevum/Velsen

velsen_port_gs
De Romeinse vlootbasis van Velsen (Graham Sumner)

Je kunt het je maar moeilijk voorstellen als je bij Velsen door de Wijkertunnel rijdt, maar hier ligt het oudst bekende slagveld van Nederland: het is de plaats waar de Romeinen in de zomer van 28 de Friezen versloegen. En andersom, want de Romeinse tactische zege zou uitpakken als een strategische nederlaag.

Ooit waren de relaties tussen de Romeinen en Friezen – dat wil zeggen: de bewoners van wat nu Noord-Holland en Friesland heet – buitengewoon hartelijk geweest. Omstreeks 15 v.Chr. hadden de Romeinen de legioenen waarmee ze Gallië hadden veroverd verplaatst naar de Rijn, om daarvandaan een agressieve Germaanse stam te bestrijden die leefde in het noordelijke Roergebied. Deze Sugambren werden van alle kanten aangevallen: vanuit Mainz in het zuiden, vanuit Xanten in het westen en vanaf 12 v.Chr. uit het noorden over de rivier de Eems. Om die te bereiken, moest de vloot van de Romeinen varen over nog onbekende wateren, waar ze tot hun schrik werden geconfronteerd met het in de Middellandse Zee onbekende verschijnsel van eb en vloed. De Friezen redden hen toen het leven.

Lees verder “De slag bij Flevum/Velsen”