C14 | Constantinopel

De stedenmaagd van Constantinopel (Bodemuseum, Berlijn)

[Veertiende van zeventien blogjes over Constantijn de Grote (r.306-337). Het eerste was hier.]

Constantijns vicennalia, het feest van zijn twintigste regeringsjaar, eindigden in Rome. In deze jaren bouwde hij op de Vaticaanse heuvel in het westen de Sint-Pieter, terwijl hij op de Esquilijn in het oosten de Sint-Jan van Lateranen liet bouwen in een oud keizerlijk paleis. In het zuiden verrees de Sint-Paulus buiten de Muren. De bouw van deze christelijke basilieken leent zich voor tweeërlei uitleg: het is denkbaar dat Constantijn bescheiden aan de randen van de stad bouwde en het christendom niet wilde opdringen aan de bewoners van Rome; het is echter eveneens denkbaar dat hij de kerken plaatste op heuveltoppen om de mensen in te peperen dat het christendom had gezegevierd. Zoals meestal is er geen eenduidig antwoord.

Een extra residentie

Andere bouwprojecten uit deze jaren waren de Grafbasiliek in Jeruzalem en de Geboortekerk in Betlehem. Ook de forten langs de oostgrens werden versterkt. Het voornaamste bouwproject was echter de extra residentie, die bekend is komen staan als Constantinopel. Het ritueel waarmee de bouw in 324 was begonnen was heidens geweest. Sindsdien waren er nieuwe stadsmuren gebouwd en op 11 mei 330 werd de residentie plechtig ingewijd, opnieuw met een grotendeels heidens ritueel. Bij die gelegenheid werd ook het nieuwe forum in gebruik genomen, dat was aangelegd rond een porfieren zuil met daarop een beeld van de zonnegod. Het had de gelaatstrekken van Constantijn.

Lees verder “C14 | Constantinopel”

Faits divers (11): archeologie

Deze Olmeekse jaguar-vaas heeft alleen heel indirect iets te maken met het onderwerp van dit blogje, de archeologie, maar ik heb niks beters en ik vind het voorwerp wel heel erg mooi (Museum aan de Stroom, Antwerpen)

In de reeks faits divers deze keer wat recent nieuws over archeologie: good, bad, and important.

Het goede nieuws

Ik heb al vaker geblogd over de pogingen de verbrande boekrollen in Herculaneum te ontcijferen. Inkt was in de Oudheid met Arabische gom gebonden verbrande koolstof, dus het is lastig die te isoleren van de verkoolde papyrus. Het is zwart op zwart. De papyrusrollen waren bovendien opgerold toen de Vesuvius uitbarstte. Met een combinatie van hoogenergetisch licht en CT-scans komt het lezen van de oude teksten desondanks binnen handbereik. Aangezien er maar een beperkt aantal lettervormen is, kunnen we met artificiële intelligentie langzaam woorden herkennen.

Dat het lukt is geen nieuws. Men is er al jaren mee bezig – hier is een blogje uit 2019 – en er is al een (gratis te downloaden) publieksboek. Dat er inmiddels vooruitgang is, was al in oktober bekend. Maar dat van een van de rollen 5% van de woorden is ontcijferd, is een grotere stap voorwaarts dan verwacht. Een doorbraak is het niet, want de eigenlijke doorbraak was er al, en het is ook geen sprong vooruit. Maar wel een grotere stap dan verwacht.

Lees verder “Faits divers (11): archeologie”

Ptolemaïsche tempels

“Philosophers’ Court”, Saqqara

Het hellenisme is weleens getypeerd als mengcultuur van Griekse en andere vormen, maar dat is nogal ongenuanceerd. De diverse culturen konden op allerlei manieren met elkaar in wisselwerking treden. In hellenistisch Babylonië bestond apartheid. Je had daar voor de diverse talen papierschrijvers en tabletschrijvers, terwijl in de kunst de artistieke tradities lang gescheiden bleven. Toch zien we daar later combinaties ontstaan, mengvormen. In Ai Khanum wisselden de bewoners voortdurend van rol: je sprak Grieks en gedroeg je als Griek op de ene plek en was Baktriër op de andere. Ook Jeruzalem kende dubbele identiteiten: mensen die in de ene context Jason heetten en in een andere Jozua. Alles was mogelijk.

Hoe zat dat in Egypte? Ik sprak er onlangs over met Geert Ham, die werkt aan een proefschrift over de manieren waarop Griekse en Egyptische kunst en architectuur zich tot elkaar verhielden in tempels in hellenistisch Egypte. Zoals bekend was in dat land een Griekssprekende dynastie aan de macht, de Ptolemaiën, die zich ook graag presenteerde als Grieks. Er was daarnaast een vitale Egyptische traditie die door de Ptolemaïsche en Romeinse tijd heen nog invloed had op de Koptische christenen. In de derde en tweede eeuw v.Chr. stonden deze twee tradities naast, tegenover, bij elkaar, in steeds andere combinaties en wisselwerkingen. Ham is momenteel bezig met het opstellen van een inventaris over vier heiligdommen, waarvan de informatie vooralsnog verspreid ligt.

Lees verder “Ptolemaïsche tempels”

Antiek glas

Ruw glas (Cyprusmuseum, Nicosia)

Een van de oudejaarsvragen betrof antiek glas: viel er iets te zeggen de wijze waarop het werd vervaardigd en kunnen we het namaken? De tweede vraag is makkelijk te beantwoorden: ja, dat kunnen we. Er zijn diverse ateliers, zoals dit, en u kunt de producten kopen in de meeste museumwinkels. De vraag hoe ze het in de Oudheid maakten, is lastiger.

Er gaat namelijk een andere vraag aan vooraf: wat is glas eigenlijk? Het is feitelijk vloeibaar gemaakt en daardoor bewerkbaar silica. Dat valt te winnen uit gewoon zand, maar voor de glasmaker aan het werk kan, moet hij twee problemen oplossen. De eerste moeilijkheid is dat hij het smeltpunt van silica moet verlagen van rond de 2000°C tot 1200°C. Daarom voegt de glasmaker soda (natriumcarbonaat) toe, dat valt te winnen uit planten. Dit creëert een nieuwe complicatie, namelijk dat het product zo oplosbaar wordt. Daarom voegt hij ongebluste kalk (calciumoxide) toe. Zo wordt het mengsel weer harder en kunnen we, om eens iets te noemen, water drinken uit een glas. De verhouding tussen de drie bestanddelen varieert rond de 70% silica, 25% soda en 5% calciumoxide.

Lees verder “Antiek glas”

Een eunuch in Jeruzalem

Romeinse reiskoets (Römisch-Germanisches Museum, Keulen)

Als ik vertel dat (a) iemand in een rolstoel naar het station is gegaan om de trein te halen (b) weer terug naar huis is, dan begrijpt u wat er aan de hand is. De roltrap en de lift naar het perron waren weer eens gelijktijdig defect. U bezit culturele voorkennis die het mogelijk maakt het verband tussen (a) en (b) te leggen. Iets dergelijks maken we mee in het verhaal van de Ethiopische eunuch in de Handelingen van de apostelen. (“Ethiopië” verwijst mogelijk naar het koninkrijk Meroë in Soedan, maar kan ook zoiets betekenen als Afgelegië of Verwegistan.)

  • (a) De eunuch was in Jeruzalem geweest om daar God te aanbidden en
  • (b) zat nu op de terugweg in zijn reiswagen. (8.27b-28a; NBV21)

Het onuitgesproken verband tussen (a) en (b) is dat een onbesneden eunuch geen toegang tot de tempelrituelen krijgen kón. Althans, zo kun je de voorschriften lezen in Leviticus. Ook Deuteronomium laat aan duidelijkheid weinig te wensen over:

Lees verder “Een eunuch in Jeruzalem”

Paulus, Festus, Agrippa en Berenike

Paulus (Crypta Balbi, Rome)

In het voorvorige en vorige stukje behandelde ik de wijze waarop de apostel Paulus in Jeruzalem in moeilijkheden was gekomen. De aanleiding was geweest dat mensen uit Asia een heidense leerling van Paulus, Trofimos, hadden gezien in de buurt van de tempel. Ze hadden daarop diens meester ervan beschuldigd dat hij, door een niet-jood daar toe te laten, de reinheid van de eredienst had gecompromitteerd. Romeinse troepen, gecommandeerd door Claudius Lysias, hadden Paulus gered door hem te arresteren en de volgende dag had de apostel, inspelend op de verdeeldheid binnen het Sanhedrin, een veroordeling weten te vermijden. Een tweede verhoor, voor gouverneur Marcus Antonius Felix in Caesarea, was verdaagd tot ook Claudius Lysias aanwezig kon zijn. We lezen niets over een tweede zitting – we vernemen alleen dat Paulus twee jaar gedetineerd bleef.

Paulus voor Festus

In 58 na Chr. kwam een nieuwe gouverneur aan, Porcius Festus. Die besloot de aanklacht af te handelen en eiste dat degenen die Paulus beschuldigden, naar Caesarea kwamen om de aanklacht nog eens te formuleren. Namelijk dat Paulus de Wet van Mozes zou hebben willen afschaffen en dat hij de reinheid van de tempel zou hebben geschonden.

Lees verder “Paulus, Festus, Agrippa en Berenike”

Paulus en Ananias

Het paleis vin Caesarea, waar Paulus gevangen zat.

Ik vertelde vorige week hoe Paulus op het tempelplein in Jeruzalem was gearresteerd. Joden uit Asia hadden een leerling van de apostel, de niet-jood Trofimos, herkend en beschuldigden nu Paulus ervan dat hij Trofimos had meegenomen naar het heiligdom en dat daardoor had laten profaniseren. Paulus was alleen maar niet gelyncht doordat de commandant van een Romeinse legereenheid, de tribuun Claudius Lysias, had ingegrepen. Doordat Paulus het Romeins Burgerrecht bezat, was hij niet gegeseld. De volgende dag stuurde de Romein zijn arrestant naar het Sanhedrin, het hoogste joodse raadscollege. Het vergaderde, zoals u ziet, aan de andere zijde van het tempelplein.

Het Sanhedrin

Omdat de tribuun nauwkeurig wilde vaststellen welke beschuldiging door de Joden tegen Paulus werd ingebracht, liet hij hem de volgende dag uit de gevangenis halen en verordonneerde hij dat de hogepriesters en het hele Sanhedrin bijeen moesten komen. Toen liet hij Paulus voor hen verschijnen. (Handelingen 22.30; NBV21)

Lees verder “Paulus en Ananias”

Het Romeins Burgerrecht van Paulus

Inscriptie uit de tempel van Jeruzalem (Landesmuseum, Stuttgart)

De apostel Paulus zijnde de apostel Paulus, verkeerde hij weer eens in moeilijkheden. Dat biedt ons de gelegenheid de Romeinse rechtsgang eens in enig detail te bekijken.

Aanleiding: Trofimos

Het was allemaal begonnen toen hij in Jeruzalem was gearresteerd. Als we de auteur van de Handelingen van de Apostelen mogen geloven, was dat een misverstand geweest. Paulus was gezien met een zekere Trofimos, die geen jood was en in de tempel niet verder mocht komen dan het plein dat bekendstond als het Voorhof der Heidenen. Een muurtje gaf de grens aan. Een niet-jood die verder ging, riskeerde de doodstraf, zoals we kunnen lezen op enkele inscripties. De auteur van Handelingen meent dat Paulus’ tegenstanders, joden uit de Romeinse provincie Asia, zich vergisten toen ze zeiden dat Trofimos wel verder was gegaan dan toegestaan, maar de formulering is ambigu:

Ze hadden hem namelijk kort tevoren met de Efeziër Trofimos in de stad gezien, en ze dachten dat Paulus hem had meegenomen naar de tempel. (21.29; vertaling NBV)

Lees verder “Het Romeins Burgerrecht van Paulus”

X Fretensis, het varkenslegioen

Grafsteen van een legionair van X Fretensis uit Kyrrhos

De trouwe lezers van deze blog hebben gemerkt dat ik ben begonnen met een reeksje over de Romeinse legioenen. Zoals een geschiedenis van de Verenigde Staten geschreven kan worden geschreven aan de hand van Cullum’s Register, met daarin de namen van de mannen die het land hebben opgebouwd, zo is de geschiedenis van het Romeinse Keizerrijk voor een fors deel regimentsgeschiedenis.

Ontstaan

Het Tiende Legioen was natuurlijk een oudje. Het bestond al vóór Julius Caesar naar Gallië trok en lijkt na de campagne rond Munda in 45 v.Chr. te zijn gedemobiliseerd. In de burgeroorlogen na Caesars dood tekenden allerlei oud-soldaten opnieuw bij, sommigen vechtend voor Octavianus, anderen voor Marcus Antonius. Zo waren er twee Tiende Legioenen; ik blogde daar al eens over. Eén van die twee Tienden diende aan de Straat van Messina en nam deel aan Octavianus’ expeditie tegen Sextus Pompeius op Sicilië. Dit legioen heette sindsdien Fretensis, “van de zeestraat”.

Lees verder “X Fretensis, het varkenslegioen”

Herodes Agrippa II

Het paleis van Herodes Agrippa II in Panias

Voor we het vandaag hebben over Herodes Agrippa II, moeten we het hebben over zijn gelijknamige vader, die een avontuurlijk leven leidde, op het cruciale moment Claudius hielp de keizerlijke troon in Rome te bemachtigen en als beloning vanaf 41 na Chr. mocht heersen over het hele rijk van Herodes de Grote. Zijn zoon, die eigenlijk Julius Marcus Agrippa heette maar gewoonlijk Agrippa II wordt genoemd, was zestien toen Herodes Agrippa I in de zomer van 44 onverwacht overleed. Zoonlief was te jong om koning te worden en Claudius maakte Judea weer tot een Romeinse provincie, dit keer onder gezag van een Romeinse procurator, een civiele beambte. Eerder was het gebied door militaire prefecten bestuurd geweest.

Koning

Ook al was Herodes Agrippa II zijn koninkrijk kwijt, Claudius was verplicht hem ter compensatie iets aan te bieden en dat werd de Bekaavallei. In 48 overleed namelijk zijn oom Herodes van Chalkis, een buitenbeentje in de familie, heersend in het oosten van het huidige Libanon. Ook lijkt de twintigjarige koning in dat jaar het recht gekregen om in Jeruzalem de hogepriester aan te wijzen.

Lees verder “Herodes Agrippa II”