Mitanni

Hurritische brief, gevonden in Tell Brak (Syrië; Museum van Deir ez-Zor)

In mijn reeks over het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, laten we de Midden-Bronstijd achter ons en gaan we naar Mitanni. Als ooit het cliché “vergeten koninkrijk” van stal mocht worden gehaald, dan wel bij dit rijk. Het is in feite weinig meer dan een naam, een handvol archeologische resten en wat linguïstische hypothesen. Maar goed. We kunnen altijd de verschillende soorten informatie combineren en wanneer die elkaar bevestigen, kunnen we er misschien op vertrouwen niet ver van de historische waarheid te zijn.

Eerst maar dit: het is zo goed als zeker dat het centrum van Mittanni ergens aan de bovenloop van de rivier de Khabur lag, dus in het land tussen de Eufraat en de Tigris. De hoofdstad Waššukanni en de belangrijke steden Kahat en Taide zijn nog niet geïdentificeerd, maar het is redelijk zeker dat ze ergens in het zuidoosten van Turkije of het oosten van het huidige Syrië moeten liggen.

Lees verder “Mitanni”

De Midden-Bronstijd

Mentuhotep II, de grondlegger van het Middenrijk (Louvre, Parijs)

In de reeks over het handboek Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek moeten we het eens hebben over het tweede millennium. Er is een klimaatcrisis geweest en nu bevinden we ons in de Midden-Bronstijd, die we in Egypte associëren met het Middenrijk en in Mesopotamië met het Oud-Babylonische Rijk en het Oud-Assyrische Rijk. Het is ook de periode waarin de Indo-Europees-sprekenden Anatolië binnendringen en zich vestigen in de stad Hattusa, waaraan ze de naam Hethieten ontlenen.

Vroeg, Midden, Laat

Eerst een woord over de nomenclatuur. De populaire natuurmetafoor dat alle dingen ontstaan, groeien, bloeien en teloor gaan is klassiek-Grieks. Ze is te vinden bij onder andere Aristoteles. Antieke kunsthistorici gebruikten het beeld om de neo-klassieke stijl aan te duiden: na de klassieke periode was het vroege hellenisme een soort dood geweest. “Cessavit deinde ars,” schrijft Plinius, “de kunst hield toen op te bestaan”. Daarna bloeide ze echter weer op met die neo-klassieke kunst.

De achttiende-eeuwse Duitse kunsthistoricus Winckelmann nam het over: de kunst was ontstaan in de archaïsche tijd, bloeide in de klassieke tijd en wat daarop volgde was eigenlijk drie keer niks. De enige hoop voor zijn tijdgenoten was de navolging van de klassieke kunstenaars – en zo ontstond het achttiende-eeuwse classicisme.

Lees verder “De Midden-Bronstijd”

Koning van de vier windstreken

Sumerisch echtpaar (Nationaal Museum van Irak, Bagdad)

Ik blog de laatste tijd over het handboek waarmee ik in mijn eerste jaar aan de universiteit oude geschiedenis leerde, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek. Vandaag een aanvulling waarvan ik denk dat die belangrijk is.

Vroege Staat

Wat we in het vierde en derde millennium hebben gezien, is de groei van een stamsamenleving, waarin verwantschap de belangrijkste vorm van organisatie was, naar een maatschappij die we, met een woord van Henri Claessen, zouden kunnen typeren als “vroege staat”. Het tweede woord is hierbij eigenlijk wat misleidend, want in het bedoelde samenlevingstype vallen staat, koninklijke familie en hofhouding samen. Zoals ik al eens aangaf (maar ik weet niet meer waar), hebben we in het oude Egypte te maken met een één hof, dat zijn middelen van overal betrekt en zo een groot gebied beheerst, en is het verkeerd dit als een koninkrijk te zien. Dat is negentiende-eeuws. Voor Mesopotamië en Perzië geldt hetzelfde.

Lees verder “Koning van de vier windstreken”

Klimaatcrisis, 2200 v.Chr.

Stofstorm in het noorden van Mesopotamië

In een eerder stukje in mijn reeks over het handboek oude geschiedenis dat ik, in een recente herdruk, aan het lezen ben, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek, wees ik erop dat als het boek nu zou zijn opgezet, er geen gescheiden behandeling zou zijn geweest van Egypte in het derde millennium en Mesopotamië in het derde millennium. De Vroege Bronstijd, zoals we deze periode ook wel noemen, veronderstelde handel in tin en netwerken die zich uitstrekten over duizenden kilometers. Hoewel in de twee genoemde regio’s voor ons leesbare schriftsystemen zijn ontstaan die voor ons begrijpelijke talen documenteren, was het Nabije Oosten onderdeel van één groot, vroeg wereldsysteem.

Hypercoherentie

Een systeem dat hypercoherent was geworden. U herinnert zich die term uit de complexiteitstheorie nog van de kredietcrisis van 2008 of kunt haar kennen uit het fijne boek van Eric Cline over het einde van de Late Bronstijd, 1177 BC. Het komt erop neer dat als alles met elkaar vervlochten is, een ramp in één onderdeel onvermijdelijk gevolgen heeft voor de andere delen. Je zou willen dat een van de onderdelen ongeschonden overeind bleef, als een anker voor de andere, maar in een hypercoherent systeem ontbreekt dat. Dat was niet alleen de situatie aan het einde van de Late Bronstijd, maar ook in de tweeëntwintigste eeuw v.Chr.

Lees verder “Klimaatcrisis, 2200 v.Chr.”

Ziggurat

De ziggurat van Ur

Het handboek waarover ik elke week een keer blog, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek, bevat een tekening van de ziggurat ofwel tempeltoren waarvan u hierboven een foto ziet. Ziggurats zijn het Mesopotamische equivalent van de Egyptische piramiden: grote kunstmatige vierkante bergen van steen. Ze zijn ook ruwweg even oud: ergens in het vroege derde millennium werd begonnen met de constructie van deze monumenten. Anders dan een piramide, die een vorstengraf is, is een ziggurat een tempel; en terwijl de bouw van de piramiden al na twee eeuwen over zijn hoogtepunt was (letterlijk) en rond 1640 v.Chr. helemaal ophoeld, gingen de Sumeriërs, Elamieten, Akkadiërs, Babyloniërs, Assyriërs de volken op de Iraanse hoogvlakte door met de bouw van tempeltorens tot in de Seleukidische tijd. De foto hierboven toont een hellenistisch monument.

Het woord ziggurat is afgeleid van ziqqurratu, Akkadisch voor “oprijzend gebouw”. Sommige van deze monumenten rezen inderdaad hoog. De tempeltoren die bekend staat als Etemenanki (“Huis van het fundament van de hemel op aarde”) in Babylon was 92 meter hoog. Nog groter was het heiligdom van de god Anu te Uruk, gebouwd in de derde of tweede eeuw v. Chr. De best bewaarde tempeltoren staat in Choga Zanbil in Elam, het huidige Khuzestan in Iran.

Lees verder “Ziggurat”

Mesopotamië in het derde millennium

Koning Maništušu van Akkad; kopie van een in de Ištartempelk in Nineveh gevonden portret. Het origineel is in het Nationaal Museum van Irak in Bagdad; deze kopie komt uit het British Museum in Londen.

In mijn reeks naar aanleiding van het handboek waarmee ik ooit oude geschiedenis leerde, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek, vandaag een stukje over het derde millennium in het Nabije Oosten. De verdeling die de auteurs aanbrengen in paragrafen over enerzijds Egypte en anderzijds de Sumeriërs en Akkadiërs – dat is een erfenis uit de tijd dat oudheidkundigen alleen deze twee culturen kenden en dan vooral uit teksten.

Het plaatje is nu helemaal anders. De archeologie documenteert de Vroege Bronstijd in een veel grotere regio. De handel in tin zorgde voor contacten en ideeënuitwisseling, waardoor netwerken ontstonden van Oezbekistan tot Mesopotamië en van de Atlantische kusten tot Egypte. Jiroft is een belangrijke nederzetting in Iran en het BMAC is een van de fascinerendste beschavingen die is herkend sinds De Blois en Van der Spek de eerste versie van hun handboek naar de drukker brachten. De nadruk die zij leggen op de twee traditionele “oerculturen” is niet verkeerd – die twee culturen schreven tenminste – maar ik vermoed dat als ze hun boek nu zouden opzetten, ze één hoofdstuk zouden maken waarin het geheel van culturen zou worden behandeld.

Lees verder “Mesopotamië in het derde millennium”

Driemaal goed en kwaad

Mesopotamisch gebed: degene die iets bij de goden gedaan wil krijgen, links, roept zijn beschermgodin aan, die een tweehoofdige godheid laat spreken tot de wijsheidsgod Enki. Achter Enki een van de Zeven Wijzen. Rolzegelafdruk, nu in het Louvre, Parijs.

Ex Oriente Lux (“het licht komt uit het oosten”) is de vereniging die de inzichten die oriëntalisten en egyptologen opdoen, wil delen met het grote publiek. Ze doet dat onder meer met een tijdschrift, Phoenix, en met lezingen. Afgelopen zaterdag waren er drie in Rotterdam, gewijd aan het thema van goed en kwaad. Ondanks alle coronamaatregelen was het even boeiend als het gezellig was.

Het jodendom

De eerste spreker was Klaas Smelik, die ons vanuit Gent toe-zoomde over goed en kwaad in de Bijbel. Zoals iedereen weet – en anders kijkt u maar naar het klassieke filmpje hieronder – constateert God in het scheppingsverhaal bij herhaling dat de wereld goed, ja zeer goed was. Tov, op z’n Hebreeuws. Nu kan het Opperwezen dat wel zeggen van zijn eigen werkstuk, maar het is natuurlijk ook waar dat het bestaan van het kwaad een spijkerhard gegeven is. Heeft God dat dan ook geschapen?

Lees verder “Driemaal goed en kwaad”

Layards grote project

Layards reconstructie van Nineveh

Austen Henry Layard is een van de invloedrijkste oudheidkundigen uit de negentiende eeuw. Hij is de ontdekker van de hoofdsteden van Assyrië. En zoals het met de geleerden uit die tijd gaat: hij was een van de grondleggers van het vakgebied, samen met halfgoden als Friedrich August Wolf, Caspar Reuvens, Jean-François Champollion, Henry Rawlinson, Johann Gustav Droysen, Heinrich Schliemann, Oscar Montelius, Theodor Mommsen en Ulrich von Wilamowitz. Maar waar dit negental allang is beschreven in fatsoenlijke biografieën, is Layard eigenlijk wat onbekend gebleven. Mogens Trolle Larsen presenteert in The Conquest of Assyria de ontdekker van Nineveh en Kalach als een soort Indiana Jones – en dat is een karikatuur.

Akkoord, Layard was een avonturier in de beste Victoriaanse traditie. En die traditie is er niet alleen een van stiff upper lip en wetenschappelijk optimisme, maar ook van genadeloos imperialisme. Het is in die sfeer dat we Layard óók moeten plaatsen.

Lees verder “Layards grote project”

Fabeldieren

Sfinx met jong (Nationaal Museum van Irak, Bagdad)

Alle oude volken kenden zo hun eigen fabeldieren en voegden daar de fantasiebeesten van hun buurvolken aan toe. De sfinxen die in de Mesopotamische mythologie de Boom des Levens bewaken, keren terug in het joodse verhaal over de Tuin van Eden. De Humbaba’s van de Babyloniërs werden de Gorgonen van de Grieken. Ik schreef er al eens over. De lamassu’s uit Mesopotamië staan op munten uit Sicilië. De Romeinen namen van de Grieken de hele goddelijke veestapel over en daarvandaan wandelde die door naar de middeleeuwse bestiaria.

Hierboven ziet u een sfinx op een ivoortje uit het Nationaal Museum van Irak in Bagdad; de foto is gemaakt door Marjon Verburg, die Irak onlangs bezocht. Op de achtergrond herkent u de paradijselijke vegetatie maar het leukste is natuurlijk dat deze sfinx een jonkie heeft. De ivoorsnijder kende aan het mythologische beest normale dierlijke eigenschappen toe.

Lees verder “Fabeldieren”

De Mesopotamische kronieken

De Naboniduskroniek (British Museum, Londen)
De Naboniduskroniek (British Museum, Londen)

Ik heb gisteren beschreven hoe de Astronomische Dagboeken aan de ene kant sterrenkundige waarnemingen bevatten en aan de andere kant beschrijvingen van de gebeurtenissen die door die hemelse tekenen zouden zijn voorspeld. De auteurs herkenden patronen, schreven die op in een Voortekencatalogus en gebruikten die om de toekomst te voorspellen.

De Astronomische Dagboeken, die bij mijn weten allemaal liggen in het British Museum, zijn gepubliceerd tussen 1988 en 1996, al worden nog altijd nieuwe interpretaties voorgesteld. De publicatie van de Voortekencatalogus begon in 1989 en is, voor zover ik weet, afgerond in 2012. Samen met nog andere teksten hebben ze bijgedragen aan een enorme verbetering van onze kennis van het oude Nabije Oosten, en dan bedoel ik niet alleen dat we nu dingen weten over gebeurtenissen waar we vroeger geen weet van hadden, maar ook dat ons begrip van de antieke topografie is gegroeid. We kunnen andere bronnen nu beter beoordelen – de reputatie van Herodotos als bron voor Babylonië is er niet beter op geworden – en we weten nu welke factoren bijdroegen aan de vorming van de voedselprijzen. Ook meteorologen zijn geïnteresseerd, want de data waarop kanalen werd geopend, bieden een indicatie voor het antieke klimaat – en dus voor klimaatverandering.

Lees verder “De Mesopotamische kronieken”