De omtrek van de aarde: Poseidonios

Atlas, met boven zijn hoofd het sterrenbeeld Argo (Archeologisch museum Napels)

In de twee vorige blogjes heb ik verteld hoe Dionysodoros met een onbekende methode de aardomtrek stelde op 264.000 stadiën, vermoedelijk 50.688 kilometer, en hoe Eratosthenes berekende dat het moest gaan om 252.000 stadiën, vermoedelijk 46.620 kilometer. Een derde berekening was die van Poseidonios van Apameia (135-51 v.Chr.). Ook zijn methode kennen we via het werk van Kleomedes.

We zullen meteen erkennen: Poseidonios maakte dezelfde fout als Eratosthenes door aan te nemen dat de twee plekken waarvan hij de waarnemingen gebruikte, Alexandrië en Rhodos, lagen op dezelfde meridiaan. Het eiland bevindt zich echter op een meridiaan die drie graden westelijker ligt. Opnieuw zou de afstand tussen de twee meetpunten 5000 stadiën zijn, en opnieuw is dat incorrect, hoe kort of lang Poseidonios’ stadion ook is. Kleomedes vertelt:

Lees verder “De omtrek van de aarde: Poseidonios”

Cornelis de Bruijn (3) Smyrna

Cornelis de Bruijn, Smyrna

Dit is het derde van dertien stukjes over Cornelis de Bruijn. Het eerste was hier.

***

Smyrna

Toen Cornelis de Bruijn in de zomer van 1678 vanuit Italië arriveerde in de belangrijke handelshaven Smyrna, werd hij onmiddellijk opgenomen in de kringen van de Europese diplomaten. De Hollandse consul bood hem onderdak en diens Engelse collega nam hem mee voor een bezoek aan Selçuk en de ruïnes van het oude Efese.

Dit was een warmer welkom dan de jongeman redelijkerwijs had kunnen verwachten. Het consulaat van Smyrna, een van de belangrijkste posten in de Hollandse diplomatie, werd bezet door een edelman die normaliter geen enkele zwerver zou ontvangen. De Bruijn was geen bekende kunstenaar en ook kon hij zijn gastheren (nog) niet vermaken met verhalen over landen die zij niet hadden bezocht. De gastvrijheid van de consul is des te opmerkelijker als we bedenken dat hij er zeker van was dat zijn gast had geprobeerd Johan de Witt te vermoorden. Ik noemde het al.

Lees verder “Cornelis de Bruijn (3) Smyrna”

Romeins Lycië

Het theater van Patara

[Dit is het laatste van vijf blogjes over Lycië; het eerste was hier.]

Na 168 v.Chr. was Lycië (landkaart) weliswaar onafhankelijk, maar het behoorde wel tot de Romeinse invloedssfeer. Echt onafhankelijk was het niet. Het kreeg te lijden tijdens de Eerste Mithridische Oorlog (89-85), toen koning Mithridates VI van Pontos alle Romeinse bezittingen in Klein-Azië aanviel. Toen de oorlog voorbij was, reorganiseerde Rome de politieke landkaart.  Diverse steden in het binnenland, zoals Oinoanda, hoorden voortaan bij Lycië. Faselis werd weliswaar nog een tijdje bezet door de Cilicische Piraten, maar die vormden geen partij voor de Romeinse generaal Pompeius de Grote, die in 67 v.Chr. het Nabije Oosten opnieuw reorganiseerde.

Een paar jaar later bezocht de Romeinse politicus Cicero Lycië en beschreef het gebied als een “Griekenland”. Dit suggereert dat de bovengenoemde fantastische verhalen inmiddels algemeen werden beschouwd als nauwkeurige beschrijvingen van de begindagen. De Romeinse politicus merkte ook op dat de Lyciërs, als ze aan het einde van hun toespraken zijn, dichtbij het zingen komen.noot Cicero, Orator 18.57.

Lees verder “Romeins Lycië”

Hellenistisch Lycië

Het Letoön

[Dit is het vierde van een vijftal korte blogjes over Lycië; het eerste was hier.]

De onafhankelijkheid van Lycië (landkaart) is eigenlijk nooit meer hersteld en de plaatselijke cultuur begon te verdwijnen in de late vierde eeuw. De jongste Lycische inscriptie is geschreven in het laatste kwart van die eeuw. Toen het Perzische Rijk na 338 v.Chr. begon te desintegreren, werden de Lyciërs niet opnieuw zelfstandig, maar onderworpen door de Macedonische koning Alexander de Grote, die in de winter van 334/333 door het land marcheerde. Er was lokaal verzet, maar Alexanders ondercommandant Nearchos maakte daaraan een einde.

Een lijst van buitenlandse heersers geeft een beeld van de volgende, chaotische fase van de Lycische geschiedenis. Na de dood van Alexander in 323 werd het gebied achtereenvolgens geregeerd door zijn generaal Antigonos, door Ptolemaios I Soter (vanuit Egypte), door een broer van Kassandros van Macedonië, en vanaf 275 door de zoon van Ptolemaios, Ptolemaios II. De Ptolemaiën regeerden bijna een eeuw lang over Lycië, maar in 197, tijdens de Vijfde Syrische Oorlog, nam de Seleukidische koning Antiochos III de Grote de macht over. Die verloor hij echter weer tijdens de Syrische Oorlog tegen de Romeinen, die in 188 de regio toewezen aan hun bondgenoot Rhodos.

Lees verder “Hellenistisch Lycië”

Archaïsch Lycië

Een Lycisch portret van Omfale; achter de Griekse mythe gaat een Anatolisch verhaal schuil (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)

[Dit is het tweede van een vijftal korte blogjes over Lycië; het eerste was hier.]

De inwoners van Lycië (landkaart) noemden zichzelf Trmmili, maar buiten Lycië gebruikte niemand die naam. Alleen de Griekse onderzoeker Herodotos, afkomstig uit het nabijgelegen Halikarnassos, noteert dat ze zich Termilen noemden. Minder plausibel voegt hij daaraan toe dat de Termilen zich Lyciërs waren gaan noemen toen een Athener genaamd Lykos bij hen was komen wonen.noot Herodotos, Historiën 7.92.

Archeologisch worden de Lyciërs “zichtbaar” in de achtste eeuw v.Chr., als de acropolis van de stad Xanthos wordt bebouwd. Niet veel later stichtten Grieken van het eiland Rhodos de havenstad Faselis en verschillende andere steden. De bewoners moeten het alfabet hebben doorgegeven aan de Lyciërs en hun economie hebben gestimuleerd door landbouwproducten af te nemen. Toch bleven de meeste Lyciërs herders die met hun kuddes zwierven door het kustgebergte. Omdat het gebied zo lastig begaanbaar was, konden de koningen van Lydië, die in de vroege zesde eeuw grote delen van Anatolië onderwierpen, Lycië nooit onderwerpen. Of ze veel behoefte hadden aan de betrekkelijk arme regio, is ook maar de vraag.

Lees verder “Archaïsch Lycië”

De Kolossos van Rhodos

Er zijn geen afbeeldingen van de Kolossos van Rhodos, maar het gezicht moet hebben geleken op deze Rhodische munt (Bodemuseum, Berlijn)

In het jaar 305 v.Chr. sloeg een van de opvolgers van Alexander de Grote, Demetrios de Stedendwinger, het beleg op voor de stad Rhodos. De daarop volgende blokkade is in detail beschreven en zo weten we dat de belegeraars allerlei machines inzetten, zoals een verrijdbare belegeringstoren van veertig meter hoog. De stad wist de belegering echter te weerstaan en na vele maanden kwamen de twee partijen een compromisvrede overeen.

De Kolossos van Rhodos

Demetrios liet de belegeringstoren achter en de Rhodiërs smolten de metalen beplating om. Vervolgens gaven ze architect Chares van Lindos de opdracht om van het metaal een enorm standbeeld te maken van de god die de stad had beschermd: Helios, de zonnegod. Veertien jaar later, in 290 v.Chr., was het voltooid. Het was ruim dertig meter hoog en stond op een sokkel van tien meter, dus het geheel was even hoog als de belegeringstoren. Het opschrift op de sokkel is overgeleverd:

Lees verder “De Kolossos van Rhodos”

De Nikè van Samothrakè

Nikè van Samothrakè (Louvre, Parijs)

Ik heb het weleens uit een vliegtuig gezien, meermalen zelfs, maar ben nog nooit op Samothrakè geweest, het eilandje, een fractie groter dan Texel, in het noorden van de Egeïsche Zee tegenover Thracië, die hier dan ook Thracische Zee wordt genoemd. Wat ik ervan weet is (a) er was een cultus voor de Kabeiren; (b) de Alexandrijnse geleerde Aristarchos kwam er vandaan; (c) bovenstaand standbeeld is er gevonden.

Dat gebeurde in 1863 tijdens opgravingen in het heiligdom van de Kabeiren. Dat dateerde uit de archaïsche periode en is door koning Ptolemaios II Filadelfos en koningin Arsinoë II in de hellenistische tijd herbouwd. Achter het heiligdom was een theater, met achteraan een platform waarop een beeld stond van de overwinningsgodin Nikè. Ze keek uit over het heilige terrein en de Egeïsche Zee. Tegenwoordig staat ze in Parijs, bovenaan een trappenhuis in het Louvre. Je kijkt altijd omhoog naar de majestueus neerdalende godin. Ik ken geen standbeeld ter wereld dat effectiever is opgesteld.

Lees verder “De Nikè van Samothrakè”

M3 | Filippos II en Alexander

Het slagveld bij Chaironeia, waar Filippos II afrekende met de Grieken. Achteraan de Parnassos.

Alexander, die later de bijnaam De Grote zou krijgen, maakte zijn debuut in de geschiedenis in het najaar van 341 v.Chr.: zijn vader Filippos II benoemde hem tot regent over Macedonië terwijl de koning zelf ten strijde trok. Hoe de benoeming verliep, weten we niet, maar we mogen speculeren dat Alexander een zegelring kreeg overhandigd. Er zullen getuigen zijn geweest: misschien generaal Parmenion, na Filippos de machtigste man in Macedonië, en wellicht ook Antipatros, die bij eerdere gelegenheden regent was geweest. Hun aanwezigheid was belangrijk omdat ze zich daarmee committeerden aan de kroonprins. Als Filippos II iets zou overkomen, kon Alexander bij zijn troonsbestijging rekenen op de steun van twee machtige families.

Het Perinthos-incident

Zelf trok Filippos naar de Zee van Marmara, waar hij hoopte Perinthos in te nemen. Ik heb al eerder verteld dat het anders liep. De Perzische koning Artaxerxes III Ochos beschouwde de Macedonische aanval op de havenstad als inmenging in de Perzische vitale belangen en greep in. In het voorjaar van 340 v.Chr. stuurden de Perzen niet minder dan drie legers naar Europa. Zoiets was sinds de dagen van Xerxes niet meer gebeurd.

Lees verder “M3 | Filippos II en Alexander”

De zeven wereldwonderen

De piramiden van Giza zijn het enige van de zeven wereldwonderen dat nog iets voorstelt.

De oudste vorm van wetenschap, nog ouder dan het herkennen van patronen, is het maken van lijstjes. We kennen uit het oude Nabije Oosten opsommingen van houten voorwerpen, van steden, van gebeurtenissen, van woorden in vreemde talen en van pythagorese getallen, en we spreken wel van Listenwissenschaft. De Nederlandse geleerde M.A. Beek opperde eens dat die lijstjes “wijsheid” heetten en dat de Bijbelse constatering dat koning Salomo “veel wijsheid” bezat, niets meer is dan een verwijzing naar een grote mand vol kleitabletten.

Hellenistische lijsten

De oude Grieken deden hetzelfde. In HomerosIlias vinden we de Scheepscatalogus, in de Odyssee een overzicht van vrouwen die iets met Zeus hebben gehad en HesiodosTheogonie is een schitterende lijst van goden en godinnen. Ik vertelde al eens dat in de hellenistische tijd lijsten ontstonden van bewonderenswaardige en navolgenswaardige Griekse auteurs, onderverdeeld naar genre (epische dichters, tragische toneelschrijvers, geschiedschrijvers enz.).

Lees verder “De zeven wereldwonderen”

De Atheense Bondgenotenoorlog

Artaxerxes III Ochos (Allard Pierson-museum, Amsterdam)

Een tijdje geleden gaf ik in mijn reeks over het eerstejaarshandboek oude geschiedenis, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek, aan dat het dicht bij de bronnen blijft en daardoor niet goed in balans is. We lezen veel over de Perzische Oorlogen en over de Peloponnesische Oorlog, en dit laatste precies volgens de selectie die Thoukydides aanbrengt, maar de Bondgenotenoorlog en de Derde Heilige Oorlog komen er bekaaid vanaf. De bronnen laten zich daar niet zo een-twee-drie navertellen. Jammer, want deze twee conflicten schiepen het vacuüm dat Macedonië zou vullen. Ze markeren feitelijk het begin van het einde van de Griekse vrijheid. Om die reden blog ik vandaag toch eens over de Bondgenotenoorlog, die u moet plaatsen tussen 357 en 355 v.Chr.

De Tweede Delische Zeebond

Eerst nog even dit: door de opkomst van Thebe – hierover schrijven De Blois en Van der Spek wel het een en ander – waren de kaarten in het Griekse moederland grondig geschud. Zeker na de slag bij Leuktra in 372 was Sparta niet langer de supermacht die het ooit was geweest. De Atheners hadden al in 378 een tweede Delische Zeebond opgericht, die minder hoorde te gelden als een eigen imperium, wat een veelgehoorde klacht was geweest bij de oorspronkelijke Delische Zeebond. Het probleem was dat Athene zijn herwonnen bondgenoten niet goed wist te beschermen.

Lees verder “De Atheense Bondgenotenoorlog”