Hoe schreven ze de Bijbel?

Ooit probeerde ik Ivanhoe te lezen. Al na een paar bladzijden ben ik gestopt, omdat de eindeloze beschrijvingen me tegenstonden. Walter Scott vermeldt zelfs de opening van de hals van een kledingstuk. Zulke ultragedetailleerde beschrijvingen laten te weinig over aan mijn verbeelding om me te boeien. De kale verhalen van de Bijbel liggen mij beter: er staat geen woord te veel in, zodat je je fantasie erop los kunt laten.

Dat betekent ook dat nogal wat onuitgelegd blijft. Een beroemd voorbeeld is Daniëls visioen van het Laatste Oordeel.noot Daniël 7. Hij heeft in zijn droomgezicht allerlei monsters uit de zee zien komen, en vervolgens staat er, zonder overbrugging, ineens laconiek “Ik zag dat er tronen werden neergezet en dat er een oude wijze plaatsnam.” Waarom die oude wijze meer dan één zetel nodig heeft, blijft onduidelijk en daarover is dan ook nogal wat rabbijnse discussie geweest. De auteur van Daniël lokt gedachtewisseling uit.

Lees verder “Hoe schreven ze de Bijbel?”

Onthoofde vijanden uit Le Cailar

Weergave van onthoofde vijanden uit Le Cailar (Musée de la romanité, Nîmes)

Het is al bijna een week juni, en u vraagt zich af of er deze maand wel ergens een oudheidkundig instituut wordt bedreigd. En jawel. Er zal nog wel een machteloze petitie komen. Ik ga binnenkort maar eens een pagina maar maken waar al die sluitingen bij elkaar staan.

***

Ter zake nu. Zoals iedereen weet verzamelde de Gallische krijger Obelix, tevens de bekendste menhirhouwer van zijn eeuw, na afloop van een gevecht de helmen van zijn verslagen Romeinse tegenstanders. En zoals iedereen eveneens weet, zijn de avonturen van Asterix de Galliër bedoeld om mensen aan het lachen te krijgen – en dus geen accurate weergave van het Keltische leven in de eerste eeuw v.Chr. Was het stripverhaal dat wel, dan zouden Uderzo en Goscinny hebben getoond dat zegevierende Galliërs niet de helmen van de verslagenen verzamelden, maar de hoofden.

Lees verder “Onthoofde vijanden uit Le Cailar”

Venusval

De Venus van Milo (Louvre, Parijs)

Edgar Allan Poe bedacht de detectiveroman, Dan Brown verzon de thriller met de pseudo-onthulling en Ruurd Halbertsma is (voor zover mijn belezenheid reikt) de ontwerper van een vooralsnog naamloos genre op de grens van thriller en historische roman. Halbertsma combineert in zijn romans de avonturen van de eenentwintigste-eeuwer Tjalling Kingma in de wereld van illegale oudheden en politieke intrige, met de wederwaardigheden van vrijwel vergeten geleerden uit de vroege negentiende eeuw in hun wereld van illegale oudheden en politieke intrige. En waar de hedendaagse gebeurtenissen pure fantasie zijn, zijn de beschrijvingen van het leven van een Jean-Emile Humbert, van een Caspar Reuvens en van een Bernard Rottiers feitelijk correct. Ik ken geen andere boeken die verleden feiten en hedendaagse fictie zo combineren, maar ik heb vanzelfsprekend niet alles gelezen.

Ik schreef dat de hedendaagse gebeurtenissen pure fantasie zijn, maar dat is niet helemaal waar. In Venusval besluit Frankrijk de Venus van Milo terug te geven aan Griekenland, zoals het land werkelijk deed met de Benin-bronzen. We lezen over een premier in Groot-Brittannië die een sterke gelijkenis vertoont met Boris Johnson. De directrice van het museum in Paestum maakt een compliment aan het Rijksmuseum van Oudheden voor het organiseren van een expositie over Paestum. En laatstgenoemd museum wordt in Venusval in opspraak gebracht door activisten – in de roman Turken, in werkelijkheid Egyptenaren – die een voorspelbaar nationalistisch relletje voorspelbaar opstoken.

Lees verder “Venusval”

De antieke watermolen

Reconstructie van een door een watermolen aangedreven zaagmachine (Schloss Schallaburg)

Het is wel eens beschouwd als een van de grootste historische canards: het idee dat de watermolen pas in de Middeleeuwen zou zijn uitgevonden. Het bewijs dat ze al in de Oudheid watermolens kenden, is echter overstelpend. Waar en hoe ze precies zijn uitgevonden is niet helemaal duidelijk, maar we weten wel het een en ander.

Je hebt namelijk twee dingen nodig: waterraden om een as te laten draaien en tandwielen om die rotatie om te zetten in de beweging van bijvoorbeeld een zaag. De herkomst van het tandwiel ken ik niet, maar om een waterrad te bedenken, heb je een flinke rivier nodig met een gestage stroom. Daarmee kom je eigenlijk automatisch uit bij de Eufraat, Tigris en Nijl.

Lees verder “De antieke watermolen”

Hannibal en hannibalisme aan de Rhône

De Rhône bij Tarrascon

Ik heb wel vaker geschreven – sterker nog, ik schreef er een boek over – dat de vraag waar Hannibal over de Alpen is getrokken, niet alleen triviaal is, maar ook onbeantwoordbaar. Het bewijsmateriaal is te schaars en te ambigu. Grosso modo weten we alleen dat Hannibal vanuit Iberië oprukte over de Pyreneeën en door de Languedoc naar de Rhône. Die stak hij ergens over. Vervolgens marcheerde hij vier dagen stroomopwaarts naar een plek die “het eiland” heet, en daarvandaan marcheerde hij tien dagen tot het begin van de Alpen. Daarna begon een vijftien dagen tellende expeditie over de bergen, met gevechten op de weg naar boven en sneeuw op de weg naar beneden. Drie dagen vanaf het punt van aankomst lag Turijn. Op de Alpenpas was het mogelijk te bivakkeren, dus het was een wijde pas.

Nog één aanwijzing: een Romeins leger kon vanaf de zee in drie dagen de plek bereiken waar Hannibal de Rhône was overgestoken. Dit is alles wat we weten. Wetenschappers nemen al vijf eeuwen aan dat het gaat om de samenvloeiing van de Rhône en een andere rivier, wat mogelijk is, maar dankzij paleohydrologisch weten we dat er ook echte eilanden waren – dus we weten nu minder dan ooit. Omdat al  deze informatie overal in het landschap kan worden ingepast, is de puzzel waar Hannibal de Alpen overstak, principieel onoplosbaar.

Lees verder “Hannibal en hannibalisme aan de Rhône”

Romeins Lyon

Het altaar van de drie Gallische provincies in Lyon (Thermenmuseum, Heerlen)

Ik ben gisteravond aangekomen in Lyon. Een oude stad, met een voor-Romeins verleden. Er zijn hier twee Keltische nederzettingen geïdentificeerd, waarschijnlijk bewoond door de stam van de Segusiavi; ze gaan terug op de vroege La Tène-tijd, zeg maar 450 v.Chr. De ene nederzetting was een oppidum, een heuvelfort, op de westelijke oever van de Saône; deze locatie staat bekend als Fourvière. De andere nederzetting lag op de landtong tussen de Saône en de Rhône. Deze vroege stad heette mogelijk Lugudunon (“heuvel van Lugus”). Die naam is in elk geval aangetroffen op een munt uit 42 v.Chr. Het moge duidelijk zijn dat de Latijnse naam Lugdunum daarvan is afgeleid.

Het vroege Lyon lag dus aan de samenvloeiing van twee belangrijke rivieren. De Saône verbond de regio met de Moezel en de Rijn, en de Rhône leidde in de richting van de Boven-Donau. We kunnen ons het vroege Lyon voorstellen als een handelscentrum. Dat wordt bevestigd door de aanwezigheid van Italische amforen en Grieks aardewerk.

Lees verder “Romeins Lyon”

Een Thracische huurling in Numidië

Grafstèle van een Thracische huurling (Archeologisch museum, Constantine)

Onderzoek in wat destijds bekendstond als de Franse departementen Oran, Algiers en Constantine, midden twintigste eeuw. In 1929 publiceerde Stéphane Gsell het eerste deel van Inscriptions latines de l’Algérie, dat alleen nog maar het oostelijkste deel van het oostelijkste departement bevatte. Hoe lastig de productie van dit boek was verlopen, blijkt wel uit het feit dat het officiële jaar van publicatie 1922 was: het boek heeft zeven jaar op de plank gelegen. Deel twee, dat de westelijke helft van het departement besloeg, verscheen in 1957. Het overlijden van Gsell, de Tweede Wereldoorlog en de Algerijnse Onafhankelijkheidsoorlog hadden nogal wat problemen veroorzaakt, om het eufemistisch uit te drukken.

Dat bemoeilijkte ook vervolgonderzoek. Sommige inscripties vragen nog altijd om nadere inspectie, zoals de bovenstaande stèle, die we alleen kennen uit het deel uit 1957, alsmede een notitie van Jeanne Robert-Vanseveren en Louis Robert, de twee grootste epigrafen (inscriptiekenners) van de moderne tijd. De stèle is afkomstig uit het El-Hofra-heiligdom te Constantine, waarover ik al eens eerder blogde. Ze dateert uit de tweede eeuw v.Chr. De Roberts voegden aan de tekst van de inscriptie toe dat op de vindplaats ook diverse wijdingen waren gevonden aan de god Baäl-Hammon en aan de godin Tanit in haar rol van “aangezicht van Baäl”.

Lees verder “Een Thracische huurling in Numidië”

Han-China

Wandtegel uit de Han-periode (Wereldmuseum, Leiden)

[Dit is het tweede van drie blogjes over de geschiedenis van China. Het eerste was hier.]

Hereniging

Het was een chaotische tijd, waarin de kleine staten onderling streden. Gaandeweg bleven er maar zeven over. Ook die voerden oorlog en de periode na 481 staat daarom bekend als de Periode van de Strijdende Staten. Officieel was er nog steeds een hoge koning, maar die had alleen in Luoyang nog iets te vertellen. Uiteindelijk won de westelijk staat Qin het conflict. Ons woord “China” is een verbastering van Qin.

Lees verder “Han-China”

Despotes hippon

Despotes hippon (Archeologisch museum, Barcelona)

Kijk, dat is dus het probleem: als je geen teksten hebt, zijn sommige archeologische vondsten lastig te interpreteren. De geschiedenis van de archeologie is te lezen als een lange en redelijk succesvolle poging toch verder te komen. Eén van de trucs is de historische taalkunde: veel van wat archeologen weten over de Brons- en IJzertijd, is gebaseerd op inzichten over de Proto-Indo-Europese cultuur. Ik blogde al eens over namen, sociale stratificatie en religie.

Iberische religie

Zo kunnen we ook uitspraken doen over de Iberische religie. Weliswaar schreven de Iberiërs zo nu en dan zaken op, maar het is allemaal nogal marginaal. Als we echter aan de hand van allerlei beter gedocumenteerde Indo-Europese culturen kunnen vaststellen dat men in de Proto-Indo-Europese cultuur de zonnegod vereerde, en als we afbeeldingen van de zon vinden in Iberië, dan is het geen al te gekke gedachte dat ook de Iberiërs de zon vereerden. De redenering ligt zelfs zo voor de hand, dat menigeen niet meer weet dat het feitelijk slechts een hypothese is.

Lees verder “Despotes hippon”

Efese

Een atleet uit Efese (Ephesos-Museum, Wenen)

Een van de meest overdonderende opgravingen die ik ken, is die van Efese, in het westen van het huidige Turkije. Volgens een legende die misschien een element van waarheid bevat, leidde ooit een Athener genaamd Androklos een groep Griekse kolonisten overzee naar de plek die dus Efese zou zijn. Ooit. Heel precies wist men het niet, maar het was gebeurd na de (legendarische) komst van de Doriërs en vóór Homeros de Ilias schreef. De Grieken plaatsten die gebeurtenissen, waarvan de historiciteit onduidelijk is, rond 1200 en rond 800 v.Chr. op de kalender. Als er een historische kern is in het verhaal over Androklos, bevindt die zich in de “Dark Ages”.

Efese is echter veel ouder. In teksten, gevonden in de Hittitische hoofdstad Hattusa, is sprake van Abasa. Die stad, de hoofdstad van het koninkrijk Mira, moet al rond 1600 v.Chr. hebben bestaan. Ze is teruggevonden op de Ayasoluk, de heuvel waarop tegenwoordig de kerk staat van de heilige Johannes.

Lees verder “Efese”