De antieke watermolen

Reconstructie van een door een watermolen aangedreven zaagmachine (Schloss Schallaburg)

Het is wel eens beschouwd als een van de grootste historische canards: het idee dat de watermolen pas in de Middeleeuwen zou zijn uitgevonden. Het bewijs dat ze al in de Oudheid watermolens kenden, is echter overstelpend. Waar en hoe ze precies zijn uitgevonden is niet helemaal duidelijk, maar we weten wel het een en ander.

Je hebt namelijk twee dingen nodig: waterraden om een as te laten draaien en tandwielen om die rotatie om te zetten in de beweging van bijvoorbeeld een zaag. De herkomst van het tandwiel ken ik niet, maar om een waterrad te bedenken, heb je een flinke rivier nodig met een gestage stroom. Daarmee kom je eigenlijk automatisch uit bij de Eufraat, Tigris en Nijl.

Lees verder “De antieke watermolen”

Romeins Lyon

Het altaar van de drie Gallische provincies in Lyon (Thermenmuseum, Heerlen)

Ik ben gisteravond aangekomen in Lyon. Een oude stad, met een voor-Romeins verleden. Er zijn hier twee Keltische nederzettingen geïdentificeerd, waarschijnlijk bewoond door de stam van de Segusiavi; ze gaan terug op de vroege La Tène-tijd, zeg maar 450 v.Chr. De ene nederzetting was een oppidum, een heuvelfort, op de westelijke oever van de Saône; deze locatie staat bekend als Fourvière. De andere nederzetting lag op de landtong tussen de Saône en de Rhône. Deze vroege stad heette mogelijk Lugudunon (“heuvel van Lugus”). Die naam is in elk geval aangetroffen op een munt uit 42 v.Chr. Het moge duidelijk zijn dat de Latijnse naam Lugdunum daarvan is afgeleid.

Het vroege Lyon lag dus aan de samenvloeiing van twee belangrijke rivieren. De Saône verbond de regio met de Moezel en de Rijn, en de Rhône leidde in de richting van de Boven-Donau. We kunnen ons het vroege Lyon voorstellen als een handelscentrum. Dat wordt bevestigd door de aanwezigheid van Italische amforen en Grieks aardewerk.

Lees verder “Romeins Lyon”

Prehistorisch China

Laat-Neolithisch aardewerk uit China (Musée Guimet, Parijs)

Deze blog gaat over de antieke wereld, dus de periode tussen pak ’m beet 3000 v.Chr. en 650 na Chr. De chronologische afbakening is simpel: daarvóór hebben we vooral archeologische bewijsmateriaal, daarna hebben we voldoende geschreven bronnen om te komen tot werkelijke geschiedschrijving. In de westelijke periferie ligt de einddatum iets later, maar voor het economisch, stedelijk en cultureel zwaartepunt van de antieke wereld, het oostelijk bekken van de Middellandse Zee, vormt het jaar 650 een mooi eindpunt.

De geografische grens is minder scherp. Daarom besteed ik ook regelmatig aandacht aan de Sao– en de Nok-culturen in subsaharaal Afrika en aan de culturen van Centraal-Eurazië. De Zijderoute is een fijn thema. Zo af en toe komt dus China in beeld, zoals bij de Romeinse beschrijving van het Zijdeland en de Chinese beschrijving van de staat Dà Qín, maar ik heb nooit een echt blogje gewijd aan het Verre Oosten. Een poging dus, met een kritische paragraaf aan het einde.

Lees verder “Prehistorisch China”

Efese

Een atleet uit Efese (Ephesos-Museum, Wenen)

Een van de meest overdonderende opgravingen die ik ken, is die van Efese, in het westen van het huidige Turkije. Volgens een legende die misschien een element van waarheid bevat, leidde ooit een Athener genaamd Androklos een groep Griekse kolonisten overzee naar de plek die dus Efese zou zijn. Ooit. Heel precies wist men het niet, maar het was gebeurd na de (legendarische) komst van de Doriërs en vóór Homeros de Ilias schreef. De Grieken plaatsten die gebeurtenissen, waarvan de historiciteit onduidelijk is, rond 1200 en rond 800 v.Chr. op de kalender. Als er een historische kern is in het verhaal over Androklos, bevindt die zich in de “Dark Ages”.

Efese is echter veel ouder. In teksten, gevonden in de Hittitische hoofdstad Hattusa, is sprake van Abasa. Die stad, de hoofdstad van het koninkrijk Mira, moet al rond 1600 v.Chr. hebben bestaan. Ze is teruggevonden op de Ayasoluk, de heuvel waarop tegenwoordig de kerk staat van de heilige Johannes.

Lees verder “Efese”

De Romeinse tempel voor Concordia

De schamele resten van de tempel van Concordia

Als ik aan de westelijke zijde van het Forum Romanum sta – en dat heb ik weleens gedaan – moet ik altijd denken aan de ontmoeting van Gregory Peck en Audrey Hepburn aan de voet van de Boog van Septimius Severus. Vlak daarbij liggen de schamele resten van de Romeinse tempel voor de godin van de Eendracht, Concordia.

De Standenstrijd

Dat heiligdom was in de jaren zestig van de vierde eeuw v.Chr. gebouwd om het einde te herdenken van het slepende sociale conflict tussen patriciërs en plebejers, de zogeheten Standenstrijd. De eerste groep, de Romeinse adel, monopoliseerde op dat moment consulaat en Senaat. Het plebs (letterlijk: het vulsel) was de rest van de bevolking, en daaronder waren ook rijke mannen die bestuursfuncties wilden bekleden. Hun voornaamste argument om toegelaten te worden tot de hoogste magistratuur, was dat zij in tijden van oorlog werden geacht in de voorste gelederen te strijden, maar dat zij geen invloed hadden op de beslissing over oorlog en vrede. Bovendien betaalden ze veel belasting zonder iets te mogen zeggen over de besteding daarvan.

Lees verder “De Romeinse tempel voor Concordia”

Aeneas Tacticus

We kennen ze wel: oude boeken over strategie. Sun Tzu’s Kunst van het Oorlogvoeren, of Clausewitz’ Over Oorlog. Gaan we de Grieks-Romeinse oudheid in, dan hebben mensen vaak van de laat Romeinse Vegetius’ De Re Militari (Over het Krijgswezen) gehoord en kan een enkeling de eerste-eeuwse Strategemata van Frontinus noemen. De (veel oudere) Aeneas Tacticus, onderwerp van deze blog, kan echter nauwelijks op publiek rekenen. Daar hoop ik vandaag verandering in te brengen.

Rond het midden van de vierde eeuw voor Christus, de eeuw van Plato, Xenophon en Demosthenes, schreef een Griek genaamd Aeneas (niet die van de Trojaanse Oorlog) een werk over het verdedigen van een belegerde stad, door mij betiteld als In Staat van Beleg. Het is ons incompleet overgeleverd, maar de veertig hoofdstukjes die we hebben, bevatten interessante inzichten in oorlogvoering in een gemeenschap uit de vierde eeuw. Daarnaast was Aeneas geen Athener; door de selectiviteit van de overlevering weten wij relatief veel over deze stad, maar met Aeneas’ werk krijgen we een waardevolle blik buiten de canon.

Lees verder “Aeneas Tacticus”

De invloed van Mommsen

Italische soldaat, vierde eeuw v.Chr. (Museum für Kunst und Gewerbe, Hamburg)

Ik geloof dat ik al eens heb verteld dat een van de plannen die ik voor de wat langere termijn heb voor deze blog, een geschiedenis is van Rome in de vierde eeuw v.Chr. Die bestaat in hoofdlijnen uit de boeken zes tot en met tien (“de tweede pentade”, in jargon) van de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius, in combinatie met andere bronnen, zoals Diodoros, en het archeologisch materiaal. In deze periode wist Rome, dat in 387 v.Chr. nog een nederlaag had geleden tegen een schare Gallische krijgers, centraal Italië aan zich te onderwerpen en de rest met verdragen aan zich te binden. In 295 v.Chr. was, met de slag bij Sentinum, een grootmacht ontstaan die het kon opnemen tegen de hellenistische staten in het oosten.

De materie behoort niet tot de “grote” oudheidkundige thema’s, zoals de Atheense democratie, de antieke economie of het keizerschap van Augustus. De Romeinse geschiedenis begint eigenlijk pas met de Tweede Punische Oorlog, terwijl archeologen meer belangstelling hebben voor archaïsch Italië – denk aan de Nederlandse opgravingen in Satricum en Crustumerium. Wat natuurlijk niet betekent dat er nóóit iets wordt opgegraven uit de vierde eeuw, maar ik heb niet de indruk dat er veel gebeurt.

Lees verder “De invloed van Mommsen”

Een Fenicische stad: Kerkouane

Kerkouane

De Feniciërs woonden midden tussen de Egyptenaren, Mesopotamiërs, Anatoliërs, Grieken en Romeinen, maar zijn ondanks deze centrale plek in de oude wereld minder goed gekend dan je verwacht. Hun teksten zijn verloren gegaan, en bovendien: probeer eens op te graven in Sidon en Tyrus, antieke havensteden die deels zijn verzwolgen en deels overbouwd door moderne steden. Hoewel er links weleens een Fenicische tempel is opgegraven en rechts weleens een Fenicisch straatje, zijn er eigenlijk maar twee plaatsen waar je een Fenicische stad als stad kunt bekijken: Motya op Sicilië en Kerkouane in Tunesië.

Kerkouane

Kerkouane ligt op het Kaap Bon-schiereiland, dat als een vinger vanuit Afrika wijst naar Sicilië. Op het schiereiland zijn belangrijke steengroeven, en verder verbouwen de boeren er allerlei gewassen. Het is dus niet vreemd dat hier een handelshaven kwam, waarvandaan het voedsel kon worden geëxporteerd, en waar schepen konden aanleggen als ze op weg waren naar de groeve. De oudste sporen van Fenicische aanwezigheid in Kerkouane dateren van rond 650 v.Chr.

Lees verder “Een Fenicische stad: Kerkouane”

Het antieke Jemen

Een dromedaris uit Jemen (Institut du monde arabe, Parijs)

Ik ben nog nooit in Jemen geweest. En ik denk dat het ook niet meer zal gebeuren. Dus dit blogje gaat over een gebied dat ik niet ken uit eigen waarneming. Het is echter ook een gebied dat hoort bij de oude wereld, zelfs al lag het aan de uiterste grens, waar het Mediterrane handelsnetwerk aanknoopte bij het netwerk rond de Indische Oceaan. Dat maakte het antieke Jemen belangrijk.

Het was een vanouds welvarend gebied. Zó welvarend dat de Grieken en Romeinen het aanduidden als het Gelukkige Arabië. Het is te hopen dat de bewoners dat nooit hebben gehoord, want het is bekend dat zij zich niet beschouwden als Arabieren. Om te beginnen woonden de Jemenieten in steden en waren ze landbouwers; ze waren, anders dan althans een deel van de Arabieren, geen nomaden. En ze spraken geen Arabisch. Die taal, die rond 1000 v.Chr. werd gesproken in zuidelijk Syrië en Jordanië, verspreidde zich in de IJzertijd naar het zuiden, maar vooralsnog niet naar Jemen.

Lees verder “Het antieke Jemen”

Wat is een krokotta?

Een Tasmaanse tijger (Sheffield, Tasmanië)

Wie een antieke tekst leest en stuit op een woord dat hij niet kent, zal hetzelfde doen als wie in een Nederlandse tekst een vreemd woord tegenkomt: het woordenboek erop naslaan. Maar wat als de lexicograaf het ook niet weet? Neem het dier dat in de Romeinse Keizertijd de krokotta heette.

Ktesias en Strabon

De eerste mij bekende vermelding is van Ktesias, een Griekse schrijver die een tijd aan het Perzische hof verbleef en nogal wat over India vertelt. Voor het goede begrip zeg ik er even bij dat de Grieken op dat moment het verschil tussen India en Afrika niet kenden. Wat wij beschouwen als twee landen werd bij hen bewoond door één volk, de donkere Ethiopiërs. Toen de mannen van Alexander de Grote later de Indus zagen, dachten ze dat het de Nijl was. Ook zeg ik erbij dat Ktesias niet altijd even goed onderscheid maakt tussen de harde feiten en vertelsels die hij aan het hof heeft gehoord.

Lees verder “Wat is een krokotta?”