Hoe schreven ze de Bijbel?

Ooit probeerde ik Ivanhoe te lezen. Al na een paar bladzijden ben ik gestopt, omdat de eindeloze beschrijvingen me tegenstonden. Walter Scott vermeldt zelfs de opening van de hals van een kledingstuk. Zulke ultragedetailleerde beschrijvingen laten te weinig over aan mijn verbeelding om me te boeien. De kale verhalen van de Bijbel liggen mij beter: er staat geen woord te veel in, zodat je je fantasie erop los kunt laten.

Dat betekent ook dat nogal wat onuitgelegd blijft. Een beroemd voorbeeld is Daniëls visioen van het Laatste Oordeel.noot Daniël 7. Hij heeft in zijn droomgezicht allerlei monsters uit de zee zien komen, en vervolgens staat er, zonder overbrugging, ineens laconiek “Ik zag dat er tronen werden neergezet en dat er een oude wijze plaatsnam.” Waarom die oude wijze meer dan één zetel nodig heeft, blijft onduidelijk en daarover is dan ook nogal wat rabbijnse discussie geweest. De auteur van Daniël lokt gedachtewisseling uit.

Lees verder “Hoe schreven ze de Bijbel?”

Een wierookbrander uit Cádiz

Fenicische wierookbrander (Archeologisch museum, Cádiz)

In het najaar van 2023 bezocht ik Cádiz, ooit de Fenicische stad waar het handelsnetwerk van de Middellandse Zee contact maakte met het handelsnetwerk van de Atlantische kusten. Hier moet tin uit Armorica zijn overgeslagen op schepen die voeren naar de Mediterrane havens. In het museum van Cádiz zag ik bovenstaande wierookbrander, die afkomstig zou zijn uit de tempel van de liefdesgodin Astarte. De datering, kort voor 600 v.Chr., biedt een mooie aanwijzing voor de verspreiding van de gewoonte om in tempels wierook te branden.

De brander is overigens gevonden in wat destijds de branding van de Atlantische Oceaan was. De vermoedelijke verklaring is dat het voorwerp, gewijd aan een godheid, niet zomaar kon worden vernietigd als ze niet langer bruikbaar waren. Het antieke tempelpersoneel groef hiervoor ook wel speciale kuilen.

Lees verder “Een wierookbrander uit Cádiz”

Prehistorisch China

Laat-Neolithisch aardewerk uit China (Musée Guimet, Parijs)

Deze blog gaat over de antieke wereld, dus de periode tussen pak ’m beet 3000 v.Chr. en 650 na Chr. De chronologische afbakening is simpel: daarvóór hebben we vooral archeologische bewijsmateriaal, daarna hebben we voldoende geschreven bronnen om te komen tot werkelijke geschiedschrijving. In de westelijke periferie ligt de einddatum iets later, maar voor het economisch, stedelijk en cultureel zwaartepunt van de antieke wereld, het oostelijk bekken van de Middellandse Zee, vormt het jaar 650 een mooi eindpunt.

De geografische grens is minder scherp. Daarom besteed ik ook regelmatig aandacht aan de Sao– en de Nok-culturen in subsaharaal Afrika en aan de culturen van Centraal-Eurazië. De Zijderoute is een fijn thema. Zo af en toe komt dus China in beeld, zoals bij de Romeinse beschrijving van het Zijdeland en de Chinese beschrijving van de staat Dà Qín, maar ik heb nooit een echt blogje gewijd aan het Verre Oosten. Een poging dus, met een kritische paragraaf aan het einde.

Lees verder “Prehistorisch China”

Efese

Een atleet uit Efese (Ephesos-Museum, Wenen)

Een van de meest overdonderende opgravingen die ik ken, is die van Efese, in het westen van het huidige Turkije. Volgens een legende die misschien een element van waarheid bevat, leidde ooit een Athener genaamd Androklos een groep Griekse kolonisten overzee naar de plek die dus Efese zou zijn. Ooit. Heel precies wist men het niet, maar het was gebeurd na de (legendarische) komst van de Doriërs en vóór Homeros de Ilias schreef. De Grieken plaatsten die gebeurtenissen, waarvan de historiciteit onduidelijk is, rond 1200 en rond 800 v.Chr. op de kalender. Als er een historische kern is in het verhaal over Androklos, bevindt die zich in de “Dark Ages”.

Efese is echter veel ouder. In teksten, gevonden in de Hittitische hoofdstad Hattusa, is sprake van Abasa. Die stad, de hoofdstad van het koninkrijk Mira, moet al rond 1600 v.Chr. hebben bestaan. Ze is teruggevonden op de Ayasoluk, de heuvel waarop tegenwoordig de kerk staat van de heilige Johannes.

Lees verder “Efese”

De Dame van Auxerre

De Dame van Auxerre (Louvre, Parijs)

Dit weten we zeker: op een dag in 1906 liep de Franse archeoloog Maxime Collignon door de abdij van Saint-Germain te Auxerre, en trof daar het bovenstaande beeldje aan. Niemand wist hem vertellen waar het vandaan kwam, en omdat er geen duidelijke eigenaar was, besloot hij dat het beter naar Parijs kon worden overgebracht. Als het beeldje namelijk stond opgesteld te midden van de Griekse kunst in het Louvre, zou het meer tot zijn recht komen. Sindsdien is wel geopperd dat het beeldje, de Dame van Auxerre, een tijdje dienst heeft gedaan als rekwisiet in het plaatselijke theater en dat het voordien eigendom is geweest van een reislustige koopman. Hoe en waar die eraan is gekomen, valt echter niet langer te achterhalen.

In het Louvre heeft het een ereplaats. Je kunt het daar niet missen, zelfs al is het nog geen tachtig centimeter hoog. Het staat in bijna elke inleiding tot de Griekse beeldhouwkunst omdat het geldt als een goed voorbeeld van de zogeheten daidalische stijl: een vroeg soort sculptuur die voortbouwt op de iets oudere Griekse geometrische kunst maar openstaat voor invloeden uit Egypte en het Nabije Oosten. Die combinatie was in de tweede helft van de zevende eeuw v.Chr., toen de Dame van Auxerre is gemaakt, natuurlijk niet ongebruikelijk en we duiden de periode dan ook wel aan als “oriëntaliserend”. Daidalische kunst wordt vooral geassocieerd met Kreta, en is door kunsthistorici met wat teveel verbeeldingskracht vernoemd naar de legendarische beeldhouwer Daidalos. U weet wel, de luchtvaartpionier.

Lees verder “De Dame van Auxerre”

Een Fenicische stad: Kerkouane

Kerkouane

De Feniciërs woonden midden tussen de Egyptenaren, Mesopotamiërs, Anatoliërs, Grieken en Romeinen, maar zijn ondanks deze centrale plek in de oude wereld minder goed gekend dan je verwacht. Hun teksten zijn verloren gegaan, en bovendien: probeer eens op te graven in Sidon en Tyrus, antieke havensteden die deels zijn verzwolgen en deels overbouwd door moderne steden. Hoewel er links weleens een Fenicische tempel is opgegraven en rechts weleens een Fenicisch straatje, zijn er eigenlijk maar twee plaatsen waar je een Fenicische stad als stad kunt bekijken: Motya op Sicilië en Kerkouane in Tunesië.

Kerkouane

Kerkouane ligt op het Kaap Bon-schiereiland, dat als een vinger vanuit Afrika wijst naar Sicilië. Op het schiereiland zijn belangrijke steengroeven, en verder verbouwen de boeren er allerlei gewassen. Het is dus niet vreemd dat hier een handelshaven kwam, waarvandaan het voedsel kon worden geëxporteerd, en waar schepen konden aanleggen als ze op weg waren naar de groeve. De oudste sporen van Fenicische aanwezigheid in Kerkouane dateren van rond 650 v.Chr.

Lees verder “Een Fenicische stad: Kerkouane”

Het antieke Jemen

Een dromedaris uit Jemen (Institut du monde arabe, Parijs)

Ik ben nog nooit in Jemen geweest. En ik denk dat het ook niet meer zal gebeuren. Dus dit blogje gaat over een gebied dat ik niet ken uit eigen waarneming. Het is echter ook een gebied dat hoort bij de oude wereld, zelfs al lag het aan de uiterste grens, waar het Mediterrane handelsnetwerk aanknoopte bij het netwerk rond de Indische Oceaan. Dat maakte het antieke Jemen belangrijk.

Het was een vanouds welvarend gebied. Zó welvarend dat de Grieken en Romeinen het aanduidden als het Gelukkige Arabië. Het is te hopen dat de bewoners dat nooit hebben gehoord, want het is bekend dat zij zich niet beschouwden als Arabieren. Om te beginnen woonden de Jemenieten in steden en waren ze landbouwers; ze waren, anders dan althans een deel van de Arabieren, geen nomaden. En ze spraken geen Arabisch. Die taal, die rond 1000 v.Chr. werd gesproken in zuidelijk Syrië en Jordanië, verspreidde zich in de IJzertijd naar het zuiden, maar vooralsnog niet naar Jemen.

Lees verder “Het antieke Jemen”

Anakreon

Anakreon (Neues Museum, Berlijn)

De Griekse dichter Anakreon leefde in de zesde eeuw v.Chr. en gold in de hellenistische tijd als een van de negen grootste lyrische dichters. Hij kwam uit Teos in Klein-Azië en lijkt rond het midden van de zesde eeuw, toen de Perzen de regio onderwierpen, naar Abdera aan de Thracische kust te zijn gevlucht. Later schijnt hij aan het hof van Polykrates, de alleenheerser van Samos, te hebben geleefd. De dichter zou vijfentachtig zijn geworden en als oude man het jeugdwerk van de toneeldichter Aischylos nog te hebben gekend. Men zegt dat Anakreon stikte in een druivenpit, wat niet alleen onmogelijk is maar ook behoort tot de standaardverhaaltjes die men vertelt over levensgenieters. Vergelijk het met De la Mettrie, nog zo’n materialistische levensgenieter, die zou zijn gestikt in de leverpastei.

Anakreon genoot van een goed glas wijn en schreef daar leuke gedichtjes over. Anders dan Omar Khayyam, die soortgelijke korte poëzie schreef over de wijnroes, lijken er geen dubbele bodems te zijn. Terwijl Omar Khayyam de wijn gebruikt om de mystieke extase en de vreugde van een Aha-erlebnis te beschrijven, lijkt Anakreon alleen maar geïnteresseerd in wijn om de wijn.

Lees verder “Anakreon”

De Nok-beschaving

Een kopje met drie gezichten (Musée du Quai Branly, Parijs)

Het NRC Handelsblad publiceerde dit weekend een interview met Zenab Badawi, auteur van An African History of Africa, dat ik al eerder vermeldde. Ik had in dat interview wat kritischer vragen verwacht. Badawi is namelijk wél geïnteresseerd in het verleden, maar haar boek wemelt van de slordigheden en redenatiefouten. Eén daarvan staat in geschiedenisjargon bekend als naïef positivisme: de aanname dat geschreven bronnen én accuraat én representatief zijn. De meeste mensen herkennen wel het eerste probleem (de bevooroordeeldheid van deze of gene bron), maar niet het tweede (de incompleetheid). Badawi is zo iemand. Ze volgt datgene waarover ze informatie heeft en schept zo een verhaal over het verleden, maar het verhaal is niet representatief voor het geheel. Sta me nog een jargonterm toe: An African History of Africa is, hoe sympathiek ook, niet objectadequaat. Een journalist mag daar best vragen over stellen. Je bent een krant hoor.

De Nok-beschaving

Een van de onderwerpen die Badawi overslaat, is de Nok-beschaving. Voor wie deze blog leest omdat ’ie belangstelling heeft voor de Oudheid: Hanno, de Karthaagse zeeman die een ontdekkingsreis maakte langs de westkust van Afrika, had daarmee contact toen hij de monding van de Niger passeerde. Het is ook een van de gebieden waarover W. F. G. Lacroix zijn mooie boek Africa in Antiquity schreef, waarin hij aantoonde dat de Grieks-Romeinse geograaf Ptolemaios betrouwbare informatie weergaf, gebaseerd op de mondelinge tradities waar een zeeman aan de monding van de grote rivieren kennis van kon nemen.

De Nok-cultuur wordt meestal door middel van thermoluminescentie gedateerd tussen 800 v.Chr. en 200 na Chr., met een “aanloopfase” waarover ik het nog zal hebben. Ze is dus even oud als de Nubische culturen van Napata en Meroë. Een respectabele context, zou je zeggen, maar Nok wordt doodgezwegen. En niet alleen door Badawi, hoewel die zegt het “complete verhaal” te willen vertellen.

Lees verder “De Nok-beschaving”

Een onbekende taal op Sicilië

Inscriptie uit Mendolito

Niet ver van het theater, amfitheater en het grote altaar van Syracuse, recht tegenover de wonderlijk mooie kerk van Onze Lieve Vrouwe van Tranen, bevindt zich het archeologisch museum. Naar goed Italiaans gebruik is het vernoemd naar een verdienstelijke archeoloog, in dit geval Paolo Orsi. De museale collectie is vermoeiend groot, en waanzinnig interessant.

Neem bovenstaande inscriptie uit Mendolito, een dorpje ten zuidwesten van de Etna. De vondstomstandigheden zijn duidelijk: dit zandstenen blok is in 1962 bij een officiële opgraving aangetroffen en maakte deel uit van een versterking uit het midden van de zesde eeuw v.Chr. Er staan zo’n vijftig letters op, die we van rechts naar links moeten lezen. Het interessante is dat we, ruim zestig jaar na de ontdekking, maar nauwelijks een idee hebben wat er staat.

Lees verder “Een onbekende taal op Sicilië”