De slag aan de Granikos (3)

De vlakte achter de Granikos

[Dit is het laatste van drie blogjes over de slag aan de Granikos. Het eerste was hier.]

De twee legers brachten de nacht dus tegenover elkaar door aan de Granikos. De Perzen hoopten de volgende dag de Macedoniërs te onderscheppen bij het oversteken van de stroom, maar die wachtten dat niet af. Omdat de Perzen niet mochten uitrukken vóór ze hadden geofferd aan de opkomende zon, zetten Alexander en zijn rechterhand Parmenion hun leger over in de laatste uren van de nacht.

De slag aan de Granikos

De aanval volgde bij dageraad, en de Perzen wisten dat er iets vreselijk mis was toen ze de aarde hoorden dreunen onder de voetstappen van de Macedonische falanx. Vanaf het begin waren ze in de verdediging. Door de snelheid waarmee de Macedoniërs oprukten, kon maar een deel van de Perzische cavalerie worden ingezet. Diodoros van Sicilië vertelt:

Lees verder “De slag aan de Granikos (3)”

De slag aan de Granikos (2)

De Granikos

[Dit is het tweede van drie blogjes over de slag aan de Granikos. Het eerste was hier.]

Al onze bronnen vermelden dat het Macedonische en het Perzische leger laat op de middag contact maakten, maar de auteurs zijn het oneens over het vervolg. Arrianus en Ploutarchos vertellen dat Alexander en zijn rechterhand Parmenion kort met elkaar spraken over de te volgen tactiek. De oude generaal wees erop dat de hellingen van het riviertje te steil waren om snel te beklimmen. Als de Macedoniërs de rivier overstaken, zei hij, waren ze een makkelijke prooi voor de Perzen op de oostelijke oever. Het was beter de stroom over te steken onder dekking van de nacht. Alexander antwoordde dat hij zich zou schamen als dit beekje hem tegenhield terwijl hij zonder problemen de zee was overgestoken, en gaf daarop het bevel voor een aanval dwars door het dal.

Conflicterende bronnen

Tot zover Ploutarchos en Arrianus. Diodoros van Sicilië, de auteur over wie ik gisteren blogde, vertelt iets anders. Volgens hem staken de Macedoniërs de Granikos vlak voor dageraad over, precies zoals Parmenion volgens Arrianus en Ploutarchos had geadviseerd.

Lees verder “De slag aan de Granikos (2)”

De slag aan de Granikos (1)

De Granikos

Het was nieuws over de Oudheid, eind december, en dus overdreven of op een andere manier twijfelachtig. Het is immers oudheidkunde. En ja hoor. De archeologen die eind december bekend maakten dat ze de plek hadden gevonden waar Alexander de Grote zijn eerste overwinning op de Perzen had behaald, hadden niets te melden dat we niet al heel, heel lang wisten. Het riviertje, de Granikos van toen ofwel de huidige Biga, is allang geïdentificeerd, Alexanders route eveneens, net als de vlakte waar is gevochten.

We hadden, kortom, weer eens een gevalletje oudheidkundige desinformatie bij de hand: archeologen die, op het moment dat journalisten hun aandacht hadden bij kerstmis en niet kritisch waren, zaten te hengelen naar aandacht. Dat getuigt niet alleen van een abnormaal lage professionele standaard, maar is in dit geval bovendien gewoon ronduit dom. Er zijn namelijk nogal wat mensen die weleens een boek over Alexander hebben gelezen. Als je de kluit belazeren wil, doe het dan niet waar iedereen (behalve journalisten) het herkent. De archeologen schoten dus weer eens fijn in hun eigen voet.

Lees verder “De slag aan de Granikos (1)”

De Hagia Sofia

De Hagia Sofia

Mijn zakenpartner reist bovengemiddeld veel en is niet snel ergens van onder de indruk, maar in Istanbul, in de Hagia Sofia, viel hij even stil. En ik snap hem helemaal. De kerk van de Heilige Wijsheid is ook voor mij een van de allermooiste monumenten uit de Oudheid. De Heilige Wijsheid in kwestie is overigens een andere aanduiding voor het Woord van God ofwel Christus.

De belangrijkste kerk van Constantinopel, want daarover hebben we het, stond op een boogscheut van een ouder christelijk heiligdom, de Kerk van de Goddelijke Vrede ofwel de Heilige Eirene. In de tekst die bekendstaat als de Notitia Urbis Constaninopoliana heten ze “de oude kerk” en de “nieuwe kerk”.

Lees verder “De Hagia Sofia”

Cornelis de Bruijn (3) Smyrna

Cornelis de Bruijn, Smyrna

Dit is het derde van dertien stukjes over Cornelis de Bruijn. Het eerste was hier.

***

Smyrna

Toen Cornelis de Bruijn in de zomer van 1678 vanuit Italië arriveerde in de belangrijke handelshaven Smyrna, werd hij onmiddellijk opgenomen in de kringen van de Europese diplomaten. De Hollandse consul bood hem onderdak en diens Engelse collega nam hem mee voor een bezoek aan Selçuk en de ruïnes van het oude Efese.

Dit was een warmer welkom dan de jongeman redelijkerwijs had kunnen verwachten. Het consulaat van Smyrna, een van de belangrijkste posten in de Hollandse diplomatie, werd bezet door een edelman die normaliter geen enkele zwerver zou ontvangen. De Bruijn was geen bekende kunstenaar en ook kon hij zijn gastheren (nog) niet vermaken met verhalen over landen die zij niet hadden bezocht. De gastvrijheid van de consul is des te opmerkelijker als we bedenken dat hij er zeker van was dat zijn gast had geprobeerd Johan de Witt te vermoorden. Ik noemde het al.

Lees verder “Cornelis de Bruijn (3) Smyrna”

De Frygiërs van koning Midas

Frygisch reliëfje (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Ik heb al een paar keer verwezen naar de Frygiërs, een volk dat in de IJzertijd woonde in Anatolië – zeg maar Turkije. Toen ik blogde over de taal van de Trojanen, wees ik er bijvoorbeeld op dat de Frygiërs vanaf de Balkan naar Anatolië waren gemigreerd en toen de voorouders van de Lydiërs naar het zuiden hadden geduwd. Voor deze migratie zijn verschillende aanwijzingen, zoals de verspreiding van typisch Balkan-aardewerk naar Troje VIIb. De Troje-expositie in Rotterdam stelde dit verband centraal, maar dat was in 1984. Ik weet niet of de archeologische inzichten nog dezelfde zijn.

Maar daarnaast is er het talige bewijs. De Frygische taal is te reconstrueren uit namen, citaten en pakweg 400 inscripties: ruim voldoende om te zien dat ze niet verwant is met de Anatolische talen van de Bronstijd, zoals het Luwisch, en de daarvan afgeleide IJzertijdtalen, zoals het Lydisch en het Karisch. Het Frygisch lijkt veel meer op de talen van het zuidelijke Balkanschiereiland en behoort dus tot een andere tak van de Indo-Europese familie. Ook de Griekse onderzoeker Herodotos weet dat de Frygiërs feitelijk Thracische Brygiërs waren, die ooit de Hellespont waren overgestoken.noot Herodotos, Historiën 7.3. De overgang van /b/ naar /f/ die we in deze twee eigennamen zien, is ook verder goed gedocumenteerd.

Lees verder “De Frygiërs van koning Midas”

Pamfylië

Korakesion

Pamfylië: eigenlijk iedereen die zich met de Oudheid bezighoudt heeft er wel eens van gehoord, maar het is ook een onbekend gebied. Je rijdt er doorheen als je van oostelijk Turkije langs de kustweg naar het westen gaat. Voor toeristen is Aspendos vermoedelijk de voornaamste plek om te stoppen, wellicht gevolgd door een bezoek aan het museum van Antalya als er in die stad wordt overnacht.

Pamfylië is een kuststrook, gevormd door de afzettingen van drie rivieren: de Kestros, de Eurymedon en de Melas. Ze monden uit in de Middellandse Zee, die hier de Golf van Antalya wordt genoemd. In het westen ligt Lycië, in het noorden liggen nog altijd de dennenbossen van Pisidië en in het oosten gaat Pamfylië over in Cilicië. Het grensfort had een oude Luwische naam waarin de Grieken hun woord Korakesion hoorden, “kraaiennest”. Het is het huidige Alanya.

Lees verder “Pamfylië”

Kinalua

Koning Suppiluliuma van Kinalua (Archeologisch museum, Antakya)

De grens tussen Syrië en Turkije loopt als een min of meer rechte lijn van oost naar west, maar vlak voor de Middellandse Zee buigt ’ie ineens naar het zuiden en weer naar het westen. Alsof er ineens iets is weggezakt. Dat iets is vooral de stad Antiochië, gesticht rond 307 v.Chr., Er zijn in dit wegzaksel echter ook oudere nederzettingen. Een daarvan is Tell Tayinat, vanuit Antiochië bezien  iets stroomopwaarts aan de Orontes. Het stadje, dat ooit Kinalua heette, was al bewoond in de Vroege Bronstijd en zal wel hebben geprofiteerd van de handel tussen de kust en de verder naar het binnenland gelegen steden als Karchemiš, Aleppo en Mari.

Zoals op deze blog wel vaker verteld, raakte het Bronstijdsysteem na 1200 v.Chr. in de problemen (de “Zeevolken”). Het rijk van de Hittieten, waartoe Kinalua had behoord, ging ten onder. Een nabijgelegen havenstad als Ugarit werd verwoest en verlaten. Kinalua, dat veilig ver van de kust lag, profiteerde ervan en werd nu een belangrijke stad, waar koningen resideerden die regeerden over een vrij grote regio. Aleppo behoorde zeker tot dit IJzertijdkoninkrijk, mogelijk ook Hama, dat 200 kilometer zuidelijker lag.

Lees verder “Kinalua”

De bizarre opgraving van Elaious

Het grafveld van Elaious

Een van de grootste drama’s in de aan drama niet arme Eerste Wereldoorlog was de campagne bij Gallipoli. In 1915 besloten de Britten en Fransen dat ze de Dardanellen (de antieke Hellespont) moesten veroveren en doorstoten naar de Bosporus en Constantinopel. Zo zou er een aanvoerroute worden geopend naar Rusland. De operatie liep uit op een bloedige mislukking. Hoewel de meeste soldaten tijdens deze campagne kwamen uit het Britse wereldrijk, waren er ook Fransen bij betrokken: het Corps Expéditionnaire d’Orient. De manschappen kwamen uit Algerije, Tunesië en Senegal.

Terwijl het Britse corps, ANZAC, landde op het eigenlijke schiereiland, landden de Franse troepen aan de Aziatische zijde van de Dardanellen, waar ze verhinderden dat Ottomaanse soldaten naar de Europese zijde zouden oversteken. Toen de Britten een bruggenhoofd hadden geschapen, kwamen ook de Fransen naar de Europese zijde. Op het schiereiland kwamen ze op de uiterst rechtse positie te staan, waar ze voortdurend werden beschoten. Er werden enorme kraters geslagen – en daarin bleken antieke resten te zitten. Zo begon een van de meest bizarre archeologische opgravingen aller tijden.

Lees verder “De bizarre opgraving van Elaious”

Jupiter Dolichenus

Jupiter Dolichenus (Römisch-Germanisches Zentralmuseum, Mainz)

Omdat ik wilde weten of mijn kennis van de Oudheid gelijke pas hield met het onderzoek, lees ik de laatste druk van het eerstejaarshandboek oude geschiedenis: Een kennismaking met de oude wereld van Luuk de Blois en Bert van der Spek. Ik was aangekomen bij het overzicht van de religie van de Romeinse keizertijd. Ik schrijf vandaag een aanvulling, want de god Jupiter Dolichenus blijft onvermeld. Toevallig was er iemand die me onlangs vroeg of ik daar eens over wilde bloggen. Daar gaat ’ie dus.

Om te beginnen: het is de oppergod van Doliche in Kommagene, een Anatolisch koninkrijk aan de Eufraat. De plek van zijn tempel heet tegenwoordig Dülük Baba Tepe, de heuvel van vadertje Dolichenus dus, en is niet ver van Gazi Antep. De cultus heeft wortels in een ver verleden: op afbeeldingen staat de god op een stier en draagt hij een bliksemschicht en een dubbele bijl, net als de Hittitische stormgod Tešub.

Lees verder “Jupiter Dolichenus”