Het Ur der Chaldeeën

Hoe Woolleys “deep sounding” in Ur er tegenwoordig uitziet

Van alle steden uit het oude Nabije Oosten zal “het Ur der Chaldeeën” na Babylon wel het bekendste zijn. Volgens de Bijbel was het de stad waar Abraham vandaan kwam. Uiteraard weet men tegenwoordig aan te wijzen waar het huis van de aartsvader zou hebben gestaan. Het is tenslotte archeologie.

Ontstaan

De stad is werkelijk oeroud. Ze gaat terug tot het vroege Chalcolithicum, de laatste fase van het Neolithicum. Anders gezegd: Ur stamt uit het vroege vierde millennium v.Chr. In Mesopotamië heet dat meestal de vroege Uruk-tijd; die valt ruwweg samen met wat in Egypte Naqada heet. Het klimaat was destijds wat vochtiger dan momenteel en ook het zeeniveau schijnt wat hoger te zijn geweest. Zo kwam het water van de Perzische Golf dichter bij de stad dan tegenwoordig het geval is. Zware overstromingen waren altijd mogelijk en sommige kleiafzettingen in de “deep sounding” zijn door opgraver Woolley zelfs geïnterpreteerd geweest als resten van de Zondvloed.

Lees verder “Het Ur der Chaldeeën”

De Warka-vaas

De Warka-vaas (Nationaal Museum van Irak, Bagdad)

Ik blogde al over de grote stad Uruk, tegenwoordig Warka, waar de overgang van Neolithicum naar geschiedenis is gedocumenteerd in niet minder dan achttien strata, d.w.z. de lagen die archeologen onderscheiden binnen een opgraving. In stratum III (ofwel de late Jemdet Nasr-periode ofwel het slot van de Prehistorie ofwel als de eerste geschreven teksten opduiken ofwel tussen 3100 en 2900 v.Chr. ofwel in de tijd waarin ze in Drenthe hunebedden bouwden) vonden de opgravers de bovenstaande vaas, die bijna een meter hoog is. Het kalkstenen kunstvoorwerp is te zien in het Nationaal Museum van Irak in Bagdad.

Plundering

U kent dat museum vermoedelijk wel omdat het in 2003 is geplunderd. De Warka-vaas is toen gestolen. Het voorwerp is later, toen er een amnestieregeling was, in veertien stukken geslagen teruggebracht en vervolgens gerestaureerd. Inmiddels is het terug in het museum. Als het niet zou zijn teruggebracht, was een goede kopie in het Pergamonmuseum in Berlijn alles wat we hadden gehad.

De onderste registers

De afbeelding vertelt veel over het Sumerische wereldbeeld. Helemaal onderaan zien we, ongeveer waar binnenin de vaas het langst het water moet hebben gestaan, allerlei golven. Het is niet moeilijk te raden wat het voorstelt. Daarboven zijn achtentwintig planten afgebeeld, die zijn te identificeren als dadelpalmen en gerst. Om en om.

Lees verder “De Warka-vaas”

Uruk, een oeroude stad

Uruk, met de ziggurat van Inanna

Uruk, dat in de Bijbel Erech en tegenwoordig Warka heet, was al in het vierde millennium een belangrijke stad in Zuid-Irak. Het was hier dat Arnold Nöldeke de aardewerkchronologie vaststelde waarover ik vorige week al blogde. Wat u zich rond 3200 v.Chr. bij zo’n grote stad moet voorstellen: iets met een oppervlakte van 250 hectare. Ter vergelijking: dat is een fractie meer dan het gebied dat in Rome was omsloten door de Serviaanse Muur (246 hectare) en fors meer dan de Amsterdamse Grachtengordel (198 hectare).

Uruk was al bewoond in de ‘Ubaid-periode (strata XVIII-XIII). Toen was het nog een groot dorp aan de Eufraat. De verstedelijking kwam in het vierde millennium op gang in de naar deze opgraving vernoemde Uruk-tijd (strata XI-VI). In de daarop volgende Jemdet Nasr-periode (strata V-III) was het al wel een echte stad, een van de eerste ter wereld. (Een mooi reliëf van een leeuwenjacht en de beroemde Warka-vaas, waarover ik binnenkort blog, stammen uit deze tijd.) De Eanna, de tempel van de liefdesgodin Inanna, was in de Vroegdynastieke tijd (Uruk II-I) een van de voornaamste religieuze centra van Mesopotamië. Het is de oudst-bekende vindplaats van wat bekendstaat als cone mosaic, een soort mozaïek van gekleurde kegeltjes.

Lees verder “Uruk, een oeroude stad”

De ontdekking van het oudste Irak

‘Ubaid-aardewerk (Archeologisch Museum van de Amerikaanse Universiteit in Beiroet)

De eerste opgravers in Irak waren mensen als Botta, die Nineveh ontdekte; Layard, die de Assyrische hoofdsteden opgroef; Koldewey, die hetzelfde deed in Babylon; en Hamdi, die het museum van Constantinopel stichtte. Hun enorme verdiensten staan buiten kijf, want het was bepaald geen sinecure in het zich hervormende Ottomaanse Rijk, zonder heel duidelijke politieke verhoudingen maar vol etnische spanningen, je werk te doen. Al bood die onduidelijkheid ook kansen. Kansen die wij misbruik zouden noemen.

Afgezien van de organisatorische problemen hadden deze archeologen te maken met het feit dat ze hun vondsten alleen konden interpreteren aan de hand van teksten. Die vormden weleens een dwaalspoor, zoals toen Koldewey in Babylon speurde naar Hangende Tuinen die even reëel waren als Diagon Alley in Londen. En dan waren er de dieper liggende lagen, die de allereerste steden documenteerden. Toen schreven de mensen nog niet, dus de opgravers hadden geen idee wat ze opgroeven. Sumeriërs? Nog nooit van gehoord. Ook wisten ze niet hoe oud het spul was dat ze opgroeven. Ze noemden het dus maar “aardewerk zoals gevonden in Nineveh”. Zo ontstond de gewoonte archeologische culturen te vernoemen naar de eerste vondplaats. De La Tène-cultuur is een Europees voorbeeld en Andronovo is een Aziatisch voorbeeld.

Lees verder “De ontdekking van het oudste Irak”

Koning van de vier windstreken

Sumerisch echtpaar (Nationaal Museum van Irak, Bagdad)

Ik blog de laatste tijd over het handboek waarmee ik in mijn eerste jaar aan de universiteit oude geschiedenis leerde, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek. Vandaag een aanvulling waarvan ik denk dat die belangrijk is.

Vroege Staat

Wat we in het vierde en derde millennium hebben gezien, is de groei van een stamsamenleving, waarin verwantschap de belangrijkste vorm van organisatie was, naar een maatschappij die we, met een woord van Henri Claessen, zouden kunnen typeren als “vroege staat”. Het tweede woord is hierbij eigenlijk wat misleidend, want in het bedoelde samenlevingstype vallen staat, koninklijke familie en hofhouding samen. Zoals ik al eens aangaf (maar ik weet niet meer waar), hebben we in het oude Egypte te maken met een één hof, dat zijn middelen van overal betrekt en zo een groot gebied beheerst, en is het verkeerd dit als een koninkrijk te zien. Dat is negentiende-eeuws. Voor Mesopotamië en Perzië geldt hetzelfde.

Lees verder “Koning van de vier windstreken”

“Rape in the sky”

Romeinse gem (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

We moeten wegens de corona zoveel mogelijk thuis blijven maar voor de opnames van Oog op de Oudheid moest ik afgelopen dinsdag toch echt naar Leiden, naar het Rijksmuseum van Oudheden. Daar was een expositie van gemmen – u weet wel, gesneden edelstenen – ingericht waar geen mens momenteel naar kan komen kijken. Het stemde me intens treurig. Het is zoiets als de weg weten in een huis dat is gesloopt. (Tussen haakjes: al mijn veel beleden sympathie voor Rotterdam maakt me niet blind voor de waanzin van de sloop in de Tweebosbuurt.)

Terug naar die gemmen. Hierboven een Romeins voorbeeld uit de eerste eeuw n.Chr.: een adelaar die iemand optilt. De adelaar is Zeus/Jupiter, daar zit geen probleem. Maar wie is de ander? Is het Hebe, de schenkster van de goden? Die wordt meestal afgebeeld met een beker in de hand. Is het – zie het plaatje hieronder – Ganymedes, de geliefde van Zeus? Het door een enorme adelaar meegevoerde mensje lijkt een vrouw met een haarknotje.

Lees verder ““Rape in the sky””

Klimaatcrisis, 2200 v.Chr.

Stofstorm in het noorden van Mesopotamië

In een eerder stukje in mijn reeks over het handboek oude geschiedenis dat ik, in een recente herdruk, aan het lezen ben, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek, wees ik erop dat als het boek nu zou zijn opgezet, er geen gescheiden behandeling zou zijn geweest van Egypte in het derde millennium en Mesopotamië in het derde millennium. De Vroege Bronstijd, zoals we deze periode ook wel noemen, veronderstelde handel in tin en netwerken die zich uitstrekten over duizenden kilometers. Hoewel in de twee genoemde regio’s voor ons leesbare schriftsystemen zijn ontstaan die voor ons begrijpelijke talen documenteren, was het Nabije Oosten onderdeel van één groot, vroeg wereldsysteem.

Hypercoherentie

Een systeem dat hypercoherent was geworden. U herinnert zich die term uit de complexiteitstheorie nog van de kredietcrisis van 2008 of kunt haar kennen uit het fijne boek van Eric Cline over het einde van de Late Bronstijd, 1177 BC. Het komt erop neer dat als alles met elkaar vervlochten is, een ramp in één onderdeel onvermijdelijk gevolgen heeft voor de andere delen. Je zou willen dat een van de onderdelen ongeschonden overeind bleef, als een anker voor de andere, maar in een hypercoherent systeem ontbreekt dat. Dat was niet alleen de situatie aan het einde van de Late Bronstijd, maar ook in de tweeëntwintigste eeuw v.Chr.

Lees verder “Klimaatcrisis, 2200 v.Chr.”

Ziggurat

De ziggurat van Ur

Het handboek waarover ik elke week een keer blog, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek, bevat een tekening van de ziggurat ofwel tempeltoren waarvan u hierboven een foto ziet. Ziggurats zijn het Mesopotamische equivalent van de Egyptische piramiden: grote kunstmatige vierkante bergen van steen. Ze zijn ook ruwweg even oud: ergens in het vroege derde millennium werd begonnen met de constructie van deze monumenten. Anders dan een piramide, die een vorstengraf is, is een ziggurat een tempel; en terwijl de bouw van de piramiden al na twee eeuwen over zijn hoogtepunt was (letterlijk) en rond 1640 v.Chr. helemaal ophoeld, gingen de Sumeriërs, Elamieten, Akkadiërs, Babyloniërs, Assyriërs de volken op de Iraanse hoogvlakte door met de bouw van tempeltorens tot in de Seleukidische tijd. De foto hierboven toont een hellenistisch monument.

Het woord ziggurat is afgeleid van ziqqurratu, Akkadisch voor “oprijzend gebouw”. Sommige van deze monumenten rezen inderdaad hoog. De tempeltoren die bekend staat als Etemenanki (“Huis van het fundament van de hemel op aarde”) in Babylon was 92 meter hoog. Nog groter was het heiligdom van de god Anu te Uruk, gebouwd in de derde of tweede eeuw v. Chr. De best bewaarde tempeltoren staat in Choga Zanbil in Elam, het huidige Khuzestan in Iran.

Lees verder “Ziggurat”

Mesopotamië in het derde millennium

Koning Maništušu van Akkad; kopie van een in de Ištartempelk in Nineveh gevonden portret. Het origineel is in het Nationaal Museum van Irak in Bagdad; deze kopie komt uit het British Museum in Londen.

In mijn reeks naar aanleiding van het handboek waarmee ik ooit oude geschiedenis leerde, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek, vandaag een stukje over het derde millennium in het Nabije Oosten. De verdeling die de auteurs aanbrengen (namelijk in paragrafen over enerzijds Egypte en anderzijds de Sumeriërs en Akkadiërs) is een erfenis uit de tijd dat oudheidkundigen alleen deze twee culturen kenden en dan vooral uit teksten.

Bronstijd

Het plaatje van wat bekendstaat als Bronstijd is nu helemaal anders. De archeologie documenteert deze fase uit de geschiedenis inmiddels in een veel grotere regio. De handel in tin zorgde immers voor contacten en ideeënuitwisseling, waardoor netwerken ontstonden van Oezbekistan tot Mesopotamië en van de Atlantische kusten tot Egypte. Jiroft is een belangrijke nederzetting in Iran en het BMAC is een van de fascinerendste beschavingen die is herkend sinds De Blois en Van der Spek de eerste versie van hun handboek naar de drukker brachten. De nadruk die zij leggen op de twee traditionele “oerculturen” is niet verkeerd – die twee culturen schreven tenminste – maar ik vermoed dat als ze hun boek nu zouden opzetten, ze één hoofdstuk zouden maken waarin de Vroege Bronstijd als één geheel werd behandeld.

Lees verder “Mesopotamië in het derde millennium”

Het begin van de Oudheid

Sumerisch echtpaar (door de vandalen vergeten toen ze het Nationaal Museum van Irak in Bagdadplunderden)

Objectieve kennis kan niet bestaan, maar als mensen met diverse achtergronden aan de hand van dezelfde data en dezelfde methoden tot dezelfde conclusies komen, zitten we aan de veilige kant. En je krijgt betere informatie als je meer en uiteenlopender data in je analyse betrekt. Klinkt logisch, gebeurt onvoldoende. De oudheidkundige opleidingen zijn te kort. Daarnaast zijn er twee andere problemen, namelijk dat inzichten achter betaalmuren liggen en dat het daardoor niet mogelijk is het publiek normaal te informeren. Daarom twijfel ik al een tijdje aan de zin van mijn activiteiten en keerde ik terug naar het handboek waarmee ik over oude geschiedenis leerde, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek.

Ik blogde er al eens over – een, twee, drie – en een van de auteurs, Van der Spek, reageerde al. Deze reeks kan leuk worden. Vandaag: het begin van de Oudheid. Ofwel de overgang van de laatste fase van de Prehistorie, het Chalcolithicum, naar de Bronstijd.

Lees verder “Het begin van de Oudheid”