De antieke watermolen

Reconstructie van een door een watermolen aangedreven zaagmachine (Schloss Schallaburg)

Het is wel eens beschouwd als een van de grootste historische canards: het idee dat de watermolen pas in de Middeleeuwen zou zijn uitgevonden. Het bewijs dat ze al in de Oudheid watermolens kenden, is echter overstelpend. Waar en hoe ze precies zijn uitgevonden is niet helemaal duidelijk, maar we weten wel het een en ander.

Je hebt namelijk twee dingen nodig: waterraden om een as te laten draaien en tandwielen om die rotatie om te zetten in de beweging van bijvoorbeeld een zaag. De herkomst van het tandwiel ken ik niet, maar om een waterrad te bedenken, heb je een flinke rivier nodig met een gestage stroom. Daarmee kom je eigenlijk automatisch uit bij de Eufraat, Tigris en Nijl.

Lees verder “De antieke watermolen”

Een oudheidkundig probleem: vergelijkingstheorie

Vergelijkingstheorie helpt vaststellen wat deze vier koningen vergelijkbaar maakt.

Vandaag een blogje over een probleem waarmee de oudheidkundige disciplines kampen: de onvoldoende uitgewerkte vergelijkingstheorie. Vóór ik daarop inga, eerst even terug naar vorige week. Toen schreef ik over het historisme: het denkbeeld dat alles een eigen, historisch gevormd karakter heeft. Dit maakt het op het eerste gezicht onmogelijk wetmatige verbanden aan te wijzen. Ik schreef:

Unieke evenementen en volken hebben immers niets gemeenschappelijks waarop zulke wetten gebaseerd kunnen zijn. Negentiende-eeuwse historici zochten bij het verklaren van het verleden dus niet naar algemene patronen, maar lieten zich inspireren door de tekstuitleg, en dan vooral door de psychologiserende hermeneutiek.

Anders geformuleerd, oudheidkundigen probeerden het verleden te verklaren door zich in te leven (ein zu fühlen) in de individuele actoren, wat hand in hand ging met een voorkeur voor grotemannengeschiedenis. Het focus op het individu betekende dat er geen vruchtbare samenwerking kon ontstaan met de in de negentiende eeuw groeiende sociale wetenschappen, die immers zochten naar algemeen-menselijke patronen.

Lees verder “Een oudheidkundig probleem: vergelijkingstheorie”

Qanat

Luchtfoto van een qanat; linksonder de opgraving van Anšan.

In de Maghreb hebben ze het over een foggara of een khettara, langs de Perzische Golf spreken ze van een falaj en in Iran noemen ze het een qanat. Of een karez. Maar het gaat steeds om hetzelfde: een door mensen gegraven ondergronds kanaal met ontluchtingsgaten. Als je erover heen vliegt, lijkt het alsof een bommenwerper een reeks bommen heeft laten vallen in eindeloos lange rij. Die kraters verbinden dus een dorp met een verderop gelegen bron, meer of een grot.

De ontluchtingsgaten hebben drie functies. Om te beginnen zijn ze er natuurlijk om lucht toe te voeren, maar ze dienen ook om bij het onderhoud makkelijk vuil en zand te verwijderen. Omdat ze ook zorgen voor licht in de tunnel, zijn ze nooit heel erg ver van elkaar verwijderd. Een laatste toepassing is die van valkuil: klein wild wordt naar zo’n gat gedreven en viel daar naar zijn dood.

Lees verder “Qanat”

Nero’s Gouden Huis (1)

Interieur van de vleugel van het Gouden Huis op de Oppius

In juli 64 na Chr. werd Rome getroffen door een catastrofe. Ik heb op deze blog de beroemde beschrijving door Tacitus weleens geciteerd. Grote branden waren niet ongewoon – elke voorindustriële stad werd er van tijd tot tijd door getroffen – en er waren voorzorgsmaatregelen genomen. Zo stonden her en der brandmuren, waarvan die achter het Forum van Augustus tegenwoordig nog het meest herkenbaar is.

Maar tegen een brand zo groot als die van 64 waren alle menselijke maatregelen vergeefs. De brand woedde dagenlang en legde hele wijken in de as. Keizer Nero nam meteen maatregelen voor de getroffen bevolking. Hij liet barakken bouwen in zijn tuinen aan de andere zijde van de Tiber, voerde levensmiddelen aan, liet toezien op woekerprijzen. Allemaal voorbeeldig, maar het gerucht dat hij de lier ter hand had genomen om de brand van Troje te bezingen, liet zich niet onderdrukken. De oplossing was, zoals bekend, dat hij de stedelijke Joden, die woonden tegenover de plek waar de brand was begonnen, de schuld gaf. Omdat dat er nogal veel waren, selecteerde hij een kleine, toch al omstreden groep: de messiasbelijdende joden die in het Grieks christenen heetten, vereerders van een gekruisigde rebel.

Lees verder “Nero’s Gouden Huis (1)”

Antieke technologie in Frankfurt

Antieke technologie: reconstructie van de sfaira van Archimedes.

Zoals ik maandag al vertelde zijn er in Frankfurt momenteel enkele interessante exposities. Om te beginnen een over de samaritaanse geloofsgemeenschap in het Bibelhaus en een andere over Mithras in het Archäologische Museum. Over de eerste had ik het afgelopen maandag al; de tweede was wat anders dan de tentoonstelling in Morlanwelz, met de nadruk op de verering van de licht- en vruchtbaarheidsgod in het Rijnland en Etrurië. In het Städel Museum is momenteel een kleine expositie van negentiende-eeuwse fotografie in Italiaanse steden en tot slot wijdt het Liebieghaus een tentoonstelling aan antieke technologie.

Techniek en machines?

Ik noem het gemakshalve antieke technologie, maar de titel is “Maschinenraum der Götter. Wie unsere Zukunft erfunden wurde” en dat is natuurlijk een hype, bedoeld om bezoekers te lokken. Die maken eerst kennis met de Babylonische wiskunde en de Egyptische astronomie, met een uitstapje naar het chemische proces waarmee de Egyptenaren blauw pigment maakten.

Lees verder “Antieke technologie in Frankfurt”

De mijnen van Laurion

Een van de groeven van Laurion

Oude Grieken, economie en technologie. Over deze drie-eenheid waren historici lange tijd kort en duidelijk: daar hoefden ze niet veel aandacht aan te besteden, want van door technologie gedreven economische groei was niet of nauwelijks sprake geweest. Dat beeld is intussen bijgesteld, omdat men de economie in de Griekse Oudheid niet meer met die van moderne naties vergelijkt maar in zijn eigen context bestudeert. En dan kan men constateren dat bijvoorbeeld de lier, de katrol en de borgvertanding, die de basis vormden voor een kraan, Griekse technologische vindingen waren met economische gevolgen.

Tot nu toe had archeologisch onderzoek geen rol gespeeld bij de studie van de economische impact van technologische ontwikkeling in het antieke Griekenland. Een recent Belgisch proefschrift over de Laurion-zilvermijnen heeft daarin verandering gebracht.

Lees verder “De mijnen van Laurion”

De geheimen van het pottenbakkerswiel

Ik was onlangs in Brugge en heb geconstateerd: het enige archeologiemuseum dat ons taalgebied rijk was, is inderdaad gesloten. U kunt nu nergens meer ontdekken wat archeologen feitelijk doen. Na het Gronings Universiteitsmuseum, dat een expositie Dig It All organiseerde over het belang van digitalisering, springt nu ook het Amsterdamse Allard Pierson Museum in de geslagen bres. “De geheimen van het pottenbakkerswiel” gaat over de methoden en technieken waarmee archeologen aardewerk uit de Oudheid onderzoeken.

Ik weet niet of ik het een expositie moet noemen. Het is meer een demonstratie en een extra aanbod van de ArcheoHotspot. De ArcheoHotspots, voor wie dat niet wist, zijn het beste te typeren als de (meestal permanente) spreekuren van de Nederlandse archeologie. Als u een intrigerend voorwerp vindt in uw tuin of iets erft van uw bereisde oudtante, kunt u het hier laten beoordelen, maar u kunt ook vrijwilligerswerk doen bij de vondstverwerking. Voor een literatuurverwijzing meer of minder draait men de hand ook niet om. En de ArcheoHotspot in het Allard Piersonmuseum biedt nu dus uitleg over de technische kant van het antieke keramiek.

Lees verder “De geheimen van het pottenbakkerswiel”