
In de voor-westerse wereld woonden allerlei volken, die regelmatig met elkaar te maken hadden en probeerden elkaar te begrijpen. Om zoiets te doen, druk je andermans denkbeelden uit in je eigen termen. Dit is vooral goed gedocumenteerd voor de antieke religie. De Romeinen interpreteerden de Griekse Hera alsof dat hun Juno was; de Grieken interpreteerden de Fenicische Melqart en de Indische Krishna alsof het Herakles was. De jargonterm is syncretisme.
De vraag welke god de joden vereerden, vormde het onderwerp van geleerde tafelconversatie. Althans, zo presenteert de Grieks-Romeinse auteur Ploutarchos het aan het begin van de tweede eeuw na Chr. in zijn essaybundel Vragen tijdens het diner. Een van de heren die aanliggen stelt de vraag of dat nou “de vrouwenopzwepende, van waanzinnige eerbetuigingen bloeiende Dionysos” is of Adonis. Een zekere Moiragenes geeft antwoord:









Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.