Erasmus en Luther

Erasmus (Nationaal Archief, Den Haag)

De tweede gekozen episode, nou ja een fase die jaren duurt, is de botsing tussen Erasmus en Luther. Een botsing die als ultieme consequentie had dat beider geschriften op de pauselijke index kwamen te staan. Waar ze pas in 1966 weer van afgehaald zijn.

Wetenschapper versus theoloog

De twee mannen deelden een afkeer van  de verkeerde praktijken van de kerk (aflaten, obscene rijkdom, de ongerijmdheid van allerlei religieuze voorschriften, waaronder het priestercelibaat). Daar ging het conflict niet over. Het ging over wetenschap en geloof. Een wetenschapper en stond tegenover een gelovige, of misschien moet ik zeggen als gelovige theoloog.

Voor Erasmus was de uitgave van het Nieuwe Testament in het (oorspronkelijke) Grieks (met daarnaast in een kolom een verbeterde Latijnse Vulgaat) gebaseerd op zoveel mogelijk bronnen, niet een geloofsdaad maar een wetenschappelijk daad. Voor Luther was de vertaling van de bijbel in het Duits een geloofsdaad. Hij gebruikte wel Erasmus’ Griekse uitgave maar waar hem Erasmus’ nauwkeurigheid niet zinde omdat dat niet strookte met zijn geloofsopvattingen, corrumpeerde hij gewoon de tekst, beter: hij ging weer terug op de oude Vulgaat-vertaling waarvan Erasmus nu vastgesteld had dat die niet deugde of voegde gewoon de geloofswaarheden van Augustinus in, in plaats van de oorspronkelijke Griekse tekst.

Lees verder “Erasmus en Luther”

Een Algerijnse film over Augustinus

Je kunt het aan mij overlaten om door Algerije te reizen, kijkend naar de steden waar Augustinus moet hebben gewoond en gewerkt, zonder in de gaten te hebben dat er in de Algerijnse bioscopen een film draaide over de bisschop van Hippo: Augustine, Son of Her Tears. Of ook wel Aghstynws, abin dumueuha. Dat laatste schrijf ik niet uit pedanterie, maar omdat het aangeeft wat de film is: een poging de man weg te halen uit de wereld van het Europese christendom maar te presenteren als Algerijn.

Gemeten aan wat de filmmakers beoogden, kan de film alleen worden getypeerd als succes. We krijgen de Algerijnse en Tunesische landschappen te zien. We zien Aghstynws niet alleen in een Romeinse tunica en toga, maar ook in een kandora en een qessabiya. De acteurs komen uit de Maghreb en dat heb ik in films over de Oudheid nog maar zelden gezien. Ik vond dat prettig ontregelend. De film verveelt beslist niet. Maar om nu te zeggen dat het een meesterwerk is dat u gezien hebben móet, nee.

Lees verder “Een Algerijnse film over Augustinus”

Martinus van Tours (Sint-Maarten)

SInt-Maarten (Museum Mayer van den Bergh, Antwerpen)

Dat niet alle christelijke heiligen bescheiden personen waren, wordt geïllustreerd door Martinus van Tours. Sint-Maarten, zoals u hem kent, nam zelf een biograaf in dienst om zijn heiligenleven schrijven. Je zou je ergeren aan Sulpicius SeverusLeven van de heilige Martinus  als de tekst niet zo interessant was. Martinus was namelijk bepaald geen kwezel.

Het verhaal van de mantel

Hij begon zijn loopbaan bij de Romeinse cavalerie en was achttien toen hij zich in 335 bekeerde tot het christendom. Dat gebeurde, zo lezen we, nadat hij bij de stadspoort van Amiens een naakte man had zien zitten, die door iedereen werd genegeerd. Het was hartje winter.

Lees verder “Martinus van Tours (Sint-Maarten)”

Barmhartige en andere samaritanen (2)

Samaritanen op de berg Gerizim (© Wikimedia Commons | gebruiker Fade to Black)

Ik schreef gisteren over de oorsprong van de samaritanen en vatte samen dat de cultus van JHWH altijd wijdverbreid is geweest en diverse cultusplaatsen heeft gehad. In de zevende eeuw v.Chr. begon Jeruzalem echter te claimen de enige échte tempel te hebben van de enige werkelijk vererenswaardige godheid. Dit werd gecodificeerd in de Wet van Mozes en dan met name het Bijbelboek Deuteronomium, dat samen met het Deuteronomistisch Geschiedwerk het begin vormt van wat we het jodendom kunnen noemen. Niet iedereen, zo schreef ik, ging mee met deze vernieuwing. Ik bracht Elefantine in herinnering en vertelde dat ook elders oude tradities bleven bestaan, die ertoe leidden dat, toen de noordelijke JHWH-vereerders de Wet aanvaardden, ze daarin enkele wijzigingen aanbrachten.

Tempelbouw

Als jaartal noemde ik “na 500 v.Chr.”. Dat was omdat ik even geen zin had in een discussie over het ontstaan van de Wet van Mozes,. Dat is een mijnenveld. Toch kunnen we iets preciezer zijn. Vlak voor 330 v.Chr. was er verdeeldheid onder de priesters van Jeruzalem en verschillende families verlieten de stad. Volgens Flavius Josephus vestigden zich in Samaria, een belangrijk bestuurscentrum in het toenmalige Perzische Rijk. Daar kregen ze in 332 v.Chr. van de Macedonische veroveraar Alexander de Grote toestemming om een ​​eigen tempel te bouwen op de berg Gerizim, vlakbij Sichem, een paar kilometer ten oosten van Samaria. Archeologisch is de vastgesteld dat Sichem rond dit moment werd herbouwd.

Lees verder “Barmhartige en andere samaritanen (2)”

Barmhartige en andere samaritanen (1)

Altaar uit Sichem (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

U kent de samaritanen – met een kleine letter graag – van de gelijkenis over de barmhartige samaritaan. U weet wel: de evangelist Lukas vertelt over een reiziger die op weg van Jericho naar Jeruzalem in de handen van rovers valt. Uitgeschud ligt hij langs de weg. Een leviet en een priester laten hem voor dood liggen maar een passerende samaritaan neemt zijn verantwoordelijkheid wel. Het is een wondermooi verhaal over beschaving: dat je iemand die niet tot je eigen groep behoort, erkent als medemens. Misschien komt het door deze elegantie dat je niet herkent hoe absurd het eigenlijk is. Geen rover kan de weg van Jericho naar Jeruzalem onveilig hebben gemaakt. Het was een van de drukste en best bewaakte straten in Judea.

Joden en samaritanen

Maar daarover wilde ik het niet hebben. Het gaat om de vraag wat de samaritaanse geloofsgemeenschap nu eigenlijk is. Samaritanen lijken op joden, maar er zijn enkele verschillen, waarvan sommige heel oud.

  • Eén: samaritanen denken dat de tempel niet in Jeruzalem zou moeten staan, maar op de berg Gerizim nabij Sichem (het huidig Nablus);
  • Twee: samaritanen geloven dat hun lijn van priesters de legitieme is, in tegenstelling tot de lijn van priesters in Jeruzalem;
  • Drie: samaritanen aanvaarden alleen de wet van Mozes (Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri, Deuteronomium) als gezaghebbend. Van deze boeken hebben ze ook een iets andere tekst.
  • Vier: samaritanen erkennen dus de profeten en de geschriften niet als gezaghebbend.

Lees verder “Barmhartige en andere samaritanen (1)”

Vroom bedrog

Orakelhoofd uit Cherchell (Musée Public National, Cherchell)

De agrarische rendementen in de oude wereld waren laag en dat betekende dat de overgrote meerderheid van de mensen werkzaam was in de agrarische sector. Slechts één op de tien mensen was geen boer en dat konden ambachtslieden, soldaten of leerkrachten zijn. Eén van de gevolgen van deze situatie was dat informatie een heel andere karakter had. Weliswaar wilde men destijds, net als nu, dat informatie correct was, maar anders dan ons ontbrak het de ouden aan de middelen om dingen te onderzoeken. Je nam dus maar aan dat iets waar was als het leek op informatie die je al had.

Voor het overige moest je maar je toevlucht nemen tot het bovennatuurlijke. Vandaar de populariteit van orakels en waarzeggers: droomduiders, astrologen, kaaskijkers, vogelvluchtspecialisten, ingewandenlezers, visorakels… Sommige van deze adviseurs waren niet vies van een vrome fraude. In het handboek voor dromenuitleggers dat Artemidoros van Daldis heeft geschreven, is een opmerking dat je een beetje hocus pocus moest toevoegen; de klanten verwachtten het nu eenmaal en het maakte dat ze dingen makkelijker geloofden. De ingewonnen informatie leek hierdoor immers op informatie die ze al hadden.

Lees verder “Vroom bedrog”

Altaar in Rindern

Het altaar van Rindern (foto Paul van der Heijden)

Eerst even een misverstand uit de wereld helpen: het dorpje Rindern, even ten noorden van Kleef, is niet het Romeinse Arenacum. De namen lijken op elkaar, zeker, maar archeoloog Jan Verhagen heeft aannemelijk gemaakt dat de Romeinen met die naam Kleef bedoelden. (Op mijn website moet ik dit nog corrigeren.) De heridentificatie neemt niet weg dat Rindern in de Oudheid bewoond is geweest en dat het kleine museum Forum Arenacum heet.

Ik ben daar in 2009 met mijn zakenpartner langs gereden, op weg naar een echt buitenland dat ik me nu niet herinner. We wilden destijds ook het altaar in de kerk zien, want er is een beroemde Romeinse inscriptie, maar die dag was de kerk op slot. Afgelopen zaterdag hadden mijn vriendin en ik meer succes. Hier is de tekst op de ongeveer een kubieke meter grote steen, zoals die er momenteel uitziet (EDCS-11100795).

Marti Camulo
sacrum pro
salute Tiberii
Claudi Caesaris
[A]ug(usti) Germanici Imp(eratoris)
[c]ives Remi qui
[t]emplum constitu-
erunt

Lees verder “Altaar in Rindern”

Misverstand: Vrouwelijke geestelijken

Hippo Regius, Basiliek

Ik wilde eigenlijk verder werken aan mijn reeks over patronen van misinformatie toen ik dit artikel tegenkwam. Een oudheidkundige heeft  aanwijzingen dat er vrouwelijke geestelijken zijn geweest in de vroege kerk.

New research recently unveiled in Rome suggests women had a greater role in the early church’s ministries and liturgies than previously thought.

Let op dat lamlendige “than previously thought”. “Anders dan aangenomen” is de ergste stoplap uit de wetenschapsjournalistiek.

Lees verder “Misverstand: Vrouwelijke geestelijken”

Byzantijnse krabbel (13a): Paulus Tagaris

Tyrus, de resten van de kerk waar Paulus tot bisschop werd gewijd

Om een of andere duistere reden heeft Jan van Aken, die toch zo’n beetje alle schelmen van de Middeleeuwen heeft beschreven, zich nog niet gewaagd aan Paulus Tagaris, de grootste bluffer uit de Byzantijnse geschiedenis. We hebben het over de tweede helft van de veertiende eeuw, toen het Byzantijnse Rijk vanuit het oosten door de Ottomaanse Turken en vanuit het noordwesten door de Serviërs in de tang werd genomen. Alsof dit nog niet genoeg was, trok van 1346 tot 1353 de Zwarte Dood door Europa, die Constantinopel hard trof. De samenleving wankelde en dat bood aan een avonturier alle ruimte.

Het eerste wat we horen van Paulus is dat hij zich, na een mislukt huwelijk en een verblijf als monnik in Palestina, aandiende in Constantinopel met in zijn bezit een icoon met geneeskrachtige eigenschappen, waar hij goed geld mee wist te verdienen. De patriarch durfde aanvankelijk niet tegen hem op te treden omdat Paulus lid was van de vooraanstaande Tagaris-familie, maar uiteindelijk overspeelde hij zijn hand en werd hij teruggestuurd naar Palestina.

Lees verder “Byzantijnse krabbel (13a): Paulus Tagaris”

Byzantijnse krabbel (11): Bogomielen

De obelisk in de hippodroom van Constantinopel

In mijn reeks stukjes over het Byzantijnse Rijk nu een wat minder vrolijk verhaal. Het komt uit de Alexias van Anna Komnene, de dochter van keizer Alexios I Komnenos (r.1081-1118). Hij is de man die orde op zaken probeerde te brengen – en ook eigenlijk een heel eind kwam – na de catastrofale crisis na de Byzantijnse nederlaag tegen de Turken bij Manzikert in 1071. Alexios werd geconfronteerd met het ene probleem na het andere: Turken in Anatolië, een aanval van de Normandiërs van Sicilië, strooptochten van de Petsjenegen en tot overmaat van ramp de doortocht van de ridders van de Eerste Kruistocht.

Alexios wist de crises te overleven en het rijk enigszins te herstellen. Zijn dochter deed er verslag van in een van de lezenswaardigste geschiedwerken uit de Middeleeuwen. (De titel Alexias is een woordspeling op Ilias en ik houd daarom niet van de meer gangbare weergave Alexiade.) Anna heeft echter meer te vertellen dan verhalen over politiek en oorlog. Bijvoorbeeld over de bogomielen, een religieuze groep op het Balkanschiereiland.

Lees verder “Byzantijnse krabbel (11): Bogomielen”