Strijdwagen

Reconstructie van een Cypriotische strijdwagen

Het Allard Pierson-museum in Amsterdam wordt verbouwd en de laatste keren dat ik er was heb ik de bovenstaande strijdwagen niet gezien. Hoewel hij lijkt op een Assyrische strijdwagen, zoals we die kennen van reliëfs, stond hij op de afdeling Cyprus: een wagen uit wat ik gemakshalve de IJzertijd zal noemen. Ik mis hem wel een beetje want het was een leuk ding om kinderen uit te leggen dat de Oudheid anders was. Geen auto maar een wagen, geen benzine maar paardenkracht. Voor volwassenen kun je toevoegen dat de energie dus niet uit delfstoffen kwam maar uit voedsel en dat trekdieren met mensen concurreren om de schaarse voedingsmiddelen.

Strijdwagens waren vooral belangrijk in de Bronstijd. U kent de afbeeldingen uit Egypte wel, waarop de koning als boogschutter staat afgebeeld, zijn vijanden verdelgend. Eigenlijk is dat een beetje problematisch, want het is volstrekt onmogelijk om staand in zo’n gammel bakje en rijdend over een oneffen terrein aan te leggen en te mikken. Het idee van rijdende schutterij moet u dus maar vergeten. Het is mogelijk dat strijdwagens vooral werden ingezet om op andere legers in te rijden, dus voor een shock-and-awe-aanval. Tijdens de veldslag op de vlakte bij Kadesh (1274 v.Chr.) sloegen de Hethitische strijdwagens inderdaad een complete Egyptische divisie uiteen.

Lees verder “Strijdwagen”

Een museum als belediging

Maa-Palaiokastro, Museum voor de Griekse kolonisatie

In de Late Bronstijd, bezochten Mykeense Grieken Cyprus. Hun producten zijn op allerlei plekken gevonden, de naam “Alashiya” (Cyprus) is te vinden op Lineair-B-tabletten, Hethitische teksten vertellen dat een krijgsheer uit Ahhiyawa (Griekenland) een expeditie deed naar Alashiya en aan boord van het Uluburun-schip, dat tjokvol bronsbaren uit Cyprus lag, lijken twee Mykeense krijgers te hebben gevaren, op weg naar huis. Toen in het Griekse moederland de paleisburchten in de dertiende eeuw v.Chr. ten onder gingen, trokken vluchtelingen naar Cyprus. Een van hun vestigingsplaatsen was Maa-Palaiokastro, de voorganger van het latere Pafos. Na een kwart eeuw werd deze plek alweer ontruimd.

Kort als de Grieken er hebben gewoond, laten we zeggen van 1200 tot 1175 v.Chr., de plek was wel de plek waar ze echt woonden. Alle eerdere aanwijzingen zijn nog te verklaren als handel, als krijgers die komen en gingen, als kooplieden die waren gemigreerd naar hun afzetmarkt. Maar Maa-Palaiokastro is een echte Griekse nederzetting en dat maakt de opgraving nogal symbolisch voor het huidige Cyprus. De meeste Cyprioten spreken immers Grieks en volgen de Cypriotische variant van het Griekse christendom. Een Cyprioot herkent in Griekse liedjes iets dat hem aanspreekt en zal op het Eurovisie-songfestival dan ook douze points geven aan Griekenland.

Lees verder “Een museum als belediging”

Een vaas uit Kition

Een vaas uit Kition, dertiende eeuw v.Chr.

Nog even een Cypriotisch voorwerp, gewoon omdat ik zin heb in Cypriotische voorwerpen. Dus: een mooie vaas uit Kition, het huidige Larnaca, in het zuidoosten van Cyprus. Deze havenstad was de plek waar in de Brons- en IJzertijd schepen aanmeerden uit Byblos en andere Levantijnse havensteden. Er kwamen echter ook Grieken en deze vaas zou weleens Mykeens kunnen zijn, al oogt het mannetje in het onderste register eerder oosters. In elk geval, de afbeelding heeft iets levendigs, kijk maar naar de break.

Lees verder “Een vaas uit Kition”

Moedergodin uit Cyprus

Beeldje van wat weleens een moedergodin zou kunnen zijn (Nationaal Museum van Denemarken, Kopenhagen)

Tja, wat is dit nou weer? Ik zal eerlijk gezegd: ik weet niet wat het bovenstaande is. Er zijn op Cyprus tientallen van dit soort poppen / stèles / beeldjes / figuren gevonden en ze zijn ook te bewonderen op de mooie expositie “Eiland in beweging” in ons Rijksmuseum van Oudheden. Het zijn onmiskenbaar vrouwelijke figuren met steeds weer wonderlijke hoofden. Vaak hebben ze een kind aan de borst al draagt deze dame, te zien in het Nationaal Museum van Denemarken in Kopenhagen, haar kind op d’r schouder.

Het materiaal: altijd terracotta, altijd oranjerood. Vindplaats: soms in een graf, soms in wat een heiligdom zou kunnen zijn geweest. De ouderdom: de Late Bronstijd, dus ergens tussen 1450 en 1150 v.Chr.

Lees verder “Moedergodin uit Cyprus”

Laatantiek Cyprus

De bruiloft van David en Mikal: een van de stukken uit de Lambousa-schat uit Lapethos (Cyprus Museum, Nicosia)

In de vierde eeuw n.Chr. werd Cyprus getroffen door twee aardbevingen (in 332 en 342). De schade was voldoende om de provinciale hoofdstad van Pafos te verplaatsen naar Salamis, dat werd omgedoopt tot Constantia (naar keizer Constantius II). Over het algemeen bleef het eiland echter floreren.

De geschiedenis van Cyprus was in deze tijd die van het oostelijke deel van het Romeinse Rijk. De bewoners volgden de religieuze mode en bekeerden zich tot het christendom. Naar verluidt heeft de moeder van keizer Constantijn de Grote, Helena, achter Larnaka het Stavrovouni-klooster gesticht. Christelijke basilieken verrezen in Nicosia, Salamis en Kourion. In 488 kreeg het eiland een speciale status binnen de kerk: het werd als autokefaal beschouwd, wat betekent dat de belangrijkste bisschop geen verantwoordelijkheid was verschuldigd aan een van de patriarchen. Dit is nog steeds het geval, al bevindt de bezoeker zich absoluut in de sfeer van de Griekse orthodoxie.

Lees verder “Laatantiek Cyprus”

Romeins Cyprus

Inscriptie van een Romeinse officier uit Pegeia (Cyprus Museum, Nicosia)

In 58 v.Chr. veroverden de Romeinen Cyprus. Aanvankelijk maakte het eiland deel uit van de provincie Cilicië; tijdens de burgeroorlogen werd het teruggegeven aan het Ptolemaïsche Rijk; uiteindelijk werd het in 31 v.Chr. een zelfstandige provincie. De kopermijnen werden toegekend aan een Romeinse bondgenoot, Herodes de Grote, de koning van Judaea. Hoewel Salamis de grootste stad van het eiland bleef, woonde de gouverneur (iemand met de rang van procurator) in Nieuw Pafos: het lag dichter bij Rome en bovendien was dit een makkelijke voortzetting van de Ptolemaïsche praktijk. Het is de plaats waar de apostel Paulus werd verhoord.

Salamis bleef daarentegen de belangrijkste handelshaven, terwijl Oud-Pafos het belangrijkste religieuze centrum bleef: dit was de plaats waar Afrodite vanouds werd vereerd. De aanbidding van Afrodite was echter niet langer de enige belangrijke cultus: ook het orakel van Apollo in Kourion werd nu belangrijk.

Lees verder “Romeins Cyprus”

Ptolemaïsch Cyprus

De filosoof Zenon van Kition (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

Cyprus heeft altijd opengestaan voor invloeden van buitenaf. In de vroege zesde eeuw was er invloed uit Egypte, in de vijfde eeuw uit Perzië en daarna worden de Griekse elementen prominenter. Nadat Alexander de Grote het Achaimenidische Rijk was binnengevallen en de Perzische koning Darius III Codomannus in 333 v.Chr. bij Issos had verslagen, kozen de Cyprioten de zijde van de Macedonische koning, met wie zij de Griekse cultuur deelden. Een jaar later namen Cypriotische schepen deel aan het beleg van Tyrus.

Na de dood van Alexander in 323 was Cyprus een van de strijdtonelen voor zijn opvolgers (meer). Aanvankelijk bezet door Ptolemaios, de satraap van Egypte, werd het aangevallen door diens rivalen Antigonos Eénoog en zijn zoon Demetrios Poliorketes, die in 306 het garnizoen van Ptolemaios te Salamis belegerden. Toen Ptolemaios arriveerde met een vloot om de blokkade op te heffen, werd hij verslagen en moest het garnizoen capituleren. Het belang van Cyprus kan worden afgeleid uit het feit dat Antigonos en Demetrios zich onmiddellijk daarna tot koningen lieten uitroepen.

Lees verder “Ptolemaïsch Cyprus”

Perzisch Cyprus

Cypriotisch mannenportret (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Rond 530 v.Chr. hadden de Perzen Cyprus onderworpen. De lokale heersers bleven aanvankelijk aan de macht, maar dit begon te veranderen tijdens het bewind van koning Darius (r.521-486), de grote organisator van het Achaimenidische Rijk. Hij verstevigde de Perzische greep op het eiland. Als we de Griekse onderzoeker Herodotos moeten geloven, was de directe oorzaak een conflict tussen Cypriotische heersers, waarbij Onesilos, de heerser van de noordelijke stadstaat Soloi, de macht overnam in Salamis. Behalve van Amathous ontving hij steun van het gehele eiland.

Tegelijkertijd – we hebben het over het 499 v.Chr. – kwamen de Griekse steden in Klein-Azië in opstand tegen de Perzische heersers. Om de orde te herstellen, stuurden de Perzen een expeditieleger, dat ook Cyprus zou passeren en daar de zaken zou regelen. Onesilos vroeg hulp van de Griekse rebellen, die hij vrijwel onmiddellijk ontving: net als koning Amasis van Egypte (zie hierboven) beseften de rebellen dat Cyprus een perfecte basis was om de Fenicische havens aan te vallen. Zolang ze Cyprus zouden beheersen, hadden ze geen Perzische vloot te vrezen.

Lees verder “Perzisch Cyprus”

Feniciërs, Assyriërs en Egyptenaren

Sargon op een reliëf uit Kition (Pergamonmuseum, Berlijn)

Als je op de hellingen van het Libanon-gebergte staat kun je bij zonsondergang, met een beetje geluk, de bergen van Cyprus herkennen: een dunne zwarte lijn aan de horizon. Het is gemakkelijk te begrijpen waarom de Feniciërs van Akko, Tyrus, Sidon, Berytus, Byblos en Aradus zich aangetrokken voelden tot het eiland in het westen, dat zo rijk was aan koper en hout.

Rond 820 v.Chr. namen de Tyriërs – om redenen waarover ik eerder deze week schreef – de verlaten stad Kition over. Het werd al snel een knooppunt in het Fenicische handelsnetwerk, dat een voortzetting was van het systeem uit de Bronstijd. Vanaf Cyprus zouden de Fenicische schepen varen naar Sicilië, naar Karthago en verder. Cyprus was nu weer verbonden met Egypte, Fenicië, Griekenland, Italië en het westelijke Middellandse Zee-gebied.

Lees verder “Feniciërs, Assyriërs en Egyptenaren”

Cyprus in de IJzertijd

Kop van een man uit Idalion (Neues Museum, Berlijn)

In de Bronstijd was Cyprus bewoond geweest door mensen die een taal spraken die we tegenwoordig “Eteocypriotisch” noemen. Er waren handelscontacten geweest met de Mykeense Grieken, die zich na de ondergang van de paleisburchten hadden gevestigd op Cyprus en het Peloponnesische dialect hadden meegenomen.

Na de ineenstorting van het handelssysteem van de Bronstijd, dat zich uitstrekte tot aan de tinmijnen aan de Atlantische kust, begon de tijd die we aanduiden als de Duistere Eeuwen, zeg maar de tijd tussen 1150 en 850 v.Chr. De traditionele naam is niet helemaal terecht, want juist de veronderstelde duisterheid heeft archeologen aangetrokken en de afgelopen halve eeuw is er veel bekend geworden, zeker voor het Neohittitische Anatolië en Syrië.

In deze tijd werden de drie schriftsoorten van Cyprus vervangen door een vierde, dat eenvoudigweg “Cypriotisch” wordt genoemd en is afgeleid van Cypro-Minoïsch-1. Het lijkt wel wat op het Lineair-B van de Mykeense Grieken, werd gebruikt om zowel Grieks als Eteocypriotisch te schrijven en zou nog eeuwen in gebruik zijn.

Lees verder “Cyprus in de IJzertijd”