XI Claudia aan de Donau

Grafsteen van een soldaat van XI Claudia (Archeologisch Museum, Zagreb)

In 101 na Chr., dertig jaar na aankomst in Windisch, werd XI Claudia, waarover het vorige blogje ging, overgeplaatst naar Brigetio (Szöny) in Pannonia Inferior gestuurd. Van hieruit moet het legioen hebben deelgenomen aan de Dacische Oorlog van keizer Trajanus (101-106).

Vóór 114 werd het legioen opnieuw overgeplaatst, en wel naar Durostorum in Moesia Inferior, het huidige Silistra. Hier, niet ver van de delta van de Donau, zou de eenheid drie of vier eeuwen blijven. De rekruten waren steeds vaker jonge mannen uit het nabijgelegen Thracië.

Lees verder “XI Claudia aan de Donau”

Alexander de Grote op de Balkan

Het Balkangebergte, niet ver van waar Alexander de Grote de bergen overstak.

Wie zich bezighoudt met de geschiedenis van het oude Griekenland, focust al snel op Athene, waar de meeste bronnen vandaan komen, en op de stadstaten waarmee Athene in de klassieke tijd het meest te maken had: Sparta, Korinthe, Thebe, en in mindere mate ook Milete, Syracuse en Kyrene. Je zou haast over het hoofd zien hoe belangrijk de contacten waren met het noordelijk deel van het Egeïsche Zee-gebied. In het noordwesten lag Macedonië, in het noordoosten woonden de Thraciërs. De halve geschiedenis van het klassieke Athene draait om het beheer van Amfipolis, op de grens van de twee gebieden, waar het scheepshout vandaan kwam.

Goud

Het zuidoosten van het Balkanschiereiland had echter meer te bieden. Wie nu in het Drents Museum gaat kijken naar de expositie over Dacië, ziet het vele goud. Er waren ook goudaders in het huidige Bulgarije, terwijl de bewoners van Amfipolis ook al wisten waar het edelmetaal vandaan moesten halen.

Lees verder “Alexander de Grote op de Balkan”

VIII Augusta aan de Rijn

Maquette van de basis van VIII Augusta in Straatsburg (Palais Rohan)

Ik eindigde mijn vorige blogje met de constatering dat VIII Augusta in 70 na Chr. van de Balkan naar het westen werd overgeplaatst. Daar was het eerst gestationeerd in Mirebeau-sur-Bèze, vijfentwintig kilometer van Dyon. Een tweede basis was Argentoratum, het huidige Straatsburg aan de Midden-Rijn. Hier beschermde het legioen een belangrijke rivierovergang in Germania Superior. Het legioen zou daar nog ruim drie eeuwen blijven.

Het Zwarte Woud

In 74 legden de legionairs een weg aan van Straatsburg naar Rottweil en Hufingen: dwars door het Zwarte Woud. Dit was niet alleen een aanzienlijke bekorting van de reistijd tussen de Rijn en de Boven-Donau; het was ook het begin van de bezetting van het huidige Baden-Württemberg of, zoals het destijds heette, de Agri Decumates. Een Romeinse verovering, maar in de zin dat het een grensbekorting was ook een defensieve maatregel: de consolidatie van het imperium was begonnen.

Lees verder “VIII Augusta aan de Rijn”

VIII Augusta op de Balkan

Grafsteen van Gaius Valerius Valens van VIII Augusta (Archeologisch Museum, Korinthe)

Met het Zevende, het Negende en het Tiende Legioen behoorde het Achtste tot de oudste eenheden in het leger van het Romeinse keizerrijk. Het viertal bestond al – we weten niet hoe lang – toen Julius Caesar in 58 v.Chr. begon aan de verovering van Gallië. Hij vermeldt het Achtste in zijn verslag van de strijd tegen de Nerviërs en bij de belegering van Gergovia. Het is niet ondenkbaar dat het legioen tijdens deze oorlog op sterkte is gebracht door Gallische strijders in de gelederen op te nemen, want een inscriptie vermeldt ene Gaius Cabilenus “uit Gallië”.

Aan het begin van de Tweede Burgeroorlog, waarin Caesar het opnam tegen de Senaat, kwam het Achtste in actie bij Corfinium en Brindisi (49), waarna het enige tijd in Apulië was gestationeerd. In het voorjaar van 48 diende het bij Dyrrhachion en leed het zware verliezen. Daarom streed hij bij Farsalos samen met het Negende als één eenheid en werden de soldaten, na de overwinning, teruggestuurd naar Italië om daar te worden gedemobiliseerd. Ze kregen land in Campanië. Hoewel veel veteranen zich moeten hebben teruggetrokken op het platteland, wordt het Achtste opnieuw vermeld tijdens als Caesars Afrikaanse campagne. In 45 v.Chr. kregen deze soldaten – die misschien nog niet waren gedemobiliseerd of opnieuw hadden bijgetekend – land in Casilinum.

Lees verder “VIII Augusta op de Balkan”

Archäologische Staatssammlung, München

Sieraden van een Baiuvaarse dame (Archäologische Staatssammlung, München)

Diluviale regens in zuidelijk Duitsland, ook in München, en de meteorologische dienst had een waarschuwing afgegeven: “Gefahr für Leib und Leben durch Überflutungen von Straßen/Unterführungen sowie gewässernahen Gebäuden; mögliche Erdrutsche.” Volmaakt museumweer dus. En daarom bezochten mijn betere helft en ik afgelopen zaterdag de Archäologische Staatssammlung. Het museum met de nationale collectie van Beieren is een maand geleden na een verbouwing heropend.

En het is een triomf. Zeg maar iets in de orde van het Akropolismuseum. De verzameling zelf is indrukwekkend, er zit een heldere visie achter de opstelling en die visie is ook effectief uitgewerkt. Het museum is nog niet helemaal klaar, overigens. De toelichting in het Engels en Beiers is nog niet overal aanwezig en er zijn nog geen tentoonstellingen. Althans niet in het museumgebouw; op verschillende plekken in de stad is aangegeven wat daar is opgegraven. Wie bijvoorbeeld vanaf de Odeonsplatz de Hofgarten binnenloopt, kan daar ontdekken dat hier ooit een Romeins reliëfje is opgegraven. Maar ook al is er nog geen tentoonstelling in het museum zelf, de collectie is klaar en staat prachtig opgesteld. Het personeel heeft er zin in en je voelt je welkom.

Lees verder “Archäologische Staatssammlung, München”

XIII Gemina (2)

Grafsteen van een soldaat van XIII Germina (Nationaal Museum, Ljubljana)

Keizer Domitianus (r.81-96) plaatste XIII Gemina, waarover ik zojuist blogde, in 89 over naar de nieuw gestichte basis Vindobona, het huidige Wenen. De Daciërs waren in 86 het Romeinse Rijk binnengevallen en hadden de legioenen verslagen die het Beneden-Donau-gebied hadden moeten verdedigen. In 88 was een groot Romeins leger Dacië binnengevallen, waar generaal Tettius Julianus de Dacische koning Decebalus had verslagen. Het Dertiende was een van de negen betrokken legioenen geweest. Helaas had de opstand van de gouverneur van Germania Superior, Lucius Antonius Saturninus, het uiteindelijke succes verhinderd. De overplaatsing naar Wenen was een manier om niet alleen Dacië maar ook het Rijnland in de gaten te houden.

En de Boven-Donau. Want ook daar was de situatie gespannen. In 92-93 nam het Dertiende deel aan Domitianus’ oorlog tegen de Sueben en Sarmaten. Het is in deze context dat we de operatie moeten plaatsen van Velius Rufus, die met een groot leger trok door het gebied benoorden de Donau, van Roemenië naar Tsjechië.

Lees verder “XIII Gemina (2)”

XIII Gemina (1)

De brug over de Rubico

Een van de betere zinnen van Titus Livius is dat Julius Caesar, toen hij de Rubico overstak, met het Dertiende Legioen “de wereld bestormde”. De slimmerik die opmerkt dat we Livius’ verslag van de Tweede Burgeroorlog niet hebben, kan het citaat vinden bij Orosius.

Caesar had de eenheid in 57 v.Chr. geformeerd, in de aanloop naar zijn aanval op de Belgische stammen in noordelijk Gallië. Het legioen stond in de achterhoede tijdens de slag aan de Sabis, de Selle in Noord-Frankrijk, waarin Caesar de Nerviërs versloeg. Later vinden we de eenheid aan de Atlantische kust en tijdens de belegering van Gergovia. Ook blij de blokkade van Alesia moet het Dertiende betrokken zijn geweest.

Lees verder “XIII Gemina (1)”

De Donau

De bovenloop van de Donau bij Kelheim

Ik heb al geblogd over de Aoos, Elbe, Eufraat, Rijn en Tigris, dus laten we het nu eens hebben over de Donau. De Romeinen noemden de hele stroom Danubius, de Grieken gebruikten die naam alleen voor het westelijke deel. De benedenloop kenden ze als Ister. De mooie blauwe rivier ontspringt in het Zwarte Woud en mondt uit in de Zwarte Zee. Met een lengte van ongeveer 2860 kilometer is de rivier ongeveer even lang las de Eufraat. In Europa is alleen de Wolga langer. De antieke auteurs meenden dat, afgezien van de halflegendarische rivieren van India, alleen de Nijl groter was dan de Donau. Dat is nog niet zo gek gezien.

Onder de vele zijrivieren van de Donau – Plinius de Oudere kende er niet minder dan zestig – zijn de Iller, de Lech, de Altmühl, de Naab, de Regen, de Isar, de Ilz, de Inn, de Traun, de Enns, de Morava, de Leitha, de Rába, de Váh, de Drava, de Tisza, de Sava, de Olt, de Siret en de Prut. Dat is nogal wat, maar de rivier is dus lang en stroomt door Duitsland, Oostenrijk, Slowakije, Hongarije, Kroatië, Servië, Roemenië, Bulgarije en schampt zelfs even aan Moldavië en Oekraïne.

Lees verder “De Donau”

Bataven in Straubing

Masker uit de Straubinger Römerschatz (Gäubodenmuseum, Straubing)

De bruine borden “Straubing Römer” voerden even weg van de Duitse A3, naar Straubing, een stadje in Beieren met ruim 45.000 inwoners. Eind veertiende, begin vijftiende eeuw vormde het zowaar een personele unie met de graafschappen Holland, Zeeland en Henegouwen. Verder is het de geboorteplaats van schlagerzanger Rex Gildo. Maar mij ging het om het Gäubodenmuseum en zijn Romeinse schat met onder meer zeven Romeinse gezichtsmaskers.

Castellum

Al in de zestiende eeuw bestond het idee dat op deze plek aan de Donau een Romeins castellum had gestaan. Pas eind negentiende eeuw vonden de eerste opgravingen plaats, uitgevoerd door lokale amateurhistorici- en archeologen. Vanaf 1978 is het onderzoek in handen van de archeologische dienst van Straubing.

Lees verder “Bataven in Straubing”

Perzen, Grieken en pseudohistorici (2)

Kroisos (Louvre, Parijs)

Er is veel te zeggen voor de stelling dat Herodotos van Halikarnassos geen historicus is in onze zin van het woord, maar er is een belangrijk punt van overeenkomst: Herodotos had in de smiezen dat geschiedenis niet “one damn’ thing after another” is, geen kroniek (zoals), maar dat het draait om verklaringen. Historici – ik bedoel eigentijdse – onderscheiden diverse soorten verklaringen, waaronder de oorzakelijke waarin Herodotos in is geïnteresseerd. Daarin was hij een kind van zijn tijd. Vóór Herodotos zochten de Ionische Natuurfilosofen al naar aitia en na Herodotos systematiseerde Aristoteles wat er zoal over oorzaken te weten viel.

Drie soorten oorzaak

Omdat Herodotos leefde op het moment dat het begrip nog niet was uitgekristalliseerd, valt te verwachten dat hij niet zo systematisch is. Dat zien we mooi in de ouverture van de Historiën, het verhaal van Kroisos, koning van Lydië in West-Turkije, waarin Herodotos alle thema’s van zijn werk aangeeft. Om te beginnen is er in dit verhaal een vorm van causaliteit die we kunnen aanduiden als “actie – reactie”. De Perzische koning Cyrus had een zwager van Kroisos van de troon gestoten, dus moest Kroisos reageren. Kroisos’ leger steekt daarop de grensrivier Halys over, wordt verslagen, en nu is het Cyrus die reageert door over de Halys te komen en Kroisos aan te vallen. Actie en reactie.

Lees verder “Perzen, Grieken en pseudohistorici (2)”