De ketter van Carthago (1)

De oudste afbeelding van Augustinus (Lateraan)

Waarom lezen mensen na zestien eeuwen nog altijd Augustinus? In mijn geval is het simpel: het zou voor een oudheidkundige bizar zijn een immens corpus aan informatie ongelezen te laten. Voor anderen is het misschien wat problematischer. Je kunt namelijk veel over de bisschop van Hippo zeggen, maar niet dat het een toegankelijke auteur is. Ik heb basisschoolkinderen een vertaling van Homeros’ verhaal over Bellerofon voorgelezen en ze begrepen het; je kunt Suetonius, Herodotos en het Epos van Gilgameš lezen zonder al te veel voorkennis; maar Augustinus is lastiger.

Een vrolijk mensbeeld heeft hij ook niet. De mens heeft zijn onvolmaaktheid te danken aan de zonden van zijn voorouders en is daardoor ook zelf een zondaar: dat is toch iets heel anders dan het Verlichtingsidee dat de mens van nature goed is en zichzelf kan verbeteren. Ik wil dat laatste geloven. Schindler’s List is zo’n boeiende film omdat het toont dat een opportunist een goed mens kan worden, wat een stuk interessanter is dan het obligate “goed mens degenereert tot slecht mens”. Een goed educatief systeem geeft mensen de middelen zichzelf te verbeteren. Noem het voor mijn part Bildung. Maar ondanks mijn sympathie voor die optimistische idealen ben ik niet blind voor het feit dat evenveel mensen niet boven zichzelf uitgroeien, onderpresteren en van goed mens opportunist worden. Augustinus’ mensbeeld mag dan somber zijn, het is niet onrealistisch.

Lees verder “De ketter van Carthago (1)”

De ondergang van het Romeinse Rijk

Een van de aardigste boeken die ik de afgelopen jaren heb gelezen, is The Fate of Rome van Kyle Harper. Ik schreef al eerder over het boek, dat groot is in een klein genre.

Een klein genre

Dat kleine genre is “ondergang van het Romeinse Rijk”. We hebben relatief weinig geschreven bronnen, hoewel er met de gestage publicatie van papyri en Aramese teksten wel wat bij komt, en het archeologisch materiaal is nog onvoldoende verkend. De voorkeur ging immers lange tijd naar de klassieke periode. Lees verder “De ondergang van het Romeinse Rijk”

Krijgsgeschiedenis

Een Byzantijnse ruiter (Römisch-Germanisches Zentralmuseum, Mainz)

Krijgsgeschiedenis, je haat het of je houdt ervan. De een zegt: “krijgsgeschiedenis verhoudt zich tot gewone geschiedenis zoals marsmuziek zich verhoudt tot muziek”. De ander zegt: “als de oorlog de vader is van de dingen, is de krijgsgeschiedenis de vader van de geschiedvorsing”.

De waarheid ligt natuurlijk in het midden. Geschiedenis gaat over mensen en mensen maken oorlog, dus krijgsgeschiedenis hoort bij de geschiedenis, en er zijn slechte en goede boeken over oorlog. Het boek dat ik zelf het beste vind, is Soldiers and Ghosts van Lendon, omdat het toont hoe culturen eigen waarden hebben die een rol spelen bij de oorlogsvoering. En omgekeerd: een verloren of gewonnen oorlog draagt bij aan de verdwijning of verbreiding van die waarden.

Lees verder “Krijgsgeschiedenis”

“Rape in the sky”

Romeinse gem (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

We moeten wegens de corona zoveel mogelijk thuis blijven maar voor de opnames van Oog op de Oudheid moest ik afgelopen dinsdag toch echt naar Leiden, naar het Rijksmuseum van Oudheden. Daar was een expositie van gemmen – u weet wel, gesneden edelstenen – ingericht waar geen mens momenteel naar kan komen kijken. Het stemde me intens treurig. Het is zoiets als de weg weten in een huis dat is gesloopt.

Terug naar die gemmen. Hierboven een Romeins voorbeeld uit de eerste eeuw na Chr.: een adelaar die iemand optilt. De adelaar is Zeus/Jupiter, daar zit geen probleem. Maar wie is de ander? Is het Hebe, de schenkster van de goden? Die wordt meestal afgebeeld met een beker in de hand. Is het – zie het plaatje hieronder – Ganymedes, de geliefde van Zeus? Het door een enorme adelaar meegevoerde mensje lijkt een vrouw met een haarknotje.

Lees verder ““Rape in the sky””

Het Aramees: de eerste wereldtaal

Een papyrus uit Elefantine met een deel van de tekst van de Behistuninscriptie, vertaald in het Aramees (Neues Museum, Berlijn)

De oudste wereldtaal is het Aramees. Of eigenlijk is het niet één taal, maar een familie van talen. Het aardige is dat het Aramees al drie millennia te volgen is. Aanvankelijk was het de taal van – u raadt het al – de Arameeërs in Syrië, maar later was het de kanselarijtaal van het Perzische Rijk en toen dat ten onder was gegaan, bleef het Aramees in gebruik in het gehele Nabije Oosten. In het Romeinse Rijk en het Parthisch/Sassanidische Rijk ontstonden joodse, samaritaanse en mandese varianten.

En ook christelijke, trouwens, die nog altijd worden gesproken in een paar dorpen ten noorden van Damascus. Ik weet niet of dat nog steeds de situatie is want tijdens de Syrische Burgeroorlog is stevig geplunderd in die regio en ik sluit niet uit dat ook de bewoners het hard te verduren hebben gehad. Mogelijk is het Aramees sinds kort geen levende taal meer.

Lees verder “Het Aramees: de eerste wereldtaal”

Een prijs voor Mischa Meier

Er zijn allerlei redenen om literaire prijzen te negeren. Om te beginnen zijn er teveel valse voorwendselen. Onder het mom iets te doen aan cultuur, tuigt de boekenbranche een circus op van nominaties voor long en short lists en wat er nog meer voorafgaat aan de prijsuitreiking. Het doel is het creëren van aandacht voor een zo beperkt mogelijk aantal boeken, aangezien dat op voorraad valt te houden. Voorraden zijn namelijk duur. Geen kwaad woord over de hardwerkende boekverkoper, maar hoe smaller het aanbod, hoe beter voor de winkel en hoe smaller onze cultuur.

Non-fictie

Daarnaast zijn er de non-fictie-prijzen. Die dienen nogal eens om betrekkelijk kleine clubs een persmomentje te geven. De biologenclub reikt een prijs uit voor het beste biologieboek en zo voort. Helaas kent zo’n specialistenclub zelden de eisen voor verantwoorde non-fictie. Nu zal ik meteen erkennen dat termen als Public Understanding of Science, Public Awareness of Science en Public Engagement with Science onaantrekkelijk zijn, maar wetenschappers verwoorden daarmee serieuze inzichten over de wijze waarop ze zoveel mogelijk mensen zo snel mogelijk in contact brengen met zo recent mogelijke inzichten. (Stomtoevallig blog ik er maandag over omdat ik PUS, PAS en PES nodig heb voor een stukje van woensdag.)

Lees verder “Een prijs voor Mischa Meier”

Een Algerijnse film over Augustinus

Je kunt het aan mij overlaten om door Algerije te reizen, kijkend naar de steden waar Augustinus moet hebben gewoond en gewerkt, zonder in de gaten te hebben dat er in de Algerijnse bioscopen een film draaide over de bisschop van Hippo: Augustine, Son of Her Tears. Of ook wel Aghstynws, abin dumueuha. Dat laatste schrijf ik niet uit pedanterie, maar omdat het aangeeft wat de film is: een poging de man weg te halen uit de wereld van het Europese christendom maar te presenteren als Algerijn.

Gemeten aan wat de filmmakers beoogden, kan de film alleen worden getypeerd als succes. We krijgen de Algerijnse en Tunesische landschappen te zien. We zien Aghstynws niet alleen in een Romeinse tunica en toga, maar ook in een kandora en een qessabiya. De acteurs komen uit de Maghreb en dat heb ik in films over de Oudheid nog maar zelden gezien. Ik vond dat prettig ontregelend. De film verveelt beslist niet. Maar om nu te zeggen dat het een meesterwerk is dat u gezien hebben móet, nee.

Lees verder “Een Algerijnse film over Augustinus”

Het Nibelungenlied aan de IJssel

De IJssel bij Werth

Ik blog nog even over de IJssel, al is het dit keer de Oude IJssel. Dat is het deel van de rivier dat begint in Duitsland en langs Doetinchem stroomt naar Doesburg. Daar verenigt ze zich met de Gelderse IJssel, die begint in Arnhem en een zijtak is van de Rijn. Vanaf Doesburg stromen de twee rivieren gezamenlijk noordwaarts, langs Zutphen, richting IJsselmeer. De Gelderse IJssel is een kanaal, gegraven in de Vroege Middeleeuwen; Wageningse onderzoekers hebben in 2008 de ooit gangbare theorie weerlegd dat deze waterloop een van de door de Romeinen gegraven Drususgrachten zou zijn.

De Oude IJssel dus. Het gebied waar eeuwenlang ijzererts is gewonnen. De molen hierboven staat in Werth, net over de grens tussen Nederland en Duitsland, en het water is dus de bovenloop van de IJssel. We zijn hier in het gebied waar ooit de Chamaven woonden, wier naam voortleeft in het middeleeuwse graafschap Hamaland. Ook Nebisgast, een van de weinige Germaanse leiders die we bij naam kennen, kwam hier vandaan.

Lees verder “Het Nibelungenlied aan de IJssel”

De Grote Volksverhuizingen

Momenteel lees ik de Geschichte der Völkerwanderung. Europa, Asien und Afrika vom 3. bis zum 8. Jahrhundert n.Chr., waarin de Duitse oudhistoricus Mischa Meier, een overzicht biedt van wat momenteel bekend is over de Grote Volksverhuizingen. Wellicht heeft Meier niet voldoende te doen aan de universiteit van Tübingen, want het boek telt een lieve 1500 bladzijden: 1100 bladzijden tekst en nog 400 pagina’s noten. Het is fascinerende lectuur want er is geen tegel die Meier niet even optilt om te zien wat er onder zit. En wat hij eronder vandaan haalt is altijd de moeite waard. Er is bijvoorbeeld een even uitvoerige als boeiende beschrijving van wat een “volk” nu eigenlijk is en wat “verhuizing” nog betekent nu duidelijk wordt hoe mobiel mensen in de Oudheid waren.

Het boek is thematisch van opbouw. Na een dikke honderd pagina’s waarin hij uitlegt dat de bronnen niet zomaar geloofd mogen worden en dat archeologie ook niet alles is, was in elk geval deze lezer al totaal onder tafel gebeukt. Ik meende dat we, als het ging over de Grote Volksverhuizingen, toch wel wat zekerheden hadden, maar dat de val van Rome in 410 – zo’n beetje het hoogte/dieptepunt van het tijdvak in kwestie – eigenlijk nauwelijks in de bronnen staat vermeld, had ik me nog nooit zo gerealiseerd. Zeker, oudheidkundigen citeren Hieronymus’ verdrietige uitbarsting en Orosius’ verslag van de plundering, maar eigenlijk stellen die bronnen zoveel niet voor. De ene is geschreven in Betlehem, dus bepaald geen ooggetuigenverslag, en de andere is christelijke propaganda van vele jaren later.

Lees verder “De Grote Volksverhuizingen”

Barmhartige en andere samaritanen (1)

Altaar uit Sichem (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

U kent de samaritanen – met een kleine letter graag – van de gelijkenis over de barmhartige samaritaan. U weet wel: de evangelist Lukas vertelt over een reiziger die op weg van Jericho naar Jeruzalem in de handen van rovers valt. Uitgeschud ligt hij langs de weg. Een leviet en een priester laten hem voor dood liggen maar een passerende samaritaan neemt zijn verantwoordelijkheid wel. Het is een wondermooi verhaal over beschaving: dat je iemand die niet tot je eigen groep behoort, erkent als medemens. Misschien komt het door deze elegantie dat je niet herkent hoe absurd het eigenlijk is. Geen rover kan de weg van Jericho naar Jeruzalem onveilig hebben gemaakt. Het was een van de drukste en best bewaakte straten in Judea.

Joden en samaritanen

Maar daarover wilde ik het niet hebben. Het gaat om de vraag wat de samaritaanse geloofsgemeenschap nu eigenlijk is. Samaritanen lijken op joden, maar er zijn enkele verschillen, waarvan sommige heel oud.

  • Eén: samaritanen denken dat de tempel niet in Jeruzalem zou moeten staan, maar op de berg Gerizim nabij Sichem (het huidig Nablus);
  • Twee: samaritanen geloven dat hun lijn van priesters de legitieme is, in tegenstelling tot de lijn van priesters in Jeruzalem;
  • Drie: samaritanen aanvaarden alleen de wet van Mozes (Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri, Deuteronomium) als gezaghebbend. Van deze boeken hebben ze ook een iets andere tekst.
  • Vier: samaritanen erkennen dus de profeten en de geschriften niet als gezaghebbend.

Lees verder “Barmhartige en andere samaritanen (1)”