Byblos in de IJzertijd (en daarna)

Fenicische toren in Byblos

De steden van Fenicië, waaronder Byblos, hadden te maken met een geduchte vijand: het Assyrië waarover ik vorig jaar al zoveel heb geschreven (overzicht). De Assyrische koningen eisten tribuut van de havensteden, die weinig anders konden doen dan hun handelsnetwerken benutten om het gevraagde te bemachtigen. Zo rond 800 strekte dit netwerk zich uit tot Karthago in Tunesië en verder, tot aan de Atlantische Oceaan.

Assyriërs en Babyloniërs

Zoals ik in mijn vorige stukje aangaf werd Byblos langs deze handelsroutes overvleugeld door andere steden, vooral Tyrus, maar de Byblische kooplieden wisten nieuwe markten aan te boren, zoals Griekenland, dat via Byblos papyrus importeerde uit Egypte. Ik heb vaak horen vertellen dat het Griekse woord voor boek, biblion, is afgeleid van “Byblos”, maar ik weet niet of dat waar is. Uit deze periode, die in Libanon niet heel goed is gedocumenteerd, is in Byblos nog een toren te zien. Ik kom later deze week nog even terug op een vondst uit deze tijd.

Lees verder “Byblos in de IJzertijd (en daarna)” →

Fenicië, Assyrië, Egypte, Karthago & Italië

Edelsmeedwerk uit Fenicië, met motieven uit Assyrië en Egypte (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Op de Nineveh-expositie in het Rijksmuseum van Oudheden is ook één van mijn favoriete voorwerpen uit de oude wereld te zien: de hierboven afgebeelde schaal. Die bestaat uit vier ringen: middenin is een steenbok te zien met een jong, omgeven door lotusbloemen; daar omheen is een leeuwenjacht te zien; de derde cirkel toont soldaten; de rand ten slotte is leeg gelaten.

Klik het hierboven even aan, ik heb speciaal een wat groter plaatje dan anders neergezet. Misschien ziet u wat er zo wonderlijk is aan dit voorwerp.

Lees verder “Fenicië, Assyrië, Egypte, Karthago & Italië” →

De bibliotheek van Aššurbanipal

Sumerisch-Akkadisch woordenboek uit de bibliotheek van Aššurbanipal (Louvre, Parijs)

Ik ben de afgelopen week drie keer met de trein heen en weer geweest naar Leeuwarden en hoewel die rit niet zo druk is als die naar Hilversum, Utrecht of Leiden, ben je ook op weg naar het noorden gedwongen mee te luisteren naar andermans gesprekken. Zo ontdekte ik het onbegrijpelijke feit dat er mensen zijn die nog niet naar zijn geweest de expositie over Nineveh in het Rijksmuseum van Oudheden. Heel gek.

De bibliotheek van Aššurbanipal

Voor degenen die er nog niet waren, blog ik nog maar eens over een Assyrisch voorwerp: een kleitablet. Daarvan zijn er in Nineveh tienduizenden gevonden. In het paleis van koning Aššurbanipal waren het er zelfs zo veel dat de opgravers meenden dat het ging om een complete bibliotheek. Weliswaar was veel materiaal in feite geschreven voor zijn voorgangers, maar de naam “bibliotheek van Aššurbanipal” is blijven hangen.

Lees verder “De bibliotheek van Aššurbanipal” →

Nineveh!

Koning Manishtusu

Het is een beetje lastig te bloggen over een expositie waar je zelf enorm naar hebt uitgezien. Ik bedoel natuurlijk de Nineveh-expositie in het Rijksmuseum van Oudheden, waarover ik sinds juli elke vrijdag heb geblogd. Gistermorgen schoof ik aan bij de perspresentatie en zag ik eindelijk waar ik zo naar had uitgezien. Ik heb ervan genoten, maar dat was wel omdat ik blij was bekend materiaal terug te zien en onbekend materiaal te ontdekken. Dat is natuurlijk leuk voor mij, maar ik ben daardoor niet in de positie te beoordelen of anderen, voor wie het een eerste kennismaking is met Assyrië, er evenveel van zullen genieten.

Ik denk overigens dat u er plezier aan zult beleven. De bezoekcijfers van The Great Liao in het Drents Museum in Assen tonen dat Nederlanders kunnen genieten van een esthetiek die niet meteen aansluit op de westerse. Assyrische kunst mag dan soms wat ongebruikelijk ogen, je herkent meestal wel wat het voorstelt en wat de kunstenaar ermee wil zeggen. De bordjes met uitleg zijn erg verhelderend.

Lees verder “Nineveh!” →

Apsasitu

Afdruk van een Assyrische rolzegel (Allard Pierson-museum, Amsterdam)

Elke vrijdag blog ik over een voorwerp dat iets heeft te maken met de oude Assyriërs, het Noord-Iraakse volk dat de grondslag legde voor het oosterse wereldrijk. Dat doe ik, zoals de lezers van deze inmiddels niet meer zo kleine blog weten, omdat 20 oktober in het Rijksmuseum van Oudheden een expositie begint over de laatste Assyrische hoofdstad, Nineveh. Dit weerhoudt me er natuurlijk niet van ook eens een voorwerp te bespreken uit het collega-museum in Amsterdam, het Allard Pierson-museum. Hierboven ziet u de afdruk van een rolzegel.

Anders dan een zegelring, waarmee je een klein stempeltje drukt in de lak, werd een rolzegel gebruikt om uit te rollen over een kleitablet. De oppervlakte van de afdruk is dus groter – en altijd langgerekt – en dat bood de kunstenaar de ruimte om er echt iets van te maken. Er zijn er honderden, duizenden gevonden.

Lees verder “Apsasitu” →

Een lamassu uit Nineveh

Nineveh: een lamassu (foto Diane Siebrandt)

De foto hierboven behoort tot de reeks UNESCO-foto’s die ik een tijdje geleden kreeg toegestuurd en waarover toen al blogde. Het is een lamassu: een grote, monumentale stier met vleugels, een mensenhoofd en een kroon. Dit fabeldier bewaakte in Assyrië allerlei poorten, zoals de toegangen tot de koninklijke paleizen en tot de steden. De foto toont de Nergal-poort van Nineveh. Lamassus zijn ook opgegraven in Khorsabad, de residentie van de Assyrische vorsten vóór koning Sanherib Nineveh stichtte (hier). Een provinciaal paleis kon ook door lamassus worden bewaakt: daar is een stukje over zo’n beest uit het museum van Deir ez-Zor in Syrië.

Het meest opvallende trekje van een lamassu is dat hij vijf poten heeft. Of dit alleen maar een artistieke conventie is, zodat je vanuit elke hoek altijd minimaal vier poten ziet, of dat het ertoe bijdraagt dat de dieren extra angstaanjagend zijn voor het kwaad dat ze geacht worden buiten te houden, weet ik eerlijk gezegd niet.

Lees verder “Een lamassu uit Nineveh” →

De eerste wereldtaal

[Vandaag een gastbijdrage van mijn goede vriend Richard Kroes, die heel veel weet van oosterse talen en wiens blog u ook eens moet bekijken.]

Vanavond is de officiële presentatie van een boek dat ik stiekem al gelezen heb: De eerste wereldtaal, de geschiedenis van het Aramees van Holger Gzella, professor Hebreeuwse en Aramese Taal- en Letterkunde in Leiden, uitgegeven door Athenaeum-Polak & Van Gennep. Ik kreeg de proefdrukken toegestuurd en heb het boek direct verslonden. Aramees, dat kent u als de taal die Jezus sprak. Gzella krijgt regelmatig een vraag om uitspraken van de timmerman uit Nazareth in het Aramees. Voor een tatoeage.

Op dergelijke vragen gaat hij doorgaans niet in, want hoe Jezus zijn moerstaal sprak, daar weten we eigenlijk niet heel veel van. Het Aramees dat we kennen uit de periode waarin hij leefde, is de Aramese schrijftaal uit de Dode Zee-rollen, en dat sprak de gewone bevolking niet. Arameese spreektaal kennen we wel: het Palestijns Aramees, maar de bronnen daarvoor zijn van enkele eeuwen daarna. En dan weten we bovendien nog dat Jezus sprak met een Galilees accent, waar we helemáál niks over weten.

Lees verder “De eerste wereldtaal” →

Nineveh, die grote stad

Stele van Sanherib uit Nineveh (Archeologisch museum, Istanbul)

Nineveh werd gesticht door de Assyrische koning die in onze taal Sanherib wordt genoemd, wat een weergave is van de Hebreeuwse versie van die naam. In het Engels wordt hij meestal Sennacherib genoemd, een vorm die teruggaat op de Griekse weergave van dezelfde naam. Beide geven hetzelfde Assyrisch woord weer, Sîn-aḫḫe-eriba, “de god Sin heeft de broers vervangen”. Anders gezegd: Sanheribs ouders, koning Sargon en koningin Atalia, hadden al minimaal twee zonen moeten begraven. Het herinnert ons aan de kindersterfte in voorindustriële samenlevingen.

Sanherib volgde zijn vader in 704 v.Chr. op en zette op sommige punten een heel ander beleid in. Zo gaf de nieuwe vorst de door Sargon gestichte hoofdstad Dur Šarrukin (Khorsabad) op en verplaatste hij de residentie naar Nineveh, waar hij het “paleis zonder gelijke” bouwde. Het was ruim twaalf hectare groot en had ruim tachtig vertrekken. De stèle hierboven, die ik fotografeerde in het fenomenale archeologische museum van Istanbul, beschrijft de stichting van de nieuwe hoofdstad.

Lees verder “Nineveh, die grote stad” →

De opvolging in Assyrië

De koning en de toekomstige koning van Assyrië: Sargon (r) en Sanherib (l). Reliëf uit Khorsabad, nu in het Louvre, Parijs.

In eerdere stukje heb ik beschreven hoe Assyrië met een combinatie van efficiënt (en wreed) militair optreden, competente bureaucratie en gedegen bestuur het Midden-Oosten verenigde en de grondslagen legde voor een wereldrijk dat later weliswaar door de Babyloniërs, Perzen en Macedoniërs zou worden overgenomen maar steeds een eenheid bleef. Het doorgeven van de macht was hierbij vanzelfsprekend. Het was een van de centrale thema’s in het denken van het antieke Nabije Oosten.

Het keert op allerlei punten terug. In de mythische tijd was bijvoorbeeld de macht van de ene generatie goden overgegaan op een andere. Er was geen enkele reden om niet alle goden in één pantheon onder te brengen, als one happy family onder leiding van een wijze oeroude oppergod, maar zo zagen de Mesopotamiërs het niet. Na de scheppergoden en na Enlil was het de beurt van Marduk.

Lees verder “De opvolging in Assyrië” →

De val van Lachis

Sanheribs belegering van Lachis. Reliëf uit Nineveh, nu in het British Museum (Londen)

Had ik het in deze reeks n.a.v. de komende Nineveh-expositie in het RMO vorige week over de ondergang van Israël, het noordelijkste van de twee joodse koninkrijken in de IJzertijd, vandaag schrijf ik over de wijze waarop de Assyriërs het zuidelijke rijk, Juda, in 701 te pakken namen. Voor uw begrip: de hoofdstad was Jeruzalem, waar koning Hizkia resideerde en de tempel stond, maar de voornaamste stad was Lachis. Die wat westelijker gelegen stad lag veel gunstiger ten opzichte van de belangrijke weg van Egypte naar Syrië.

Hierboven ziet u een reliëf uit Nineveh met daarop de belegering van Lachis. Wellicht is het het handigst om het even aan te klikken en te vergroten want er zijn veel details te zien. Aan de linkerzijde boogschutters die de verdedigers van de muren proberen te verjagen, middenin de (door archeologen teruggevonden) belegeringsdam naar de stad op de heuvel, en rechts de bestorming van de stad, met daartussenin nog wat gespietste lijken. Althans, ik hoop dat het lijken zijn en geen levende mensen.

Lees verder “De val van Lachis” →