Op weg naar Kalkriese

Een kunstwerk dat de Slag in het Teutoburgerwoud verbeeldt (Osnabrück)

Het regent en het is augustus, en ik wilde vandaag fietsen van Osnabrück (waar ik dit schrijf) naar Kalkriese (zeg maar de plek van de slag in het Teutoburgerwoud). Daar wilde ik de tijdelijke expositie van de voorwerpen uit Nydam en het Thorsberger Moor bezoeken, waarover ik nog verslag aan u zal doen. Maar ik wilde ook kijken wat er op dit moment wordt verteld over het lopende archeologische onderzoek in Kalkriese, want er zijn nogal wat verrassende resultaten.

Nieuwe archeologische vondsten

Concreet zijn daar eind jaren tachtig allerlei militaria gevonden, die vrijwel zeker behoren bij de Romeinse nederlaag. Op een smal stuk land tussen een heuvel in het zuiden en een moeras in het noorden, lijkt een Romeins leger, waaronder het eerste cohort van een legioen (de stafeenheid) in moeilijkheden te zijn geraakt. Er waren ook vrouwen en andere burgers aanwezig. Ten zuiden van dit smalle stuk land is een aarden wal gevonden waarvandaan – zo luidde de eerste interpretatie – Germaanse krijgers de Romeinen bestookten. Heel suggestief was de verspreiding van de vondsten: in de vorm van een >-. Dat duidde op een leger, komend uit het oosten en op weg naar het westen, dat in de linkerflank werd aangevallen en uiteenviel. Eén deel trok noordwestwaarts, een ander deel zuidwestwaarts.

Lees verder “Op weg naar Kalkriese”

Jacques-Paul Migne

Mignes roofdruk van een door de mauristen gemaakte Origenes-uitgave

U heeft vermoedelijk allemaal gelezen hoe de AI-bedrijven momenteel op grote schaal het internet scrapen om aan informatie te komen om hun modellen te voeden. Die activiteit is niet alleen een schending van allerlei auteursrechten, maar is inmiddels ook vrij zinloos, aangezien veel online-content door AI wordt geschreven. Vandaar dat inmiddels oude boeken worden opgekocht, ingescand en gelezen. Daar spreekt men nu schande van, hoewel het al jaren gebeurt met digitaliseringsprojecten als Google Books.

En feitelijk is het allemaal een beetje herhaling van zetten. We hebben het in de negentiende eeuw al eens meegemaakt. Oudheidkundigen zitten nog steeds met de gevolgen, die zowel positief als negatief zijn. Ik bedoel het levenswerk van de Franse geestelijke Jacques-Paul Migne (1800-1875), de grondlegger van de Ateliers Catholiques, waar hij gedurende dertig jaar elke tien dagen een boek publiceerde. “De Migne” is voor oudheidkundigen een begrip. Maar eerst iets over Mignes leven en werken.

Lees verder “Jacques-Paul Migne”

Herodotos was geen historicus

Herodotos (Neues Museum, Berlijn)

Ergens in februari liet een oudheidkundige mailinglijst weten dat een classicus een online-lezing zou verzorgen over “Herodotus and the Invention of History”. Het was gratis, het was online en het was toegankelijk voor iedereen. De goede bedoelingen spatten er vanaf en ik wil er ook niet over mopperen. Daarom blog ik er pas nu over. Maar het is wel onzin.

Geschiedwetenschap

Kijk, het zit zo. Geschiedenis, d.w.z. het verklaren van gebeurtenissen uit het verleden, is een wetenschap. Net als chemie en astronomie. Maar wetenschappen komen niet kant-en-klaar uit de hemel vallen. Aan de astronomie ging het tastend zoeken vooraf van de astrologen en aan de chemie ging de alchimie vooraf. Pas in de Nieuwe Tijd zijn deze activiteiten van een proto-wetenschappelijk stadium overgegaan naar het wetenschappelijke stadium. Het springende punt is, zoals Rens Bod zo mooi heeft beschreven in Een wereld vol patronen, de reflectie op het proces waarmee we informatie zoeken.

Lees verder “Herodotos was geen historicus”

Augustinus als Numidiër

Er is geen gebrek aan boeken over Augustinus, de vroeg-vijfde-eeuwse bisschop van de Algerijnse havenstad Annaba, het antieke Hippo. Augustinusbiografieën vormen een compleet oudheidkundig subgenre, waarmee hij feitelijk zelf is begonnen: eerst publiceerde hij zijn Belijdenissen, een autobiografie met een duidelijk pastorale inslag, en tegen het einde van zijn leven overwoog hij al zijn eerdere publicaties in zijn Retractiones, een soort intellectuele autobiografie. Het oeuvre bestaat verder uit preken, traktaten, schotschriften, brieven en geleerde werken als De stad Gods. Naar woordenaantal (ongeveer 5.000.000) is hij de best overgeleverde auteur uit de Oudheid. Hij is een van de weinige Romeinen waarover een biografie überhaupt mogelijk is.

Augustinus als Afrikaan?

De Britse classica Catherine Conybeare waagde zich in 2025 aan een nieuwe biografie, Augustine the African, die Abjan Van Meerten vrijwel onmiddellijk vertaalde in elegant, helder Nederlands, Augustinus de Afrikaan. Als u eerdere biografieën las, kunt u het boek echter ongelezen laten zonder dat u veel nieuws mist. Als u daarentegen weinig weet over Augustinus, is het een uitstekende inleiding.

Lees verder “Augustinus als Numidiër”

De schat van Villena

De schat van Villena, kopie van enkele voorwerpen (Archeologisch Museum, Madrid)

De economie is instabiel, de goudprijs gaat door het dak, dus het is lucratief een archeologisch museum te overvallen en daar wat goud te jatten. Vorige maand gebeurde dat met voorwerpen uit Vix en vorig jaar was er uiteraard de diefstal van de helm van Coțofenești.

De ironie wil dat deze kwetsbaarheid erger wordt naarmate het beleid beter is. Je legt originele voorwerpen liefst zo dicht mogelijk bij de vindplaats, waar ze (jonge) mensen het meest inspireren en liefde voor het verleden bijbrengen. Dan liggen kostbaarheden echter in kleine musea, die vaak te weinig geld hebben voor afdoende bewaking. Het alternatief is nog erger: alles op een beperkt aantal plekken neerleggen waar ze wel bewaakt kunnen worden. Maar ja, als alle bijzondere voorwerpen op één plaats liggen, valt een object dat lokaal mensen had kunnen inspireren, niet werkelijk op. Dan is het alleen maar een etalage van rijkdommen. Ook leuk, maar het brengt mensen geen liefde voor het erfgoed bij.

Lees verder “De schat van Villena”

De Fatimiden

Fatimidisch reliëf (Monastir)

Als ik het goed heb geteld, heb ik op deze blog al drieëntwintig keer verwezen naar de Fatimiden, zonder dat ik werkelijk heb uitgelegd wat dat voor Arabische dynastie was. Daar moet toch eens verandering in komen, dus bij dezen – en we beginnen in de zevende eeuw, bij de uitvaart van de profeet Mohammed in 632 na Chr. Het was niet helemaal duidelijk wie hem moest opvolgen, en daarom speelde vanaf dit moment in de islamitische wereld de kwestie van het leiderschap. Na ongeveer zestig jaar ontstond daarover wat duidelijkheid: de meeste moslims aanvaardden het gezag van de kalief van Damascus (later Bagdad) en worden soennieten genoemd, terwijl een (vermoedelijk vrij grote) minderheid liever een afstammeling van Mohammed als leider zag. Die groep heette de sji’a en hun leider wordt aangeduid als de imam.

De sji’a depolitiseerde. Deels was ze met geweld onderdrukt, bijvoorbeeld in de slag bij Kerbala (680), deels was ze zelf verdeeld over de diverse familietakken. De frictie tussen enerzijds de als legitiem ervaren claim op het leiderschap en anderzijds de praktijk, werd opgelost door het idee dat aan het einde der tijden een vermist geraakte imam zou terugkeren.

Lees verder “De Fatimiden”

Weerwolven bij Gerald van Wales

Een priester met twee weerwolven.

Een bron die vergelijkbaar is met Historia Brittonum van Nennius (zie het vorige blogje) is Topographia Hibernica van Gerald van Wales (Giraldus Cambrensis) uit het eind van de twaalfde eeuw. Net als het boek van Nennius is dit werk niet bedoeld als fictie. Maar het feit dat er weerwolven in voorkomen, zorgt ervoor dat niet alles even reëel is – dat vinden we nu in de eenentwintigste eeuw.

Lees verder “Weerwolven bij Gerald van Wales”

Weerwolven bij Nennius

Een krijger en een wolfkrijger (Viking-helmbeslag; Zweeds Historisch Museum, Stockholm

Ik heb al eerder geschreven over middeleeuwse weerwolven en ga daarmee nu verder.

Nennius was een negende-eeuwse monnik die een geschiedenis van Brittannië schreef: Historia Brittonum. Hij stelde hierin dat de Britten afstammen van Brutus, een nazaat van Aeneas van Troje. Zijn boek is bovendien de oudste bron waarin koning Arthur voorkomt. Maar daar gaat het ons niet om, er komen ook weerwolven in voor! En wel in het hoofdstuk over de wonderbaarlijkheden van Brittannië:

Lees verder “Weerwolven bij Nennius”

Moesia

De Donau bij Ruse

Europa kent al eeuwen twee grote handelsroutes. De ene was de corridor van de Noordzee via Rijn, Moezel, Saône en Rhône naar de Middellandse Zee. De andere stond daar haaks op en leidde naar het oosten: de Donau. De eerste landbouwers, de eerste metaalwerkers en de eerste Indo-Europees-sprekenden kwamen hierlangs stroomopwaarts, later gevolgd door Sarmaten, Hunnen, Avaren en Magyaren. Bij de Zwarte Zee zagen zij vóór zich een vruchtbaar gebied, begrensd door rechts de Donau en links het Balkangebergte. Die vruchtbare zone strekt zich uit tot Belgrado, het antieke Singidunum, waar de vlakte zich noordwaarts opende naar de Hongaarse poesta.

De naam Moesia

In de vijfde eeuw v.Chr. worden tussen Donau en Balkan genoemd:

  • de Dardaniërs (in wat nu Servië heet),
  • de Triballiërs (in het noordwesten van Bulgarije)
  • en de Geten (in het noordoosten van Bulgarije).

De laatste twee worden gewoonlijk gerekend tot de Thraciërs. Romeinse bronnen uit het begin van de jaartelling suggereren dat hier ooit ook Mysiërs hadden gewoond, een groep die later zou zijn verhuisd naar de Zee van Marmara. Naar hen noemden de Romeinen de regio Moesia.

Lees verder “Moesia”

Een ankerstok uit Duisburg

Ankerstok (Archeologisch park, Xanten)

Vandaag een kort blogje. Het gaat over de Rijn maar niet over de waterstanden. Het gaat wel over Duisburg, een stad in het Roergebied die u zult kennen als u weleens met de trein naar het zuiden spoort. Niet bepaald de eerste stad waaraan u denkt als het gaat om het antieke verleden. De oudste vermelding is middeleeuws, uit 883.

Maar er waren daarvoor al Romeinen. Logisch, want aan de andere kant van de Rijn lag het fort Asciburgium ofwel Moers-Asberg. De daar gelegerde soldaten zorgden ervoor dat er aan de Germaanse kant van de stroom geen al te grote nederzetting was – of het moest iets zijn dat de Romeinen controleerden. Een dergelijke nederzetting is nooit gevonden, maar dát er Romeinen in Duisburg waren, staat vast. Stenen die zijn gevonden in Krefeld en nu zijn te zien in het mooie museum Burg Linn, zijn gewonnen in wat nu Duisburg is.

Lees verder “Een ankerstok uit Duisburg”