Hunebed van de dag: D31 (Exloo-Zuid)

Hunebed D31 bij Exloo

Laten we er geen doekjes om winden: één hunebed moet het minst interessante zijn en ik denk dat het hunebed D31 is. Het ligt even ten zuiden van Exloo op een helling in het bos. De aanzet van de dekheuvel die er ooit overheen lag, zou nog herkenbaar zijn maar ik heb die zelf niet herkend.

Het grafmonument is niet groot: zeven meter lang en 3¼ meter breed. Ik kan zelf geen hunebed bouwen. Ik ben nooit verder gekomen dan in Archeon duwen tegen zo’n rolling stone. Dus ik doe het de hunebedbouwers allemaal niet na, maar toch, om eerlijk te zijn, daar bij Exloo maakten ze zich er wat makkelijk vanaf. En inmiddels is dit prehistorische monument ook nogal beschadigd. Wetenschappelijk onderzoek van de kelder is vooralsnog achterwege gebleven. Herman Clerinx typeert het in Een paleis voor de doden als ruïne.

Lees verder “Hunebed van de dag: D31 (Exloo-Zuid)”

Chinese Skythen

Hazenjager, Tang-dynastie (Museum voor Volkenkunde, Leiden)

Dit beeldje fotografeerde ik onlangs in de afdeling China van het Museum voor Volkenkunde in Leiden. Het stelt een ruiter voor die terugkomt van de hazenjacht. Het is gemaakt ten tijde van de Tang-dynastie, dat wil zeggen in de zevende, achtste of negende eeuw. Dus terwijl in het westen de Franken de hegemonie in Europa verwierven, terwijl het Byzantijnse Rijk de Avaren en Arabieren op afstand hield en in het Nabije Oosten het kalifaat bloeide.

De Zijderoute

Tussen deze mogendheden waren allerlei contacten: kooplieden en andere reizigers trokken langs de Zijderoute en wisselden goederen en verhalen uit. Wandschilderingen uit Samarkand tonen een Chinese prinses die in 648 met de plaatselijke heerser Varkhuman lijkt te zijn getrouwd. (Ik blogde er al eens over.) Er waren militaire confrontaties, zoals de slag aan de Talas die de Arabieren en Chinezen in 751 uitvochten. Westerse huurlingen dienden in de legers van de Tang-keizer. Diens hoofdstad, Chang’an, moet even kosmopolitisch zijn geweest als Constantinopel en Bagdad.

Lees verder “Chinese Skythen”

Hunebed van de dag: D30 (Exloo-Noord)

Hunebed D30 bij Exloo

Het op tweeëntwintig na zuidelijkste hunebed in Nederland, hunebed D30, staat ook bekend als Exloo-Noord. In 1918, toen Albert van Giffen hier het eerste wetenschappelijk onderzoek verrichtte, was de dekheuvel er nog. De begrenzing is nog te herkennen aan de kransstenen.

Van de dekheuvel is vastgesteld dat die in twee fasen is aangebracht. De eerste fase stamt uit de tijd van de hunebedbouwers zelf, dus uit het Neolithicum. De tweede fase is uit de Bronstijd – meer precies ten tijde van de Wikkeldraadcultuur – en mogen we plaatsen tussen 2100 en 1800 v.Chr. Dat betekent, zoals zo vaak, dat deze plek in gebruik is gebleven na de bouw van het grafmonument. De mensen in de omgeving bleven er steeds teruggekomen.

Lees verder “Hunebed van de dag: D30 (Exloo-Noord)”

Is Velsen Flevum?

De Romeinse vlootbasis van Velsen (Graham Sumner)

Het gaat over Flevum, dus het is interessant. Archeoloog Arjen Bosman heeft bij Velsen een enorm groot Romeins kamp ontdekt, een castra. U leest er in De Volkskrant meer over. Nu waren er al heel lang twee Romeinse kampen bekend, die archeologen meestal aanduiden als Velsen-1 en Velsen-2. (Wat niet is verspoeld door het IJ en het latere Noordzeekanaal, is verstoord door de aanleg van Duitse versterkingen en de IJtunnels, dus u hoeft niet te gaan kijken.) Het nieuwtje is nu dat Velsen-2 zich veel verder naar het westen uitstrekte dan men aannam.

Het ontstaan van Velsen-1 is met jaarringen te dateren rond 15 na Chr. en lijkt in verband te staan met een vlootexpeditie van prins Germanicus richting Eems. Het einde wordt geplaatst rond 28, omdat de Friezen toen in opstand kwamen. Ik blogde er al eens over. Velsen-2 werd lange tijd geplaatst in de jaren veertig, toen keizer Caligula in Katwijk was en generaal Corbulo probeerde de Friezen te onderwerpen. Een groot Velsen-2 past daar goed bij.

Lees verder “Is Velsen Flevum?”

Hunebedden van de dag: D28 en D29 (Buinen)

De hunebedden D28 (vooraan) en D29

Ik zal niet snel zeggen dat dit of dat hunebed mijn enige favoriet is. Ook een kleine stapel zwerfkeien heeft charmes, zeker als je na een fietstochtje je bestemming vindt. Maar ik heb een zwak voor de hunebedden D28 en D29. Ze liggen in een klein bosje halverwege Borger en Buinen. Een foto die ik er van de bomen maakte – mooi zacht licht, een vermoeden van regen – dient op mijn computer als bureaublad.

Niet dat de hunebedden D28 en D29 zo speciaal zijn. Het bezoek was echter zo’n zeldzaam moment van harmonie. Alles klopte even. En dat is eigenlijk het grotere doel van mijn fietstochtjes: de landschappen van Drenthe zijn, als ik een cliché mag slaken en negeren dat ik vlakbij de N374 stond, vaak zo sereen dat je even weggetrokken bent uit het jachtige hier en nu. De hunebedden zelf zijn al even tijdloos. Anderen mogen houden van de gezellige drukte van een festival, maar ik zoek rust. (Ik bedenk ineens dat toen ik als dienstplichtige naar de kazerne moest, ik reisde in het goederencompartiment van de trein om niet te hoeven luisteren naar gesprekken.) Als ik werk zou kunnen vinden in Drenthe, zou ik de verhuizing serieus overwegen.

Lees verder “Hunebedden van de dag: D28 en D29 (Buinen)”

De IJzertijd

Een koning uit de IJzertijd: Warpalas van Tuwanuva (Archeologische Musea van Istanbul)

Het handboek van De Blois en Van der Spek waarover ik elke week blog, Een kennismaking met de oude wereld, gaat na de behandeling van de IJzertijd in de Levant (de Aramese en Neo-Hittitische stadstaatjes, de Fenicische havens, Israël en Juda) over naar het oosterse wereldrijk. Met die parapluterm, waarover zo meteen meer, bedoel ik de opeenvolging Assyrië, Babylonië, Achaimenidisch Perzië, Seleukiden, Parthen, Sassanidisch Perzië, het Kalifaat van Damascus en het Kalifaat van Bagdad. Na algemene hoofdstukken over religie en economie van het Nabije Oosten, verleggen de auteurs hun aandacht naar het westen, naar Griekenland en daarna Rome.

Anatolië en Centraal-Eurazië

Dit is een wat conventionele indeling en dat is op zich niet erg. Zoals gezegd: een handboek moet iets zijn om over te discussiëren. Toch wil ik er – en hier begint dus de discussie – op wijzen dat dit weinig recht doet aan het onderzoek van de afgelopen halve eeuw. Dat betreft in de eerste plaats de IJzertijdrijken van Anatolië. Dus staten als Tarhuntassa, Tuwanuva, Malida en Tabal, de beide Ciliciës, Urartu, Frygië en Lydië. De Blois en Van der Spek behandelen dit nu allemaal nogal stiefmoederlijk. (Een boek dat de recente inzichten samenvat is Christian Mareks Geschichte Kleinasiens in der Antike [2010], verschenen in dezelfde reeks als Pohls boek over de Avaren en Meiers boek over de Grote Volksverhuizingen.)

Lees verder “De IJzertijd”

Filmpjes uit Irak

Zoals de trouwe lezers van deze blog weten, hebben mijn vriendin en ik afgelopen oktober een reis gemaakt door Irak. We bezochten de Sumerische steden in het zuiden, dronken thee bij de Moeras-Arabieren, waren verbaasd over de ontwikkeling van toeristische faciliteiten in Babylon, bezochten de Assyrische hoofdsteden Aššur, Nimrud, Khorsabad en Nineveh, zagen de stadswal van de door Alexander de Grote gestichte stad Charax, waren de eerste toeristen in tijden in Hatra en bezochten de voornaamste sji’itische heiligdommen. Mijn geliefde had het goede idee dat we filmpjes zouden maken. Zo kunt ook u het een en ander zien. Niet iedereen kan immers even twee, drie weken naar Irak.

U vindt de filmpjes hieronder. Verwacht geen Hollywood. We probeerden licht te reizen en hadden alleen een telefoon en een klein microfoontje bij ons, geen statief. De wind, het felle zonlicht en de hitte speelden ons regelmatig parten. Meer dan eens zagen we zelf niet wat we aan het filmen waren. Ook improviseerde ik de tekst te plekke, zonder aantekeningen. Kortom, het was amateurisme – maar in de beste zin van het woord: gemaakt uit liefde. Kees Huyser heeft van het ruwe materiaal nog wat toonbaars gemaakt. Waarvoor veel dank (en een fles met drank).

Lees verder “Filmpjes uit Irak”

Hunebed van de dag: D27 (Borger)

Hunebed D27 naast het Hunebedcentrum in Borger

Het is niet vreemd dat hunebed D27 weleens aangeduid is geweest als “de onbesuisde steenhoop”. Het op vijfentwintig na zuidelijkste hunebed in Nederland heeft namelijk een lengte van 22½ meter en een breedte van ruim vier meter. Dat maakt het het het grootste hunebed in eigen land. Een van de dekstenen weegt twintig ton. De bouwers van de hunebedden waren voor geen kleintje vervaard maar dit moet ook voor hen een joekel zijn geweest. Lodewijk Napoleon, de eerste koning van Nederland, bracht in 1809 een bezoek aan dit monument.

De Groningse dichteres Titia Brongersma heeft het monument al in 1685 onderzocht. Na wat spitwerk vond ze mensenbotten. Daarover zouden we graag meer willen weten omdat skeletmateriaal in de Drentse bodem zeldzaam is. Later heeft Caspar Reuvens, als eerste directeur van het Rijksmuseum van Oudheden ook de eerste wetenschappelijke archeoloog van Nederland, er nog eens een blik op geworpen. Het schijnt vast te staan dat er nog in de Bronstijd crematies in dit hunebed zijn bijgezet, dus ik neem aan dat er op enig moment urnen zijn opgegraven. Ik heb echter niet kunnen achterhalen wanneer dat is geweest, al vermeldt Hunebedden.nl de vondst van nog meer menselijk botmateriaal.

Lees verder “Hunebed van de dag: D27 (Borger)”

Israël en Juda

Jeruzalem, “Large Stone Structure”: dit is vrijwel zeker niet het paleis van koning Salomo, maar dat roeptoeteren archeologen wel de wereld in.

In de reeks over het handboek van De Blois en Van der Spek,  Een kennismaking met de oude wereld, heb ik al aangegeven dat er na de crisis van de twaalfde eeuw v.Chr. grote veranderingen optraden in het Nabije Oosten. De Bronstijd was voorbij, de IJzertijd begon, en omdat ijzer overal te vinden is, werden kleine politieke eenheden levensvatbaar. Je hoefde niet langer aangesloten te zijn op de grote handelsnetwerken voor tin en koper om toch mee te kunnen doen. Ik heb de Aramese en Neohittitische staatjes in Syrië al genoemd, de Feniciërs eveneens, dus we gaan wat zuidelijker: Israël en Juda.

Die kennen we! We hebben immers de Bijbel, met het grote narratief van de Deuteronomistische Geschiedschrijver. We lezen over de Rechters, over de opkomst van de monarchie ten tijde van de profeet Samuël, over de tragische koning Saul, over koning David, over koning Salomo, over de splitsing van het rijk en over de twee koninkrijken. Israël lag in het noorden, had Samaria als hoofdstad en hield het uit tot 724 v.Chr., toen de Assyriërs het overnamen. Jeruzalem was de hoofdstad van het zuidelijke rijkje Juda, dat in 587 of 586 v.Chr. werd geliquideerd door Nebukadnezzar van Babylonië. Duidelijk verhaal.

Lees verder “Israël en Juda”

Hunebed van de dag: D26 (Drouwenerveld)

Hunebed D26 bij Drouwen

Het op zevenentwintig na noordelijkste hunebed in Nederland, uiteraard als we het nep-hunebed bij Gasselte niet meetellen, ligt te zuidwesten van Drouwen, ongeveer op dezelfde breedte als de hunebedden bij Bronneger: het groepje D22 en D21 en het drietal D23, D24 en D25. Je krijgt de indruk dat hier in de tijd van de hunebedbouwers een doorgaande weg was die vanuit Grolloo naar het oosten liep, in de richting van de monding van een beekje dat bij Bronneger van de Hondsrug neer kwam stromen.

Met een lengte van twaalf meter en een breedte van 3¾ meter is dit grafmonument middelmatig groot. De kransstenen zijn nog zichtbaar.

Lees verder “Hunebed van de dag: D26 (Drouwenerveld)”