Gregorius van Tours

De boog van Glons: een voorbeeld van de Merovingische kunst (Musée Grand Curtius, Luik)

De zesde eeuw markeert de overgang van de Oudheid naar de Middeleeuwen. Als je geïnteresseerd bent in de uiterlijke vormen van het politieke stelsel kijk je misschien iets eerder, naar de afnemende relevantie en verdwijning van het keizerschap in West-Europa, of juist iets later, naar de grote Arabische veroveringen, maar de zesde eeuw zit daar mooi tussenin. Het is ook de tijd van Justinianus’ poging iets te herstellen van de Romeinse politieke macht, van een grote vulkaanuitbarsting en daaropvolgende, misoogsten plus epidemieën. En voor West-Europa hebben we een geweldige bron: de Geschiedenis van de Franken van Gregorius, de bisschop van Tours.

Voor ik verder ga: Gregorius is de beschermheilige van de historici. En het is vandaag zijn feestdag. Op 17 november 594, vandaag 1427 jaar geleden, is hij overleden.

Lees verder “Gregorius van Tours”

De Bagdadbatterij

Het potje dat bekendstaat als de Bagdadbatterij (Nationaal Museum van Irak, Bagdad)

En daar was ’ie ineens. Niet eens onopvallend stond het daar in het Nationaal Museum van Irak in Bagdad: een van die voorwerpen die een Von Däniken blij zou hebben gemaakt. De Bagdadbatterij dus.

Het voorwerp is bij de aanleg van een spoorlijn in 1936 gevonden in Khujut Rabu, een van de dorpen op het terrein van de Parthische en Sassanidische hoofdstad Ktesifon. Het gaat om een potje van een centimeter of dertien hoog (zie boven), waarin een koperen kokertje stond, waarin weer een ijzeren staafje zat. Het kokertje is niet waterdicht: als het potje met een vloeistof zou zijn gevuld, zou ook het staafje nat worden. Men had – en heeft – geen idee wat het is. Wel vermoeden we dat het potje stamt uit de Sassanidische tijd, dus tussen pakweg 225 en 650.

Lees verder “De Bagdadbatterij”

Ktesifon

De iwan (schaduwboog) van het Sassanidische paleis

Ik schreef gisteren over de Macedonisch-Grieks-Syrisch-Babylonische stad Seleukeia, die in de tweede eeuw v.Chr. gezelschap kreeg van Ktesifon. Die nieuwe stad was gebouwd door de Parthische koningen die vanaf het midden van de tweede eeuw v.Chr. de macht hadden in het huidige Irak. Er is een theorie – niet per se juist – dat Ktesifon staat op een oudere stad, Opis. Die stad lag namelijk ook in de omgeving van de samenvloeiing van Tigris en Diyala. En net als Ktesifon lag ook Opis aan de weg die Sousa in Elam verbond met het Assyrische kerngebied en de hoofdsteden van Anatolië.

Parthische residentie

De Parthen, afkomstig uit het noordoosten van Iran, hadden een westelijke hoofdstad nodig. Daarom verplaatsten ze het regeringscentrum van Seleukeia naar de tegenoverliggende, oostelijke oever. De nieuwe residentie heette Tyspwn, waar de Grieken Ktesifon van maakten. Vanaf 129 v.Chr. was het de winterresidentie van de Arsakidische dynastie. Het is onduidelijk wanneer Ktesifon de belangrijkste Parthische stad werd, maar wel staat vast dat het een van de grootste steden in de antieke wereld was. Er is weinig van over. Tichelsteen vervalt uiteindelijk tot zand. Dat de bakstenen gebouwen van de Romeinen de tand des tijds beter doorstonden, wil niet zeggen dat ze in het oosten geen rivalen hebben gehad.

Lees verder “Ktesifon”

It Belongs in a Museum

Frankische schijffibula (Rheimisches Landesmuseum, Bonn)

Mooi hè, deze broche. Ik fotografeerde haar in het Rheinisches Landesmuseum in Bonn. Het voorwerp is gevonden bij Wezel, tegenover Xanten aan de Rijn, en komt uit een vrouwengraf uit de Merovingische tijd. Afgezien van deze gouden broche – de technische term is “schijffibula” – was er ook een ring, een goudstuk dat als hanger werd gebruikt, een koperen armband, een gordel en een doosje waarin een amulet had gezeten. Dat was er niet, dus niet alle voorwerpen zijn geborgen.

In elk geval: de overledene was een chique Frankische dame. Dat blijkt natuurlijk vooral uit de broche, die is gemaakt met een goudsmeedtechniek die bekendstaat als granaat-cloisonné. Als ik het goed begrijp werden daarbij draadjes over de schijf gelegd en vastgesoldeerd, waardoor kleine hokjes ontstonden, die vervolgens werden gevuld met stukjes glas, granaat en andere mineralen. Ik weet niet of ik het helemaal correct uitleg maar de reageerpanelen staan voor u open.

Lees verder “It Belongs in a Museum”

Celtic Fields

Celtic Fields bij Wekerom (foto Jan van Uffelen)

De naam “Celtic Field” is een eeuw geleden bedacht door Britse archeologen en is eigenlijk een beetje misleidend. Het begrip suggereert immers dat deze akkers door de Kelten zouden zijn gebruikt. In feit zijn ze veel ouder en jonger: zo oud als de Vroege Bronstijd (ca. 1800 v.Chr.) en zo jong als de Vroege Middeleeuwen (ca. 650 na Chr.). Bovendien vinden we Celtic Fields bijna altijd buiten het gebied van de La Tène-cultuur: in België, Denemarken, Engeland, Duitsland, Nederland, Polen, en Zweden. Anders gezegd, in heel Noordwest-Europa maar zelden op een plek waar ze Keltisch spraken. Misschien is het halfvergeten Nederlandse woord “raatakker” beter.

Het gaat om kleine, vierkante of rechthoekige akkers. Een typisch voorbeeld meet ongeveer 35×35 meter, hoewel ze ook iets kleiner (30×30 meter) of iets groter (50×50 meter) kunnen zijn. De grootte doet vermoeden dat elke akker door één familie of misschien zelfs door één individu kon worden bewerkt.

Lees verder “Celtic Fields”

Krijgsgeschiedenis

Een Byzantijnse ruiter (Römisch-Germanisches Zentralmuseum, Mainz)

Krijgsgeschiedenis, je haat het of je houdt ervan. De een zegt: “krijgsgeschiedenis verhoudt zich tot gewone geschiedenis zoals marsmuziek zich verhoudt tot muziek”. De ander zegt: “als de oorlog de vader is van de dingen, is de krijgsgeschiedenis de vader van de geschiedvorsing”.

De waarheid ligt natuurlijk in het midden. Geschiedenis gaat over mensen en mensen maken oorlog, dus krijgsgeschiedenis hoort bij de geschiedenis, en er zijn slechte en goede boeken over oorlog. Het boek dat ik zelf het beste vind, is Soldiers and Ghosts van Lendon, omdat het toont hoe culturen eigen waarden hebben die een rol spelen bij de oorlogsvoering. En omgekeerd: een verloren of gewonnen oorlog draagt bij aan de verdwijning of verbreiding van die waarden.

Lees verder “Krijgsgeschiedenis”

“Rape in the sky”

Romeinse gem (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

We moeten wegens de corona zoveel mogelijk thuis blijven maar voor de opnames van Oog op de Oudheid moest ik afgelopen dinsdag toch echt naar Leiden, naar het Rijksmuseum van Oudheden. Daar was een expositie van gemmen – u weet wel, gesneden edelstenen – ingericht waar geen mens momenteel naar kan komen kijken. Het stemde me intens treurig. Het is zoiets als de weg weten in een huis dat is gesloopt.

Terug naar die gemmen. Hierboven een Romeins voorbeeld uit de eerste eeuw na Chr.: een adelaar die iemand optilt. De adelaar is Zeus/Jupiter, daar zit geen probleem. Maar wie is de ander? Is het Hebe, de schenkster van de goden? Die wordt meestal afgebeeld met een beker in de hand. Is het – zie het plaatje hieronder – Ganymedes, de geliefde van Zeus? Het door een enorme adelaar meegevoerde mensje lijkt een vrouw met een haarknotje.

Lees verder ““Rape in the sky””

Henri Pirenne: Van Late Oudheid naar Vroege Middeleeuwen

De apostel Paulus. Byzantijns ivoorsnijwerk, gevonden in een Merovingische context (Teseum, Tongeren)

Nog een derde filmpje in mijn reeks “Zit een oudheidkundige met de rug naar een boekenkast”: dit keer over Henri Pirenne, de grote Belgische historicus. Ik heb al eens eerder over zijn boek Mahomet et Charlemagne geschreven en het is niet zo zinvol dat te herhalen. U leest het hier maar.

Het filmpje duurt een kwartier. Langer dan ik wilde, maar het is dan ook een heel belangrijk boek. Niet om de eigenlijke these: dat de Late Oudheid, met de Merovingen als opvallendste dynastie, overging in de Vroege Middeleeuwen doordat de handel tussen het oostelijk en westelijk bekken van de Middellandse Zee tot stilstand kwam na de Arabische veroveringen. Zonder Mohammed geen Karel de Grote. Dát is weerlegd.

Lees verder “Henri Pirenne: Van Late Oudheid naar Vroege Middeleeuwen”

Het Aramees: de eerste wereldtaal

Een papyrus uit Elefantine met een deel van de tekst van de Behistuninscriptie, vertaald in het Aramees (Neues Museum, Berlijn)

De oudste wereldtaal is het Aramees. Of eigenlijk is het niet één taal, maar een familie van talen. Het aardige is dat het Aramees al drie millennia te volgen is. Aanvankelijk was het de taal van – u raadt het al – de Arameeërs in Syrië, maar later was het de kanselarijtaal van het Perzische Rijk en toen dat ten onder was gegaan, bleef het Aramees in gebruik in het gehele Nabije Oosten. In het Romeinse Rijk en het Parthisch/Sassanidische Rijk ontstonden joodse, samaritaanse en mandese varianten.

En ook christelijke, trouwens, die nog altijd worden gesproken in een paar dorpen ten noorden van Damascus. Ik weet niet of dat nog steeds de situatie is want tijdens de Syrische Burgeroorlog is stevig geplunderd in die regio en ik sluit niet uit dat ook de bewoners het hard te verduren hebben gehad. Mogelijk is het Aramees sinds kort geen levende taal meer.

Lees verder “Het Aramees: de eerste wereldtaal”

Waardeloze museumstukken?

Met galinkt op perkament geschreven amulet met magische tekens; zesde of zevende eeuw. Let op het Sator Arepo op de bovenste regel: een Latijnse spreuk, geschreven in het Grieks. (Neues Museum Berlijn)

Nog even een stukje over papyri. Sinds de Green-collectie zijn gestolen papyri heeft teruggestuurd naar Egypte, hoor ik nogal wat vragen. Eén daarvan:

Hoeveel waarde hebben deze items nou nog voor het Koptische museum, zonder die gedocumenteerde provenance, afgezien van de bemoeienissen om de illegaliteit tegen te gaan?

Het antwoord is dat het ervan afhangt. Het punt is, vrij simpel, het volgende: sommige oudheden kunnen zonder gedocumenteerde provenance vals zijn, maar van andere kunnen we vaststellen dat ze echt zijn.

Lees verder “Waardeloze museumstukken?”