Vandaag ga ik verder met mijn verhaal over de Kopten; het eerste deel was hier. Ik heb het vooral over de christenen van laatantiek en vroegmiddeleeuws Egypte, maar er zijn natuurlijk nog altijd Kopten.
Christendom
Het christendom is vrij vroeg aangekomen in Egypte, maar hoe dat is gebeurd, is een van de grootste raadsels uit de oudheidkunde. We hebben geen idee. Dat de evangelist Marcus de eerste bisschop van Alexandrië zou zijn geweest, is een verzinsel. (Het roept wel de vraag op wie er begraven ligt in de San Marco in Venetië.)
Reliëf uit Oxyrhynchos, vijfde eeuw (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)
Hé, heb ik nog nooit geblogd over de Kopten? Heb ik echt nog nooit geschreven over die fascinerende laatantieke beschaving? Daar moet rap verandering in komen. Eerst maar eens een woord over de wijze waarop ze in West-Europa in beeld zijn gekomen. Helaas niet om wie ze zelf waren, maar om iets dat voor Europeanen interessant was (zoals ook ik vooral over ze schrijf omdat ze relevant zijn voor mijn blog). Daarna hebben we het over zaken als hun taal en literatuur. Morgen behandel ik dan het christendom, de kunst en de wijze waarop ze zijn gemarginaliseerd.
Ontdekking
De Kopten zijn natuurlijk altijd bekend geweest. Het zijn de christenen van het gebied langs de Nijl. In de vijfde eeuw scheidden hun wegen van die van de aanhangers van de Romeinse staatskerk en sindsdien beschouwden Europeanen de Kopten als afgedwaalden. Dat ze Arabisch gingen spreken, zal weinig hebben bijgedragen aan het begrip, want met die taal leken de Kopten op moslims. Hun liturgische taal, die we Koptisch noemen, was echter een voortzetting van het oud-Egyptisch. En dat maakte de Kopten vanaf de achttiende eeuw ineens interessant. Jean-François Champollion zou rond 1822 het Koptisch gebruiken als sleutel bij de ontcijfering van de hiërogliefen en het Egyptisch van de farao’s.
Langs de Zijderoute werd van alles verhandeld. Let op de kleine aap op de rug van de dromedaris. (Museum für Kunst und Gewerbe, Hamburg)
Er waren al vroeg contacten tussen Europa en Centraal-Azië. Zo drong Alexander de Grote door tot in Centraal-Azië en veroverde het oasestadje Marakanda, nu Samarkand geheten. De bloeitijd van de grootste en rijkste marktplaats, en het centrum van islamitische geleerdheid en astronomie, begon echter vele eeuwen later, na de komst van de Islam naar Centraal-Azië.
De Romeinen kenden peper en zijde afkomstig van handelsroutes uit het Oosten. Een kostbaar zilver peperpotje, gemaakt tussen 350 en 400 na Chr. en gevonden in Engeland, getuigt daarvan. Het potje laat ook duidelijk zien dat alleen welgestelden zich peperkorrels konden veroorloven.
De laatste decennia zijn er tienduizenden pre-islamitische en vroegislamitische rotsinscripties op het Arabische Schiereiland gevonden en voor een deel al uitgegeven. In tot dusver nog onbekende Semitische talen, in een verscheidenheid van alfabetten in verschillende stadie van ontwikkeling. Uitgaven van zulke inscripties zien er vaak nogal ontmoedigend uit; dat zal bij andere cultuurgebieden niet anders zijn. U kent ze misschien: veel tekstjes van één of anderhalf regeltje, veel puntje puntje puntje waar letters onduidelijk waren en tussen vierkante haken één of twee letters die de uitgever meende te kunnen aanvullen. In de tentatieve vertaling is dan bij voorbeeld te lezen dat X hier begraven ligt, of dat er iets gewijd wordt aan een bepaalde godheid.
Oude en nieuwe talen uit Arabië
Maar in de handen van specialisten zijn al die inscripties uit Arabië goud waard. Hele nieuwe talen worden er ontdekt (bijv. Safaïtisch), reeds bekende talen worden bekender, de ontwikkeling van diverse alfabetten is te volgen, handelsroutes en de verbreiding van stammen en staatjes over het schiereiland worden zichtbaar. Het is niet overdreven te zeggen dat de oude geschiedenis van Arabië door die inscripties geheel moet worden herschreven, inclusief het ontstaan van de islam. Maar het is allemaal nog zo nieuw; het zal nog even duren voordat er een handzaam geschiedenisboek op tafel ligt.
[Dit is het slot van een zesdelige reeks over de geschiedenis van de voornaamste stad van het antieke Sicilië, Syracuse. Het eerste stukje was hier en een landkaartje is daar.]
Verres
Een van de beruchtste uitzuigers was een gouverneur genaamd Gaius Cornelius Verres. Hij had de provincie nog meedogenlozer belast dan zijn voorgangers. In de zomer van 70 v.Chr. riepen de Sicilianen de hulp in van een onbekende advocaat, een zekere Marcus Tullius Cicero. Verres nam de beste advocaat van zijn tijd in de arm, Quintus Hortensius Hortalus. Een juridisch gevecht begon.
Twee jaar geleden maakte ik een fietstocht door de Maasvallei. Hoewel de coronamaatregelen op dat moment niet meer zo streng waren, bleken de archeologische musea die ik had willen bezoeken, zonder uitzondering gesloten. Dat gold ook voor de kapittelkerk van Amay, dat u zo’n vijfentwintig kilometer stroomopwaarts van Luik moet zoeken. Daar is een belangrijk Merovingisch graf, maar de kerk was en bleef gesloten. Gisteren had ik meer geluk. Heel veel geluk zelfs, want we arriveerden toen de kerk eigenlijk al dicht was, maar een vriendelijke mevrouw die het wat sneu vond dat ik voor de tweede keer voor niets was gekomen, gaf ons een uitgebreide rondleiding. En zo zag ik dan toch de sarcofaag van Chrodoara van Amay. Het is wat overdreven die aan te duiden als de belangrijkste archeologische vondst in de Lage Landen sinds de opgraving van Dorestad, maar het graf is wel heel erg bijzonder.
Chrodoara
De sarcofaag is in 1977 aangetroffen onder de apsis van de kerk. De inscriptie S(an)C(t)A CHRODOARA identificeerde de overledene, en er bleek ook een kort rijmpje dat vertelde dat ze had behoord tot de nobilitas (de allerhoogste adel) en dat ze uit haar eigen vermogen heiligdommen had gesticht. Dat edellieden uit eigen vermogen schenkingen deden, was blijkbaar vermeldenswaard.
Het verhaal gaat natuurlijk over vier grote staten: Han-China, de Kushana’s in Centraal-Eurazië en India, de Parthen en de Romeinen. De nomaden spelen ook een rol: de Yuezhi, die naar het westen migreerden en de Zijderoute openden, en de oostelijke, die ook bekendstaan als de Xiongnu. Uit de eerste groep zouden de Kushana’s voortkomen. De oorlogen tegen de tweede groep bracht de Chinezen ertoe contacten te leggen in het mysterieuze westen.
Ooit probeerde ik de Leidse archeologe Marike van Aerde te interviewen. Die doet onderzoek naar handelsnetwerken op de antieke Indische Oceaan. Eén van de redenen waarom die ook interessant kunnen zijn voor de lezers van een blog over de Mediterrane Oudheid, is dat over de Indische Oceaan het Verre Oosten en het Romeinse westen contact maakten. Van Aerde wil dus alles weten over zeeroutes tussen India en de Hoorn van Afrika, kan ook vertellen over nationalistische Chinese claims over mensen langs de Zijderoute en maakte onlangs deze documentaire.
Dat soort dingen. Toen ik haar daarover probeerde te interviewen, overdonderde ze me met een zó enthousiast verhaal dat ik alleen ademloos kon luisteren. Ik kwam thuis met bladzijden vol onbruikbare aantekeningen. Maar zulke enthousiasme, dat is heerlijk.
Ruiter uit middeleeuws China (Jin-dynastie; Volkenkundig museum, Leiden)
In het westen lag het Romeinse Rijk, dat in de vijfde eeuw na Chr. nogal wat gebied verloor maar overleefde als het Byzantijnse Rijk. In het oosten lag China, geregeerd door diverse dynastieën, zoals de Han, de Jin, de Sui en de Tang. Daar tussenin lag Perzië, beheerst door eerst de Parthen en daarna de Sassaniden. Iets verderop regeerden de Kushana’s in Baktrië en de Punjab. Op de Centraal-Euraziatische steppe bestond de multi-etnische en meertalige federatie van de Hunnen.
De geschiedenis van deze rijken is complex maar komt erop neer dat ze elkaar in een dynamisch evenwicht hielden. En ze hadden contact, zelfs het westelijkste en het oostelijkste keizerrijk.
Er zijn een paar gebieden waar de oudheidkunde momenteel vooruitgang boekt. Eén front is het DNA- en het isotopenonderzoek. De zich daar aftekenende conclusie is, zoals bekend, dat mensen vroeger beweeglijker zijn geweest dan altijd was aangenomen. Omdat mensen hun ideeën meenemen, betekent dit dat de hermeneutische buitengrens is weggevallen. De winst is dus vooral voor classici en andere filologen, die een goudmijn aan informatie erbij hebben gekregen. Dit is een echte revolutie, met een wijzigende negatieve heuristiek.
Langzaam wordt het bewijs ook sterker. We wisten al dat de landbouw en de Indo-Europese talen zijn verspreid door migratie. Tot nu toe was de verdere redenatie min of meer “als in de Prehistorie de mensen mobiel waren, waren ze dat zeker in tijden met betere schepen en betere wegen”. Het was een a fortiori-redenering. Dat is altijd onbevredigend, omdat het veronderstelt dat alle andere factoren dezelfde zijn gebleven. (Om er nog een Latijnse term tegenaan te smijten: een ceteris paribus-redenering.) Het is natuurlijk denkbaar dat in het latere tijdperk factoren een rol hebben gespeeld die we nu nog niet herkennen.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.